Dinsdag 20/10/2020

China-correspondente Leen Vervaeke

‘In China kijken wij vol ongeloof naar België: beseft niemand dan dat júllie nu in Wuhan zitten?’

'De hulp uit China kan Europa nog voor problemen stellen, want hulp is nooit gratis. Achteraf komen de voorwaarden'Beeld rv

Terwijl in België de piek van de epidemie nog moet komen, lijkt in China het ergste voorbij en komt het leven weer voorzichtig op gang. In Peking mag correspondente Leen Vervaeke na twee opeenvolgende quarantaines opnieuw naar buiten en geniet ze van de eerste zon op haar gezicht. Als ooggetuige maakte ze vanop de eerste rij het huiveringwekkende begin van de corona-uitbraak in Wuhan mee en ziet ze nu hoe China langzaam overeind krabbelt en wellicht sterker uit deze wereldwijde crisis komt.

Leen Vervaeke: “Je moet voorzichtig zijn met zeggen dat het in China al voorbij is. Er is nog altijd veel angst voor een tweede uitbraak. Ze zijn vooral bang dat het virus terugkeert met buitenlanders die het land inreizen of Chinezen die na een lange afwezigheid naar huis komen. Maar de afgelopen twee weken zijn er amper nieuwe besmettingen bij gekomen.” 

Leen Vervaeke praat met ons voor haar computerscherm in haar flat in het centrum van Peking, waar ze als China-correspondent verslag uitbrengt voor de Volkskrant, De Morgen en de VRT. Ze was eind januari één van de weinige buitenlandse journalisten die vanuit het hart van Wuhan – waar het allemaal begon – berichtte over de dramatische taferelen in ziekenhuizen, met flauwgevallen patiënten en achtergelaten lijken. Tien dagen later werd ze geëvacueerd naar België en met acht andere landgenoten in quarantaine gehouden in het militair hospitaal van Neder-Over-Heembeek. Nadien keerde ze, met een omweg langs Hongkong, terug naar haar vaste stek in Peking, waar ze opnieuw twee weken in quarantaine moest. Dit keer in haar eigen flat, die ze niet mocht verlaten. Die dagen van eenzame opsluiting zijn nu voorbij. ‘Even mijn raam openzetten,’ onderbreekt de West-Vlaamse haar verhaal, ‘want ik stik bijna.’ 

Vervaeke: “We kunnen de verwarming niet zelf uitzetten. Normaal gaat die half maart in heel Peking uit, maar omdat er nog steeds veel mensen binnen zitten, zijn ze zo lief geweest om dat moment wat uit te stellen. Met als gevolg dat het in mijn appartement 25 graden is (lachje). De autosnelweg waarop ik vanuit mijn keukenraam uitkijk, was twee weken geleden nog zo goed als leeg, maar nu blijkt er zowaar een file te staan. Wie had gedacht dat een mens nog eens blij zou zijn om een file te zien?” 

Hoe voelde je je, die eerste dag toen je weer de straat op mocht? 

Vervaeke: “Euforisch. Gewoon het gevoel buiten te zijn deed mijn hart al opspringen. Ik ben eerst mijn administratie gaan regelen, want ik moest officieel ontslagen worden uit quarantaine. Daarna ben ik even in het park om de hoek gaan wandelen. Het was mooi weer, ik zag de blauwe lucht, natuur, mensen om me heen, de roze kersenbloesems… het vulde me met een gloed van blijdschap en ontroering, omdat ik die dingen al zo lang had moeten missen. 

“Het is wel nog aftasten wat mag en niet mag. Ik had die eerste dag bijvoorbeeld een groep vrienden uitgenodigd om op restaurant te gaan, maar daar mag je maar met maximaal twee mensen aan een tafeltje zitten, met telkens een leeg tafeltje tussen. We zaten dus verspreid over het restaurant en dat was best absurd. 

“Bij elk gebouw, park of postkantoor wordt je temperatuur gecontroleerd. En op veel plaatsen moet je je ook registreren: je naam, je telefoonnummer en je temperatuur. Ze willen ervoor zorgen dat, als er opnieuw een uitbraak komt, ze precies kunnen nagaan waar de besmette patiënten zijn geweest, en met wie ze contact hebben gehad. 

“Je kunt ook niet bij andere mensen op bezoek. In Peking wonen de mensen in kleine omheinde woonwijken, met aan elk wooncomplex een portier die je pasje controleert. Alleen de bewoners van de wijk zelf raken erdoor.” 

