Zaterdag 16/01/2021

In Berlijn behoort de geschiedenis nooit tot het verleden

Het holocaustmonument in Berlijn blijft de gemoederen verhitten, maar is slecht het topje van de ijsberg. Zigeuners, homo's en geestelijk gehandicapten willen hun eigen monument. Links wil Rosa Luxemburg eren, rechts communistische vuisten verwijderen. De Duitse hoofdstad heeft meer geschiedenis dan zij aankan.

Philippe Remarque

Er was deze keer maar een klein grapje voor nodig om het debat over het holocaustmonument in aanbouw weer te doen opvlammen. De schuldige was Peter Eisenman, de joods-Amerikaanse architect die het gigantische blokkenveld naast de Brandenburger Tor heeft ontworpen.

Hij vertelde dat zijn tandarts in New York hem had gevraagd of zijn vullingen misschien van Degussa kwamen. Een verwijzing naar de rel van vorige herfst. De coating van het holocaustmonument bleek toen afkomstig van het chemiebedrijf Degussa. Een dochteronderneming daarvan heeft in de oorlog het gifgas Zyklon-B geproduceerd, waarmee in de kampen joden werden vergast. De bouw van het monument werd stilgelegd, en na een pijnlijk debat hervat, met Degussa.

Eisenman dacht de leden van het curatorium op te vrolijken. Maar hij vergat dat er een wereld van verschil is tussen de joden in New York en het mijnenveld van de officiële herdenking in het land der daders. Het holocaustmonument in Berlijn is niet het domein van Woody Allen, maar van Lea Rosh, de 67-jarige journaliste die tien jaar verbeten heeft gestreden voor het project er kwam.

Wegens haar moralisme eindigde ze vorig jaar op één in de tophonderd van 'gênantste Berlijners' van het uitgaansblad Tip. Maar aan persoonlijke aanvallen is Rosh wel gewend. "Geen volk wil graag aan zijn grootste misdaad herinnerd worden", zegt ze. "Als ik me zou inzetten voor een Goethe-monument, dan was ik een stuk populairder."

Rosh en de voormalige leider van de joodse gemeente in Berlijn, Alexander Brenner, vonden het grapje van Eisenman zo smakeloos dat ze de vergadering verlieten. "Het was een bespotting van de slachtoffers", zegt Rosh achteraf. Brenner overleefde zelf het concentratiekamp en vindt het nu "grenzen aan het ondraaglijke" dat deze architect verantwoordelijk is voor het monument. De joodse leiders eisten schriftelijke excuses van Eisenman en kregen die uiteindelijk.

Inmiddels wordt de zin van het hele 'monument voor de vermoorde joden van Europa' weer eens in twijfel getrokken, en nog wel door de voorzitter van de joodse gemeente in Berlijn. "De zogenaamde grap is net zo'n horror als de discussie over de deelname van Degussa en net zo'n horror als het hele monument", zei Albert Meyer.

"De schandaalmachine holocaustmonument is weer aangesprongen", schreef de Berliner Zeitung vermoeid. Vijftien jaar van discussies en een bondsdagdebat zijn achter de rug, de bouw van de grijze blokken schiet eindelijk in gang. Op 8 mei 2005, precies zestig jaar na het einde van WO II, wordt het monument met informatiecentrum ingewijd. Rosh, die erkent dat de helft van de bevolking nu tegen is, denkt dat met de voltooiing ook de acceptatie komt.

Anderen verwachten dat het monument in het hart van de nieuwe hoofdstad controversieel zal blijven, zoals de joods-Duitse schrijver Rafael Seligmann, die het "overbodig en gevaarlijk als een blindedarm" noemt. "Je kunt de bevolking nu eenmaal geen rouw opdringen." Hij hekelt de "gigantomanie" van het blokkenveld. "Dat schrikt mensen af."

Het holocaustmonument is het grootste en het felst omstreden herinneringsproject in Berlijn. Maar het is slechts het topje van de ijsberg. Berlijn heeft zoveel geschiedenis dat de verwerking ervan zelfs de ijverigste herdenker voor problemen stelt. Het was de hoofdstad van de mislukte Weimar-democratie, de centrale van de nazi-Schreibtischmörder en een brandpunt van communistische onderdrukking. In zo'n stad kan heel wat herinnerd worden. Zoals veel publicisten niet nalaten spottend te vermelden, gaan de Duitsers daarbij even grondig te werk als destijds bij de misdaad zelf. Zonder een felle strijd tussen links en rechts over de interpretatie van de geschiedenis gaat dat zelden. Er wordt geen plein genoemd of de linkse partijen willen een joodse vrouw eren, terwijl de CDU iets ander voorstelt.

Helmut Kohl probeerde in 1993 als bondskanselier een nationaal monument te creëren door de Neue Wache aan Unter den Linden te wijden aan "de slachtoffers van oorlog en tirannie". Maar sommige hoogwaardigheidsbekleders bleven weg uit protest, omdat Kohl omgekomen nazi's gelijk leek te stellen aan vermoorde joden. "Duitse moordenaars zijn geen slachtoffers", scandeerden linkse demonstranten.

Alsof het eeuwige links-rechtsconflict nog niet genoeg was, heeft Berlijn er een oost-westtegenstelling bij gekregen. Na de hereniging werden standbeelden omvergehaald en straten omgedoopt die naar communistische grootheden waren vernoemd. Zo heet de Leninplatz nu Platz der Vereinten Nationen. Op de plaats van het twintig meter hoge Lenin-beeld spuit een onschuldige fontein. Al snel ontstond protest onder Oost-Duitse burgers die hun verleden wilden verdedigen. De slag om Lenin verloren ze, net als die om de Clara Zetkinstrasse. Maar het gigantische hoofd van de door de nazi's vermoorde communistenleider Ernst Thälmann werd na protest gespaard.

