Zaterdag 25/01/2020

In de ban van de boksring

Is het sport of flauwekul? Magie of marginaal? Maakt niet uit, catch lééft, zweet en hinnikt. Komende donderdag zijn deze superhelden van de ring zelfs te zien op Graspop. Een duik in de onderbuik van de vechtsport.

Het is tien uur 's avonds. Het publiek, al stevig opgefokt door een drietal kampen, verhoogt het geluidsniveau met een decibel of twintig. De presentator met dienst doet een aankondiging die bij iedereen nog méér extase doet ontbranden. Van achter het rode gordijn op tien meter van de ring komt een langharige, bonkige manspersoon in tricolore slip tevoorschijn: Bernard Vandamme, dé Vlaamse ster van het worstelen en mijn gids door het wereldje. Zijn naam wordt gescandeerd, twee rondborstige engelen hangen aan z'n armen en het luidste applaus van de avond barst los. De tegenstander staat vanuit de ring gevaarlijk te loensen. Ah, denk ik. Dít is catch.

Maar ik loop op de feiten vooruit. Vooraleer ik aankom in Brugge, waar het officieuze Europese kampioenschap plaatsgrijpt, weet ik eigenlijk nog van niks. Als kind ben ik vroeger op Kanaal 2 weleens bij het worstelen blijven hangen, zo ergens tussen afleveringen van Mighty Morphin Power Rangers en Xena: Warrior Princess in. Net als iedereen ben ik vaagweg bekend met het Amerikaanse WWE, en dan vooral haar beroemdste exponent: superster Dwayne 'The Rock' Johnson. En ik heb The Wrestler gezien, de mooie maar treurige film van Darren Aronofsky met Mickey Rourke. Verder ben ik een onbeschreven blad.

Wanneer ik die dag de West-Vlaamse grens oversteek, weet ik niet waaraan mij te verwachten; is het een sport, is het een spektakel, wordt er geacteerd, is het echt, is het glitter en glamour of down and dirty? Blijkt al snel: het is al die dingen en méér.

Een uur voor aanvang staat er al een dubbel dozijn mensen voor de deur. Uiteindelijk zal er een duizendtal toeschouwers toestromen, afkomstig uit alle lagen van de bevolking, uit binnen- en buitenland. Ik zie diehardfans met spandoeken van hun favoriet. Véél Hollanders willen hun Kenzo Richards tot de titel stuwen. Een tienjarige heeft de indrukwekkendste mullet sinds Jean-Claude Van Damme in de vroege jaren 90 de wetten van de haartooi heruitvond. Ik zie ook: gezinnen met kinderen die zich de ogen uit de kop kijken. Tijdens de pauze praat ik met een tandarts die zijn zoon en vriendjes mee uit neemt. Kenners en nieuwsgierigen mengen zich ongemerkt door elkaar, maar één ding verbindt hen: een jeugdig enthousiasme. Niemand is naar hier afgezakt om beleefd in zijn stoeltje te blijven zitten.

Nadat er één of twee pinten zijn gedronken, kan het evenement beginnen, waarop alle subtiliteit voor de zekerheid al door de ramen wordt gegooid. Vechters die het podium bestijgen, doen dat het liefst met schallende Rocky-trompetten en desnoods een paar goed in het vlees zittende babes in hun zog. Er gebeurt een loting waarvoor op de diensten van een zekere Xenia wordt gerekend. Op gezette tijden spuit de confetti in het rond en brult de presentator zich de niet onaanzienlijke longen uit het lijf. Het enige dat ontbreekt, is een monster truck met boomboxen die de kandidaten van en naar het podium brengt. De catchring is een van de enige plekken ter wereld waar 'larger than life' een understatement is.

Een droge observatie van hoe zo'n gevecht zoal verloopt: aan het begin snuiven de tegenstanders elkaars zweetgeur en testosteron op. De scheidsrechter komt al even tussenbeide, waarna meestal de goeie vechter van de slechte onderscheiden wordt. Zo weigert de slechte vechter de handdruk van de goeie, of springt-ie zijn tegenstander in de rug voor het gevecht officieel begonnen is. Het publiek kiest meteen een kant, er wordt getierd en gekreund en al snel klimmen 'de gladiatoren van de 21ste eeuw' de hoeken van de ring op, om genadeloos aan het bodyslammen en dropkicken te gaan. Doel is: elkaar om ter eerst drie tellen tegen het canvas krijgen. Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan.