Er is nu ook een nieuwe manier om mensen te surveilleren: een telefoonapp die het besmettingsrisico van burgers bepaalt. 

Vervaeke: “Chinezen die op stap gaan, moeten te allen tijde een groene code op hun telefoon kunnen tonen, anders mogen ze niet op de trein of het vliegtuig. In het zuiden van China vertelde iemand mij dat hij zelfs zijn code moest tonen om naar het openbaar toilet te gaan. 

“Je gezondheidscode – groen, geel of rood – krijg je door een app te downloaden en een uitgebreide vragenlijst in te vullen. Ze doen het vooral omdat miljoenen Chinezen terugkeren van hun geboortedorpen naar de steden. En hoe kan men anders weten hoe ze eraan toe zijn? Heeft iemand zijn quarantaine uitgezeten? Heeft hij nog besmette familieleden?” 

‘In Wuhan merkte ik dat de inwoners extreem bang waren. Er liepen mensen met duikbril en een plastic regenjas op de stoep. Paniek is besmettelijk: hun angst verlamde mij.’Beeld Joris Casaer Photography

Heb jij ook zo’n kleurcode? 

Vervaeke: “Nee, als buitenlander mag ik telkens een vragenlijst op papier invullen. Daar voel ik me iets comfortabeler bij: als je de app downloadt, installeer je software op je telefoon die volgens een artikel in The New York Times je locatie doorgeeft aan de politie. Als journalist is je locatie sowieso bekend bij de overheid, daar maak ik me geen illusies over, maar ik denk: hoe minder controle, hoe beter.” 

Het heeft wel een akelig ‘Big Brother’-gehalte. En het is weer een stap verder in de massasurveillance: dat draaien ze niet meer terug. 

Vervaeke: “Daar kijken ze in het Westen op een andere manier naar. Hier hoor ik er weinig klachten over. De mensen willen niet besmet raken, dus vinden ze het goed dat de overheid controleert. Het is niet zo dat Chinezen helemaal niet om privacy geven, al zijn ze wel bereid die voor een deel op te geven in het algemeen belang.” 

Omdat ze getraumatiseerd zijn? 

Vervaeke: “Ze beseffen gewoon heel goed – veel beter dan in België – hoe gevaarlijk dit virus is. Ze hebben SARS meegemaakt, en van veel dichterbij gezien wat er in Wuhan is gebeurd. Als je niet alles op alles zet, weet je niet wat je over je afroept. 

“Mensen die in België wonen, focussen op de getallen: ‘3.298 doden in China, dat valt best mee. Misschien is het al bij al toch niet zo gevaarlijk?’ Maar als je hier was, heb je gezien dat er naast die doden ook duizenden zieke patiënten voor hun leven hebben gevochten, dat mensen thuis stierven omdat er geen plaats meer was in de ziekenhuizen en dat artsen en verplegers zenuwinzinkingen kregen omdat ze wekenlang in de weer waren. 

“Dat het dodental zo ‘laag’ was, is alleen te danken aan de maatregelen die wij Europeanen ‘draconisch’ noemen. Maar als ze niet genomen waren, weet ik niet waar het geëindigd was.  Chinezen zijn ook uit zichzelf nog altijd heel voorzichtig. Toen ik aan mijn lokale vrienden vroeg wat ze gingen doen op de eerste dag na hun quarantaine, was hun antwoord: ‘Nog wat langer binnenblijven.’”

Hoe kijken de Chinezen naar jou als buitenlander, nu het gevaar voor een heropflakkering vooral uit het buitenland komt? 

Vervaeke: “Ik sprak Chinezen in een park aan voor een reportage, en ze hadden het alleen over ‘die gevaarlijke buitenlanders’. Sommige mensen kijken raar en nemen afstand, maar ik ben nog niet uitgescholden of nageroepen, wat Aziatische mensen in het begin van de crisis in België wel is overkomen. Dat was gewoon te triest voor woorden.” 

Voelen de Chinezen zich schuldig? 

Vervaeke (denkt na): “Nee. Je moet altijd een onderscheid maken tussen de Chinese overheid en de gewone Chinezen. Het is alleen niet zo makkelijk om te weten te komen wat die denken, want het is voor Chinese burgers gevaarlijk om een geluid te laten horen dat afwijkt van het standpunt van de partij. 