Een moeilijke categorie vormen de DDR-monumenten die nazi-gruwelen herdenken en tegelijk propaganda bedrijven. In de Oost-Berlijnse wijk Köpenick is tien jaar lang gediscussieerd over een gebalde vuist op een betonnen zuil van zes meter. Het monument is gewijd aan de beruchte 'Köpenicker Blutwoche', een van de eerste terreuracties waarbij de nazi's politieke tegenstanders mishandelden en vermoordden. DDR-slachtofferverenigingen en de lokale CDU willen de vuist afbreken, omdat ze intimiderend is en voor het communistische regime staat.

"Dat is beeldenstorm", zegt Eva Mendl, een lokale bestuurder van de ex-communistische PDS. "Wij Duitsers hebben een probleem als het om onze geschiedenis gaat." Juist in Köpenick, waar de extreem-rechtse NPD haar hoofdkwartier heeft, "mogen we niet wegkijken". Maar omdat ook de PDS erkent dat de geschiedenis in de DDR-tijd werd misbruikt, wordt de vuist nu geïntegreerd in het kunstwerk Gebroken paden. "En we planten wat bomen, zodat het er minder dreigend uitziet."

De Berlijnse wethouder van Cultuur Thomas Flierl, ook een PDS-politicus, stookt het monumentendebat inmiddels flink op. Onlangs onthulde hij op de Potsdamer Platz een oude sokkel voor een nooit opgericht standbeeld van de vroege communistenleider Karl Liebknecht. "Dan bieden we een beetje tegenwicht tegen al die commercie hier", zei hij tevreden.

Dit is nog maar het begin voor Flierl, een filosoof met een klein brilletje en een groot machtsbewustzijn. Veel controversiëler is zijn plan, vastgelegd in het regeerakkoord van het rood-rode Berlijnse stadsbestuur, om een monument op te richten voor Rosa Luxemburg, met Liebknecht aanvoerder van de Spartakus-opstand in 1919. "Zo kunnen de mensen in het oostelijke deel zien dat ook hun opvatting van de geschiedenis wordt geëerd", zegt Flierl, zelf een Oost-Duitser.

De rechtse Springer-pers in de stad protesteert en coalitiepartner SPD zit ermee in zijn maag. De historicus Heinrich August Winkler verwijt de sociaal-democraten "de stichting van de eerste Duitse democratie te verraden". Liebknecht en Luxemburg probeerden de Weimar-republiek immers omver te werpen en een dictatuur naar sovjetvoorbeeld te vestigen. Bovendien, zeggen de critici, heeft Rosa Luxemburg al negen kleinere monumenten in Berlijn, onder andere op de plek waar ze in 1919 door een rechtse militie werd vermoord en in het Landwehrkanal gegooid.

Terwijl de strijd van 85 jaar geleden zo dunnetjes wordt overgedaan, genereert het grote holocaustmonument een geheel eigen probleem: de andere nazi-slachtoffers willen ook hun monument, en wel op een centrale plaats in de buurt van het holocaustmonument. Vlak naast de Rijksdag geeft een bord aan dat hier het monument ontstaat voor de in het door de nazi's bezette Europa vermoorde Sinti en Roma.

Het onderwerp van strijd bij dat ontwerp is de voorgestelde tekst, die de moord op de zigeuners onder Hitler gelijkstelt aan de moord op de joden en het aantal slachtoffers op een half miljoen becijfert.

Tegenover het holocaustmonument komt een monument voor de vervolgde homo's, die onder Hitler in groten getale in concentratiekampen terechtkwamen. Hun lobby is sterker gebleken dan die van de geestelijk gehandicapten. De nazi's vermoordden er zestigduizend in hun 'euthanasieprogramma'. Maar het lukte een actiegroep niet in plaats van het bestaande gedenkteken een groter monument met museum gefinancierd te krijgen. Een tamelijk eenzame strijd leveren ook de deserteurs en andere slachtoffer van de militaire rechtspraak van de nazi's.

Critici hekelen de morbide aandoende indeling naar slachtofferlobby's en dodentallen. "We willen toch geen nieuwe Selektion?", zegt de joodse schrijver Seligmann, een nazi-begrip gebruikend. "Het is absurd om die mensen uit elkaar te halen, die zijn samen vermoord." Als er dan toch een holocaustmonument moet komen, dan eentje voor alle nazi-slachtoffers, vindt Seligmann.

Dat voorstel klinkt de laatste tijd weer vaker. De Bondsdag heeft echter in 1999 na lange discussies besloten dat de moord op de joden uniek is en daarom apart moet worden herdacht. De andere slachtoffers kregen in het besluit hun eigen monument toegezegd. "De moord op de joden is met niets te vergelijken", zegt initiatiefneemster Lea Rosh. "De homoseksuelen zijn vastgezet. Dat is iets anders dan te worden vergast in Treblinka. Je kunt niet alle slachtoffers op één hoop gooien; je moet juist hun individuele lot begrijpelijk maken."

Hoeveel stenen er ook in Berlijn neer worden gezet, de discussie over de grootste misdaad uit de geschiedenis wil niet verstommen. Sommige Duitse denkers beschouwen dat als iets positiefs. Het jarenlange debat, zeggen ze, is op zichzelf al een soort holocaustmonument.

die samen zijn vermoord'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234