Vrijdag 15/01/2021

Column

In Belgische stadions word je beschouwd als een bende brulboeien

Beeld UNKNOWN

Filip Joos is een Vlaamse sportverslaggever en columnist voor De Morgen.

Ook al werden we daar in het college waar ik mijn middelbare school afhaspelde door een beperkt kransje leraren halvelings en halfhartig toe aangespoord, superieur ten opzichte van de leerlingen die niet de latijn-wiskunde volgden, voelde ik me niet. Waarschijnlijk omdat mijn cijfers voor wiskunde, chemie en fysica tot diepe nederigheid stemden, maar ook omdat de leraren in kwestie nog niet half zo bevlogen waren als hun flukse collega's die de school niet als een fabriek van burgerlijk ingenieurs in spe beschouwden.

Toch heb ik me, in weerwil ook van mijn opvoeding thuis, waar de werkzaamheden van de mannen van de vuilkar nog net niet met een lofdicht werden bezongen, een paar keer aan de zonde der hoogmoed overgegeven. Vaak abusievelijk, zoals toen ik als tiener weigerde muziek in mijn leven toe te laten, want dat was voor sissies. Ik was een voetballer, en die deden het zonder muziek. Dacht ik, met de typische tienerkoppigheid waar je je achteraf dood om schaamt. Soit, toen ik de leeftijd bereikte waarop elke normale puber een gezonde strijd met pa en ma voerde om een uurtje later op de dorpsfuif te mogen blijven, vroegen die van mij bezorgd of ik toch niet eens op zijn minst naar een klasfuif zou gaan, misschien amuseerde ik me er wel?

Heel af en toe was dat superioriteitsgevoel ook terecht. Zoals toen ik bij Lyra ging voetballen, en we onze trainingen afwerkten op twee voetbalvelden die vlak naast Dancing Illusion lagen. In ijdele overmoed hadden we, in navolging van Milanello, het formidabele oefencentrum van AC Milan, een groot bord opgehangen met in fiere letters 'Centro Sportivo di Lyranello', maar tegen de flikkerende reuzenneon van de befaamde discotheek konden we niet op.

In de zomer pleegden we ook wel eens op zondagochtend te trainen. Terwijl wij onze rondjes maalden en aanvalsautomatismen aankweekten, stonden op de belendende parking tientallen cabrio's, met daarin jongeren als wij, met dat verschil dat zij net de nacht aan flarden hadden gedanst op een cocktail van pillen en boenkeboenkeboenk, en er dus niks beters op vonden dan onder de ochtendzon hun roes uit te slapen in hun gepimpte cabriolets. Ik beken: ik voelde me eindeloos superieur ten opzichte van die wezens, die ik al even onthoofd achtte als hun auto's.

Afgelopen donderdag was ik in Liverpool, een stad die twee dingen uitademt die ik dus ooit, als compromisloze tiener, onverenigbaar achtte: voetbal en muziek. In de stad van The Beatles rijden als Yellow Submarines vermomde busjes rond, bots je in een steegje op The Cavern Club waar het allemaal begon, stoot je weer een straathoek verder op een fresco van John Lennon, terwijl Mc Cartney's beeltenis als lichtsculptuur de nacht aan Albert Dock iets minder dreigend maakt.

Op Anfield Road, voor de Europese clash tegen Zenit, was er muziek. Normaal, zal u zeggen, dat is in Belgische stadions ook zo. Wacht. Op Anfield begonnen ze met Johnny Cash. 'Ring of fire'. En daarna, een klein kwartier voor de aftrap, net voor de speaker de ploegopstellingen zou meedelen, klonk 'Imagine' door het stadion. Ik betrapte mezelf op meezingen, keek om me heen, en zag dat ik niet alleen was. Maar de mensen deden het zachtjes, niet uit volle borst, niet om oorlog te maken. 'Imagine no possessions', de Russische tycoons op de tribune kregen haast een hartverzakking, maar in Liverpool met, geloof me, heus niet alleen middle class supporters op de tribune, kan het dus: een zacht liedje. Met een boodschap zelfs.

In Belgische stadions word je daarentegen nog altijd beschouwd als een hersenloze discotheekbezoeker, als een bende brulboeien, alsof een wedstrijd niet op gang kan worden getrapt zonder een portie 'Gangnam Style' of hoe de debiele plaat van het moment ook mag heten.

Toen de Kop op Anfield Road 'You'll never walk alone' inzette, was de betovering al verbroken. Dat lied mag dan wel in Liverpool ontstaan zijn, het is toch vooral aan inflatie onderhevig, ze zingen het overal. Maar tijdens Imagine voelde ik me superieur. Als nooit tevoren, want samen met 40.000 anderen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234