“De retoriek rond het coronavirus is, sinds ze over de piek heen zijn, enorm omgeslagen. In het begin waren de mensen zo kwaad op de overheid dat ze veel loslippiger werden. Je kwam meer te weten wat ze echt dachten. Chinezen gaan politici nooit ‘amateurs’ of ‘zakkenvullers’ noemen, maar een lichte vorm van kritiek op de overheid is hier al veelbetekenend. Dat mensen me uitdrukkelijk bedankten omdat ik verslag kwam doen en de wereld toonde hoe erg het was, is me nooit eerder overkomen. Het toonde aan dat de mensen woedend waren en vonden dat de overheid hen in de steek had gelaten. 

“Op 23 januari is de lockdown ingesteld, en heeft de overheid alles uit de kast gehaald om de situatie onder controle te krijgen. Een noodziekenhuis bouwen in tien dagen tijd, een voedselbedelingssysteem op poten zetten voor miljoenen mensen in quarantaine, vanuit het hele land verplegers en artsen naar Wuhan sturen… heel indrukwekkend was dat. Zo zijn ze erin geslaagd om de publieke opinie te doen kantelen. Daarnaast is er een enorme propagandamachine op gang gekomen, met tranentrekkende filmpjes over dokters in de frontlinie, en over de eerste patiënten die genezen en verrezen uit het ziekenhuis komen en zeggen: ‘Dank aan president Xi en de Communistische Partij!’ 

“Iedereen die erop wees dat het door de nalatigheid van diezelfde partij zo ver was kunnen komen, is intussen monddood gemaakt. Alle artikels daarover zijn gecensureerd. De geschiedenis is herschreven en alle aandacht gaat naar de succesvolle aanpak. Dus de dingen waarover men zich schuldig zou kúnnen voelen, bestaan niet meer. Ze zijn gewist. Nog niet in de hoofden van de mensen, denk ik, maar die moeten zich niet schuldig voelen. Zij zijn mee slachtoffer.” 

De Chinese censuur heeft in het begin van de crisis, toen je in Wuhan zat, even niet gewerkt, waardoor er wel kritische artikels konden verschijnen.

Vervaeke: “Deels was dat omdat censoren door de wegblokkades niet op hun werk raakten, maar het was ook een bewuste strategie. Bij een crisis in China gebeurt het vaker dat de overheid even de deuren van de persvrijheid openzet en journalisten meer ruimte geeft. Omdat ze zelf nog te weinig informatie hebben, wordt de vrije pers eventjes een bondgenoot van de overheid. Voor mij was het de eerste keer dat ik die vrijheid hier proefde, maar mijn collega’s die hier langer zitten, zeggen dat het ook het geval was bij de aardbeving in Sichuan in 2008 en ook tijdens de uitbraak van SARS. 

“In mijn dagen in Wuhan zag ik plots in Chinese kranten heel goeie stukken van lokale journalisten verschijnen. Dat was een eyeopener: ‘Wow! Ze kunnen het wel, ze mogen alleen niet.’ Maar na een dikke week kreeg de overheid weer grip op de situatie, vond ze de journalistiek te kritisch en ging de deur weer dicht.” 

Merk je nog iets van de woede om de dood van dokter Li, de klokkenluider die als eerste voor het virus waarschuwde en de mond gesnoerd werd? 

Vervaeke: “De censoren proberen het allemaal weg te vegen, maar op sociale media zwerven er nog restanten rond. Er is nog een andere dokter die in het begin probeerde te waarschuwen voor het virus en op de vingers is getikt. Die dokter zei onlangs in een interview dat de overheid talloze tragedies had kunnen voorkomen als ze toen had geluisterd – supermoedig. Het interview heeft twee uur online gestaan en is dan gecensureerd. Maar kritische internetters die het gekopieerd hebben, maken er nu een sport van om het toch nog online te krijgen: ze vertalen het in het Engels, in het Frans, in het Klingon. Ze zetten het om in morse en in braille, iemand heeft het van achter naar voor geschreven, allemaal om de censuurpolitie te misleiden. 

“Zeker in Wuhan is de woede nog onderhuids aanwezig. Maar ik vraag me af hoe lang nog, want de propaganda van de Communistische Partij is zeer efficiënt en overtuigend.” 

‘Chinezen zijn uit zichzelf heel voorzichtig. Toen ik aan mijn vrienden vroeg wat ze gingen doen op de eerste dag na hun quarantaine, was hun antwoord: ‘Nog wat langer binnenblijven.’’Beeld rv

De eerste besmetting van het coronavirus vond plaats op een markt van wilde dieren in Wuhan, waar virussen gemakkelijk op de mens overspringen. Hoe zit dat nu met die markten? 

