Vrijdag 29/05/2020

ReportageGent

In de Gentse wijk Brugse Poort ligt de coke onder de straatstenen: ‘Iedereen weet hoe het gaat, iedereen ziet het’

De patrouilles van de politie kunnen niet bij iedereen op begrip rekenen. Beeld Bas Bogaerts

Na een zoveelste massagevecht geldt sinds vrijdag een lockdown binnen de lockdown in de Gentse wijk Brugse Poort. De politie kan en mag iedereen fouilleren. Het onbegrip is groot: ‘Ik vergeet mijn richtingaanwijzer: boete. Vijftig meter verder staat iemand cocaïne te dealen. Sorry, dit klopt helemaal niet.’

“Ze gaan híér camera’s hangen? Dus wel hier, en niet daar?!”

Zaterdagavond aan het Emilius Seghersplein, waar de afgelopen weken meerdere groepsgevechten plaatsvonden. Twee agenten staan te dialogeren met bewoners. Met allebei een nerveuze gevechtshond aan de strak gespannen leiband.

“Er wonen hier ook blanke mensen”, roept iemand. “Polen, bijvoorbeeld. En die worden nooit gefouilleerd. Het zijn alleen wij, de Marokkanen, ook al zijn wij hier geboren.”

De politie controleert voorbijgangers. Beeld Bas Bogaerts

Scheermesjes

Sinds vrijdag mag de politie iedereen zonder verdere beargumentering om zijn of haar identiteitskaart vragen en fouilleren. De door burgemeester Mathias De Clercq (Open Vld) uitgevaardigde state of urgency geldt tot eind juni. Hij wil dat er een einde komt aan het met de drugshandel gepaard gaande geweld.

De algemene aanname is dat rivaliserende drugsbendes strijden over de controle over de straat. J., een jonge dertiger, die zegt te hebben deelgenomen aan meerdere gevechten, vindt dat de zaken verkeerd worden voorgesteld.

“Dit is geen drugsoorlog, dit is een oorlog tégen drugs”, zegt hij. “Dit is onze wijk. Onze kinderen en onze kleine broers en zussen gaan hier naar school. De dealers zijn Tunesiërs zonder papieren die worden uitgebuit door een Italiaanse misdaadgroep. Ze kwamen een jaar of drie of vier geleden. Ze verkopen alles: cocaïne, heroïne, weed. Wij tippen de politie als we ze zien, maar die doet weinig.”

Te weinig, vinden J. en zijn vrienden, en dus gebeurt het regelmatig dat ze met een groep van veertig tot vijftig de dealers met de blote vuist te lijf gaan.

J.: “Soms staan ze daar met z’n tienen. Zie je de auto’s passeren, want iedereen weet waar je in Gent wezen moet voor coke of heroïne. Soms loopt het echt de spuigaten uit en dan beslissen we om ze te verjagen. Op de enige manier die ons rest. Het is best gevaarlijk. Ze hebben messen. Er was er laatst een die met plakband Gilette-scheermesjes tussen z’n vingers had geplakt.”

Moedeloos

Het speeltuintje achter het Emilius Seghersplein was in de jaren negentig al een verzamelplek voor heroïnegebruikers en -verkopers. In een cafeetje op de hoek dealden ze hasj en weed. Ook J. en veel van de jongens die rond hem komen staan, roken minstens een joint per dag.

“Dat is toch nog iets anders”, vindt een van hen. “Een joint, dat is chillen. Deze lui komen van buiten onze wijk en zorgen ervoor dat wij scheef bekeken worden.”

De lockdown binnen de lockdown: in de Gentse wijk Brugse Poort mag de politie iedereen controleren en fouilleren. Beeld Bas Bogaerts

Een van de mannen is een 37-jarige vrachtwagenchauffeur: “Als ik bij vertrek heel even mijn gordel vergeet, krijg ik een boete. Maar vijftig meter verder staat iemand cocaïne te dealen. Voor een school, dan nog. Of ik vergeet mijn richtingaanwijzer. Boete. Sorry, dit klopt helemaal niet.”

De politie zelf, weet een ander, is evengoed moedeloos: “Als ze worden opgepakt, krijgen de Tunesiërs een papiertje dat zegt dat ze binnen een aantal dagen het land moeten verlaten.”