De eerste held heet Caribe Caliente, hij is een in glitterpak en cowboyhoed getooide Colombiaan die op zijn donder krijgt van Aoued Khassani, een Algerijn die je meteen herkent dankzij het doek op zijn kruin en het vaagweg Arabische Aladdin-deuntje waarmee hij opkomt. Hij zal op een bepaald moment Caribe proberen te wurgen met de Algerijnse vlag. In de eerste halve finale mag Kenzo Richards - de Dutch Flying Machine - de gemaskerde Italian Dream te lijf gaan, waarbij meer gevlogen dan gesprongen wordt. Bij sommige jumps hangen de worstelaars secondenlang in de lucht, om dan met een intens bevredigende plets op hun rivaal te landen.

De battle van Brugge

In de tweede halve finale - een match-up tussen de Kroaat Andrija Jokic en Fransman Jimmy Gavroche - gaat het zelfs buiten de ring stuiven. De twee gooien elkaar meermaals de officiële wedstrijdruimte uit om elkaar daar een paar extra tikken te verkopen. Wanneer Jimmy op de naakte vloer ligt, bestijgt Andrija de hoek van de ring voor een body slam. Hij klimt tot misschien wel drie of vier meter hoog, maar Jimmy rolt weg en Andrija valt hard. Maar dat is voor die kerels geen probleem. Of dat allemaal in het script stond? Moeilijk te zeggen.

Wanneer wrestlers elkaar een klets geven of elkaar met de vuist bewerken - dat doen ze bijna in slow-motion, om toch zeker geen al te rake klappen uit te delen - heeft het schouwspul iets knulligs, maar voor elke mep zonder overtuigingskracht volgt wel iets spectaculairs. Een fractie van een seconde waarin iets gebeurt waarvan je al snel aanvoelt: het zijn díe momenten waarvoor iedereen het doet. In mid-air iemands nek klemmen tussen je benen, om die vervolgens 360 graden rond te draaien en neer te kwakken, bijvoorbeeld. Worstelaars gaan soms met elkaar aan het jongleren en wanneer ze geen balletje laten vallen - want let op: er mislukken ook dingen - dan oogt dat spectaculair. Wanneer de worpen elkaar in ijltempo opvolgen, krijgt een kamp soms zelfs iets ronduit - jawel - balletachtigs.

Af en toe passeren er evengoed momentjes die zuiver dienen om het showgehalte op te krikken. Zoals tijdens de grote kamp van Bernard Vandamme, wiens opkomst al de nodige indruk maakte. Bernard staat tegenover Emil Sitoci, een booswicht van de luidkeels hinnikende soort. De twee staan elkaar ei zo na naar het leven, en Bernard wordt keer op keer neergehaald. Dan krijgt hij tijdens de fight ook nog eens met Emils manager te maken, een dwerg die 'm plots los in de nek springt. Omdat de scheidsrechter daar even zoet mee is - aan de zijlijn wordt gekibbeld - ziet die niet dat Bernard zijn tegenstander oppakt, neersmakt en drie tellen tegen de mat houdt. Met als gevolg: een dubbel verontwaardigd publiek en een nog grotere heldenrol voor Bernard wanneer hij uiteindelijk zegeviert.

Bij elke kamp wordt duidelijker: wat je ook doet en hoe goed je ook bent, je moet allereerst de fans méékrijgen. Het zijn hun goedkeuring, hun afgrijzen en hun emoties die vechters maken of kraken. Van zodra je door hen aanvaard wordt, ben je een held. Of een guy you love to hate, want ook die heb je nodig. Maar als het publiek je niet lust, dan overleef je in de ring geen minuut.