Vervaeke: “Ze zijn gesloten, en de handel in wilde dieren is nu verboden. Officieel toch. Ik heb wel problemen met het beeld van een virus dat ontstaan is door die Chinezen met hun rare eetgewoontes. Het virus is ontstaan in de natuur, daar kan geen Chinees wat aan doen. Natuurlijk, het virus is waarschijnlijk op de mens kunnen overspringen doordat er op die markt in Wuhan wilde dieren werden verhandeld, en natuurlijk hadden zulke markten al veel langer verboden moeten zijn. Maar het is echt niet zo dat alle Chinezen slangen en vleermuizen eten. In sommige provincies zoals Guangzhou komt het wat meer voor, en oudere mensen houden er nog aan vast, maar in grote steden of onder jongeren moet je niet met een portie vleermuis komen aandraven. Overigens zijn er ook al coronavirussen via paarden, varkens en kamelen op de mens overgesprongen, dus het is niet alsof zoiets alleen in China kan gebeuren.”

GROEN SNOT 

Je zat de voorbije weken maar liefst twee keer in quarantaine, een keer in België en daarna in Peking. Maakte het veel verschil waar je zat? 

Vervaeke: “O ja. In Peking zat ik bij mij thuis, met mijn eigen spullen. In België zat ik in een militair hospitaal, samen met acht andere evacués. De artsen en verplegers waren geweldig, maar je zit niet in je eigen vertrouwde omgeving, je bent nooit helemaal op je gemak. Heel België keek bovendien naar ons alsof we iets heel speciaals deden. ‘Vind je het niet te zwaar?’ bleef iedereen ons vragen. Terwijl wij het eigenlijk heel normaal vonden. Wij kwamen terug uit Wuhan, waar zich dramatische taferelen afspeelden. Twee weken ons leven on hold zetten was voor ons een klein offer om te vermijden dat het virus België zou binnenkomen. In Peking was quarantaine de normaalste zaak van de wereld.” 

Je besliste om naar Wuhan te gaan op een moment dat de meeste journalisten de stad net ontvluchtten: miljoenen inwoners werden van de buitenwereld afgegrendeld omdat het virus om zich heen greep. Was je met de kennis van vandaag opnieuw gegaan? 

Vervaeke: “Absoluut, omdat je weet hoe reusachtig het gaat worden. Het belang van het verhaal leek me toen al zo groot dat ik bereid was het risico te nemen. De eerste dag heb ik me wel afgevraagd of ik niet iets erg doms had gedaan. Ik merkte dat de mensen in de stad extreem bang waren, en hun angst verlamde mij. Ik kwam aan op het station en vond na lang zoeken een taxichauffeur, meneer Liu, die me wilde rondrijden om een eerste beeld te krijgen van de stad. Ik heb nog veel aan die man gehad, maar die eerste dag was hij zó gespannen. Hij reed met de ramen open, mondkapje aan, en wilde absoluut niet in de buurt van ziekenhuizen komen of de wildedierenmarkt. Op straat probeerde ik mensen aan te spreken, maar er was bijna niemand, en de weinige voorbijgangers gebaarden dat ik bij hen uit de buurt moest blijven. Er liepen mensen met duikbril en een plastic regenjas op de stoep. Paniek is besmettelijk, en op een bepaald moment dacht ik: ik ga mij terugtrekken in mijn hotelkamer en ik kom er niet meer uit. 

“De uren en dagen daarna ben ik weer rationeler gaan denken en heb ik elk onderzoek over het virus gelezen, zodat je weet wat de grote en kleine risico’s zijn. Op die manier kon ik mijn eigen bewegingsvrijheid stapje per stapje vergroten. Ik ben niet binnen gegaan in een ziekenhuis, omdat ik geen goeie beschermingskledij had. Ik heb wel patiënten geïnterviewd aan de deur van het ziekenhuis, in de open lucht, met een N95-mondkapje en een veiligheidsbril. Ik maakte opnames met mijn telefoon die ik desinfecteerde met Dettol-doekjes.” 

Wat blijft je het meest bij van die dagen in Wuhan? 

