Vrijdag 26/02/2021

In de arena spreekt men Frans

De laatste regenwolken drijven weg naar het oosten als schetterorkestje La Peña de Saint-Etienne-du-Grès de stierenmars inzet. De toreadors hebben zich voorgesteld, twee plaatselijke schonen op strakke paardjes kregen van de voorzitter de plechtige toestemming dat hier, in de arena van Chateaurenard, zes stieren mogen worden gedood. Het is zes uur, het feest kan beginnen.

Een golf van afschuw slaat over de tribunes als het hek opzijschuift en de eerste stier zijn entree maakt. Het blijkt een kreupel beest, dat klaaglijk loeiend en met angstogen over het zand schuift en telkens omvalt. Een poot gebroken bij het vervoer, is de diagnose. “Dood ’m, dood ‘m”, klinkt het vanaf de tribunes. Aldus geschiedt. “Het blijven wilde dieren”, zal meneer Meynaud later zeggen. “Bij het transport kunnen allicht ongelukken gebeuren.”

Meynaud en zijn vrouw Magdalena zijn de uitbaters van Hôtel Central in Chateaurenard, een marktstadje niet ver van Avignon. Vanaf ’s morgens kwart over zeven staat daar de tv op een Spaanse zender: Canal Plus Corrida - non-stop stierenvechten. Het echtpaar reist naar Madrid, Sevilla of Mexico om gevechten te zien. Vooral mevrouw Meynaud, Spaanse van geboorte, kan er mooi over vertellen. “Een corrida meemaken is iets eenzaams”, zegt ze, terwijl haar blik dromerig wordt. “Ieder beleeft het gevecht op zijn eigen manier. En na afloop praat je lang na: dan deel je die eenzaamheid met anderen.”

“Het is niet altijd gemakkelijk om naar te kijken”, had ze tevoren gewaarschuwd. “Maar dat is het leven ook niet. De corrida is wreed, maar tegelijk mooi. Als een ander meent dat het verboden moet worden, vind ik het moeilijk een rechtvaardiging te vinden. Het is als met geloof: raakt het je, dan wordt het heel belangrijk in je leven.”

Zidane van de corrida

De volgende stier die wordt losgelaten, is voor El Juli, een Spaanse matador die door zijn collega’s als de Zidane van het stierenvechten wordt aangeprezen. Een patroon ontvouwt zich, dat de volgende gevechten precies zo wordt herhaald: een stier van 500 kilo draaft als een dolle de arena binnen, wordt afgeleid door helpers met roze lappen, mag een eerste aanval op de matador uitvoeren. Dan komt de man op het gewatteerde paard die de stier met een lans in de rug steekt, de stier boort zich in de flank van het paard, de picadores zetten hun feestpriemen - banderilla’s - in zijn rug, de toreador laat de nu flink bloedende en al verzwakte stier nog eens achter de rode lap aanjagen. Dan is het genoeg: een steek van de sabel in de rug, dan mogen de helpers het karwei afmaken. Waarna het kadaver door twee muildieren onder applaus wordt weggesleept en zijn eindbestemming zal vinden als stierenvlees bij de slager.

Zo is het de bedoeling althans. Maar ook stierenvechten is mensenwerk. Dus gaat er van alles mis. De gelauwerde El Juli moet drie keer steken voordat de stier ligt. Bij de in pastelgroen geklede Alejandro Talavante krabbelt de stier in doodsnood nog een heel tijdje rond.

“Let niet te veel op het bloed van de priemen en op het lijden, maar concentreer je op de schoonheid, op de bewegingen van de matador”, had Roman Perez aangeraden. Hoogstens tien Fransen kunnen hun brood verdienen met stierenvechten. Perez, die 22 jaar geleden als Romain Fluet in Arles werd geboren, is een van hen. Hij doodde zijn eerste stier als jongen van 13 en treedt vooral op in Franse arena’s.

“De stier is het mooiste dier ter wereld”, zegt hij. “Als ik reïncarneer, dan hoop ik dat het als vechtstier zal zijn. Die wordt vier of vijf jaar heel goed verzorgd, dan mag hij in een volle arena het gevecht aangaan en wordt toegejuicht voordat hij sterft.”

“Nooit denk je aan de dood tijdens dat gevecht”, verklaart Perez. “Geen enkel gebaar is vals; het is als een dans, als de liefde, als een streling.” Elke stier heeft zijn karakter, vertelt hij. Ze zijn vasthoudend, slim, achterbaks of moedig. Dat alles komt in de arena naar buiten. Zelf hoopt hij in Chateaurenard zachte, edele stieren te treffen die zich meer op de doek dan op de stierenvechter richten.

Dat er mensen zijn die stierenvechten willen verbieden, wil er bij hem niet in. “Ze zeggen dat we barbaren zijn. Laten ze zich liever bezighouden met hongersnood of oorlog. Zelfs als ze ons niet begrijpen, moeten ze deze manier van leven respecteren.”

