Zondag 19/09/2021

Fotoreportage

In beeld: het begraven conflict van Nagorno-Karabach

Tijdens het conflict lieten, afhankelijk van de bron, 1.500 tot 5.000 Armeniërs het leven. Beeld OLIVIER PAPEGNIES
Tijdens het conflict lieten, afhankelijk van de bron, 1.500 tot 5.000 Armeniërs het leven.Beeld OLIVIER PAPEGNIES

Nu Azerbeidzjan de controle mag houden over de gebieden die het heroverde op de Armeense enclave, is de wekenlange strijd om Nagorno-Karabach voorbij. Fotograaf Olivier Papegnies was in de betwiste regio, waar duizenden doden vielen.

Nagorno-Karabach. Zou het zijn omdat de naam alleen al een tongbreker is? Omdat de regio in het zuidwesten van Azerbeidjan met haar dichte bossen en bergketens in ons hoofd gecatalogeerd staat als onherbergzaam gebied? Of is het omdat het conflict dat zich er afspeelt zo ingewikkeld is, zo’n complexe voorgeschiedenis heeft, dat we geen moeite willen doen om het te begrijpen en dus maar meteen doen alsof het niet bestaat?

De strategisch belangrijke stad Sjoesja werd hevig gebombardeerd. Beeld OLIVIER PAPEGNIES
De strategisch belangrijke stad Sjoesja werd hevig gebombardeerd.Beeld OLIVIER PAPEGNIES

Feit is dat er daar, in de zuidelijke Kaukasus, de afgelopen maanden een strijd woedde waar – afhankelijk van de bron – tussen 1.500 en 5.000 doden gevallen zijn en tienduizenden burgers ontheemd raakten. “Dat gebeurt allemaal aan de poorten van Europa en toch lees en hoor je er in de westerse media nauwelijks over”, zegt de Brusselse fotograaf en World Press Photo-winnaar Olivier Papegnies.

Met bloed doordrenkte draagberries in het ziekenhuis van Stepanakert. Beeld OLIVIER PAPEGNIES
Met bloed doordrenkte draagberries in het ziekenhuis van Stepanakert.Beeld OLIVIER PAPEGNIES

Wat hem meteen intrigeerde om er vooral wél naartoe te gaan. Papegnies arriveerde op 27 oktober, exact een maand na de escalatie van het conflict, en bleef er een kleine week. “De dag dat we aankwamen nam de intensiviteit van de bombardementen net toe”, vertelt hij. “Ik was bijvoorbeeld in een kraamkliniek in de stad Stepanakert, een uurtje nadat het ziekenhuis gebombardeerd was. Terwijl we daar waren, ging het alarm af: opnieuw was de kliniek het doelwit. Zo gaat het daar: niet alleen militaire zones worden geviseerd. Mensen leven in de kelders van hun huizen of schuilen in het souterrain van andere gebouwen. Zelfs in de crypte van de kerk verbergen mensen zich. Of toch degenen die er nog zijn. Zestig procent van de bevolking heeft de regio al verlaten.”

Veel families zijn op de vlucht en zoeken onderdak in hotels in toeristenstad Goris. Beeld OLIVIER PAPEGNIES
Veel families zijn op de vlucht en zoeken onderdak in hotels in toeristenstad Goris.Beeld OLIVIER PAPEGNIES

Om te begrijpen wat er in Nagorno-Karabach precies gaande is, moeten we de geschiedenisboeken erbij halen. De Armeniërs hebben immers niet altijd in het conflictueuze gebied gewoond. Ze vluchtten erheen toen de Turken tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog hun Armeense landgenoten begonnen uit te moorden. Een deel van die Armenen week uit naar de toenmalige Russische deelstaat Armenië, anderen gingen verder, naar Azerbeidzjan, waar al gauw ook de pogroms aanvatten. Armeense immigranten trokken zich daarop terug in de Azerbeidzjaanse regio Nagorno-Karabach.

Hevige strijd of niet, de herders blijven op zoek naar geschikte plekken waar hun schapen kunnen grazen. Beeld OLIVIER PAPEGNIES
Hevige strijd of niet, de herders blijven op zoek naar geschikte plekken waar hun schapen kunnen grazen.Beeld OLIVIER PAPEGNIES

Daar arriveerden zo veel Armenen dat ze al snel de meerderheid vormden. Het voedde de drang naar onafhankelijkheid in Nagorno-Karabach: na de val van de Sovjet-Unie wilde de regio zich afscheiden van Azerbeidzjan en aansluiten bij het vroegere Russisch Armenië. Azerbeidzjan verzette zich fel, wat in 1988 leidde tot een gewapend conflict waarbij 30.000 mensen omkwamen en honderdduizenden dakloos werden.

De troepen van het Azer­bei­dzjaan­se leger naderen. Het Armeense leger stuurt versterking naar Sjoesja. Beeld OLIVIER PAPEGNIES
De troepen van het Azer­bei­dzjaan­se leger naderen. Het Armeense leger stuurt versterking naar Sjoesja.Beeld OLIVIER PAPEGNIES

In 1994 werd onder internationale druk het conflict bevroren, maar het bleef sluimeren. Wat het conflict nog explosiever maakt, is de steun van de grootmachten in de regio: Azerbeidzjan kan rekenen op Turkije, Armenië op Rusland.

Deze clusterbom kwam na zijn val niet tot ontploffing in Sjoesja. Beeld OLIVIER PAPEGNIES
Deze clusterbom kwam na zijn val niet tot ontploffing in Sjoesja.Beeld OLIVIER PAPEGNIES

Azerbeidzjan veroverde de afgelopen maanden stukken land in de Armeense enclave. Wie daar woonde, sloeg op de vlucht, maar niet na zijn huis en zijn hele hebben en houden in brand te hebben gestoken. Liever dat, dan het over te laten aan de Azeri’s, zag de fotograaf. De overgebleven bevolking schippert volgens Papegnies inmiddels tussen hoop en wanhoop.

Soldaten aan de Laçin-corridor, de bergpas die de verbinding vormt tussen Armenië en Nagorno-Karabach.
 Beeld OLIVIER PAPEGNIES
Soldaten aan de Laçin-corridor, de bergpas die de verbinding vormt tussen Armenië en Nagorno-Karabach.Beeld OLIVIER PAPEGNIES

“De Armenen hebben een enorme strijdlust. Maar een Armeen die ik sprak, vatte het zo samen: ‘Het zijn niet de woorden van onze vijanden die we zullen onthouden, maar het stilzwijgen van onze vrienden’. Ze kunnen maar niet begrijpen waarom de internationale gemeenschap hen niet erkent en als onafhankelijke regio steunt. De Armenen worden niet gedreven door wraak of haat, zeggen ze, zij willen alleen vrede. Maar oorlog is oorlog: ik was nu bij de Armenen, veel kans dat de Azeri’s net hetzelfde zeggen. Want dat is mijn ervaring met oorlog: het lijden, dat heb je altijd aan de twee kanten.”

Aartsbisschop Barkev Martirosian bidt in de crypte van de kathedraal. Beeld OLIVIER PAPEGNIES
Aartsbisschop Barkev Martirosian bidt in de crypte van de kathedraal.Beeld OLIVIER PAPEGNIES
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234