Bij de finale van het tornooi heeft überschurk Jimmy Gavroche - eigenaar van de grootste boeventronie sinds Peter Lorre - zich al zo onpopulair gemaakt dat het publiek als één man achter Kenzo Richards gaat staan. Die wordt aanvankelijk van de ene hoek van de arena naar de andere gemept. Voor wie nooit een actiefilm heeft gezien, zou het kunnen lijken alsof Jimmy zal winnen. Maar elk gevecht heeft minstens één ommekeer; wanneer iemand hulpeloos over de vloer kruipt, zal het niet lang duren voor die een move van zijn tegenstander heroïsch weet te counteren, om het tij te keren in wat een uitzichtloze wedstrijd leek. Wanneer dat uiteindelijk gebeurt voor de held, is de ontlading des te groter. Er moet spankracht zijn, drama, vuurwerk - dingen die bij de meeste sporten niet op bestelling te verkrijgen zijn.

Het verhaal van Bernard

Veel mensen zeggen daarom bij voorbaat al: "Catch is fake". Maar om te weten wat catch écht is, moet je de vuile klets van de mat horen wanneer een vechter erop wordt neergeklapt en het zweet ruiken wanneer dat bij een wilde drop kick van de haren spat. Het publiek horen wanneer hun favoriet met een uitgestrekte arm tegen de keel uit de lucht wordt geplukt ("Kenzóóó!"). En je moet weten wat een worstelaar moet overhebben voor zijn sport; dat catch het puur fysieke dan wel het puur entertainende overstijgt. Het is een way of life. Zo ontdek ik, althans, wanneer ik achteraf ga tafelen met Bernard Vandamme om hem de geheimen van de sport te ontfutselen.

Een worstelaar heeft veel weg van een superheld. Veel van hen beschermen angstvallig hun identiteit. Ze spelen ofwel goeierds die vechten tegen het kwade of schurken die plezier scheppen in vernieling. En ze huppelen rond in blinkende pakjes die weinig aan de verbeelding overlaten (vooral in de kruisregio). Catch is escapisme dat geworteld zit in de popcultuur, en dat zich met zichtbaar plezier van de druilerige werkelijkheid lósrukt.

Voor hun fans zijn worstelaars ook gewoon superhelden. Wanneer het vechten in Brugge even werd gestaakt ten voordele van zakjes chips en bier, wandelde Bernard de zaal in. Ik wilde een praatje gaan slaan, maar dat was hoegenaamd geen evident voornemen. Een zichzelf aanvullende meute troepte rond hem samen voor handtekeningen, foto's en bemoedigende woorden. In de ring vecht hij tegen het kwaad, en ook erbuiten blijft hij een held: dichter bij Superman komt de gemiddelde West-Vlaming niet. Bernard kan later bij onze afspraak een glimlachje niet onderdrukken wanneer hij zegt: "Het publiek ziet ons als vleesgeworden striphelden."

Travestietvlinder

Maar een superheld word je, in tegenstelling tot de strips, niet door een slecht gemikte gammastraal of de beet van een radioactieve spin. Er komt ook wérk bij kijken. "Ik was vijf jaar toen ik op de Engelse zender ITV naar catch begon te kijken, met de hele familie. Dat was eind de jaren zeventig", diept Bernard zijn vroegste herinnering op. "En jáá, ik was echt in trance hé. Toen ik zes was, hebben ze me in de judo gestoken. Dat heb ik tot aan mijn negentiende gedaan: 't was goed om mij kalm te houden, maar meer ook niet. Ik wilde echt wrestler worden.

"Ik keek natuurlijk ook volop naar WWE, het Amerikaanse worstelen, dat nóg grootser was, met nog méér glitter en glamour, en toen was ik helemaal verkocht. Op mijn twintigste heb ik vijf wrestling schools aangeschreven in Amerika en daaruit heb ik er eentje gekozen. Ik ging eigenlijk rechten studeren, maar ja." (lacht)

"Ik mocht maar drie maanden blijven vooraleer mijn visum verviel. Daarna ben ik nog teruggegaan voor stagewedstrijden in Alabama, Mississippi, Georgia en Texas. Bij mijn terugkomst lag er dán al een profcontract uit Oostenrijk voor me klaar. Pas op, niet omdat ik zo goed was, hoor: ik had gewoon een enorm showgehalte. Op een bepaald moment kwam ik op met schmink en met pluimen en al. Ik leek wel een travestietvlinder. Imago is alles, en dankzij mijn stijl kreeg ik profcontracten.