Die beminnelijke Roman wordt in de arena een macho met holle rug. Hij gromt tegen de stier - Fantasmo heet deze -, daagt uit, laat hem keer op keer in de doek duiken. “Olé”, roepen de Fransen. Als de stier ligt, zwaaien ze met witte doekjes en joelen net zo lang tot ook de president in de ereloge zijn zakdoek pakt. Op dat teken worden de oren van het kadaver afgesneden, Perez maakt een ereronde. Eén oor gooit hij naar Laurent Wauquiez, de minister van Hoger Onderwijs, die ook op de tribune zit.

“Perez doet altijd hetzelfde”, zal later het misprijzende commentaar van Meynaud zijn. “Beetje grommen, en dan dezelfde reeks bewegingen. Ik zie weinig subtiliteit.”

Christian Rossi, al vele jaren organisator van de corrida van Chateaurenard, is milder over hem. “Dit is heel belangrijk voor die kleine”, oordeelt hij. “Franse stierenvechters moeten het in eigen land verdienen, in Spanje is de concurrentie te zwaar. Het valt niet mee er van rond te komen. Dat hele team van helpers komt voor jouw rekening.”

Intussen begint in de arena El Juli aan zijn tweede gevecht. Dit keer wil hij tonen waarom hij een vedette van de arena’s wordt genoemd. Hij laat de stier dichtbij komen, houdt de doek voor zijn middel, weet de hoorns rakelings te ontwijken en blijft meester van de situatie. Ook voor hem worden de oren afgesneden. Na afloop wordt hij met Perez op de schouders gehesen en in triomf rondgedragen. “Zwaar overdreven allemaal”, oordeelt Meynaud. Talavante, die zich tot drie keer toe door Aguadito zijn doek afhandig laat maken, moet door de zijdeur af.

Florence Combe, die fotografeert voor vakblad Planète Corrida, kwam als altijd naar de corrida in Spaanse dracht; een platte hoed beschermt haar koolzwarte ogen tegen de zon. Ze is bij het verlaten van de arena niet ontevreden over wat ze zag. “Er waren goede en zwakke momenten”, oordeelt ze. “Zo is het bij elke corrida. Altijd gaat er wel wat mis.”

Dierenmarteling

Terwijl de Spaanse regio Catalonië het stierenvechten vorig jaar verbood, behoort het in Frankrijk sinds mei van dit jaar tot het nationaal cultureel erfgoed. “Hiermee wordt een vorm van dierenmarteling goedgekeurd die in alle Franse gemeenten verboden is”, vindt de Alliance Anticorrida. Ook dierenbeschermster Brigitte Bardot is “geschokt”.

In de Franse arena’s worden jaarlijks ongeveer twaalfhonderd stieren gedood tijdens tweehonderd evenementen, net als in Spanje corrida geheten. Stierenvechten mag alleen in gemeenten waar een traditie bestaat die teruggaat tot de 19de eeuw. In ongeveer vijftig steden en dorpen, uitsluitend in het zuiden van het land, worden jaarlijks een of meer corrida’s gehouden. Die van Nîmes, Arles, Bayonne en Béziers zijn het grootst. De bezoekersaantallen lopen licht terug.

Organisator Rossi verwacht dat de corrida in Frankrijk zich zal handhaven, vooral omdat er een feest van wordt gemaakt. “In Nîmes trekt de fiësta meer volk dan de eigenlijke corrida.” Zijn angst is eerder dat het spektakel te geciviliseerd wordt. “Toreadors vragen om sympathieke beesten, om zo de risico’s te beperken. Dus wordt daar op gefokt. Met als gevolg dat de vechtstier zijn authenticiteit verliest.”

Stier jaagt man

Veertien mannen in het wit staan achter hekken als Cabosse de arena van Chateaurenard betreedt. Hij snuift, schraapt zijn hoeven, poept en kijkt dreigend in het rond. Om zijn hoorns zijn kleine versieringen bevestigd. De deelnemers - raseteurs - hebben namen op hun rug. Telkens als ze met hun speciale haakhand een versiering weten te bemachtigen, schalt hun naam door de arena, met het geldbedrag dat ze hebben gewonnen.

Course Camarguaise heet deze in Zuid-Frankrijk beoefende tak van sport - naar de Camargue, de streek waar de traditie is ontstaan. Timing is alles: een snelle sprint, een graai naar de versierselen en dan over het hekwerk springen, voordat de stier je op de hoorns kan nemen. Deelnemers belanden niet zelden tussen het publiek. Velen zijn tegenwoordig van Algerijnse of Tunesische afkomst. Een succesvolle raseteur traint dagelijks en verdient per wedstrijd meer dan 1.000 euro.

De stieren, lichter en wendbaarder dan die van de corrida, kennen het spelletje; ze gaan een aantal seizoenen mee. Ze weten dat zij de eigenlijke heerser van de arena zijn. De fanatiekelingen springen zelf ook over het houten hekwerk en achtervolgen de mannen door de gangpaden; het publiek trekt dan snel de benen op. De stieren weten ook dat ze bij het trompetgeschal terug naar de stal mogen - een warm applaus valt hen dan ten deel. “Zo’n stier geeft in 15 minuten alles wat hij heeft”, vertelt fokker Frédéric Lautier uit Arles. “Maar daarna krijgen ze een maand om bij te komen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234