Vervaeke: “De schrijnende verhalen van zieke mensen. De chaos en de angst. Ik sta bij een ziekenhuis en zie een vrouw met corona uit een ziekenwagen stappen. Ze is erg ziek en moet dringend aan de beademing, maar wordt naar huis gestuurd omdat er geen plaats is… Ik zie haar radeloos binnenlopen in een ander gebouw van het ziekenhuis waar net een hartpatiënte naar buiten stapt. Oei, denk ik, dit loopt verkeerd. Ik zie een man die zijn neus op straat ledigt en een plasje groen snot achterlaat op de parking. Ik hoor achteraf dat ook hij besmet is. Dan moet je drie minuten rustig ademhalen voor je weer verder kan. 

“Als ik er nu aan terugdenk, kan ik er wel om lachen. Ik verbleef samen met een Nederlandse collega, Anouk Eigenraam in een Airbnb, en we hebben ook veel gelachen, gewoon om de spanning te verdrijven. Zoals toen we een paar pintjes insloegen voor ’s avonds, en pas thuis merkten dat we onbewust Corona-bier hadden meegenomen.”

In België heerst vandaag zo’n beetje een ‘Warmste Week’-sfeertje, met voorleesacties, berenjachten, applausacties voor de zorg en muzikale optredens voor woon-zorgcentra. 

Vervaeke: “Ik herinner me ook hartverwarmende dingen. De eerste dagen in Wuhan hadden we nog geen voedselvoorraad, maar kregen we dumplings van de portier, en heeft de eigenaar van een gesloten restaurant snel iets voor ons gekookt. Mensen zongen samen door hun open raam. Er werden hilarische filmpjes verspreid van hoe je jezelf binnen kunt bezighouden. Ik heb weinig mensen horen klagen.” 

Hoe kijken de Chinezen naar wat er bij ons gebeurt? Doen wij het goed? 

Vervaeke: “De wetenschappers hier vinden het Europese lockdownbeleid veel te laks. Er wordt ook veel te weinig getest, en vooral: er is veel te laat ingegrepen. Veel Belgen in China zagen de eerste besmettingen in België in maart dag na dag stijgen en dachten: ‘Waar wachten ze op? Waarom komt die lockdown er niet? Wat is er niet duidelijk?’ In veel Europese landen is kostbare tijd verspeeld. Ze zagen het aantal besmettingen toenemen en leken te denken dat het in hun land anders zou gaan. Dat het wel zou meevallen.”

Misschien hielp het niet dat de eerste besmette Belg een grappige patiënt was die geen symptomen had en in zijn ziekenhuiskamer alleen maar om donkere Leffe vroeg. Dan denk je niet meteen dat er een hek rond het land moet. 

Vervaeke: “Een Italiaanse journalist heeft me uitgelegd dat het bij hem ook zo ging. Eerst dacht hij: ‘O, dat valt nog mee.’ Een week later: ‘Oei, het lijkt erger dan ik dacht.’ Nog later: ‘Shit, dit loopt uit de hand.’ En dan: ‘Het is een complete ramp!’ 

“Ik heb niet zo’n proces meegemaakt. Toen ik in Wuhan aankwam, wás het al een horrorfilm. De tragedies die ik zag, maakten meteen duidelijk hoe besmettelijk de ziekte is. In Guangzhou waren in één stadsdeel maar twee besmette gezinnen. Niemand snapte waarom net die twee gezinnen, want ze hadden geen enkele band met elkaar. Toen bleek dat ze allebei vijf dagen eerder in hetzelfde restaurant hadden gegeten. In datzelfde etablissement had ’s middags ook een vrouw uit Wuhan gegeten, die in de namiddag ziek is geworden. Zo snel kan het dus gaan.

Chinezen die op stap gaan, moeten te allen tijde een groene ‘gezondheidscode’ kunnen tonen op hun telefoon. ‘Geen land is meer geschikt om dit virus aan te pakken dan een autoritaire controlemaatschappij als China.’Beeld Xiao Yijiu

“Tot vorige week bleef ik maar mailtjes krijgen van collega’s uit België en Nederland die me schreven: ‘Sterkte daar!’ Dan dacht ik: ‘Hoezo, sterkte hier? Wij zijn er bijna uit. Jullie moeten jezelf sterkte toewensen. Hebben jullie nog altijd niet door dat jullie nu zélf in Wuhan zitten?’ 

“Ik weet dat het coronavirus vergeleken wordt met een griep, maar bij mijn weten zijn er geen griepepidemies waarbij Italiaanse legertrucks lijkkisten moeten gaan ophalen. Of waarbij het leger in Spanje doden uit de rusthuizen moet halen omdat de verzorgers het niet meer aankunnen.”