"Verder was ik helemaal niet klaar voor dat leven: ik heb alle hoeken van de ring gezien.Sláág gekregen... De ervaren gasten wilden alle rookies natuurlijk een lesje leren, en dat heb ik geweten. Mijn ouders hebben nog brieven liggen waarin ik zeg: 'Het is mijn droom, maar ik ga stoppen.' Ik was echt kapotgeslagen. Vijf à zes wedstrijden per week en elke dag werd ik gekraakt. Ik ben zes keer geopereerd geweest en elke keer had ik er genoeg van. Maar uiteindelijk blijf je toch volharden en verderdoen."

Het verhaal van Bernard toont op zijn minst aan dat je als worstelaar niet zomaar even een pakje kunt aantrekken om in de ring te gaan 'doen alsof', zoals je hogeropgeleiden weleens hoort foeteren. Dat zo'n prestatie voortdurend geminimaliseerd wordt, moet, zo stel ik me voor, toch een beetje prikken. "Goh, die dingen worden gezegd door mensen die nooit in de ring hebben gestaan. Je moet je daarover zetten. Wat je terugkrijgt van de echte fans compenseert dat dubbel en dik."

Catch vraagt toewijding, talent en showmanship, dat staat buiten kijf. Maar blijft daar nog de vraag: in hoeverre is het toneel en in hoeverre is het een sport? Bernard beantwoordt met plezier mijn vragen, maar ik krijg wél het gevoel dat hij niet het achterste van zijn tong laat zien. "Wat is echt en wat gescript? Dat is moeilijk te zeggen. Zelfs ik, die al zo lang in de business zit, kan het soms niet zien. 't Is zoals bij voetbal: negen van de tien keer zie je bij een tackle dat een speler zich liet vallen. Is voetbal dan fake? Nee, maar toch wórdt er soms iets gefaket. Wat is tegenwoordig nog echt? NBA- en bokswedstrijden, reality-tv, zelfs politiek: overal worden afspraken gemaakt achter de schermen."

Een nog meer ontwijkend antwoord op de vraag of de overwinnaars van kampen op voorhand bepaald worden: "Voor een onbelangrijke wedstrijd willen veel vechters geen risico nemen. Want als je geblesseerd raakt, word je de week erachter niet betaald. Maar hoeveel wedstrijden afgesproken zijn, daar kan ik geen percentage op plakken. Wie zal dat openlijk zeggen?" Een perfect showmomentje - zoals op het kampioenschap, toen de dwerg de scheidsrechter afleidde - móét toch afgesproken zijn? Geheimzinnig: "Ja, spectaculair hé."

Gemaskerde seks

Ik heb nergens het gevoel dat Bernard liegt. Er hangt wél een sfeer van mysterie rond catch; de beste vergelijking is een goochelaarsclub of een illusionistencirkel. Alleen de ingewijdenen kennen de kneepjes van het vak, voor al de rest is het cruciaal dat de illusie in stand wordt gehouden. Over geheime identiteiten in het worstelen doen de wildste verhalen de ronde: zo doen de luchadores van Mexico hun masker zelfs niet af tijdens seks met groupies, klinkt het. Hier in België ben ik er niet in geslaagd om Cybernic Machine voor mijn microfoon te krijgen. Waarom niet? Omdat hij een merknaam is: niemand mag zijn identiteit kennen, of weten welk beroep hij uitoefent, omdat dat het aura van big bad Cybernic Machine doorprikt.

"Cybernic kwam nooit zonder masker uit de kleedkamer. De meeste worstelaars willen zelfs niet zonder schmink gefotografeerd worden, omdat dat het speciale van hun persona wegneemt. Ha ja! Van supermodellen gaan ze bijvoorbeeld alle foto's retoucheren. Waarom? Omdat hun imago daarvan afhangt. En van een film releasen ze niet op voorhand de rauwe beelden: het eindresultaat moet verbazen. Eén ding is het belangrijkste bij catch: de magie moet in stand worden gehouden."