Ethnic profiling

Historica Tina De Gendt resideerde zes maanden in de wijk en verzamelde voor stadsmuseum STAM verborgen verhalen over de Brugse Poort. “De wijk is ontstaan op het ritme van de industriële revolutie”, zegt ze. “De wijk is er altijd op blijven vooruitgaan tot in de jaren zestig. Tot dan was er een enorm levendig verenigingsleven. Dan komt de textielsector in de problemen en gaan de fabrieken een na een dicht. Daar lijdt de wijk onder.”

Het verhaal van de Brugse Poort is dat van Molenbeek, en zoveel andere Europese steden of stadsdelen. Het is zo’n buurt waar velen graag de woordvoerder van willen zijn. De oudere Gentenaren die er al helemaal niet meer wonen. Marokkanen van de tweede generatie die vinden dat hun stem niet wordt gehoord. Ingeweken jonge West-Vlamingen die vastgoed renoveren en zichzelf zien als de toekomst.

Tina De Gendt: “In 1979 en 1980 woonden er 7.900 mensen aan de Brugse Poort. Dat is de helft van vandaag. Vlamingen hadden een villa op het platteland als levensdroom en verlieten massaal de stad, gelijktijdig met de arbeidsmigratie.”

'Met wat de stad Gent nu aankondigt, vrezen velen voor ethnic profiling'' zegt historica Tina De Gendt. Beeld Bas Bogaerts

“Je had aan de Brugse Poort nog een katholieke, socialistische en liberale jeugdwerking, maar die vond geen raakpunten met de nieuwe jongeren. Dus hingen ze rond op pleinen, waar ze dag in dag uit gefouilleerd werden. Eind jaren 80 organiseerde de Marokkaanse jeugd zich dan zelf in een eigen jeugdbeweging: de Rifboys. Die organiseerden sportactiviteiten en schoolbegeleiding. Het is onwaarschijnlijk hoe een hele generatie prominente Gentenaren met Marokkaanse achtergrond ooit actief is geweest bij de Rifboys: Khalid Benhaddou, Ismaïl Cantürk of Mohamed El Bakali. In 2000 gingen de Rifboys op in een stadsbrede jeugdwelzijnsorganisatie. Die ligt nu onder vuur, omdat ze de voeling verloren zou zijn.”.

“Met wat de stad Gent nu aankondigt, vrezen velen voor dezelfde vorm van ethnic profiling die in de jaren 80 tot enorme problemen heeft geleid. Dat is natuurlijk pijnlijk: je hoeft niet eens ver terug te gaan in de tijd om te zien hoe het niet moet en ook wat wél werkt: de jongeren zelf het heft in handen laten nemen.”

Losliggende stenen met restjes van bolletjes met heroïne of cocaïne. De dealers verstoppen de drugs onder de stenen, zodat ze niet betrapt kunnen worden.Beeld Bas Bogaerts

Losliggende stenen

Een van de vechters gaat ons voor naar de Acaciastraat, de plek waarvan zowat iedereen vindt dat camera’s daar veel meer nut zouden hebben. Hij steekt over ter hoogte van de jenaplanschool de Feniks.

“Kijk, zie je die losliggende straatstenen? Het zijn er nogal veel, vind je niet? Zo gaan de dealers te werk. De verslaafde spreekt hem aan, geeft ’m wat geld en de dealer wijst een steen aan. Daaronder liggen dan de afgesproken bolletjes cocaïne of heroïne. Hierdoor kan de dealer nooit worden betrapt in het bezit van z’n drugs. Iedereen weet hoe het gaat, iedereen ziet het. En de politie laat het gewoon gebeuren. Hier, onder deze stenen ligt de oorzaak.”

Het zijn er inderdaad nogal veel. Een dertigtal.

We draaien een paar straatstenen om. Onder meerdere stenen liggen restjes verpakking van zo te zien vooral cocaïne en heroïne. Onder een van de stenen liggen twee geplette pralines.

Het dealen gebeurt dagelijks onder de ogen van Ramazan (16). Hij zit met zijn vrienden wat te niksen op een bankje op het speelpleintje. “Het zijn eerder de ouderen, dertigers, die vechten met de Tunesiërs”, zegt hij. “Omdat ze tegen drugs zijn, dat is zeker zo, maar er zitten ook jongens tussen die zelf dealen. Weed en hasj, meer niet. Zij worden nu weggeblazen door de Tunesiërs. Het is dealen, next level. Maar wat ga je eraan doen? Zet een bewakingscamera, en het probleem verplaatst zich naar zijn dode hoek.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234