BANK VOORUIT 

China stuurde drones de lucht in om mensen die buiten liepen aan te manen terug naar binnen te gaan. De Chinese controlemaatschappij, dacht ik toen nog. Maar nu zien we dat de politie in België hetzelfde doet. 

Vervaeke: “Belgen voelen natuurlijk een enorm cultuurverschil: ‘China is een dictatuur, dus hebben we daar geen lessen van te leren.’ Maar sommige van die draconische maatregelen waren gewoon efficiënt, en misschien zijn er niet zo veel alternatieven. Ik had er een discussie over met een Nederlandse collega die het akelig vond, en een schending van de individuele burgerrechten. Misschien ben ik al een beetje Chinees geworden, maar ik was het daar niet mee eens. In een crisissituatie moet je misschien even bepaalde individuele burgerrechten aan de kant schuiven – om ze daarna weer in ere te herstellen, natuurlijk. Al is het de vraag of dat in China zal gebeuren. Toen ik deze week rondliep in Peking en al die controleurs met hun thermometers zag, dacht ik: geen land is meer geschikt om dit aan te pakken dan een autoritaire controlemaatschappij als China.”

Kun jij over de coronacrisis schrijven wat je wil in China? 

Vervaeke: “Je kunt als buitenlands journalist in China alles schrijven wat je wilt: er is geen censuur, maar je kunt wel op het matje worden geroepen. In de afgelopen weken hebben meer dan tien correspondenten van Amerikaanse media hun perskaart verloren, en zij moeten China nu verlaten. Soms worden journalisten onder druk gezet door hun visum pas heel laat te verlengen. Dat komt over als een soort waarschuwing: we houden je in de gaten. 

“Het is heel moeilijk om precies te weten wat hier allemaal speelt, omdat veel mensen niet met een buitenlandse journalist durven te praten. Dat kan ik hun niet kwalijk nemen. Academici die kritische dingen hebben gezegd in de buitenlandse pers zijn hun baan verloren, of door de politie opgepakt. Ook anoniem durven mensen niet getuigen, omdat ze bang zijn dat met alle controletechnologie toch wel achterhaald wordt dat zij het waren.” 

China maakt op wereldvlak grote sier door heel genereus te zijn met mondmaskers en medische hulp, een rol die de VS normaal op zich nemen. President Xi heeft nu zelfs hulp aangeboden aan de VS, die in chaos dreigen weg te zakken. Zou het kunnen dat de hele coronacrisis uiteindelijk een opsteker van wereldformaat wordt voor de Communistische Partij? 

Vervaeke: “Zoals het er nu naar uitziet, lijkt het me onvermijdelijk dat China punten scoort met zijn mondkapjesdiplomatie. Amerika krijgt de crisis maar traag onder controle en kiest voor zichzelf, terwijl China er door zijn kordaat optreden in geslaagd is om de pandemie te bedwingen én dan ook nog eens andere landen te hulp schiet. 

“We moeten nog voorzichtig zijn met voorspellingen, maar dit kan een nieuw scharnierpunt worden in de concurrentiestrijd tussen twee economische wereldmachten. Net zoals met de financiële crisis in 2008, toen het Westen volledig de teugels kwijt was en China de reddende hand uitstak door noodleningen te verschaffen en bedrijven en havens in Griekenland en Italië op te kopen. China is toen een bank vooruit geschoven. Het betekende ook een enorme boost voor het zelfvertrouwen van het land. In vergaderingen met de VS waren het niet meer de Amerikanen die automatisch de lakens uitdeelden, maar de Chinezen die op hun strepen stonden. Dat zou nu opnieuw kunnen gebeuren – gesteld dat er geen nieuwe uitbraak in China komt of de VS er plots wonderlijk snel bovenop komen. 

“In post-coronatijden kan dat Europa nog voor problemen stellen, want zoals je weet is hulp nooit gratis. Achteraf komen de voorwaarden: ‘Steun ons op het politieke wereldtoneel.’ Wanneer Amerika dat voorheen vroeg, was dat nooit zo moeilijk voor de EU, omdat ze voor een groot stuk dezelfde waarden hebben. Met China wordt dat een pak moeilijker. Het is altijd lastiger om je eigen waarden te verdedigen als je je hand moet ophouden voor een aalmoes.” 

Corona zet de wereld op z’n kop. 

Vervaeke: “Het zijn interessante tijden als journalist, maar erg vermoeiend. Het mag voor mij wel even stoppen. Ik kijk uit naar het einde. Maar goed, dat is nog niet in zicht. En voor jullie nog minder. Sterkte daar!”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234