De magie wordt zelfs zo goed in stand gehouden dat de grens voor fans én worstelaars vaak wazig wordt. "Fans kunnen agressief worden; zo werd ik in de kleedkamer eens opgewacht door drie jonge gasten met een mes. Het is ook al een paar keer gebeurd dat worstelaars elkaar in de kleedkamer opnieuw naar de keel grijpen - Cybernic Machine durfde dat te doen. (lacht) Een tegenstander van hem is eens op een brancard weggedragen en toen Cybernic hem achteraf in de EHBO-kamer zag liggen, heeft hij 'm nog eens van zijn brancard gestampt. Schouder gebroken." Echt héél raar lijkt Bernard die gang van zaken niet te vinden. Zijn blik zegt: "Tja, hoe gaat zoiets?"

Sport of entertainment? Laten we 't gewoon sportentertainment noemen, ook al zijn er die het verschil niet kunnen zien.

Na de carrière

Bernard is nu 44: het moment voor een worstelaar om het professionele circuit achter zich te laten. "Ik denk dat ik aan mijn laatste jaar bezig ben. Ik voel ook dat ik 't allemaal een beetje gezien heb. Vierenveertig is ook ongeveer de leeftijd waarop de meeste worstelaars in Amerika doodstuiken van een hartaanval. Nu, die slikken pijnstillers, slaappillen, uppers en downers; dan ben ik nog redelijk gezond." Maar wat rest er dan nog voor een worstelaar? Het wereldje definitief de rug toekeren? "Wanneer ik stop, wil ik het evenement in Brugge overnemen. Dit jaar was eigenlijk mijn proefstuk. En ik wil nog meer evenementen organiseren, om de sport ruchtbaarheid te geven."

Die ruchtbaarheid heeft catch nodig, want anders zou het weleens een stille dood kunnen sterven. "Er is geen opvolging; niemand. Ik krijg elke week vragen van gasten die willen dat ik hen train, maar niemand wil er écht voor werken." Om vandaag fulltime met catch bezig te zijn, is er niet genoeg interesse en - vooral - geld. Ook niet voor Bernard, de grootste van zijn generatie. "In het weekend werk ik in een discotheek en ik ben nachtwaker in een hotel. Niet glamoureus, maar ja, op een dag stopt het nu eenmaal. Ik ken veel wrestlers die na hun carrière in armoede zijn terechtgekomen.

"Veel worstelaars in Vlaanderen werken op een lager niveau: ze treden op in parochiezaaltjes, met een vergoeding van 30 euro voor vervoer. Pff... Zo'n ongetrainde oude wrestlers van 140 kilo: dat is toch triestig. Dan heb ik geluk gehad met mijn carrière", blikt Bernard terug. "Ik heb, tijdens de glorieperiode van 2009 tot 2011, in zalen van vijfduizend man gestaan waar iedereen mijn naam scandeerde. Mijn smoel stond op affiches en achteraf waren er signeersessies van twee uur. Ik ben op tv geweest: ik was presentator op Kanaal 2 en l'homme fort in de tv-reeks Fort Boyard - gelukkig dat ik toen was... Ik heb zelfs bij McDonald's in de Magic Box gezeten. (lacht) Zo voel je dat je toch een verschil hebt gemaakt. Dat je iets hebt gedáán."

In de catchwereld woedt een gevecht tussen fantasie en realiteit. Meestal trekt de werkelijkheid aan het langste eind, maar binnen de ring - in volle actie - is de fantasie oppermachtig. Je kunt catch dus fake noemen. Of mee de magie in stand houden.

De 12 beste Europese wrestlers, onder wie Bernard, vechten donderdag op Graspop, graspop.be

Over de fotograaf

'Rand'-fenomenen zoals catch werken als een magneet op de Gentse fotograaf Kevin Faingnaert. Hij volgde de catchwereld dan ook een heel jaar lang. "Ik vind het opmerkelijk dat er zelfs in het kleine België nog gemeenschappen onder onze neus leven waar wij nog nooit van gehoord hebben." Zijn fotoreeks Banger Days, over stock car racing en Destruction Derby in ons land, brachten we eerder al in De Morgen Magazine.

Bekijk meer catch-foto's en ander werk van hem op kevinfaingnaert.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234