Donderdag 23/01/2020

In Ateret dragen ze een pistool maar leren Arabisch

Uit een witte container, hoog op een heuvel, waaiert pianomuziek van Franz Liszt. Uit een andere container knalt de gitaarintro van 'Sweet Child O' Mine' van Guns N' Roses. Liszt, Axl Rose en Slash, het lijkt een vreemde cocktail van muziekstijlen, hier in de Joodse nederzetting Ateret, hooggelegen op land dat zowel Palestijnen als religieuze joden als het hunne beschouwen.

"Vreemd? Nee hoor, de leerlingen spelen hier alle muziekstijlen: rock, jazz, klassiek", zegt Uri Heilbron (39). Hij is rector van de lokale middelbare jongensschool. Muzieklessen vormen een belangrijk onderdeel van het lesprogramma. "Israëlische jongens uit het hele land komen hier studeren."

Uri is 'kolonist', althans zo wordt hij in de westerse media omschreven. Zelf bestempelt hij zich als "Israëliër, net zoals de inwoners van Tel Aviv dat zijn". Achttien jaar geleden kwam hij uit de Nederlandse regio Achterhoek naar de Westoever. Naar "Judea en Samaria", zoals hij zelf zegt. Hij vestigde zich in Shiloh, een van de vele Joodse nederzettingen diep op de Westoever. Hij trouwde en heeft samen met zijn Nederlandse vrouw vijf kinderen, met een zesde op komst.

Als het aan hem ligt, gaat hij nooit meer weg, zegt hij, terwijl hij in Shiloh rondgaat in zijn huis, dat momenteel een grondige verbouwing ondergaat. Staand op het terras wijst hij rechts naar het dal, dat goud kleurt door de ondergaande zon. "Daar heeft duizenden jaren geleden de tabernakel gestaan. Ik voel mij als religieuze jood zeer verbonden met dit land, meer dan in Tel Aviv of Eilat." Ook zichtbaar vanaf het terras zijn de Palestijnse dorpen Turmusaya, Sinjil en Khirbat Abu Falah.

Dagelijks scheurt Uri op zijn motor van Shiloh naar zijn school in Ateret, over wegen die ook door de Palestijnen in de dorpen beneden worden gebruikt. Is hij wel eens bang? "Nee hoor", zegt de rector. Uit zijn broek steekt een pistool, dat hij altijd bij zich draagt. "In al die jaren één keer gebruikt. Om in de lucht te schieten."

Het werk aan zijn huis wordt verricht door Palestijnse arbeiders, zegt hij. Het werk ligt nu stil. "De Palestijnse arbeiders mogen deze week Shiloh niet in, in verband met de onlusten die rond de VN-vergadering worden verwacht."

Als we Uri vragen hoe zijn leven hier eruit zal zien over pakweg tien, twintig jaar, zegt hij: "Velen hier vinden dat de Palestijnen geen recht hebben op dit land. Ik ben een buitenbeentje en besef dat de Palestijnen hier ook al generaties wonen. Je kunt in de 21ste eeuw geen miljoenen mensen meer tegen hun zin verplaatsen. Daarvoor moet dus een oplossing komen. Als die er niet komt, vrees ik dat Israël meer en meer geïsoleerd zal raken."

Zou hij als gevolg van een toekomstig vredesverdrag met financiële compensatie naar Israël willen verkassen? "Het is een vraag waar ik geen antwoord op wil geven." Als hij zo gehecht is aan de grond hier, zou hij dan eventueel in een toekomstige Palestijnse staat willen wonen? Hij denkt even na: "Ik geloof niet dat ze ons willen hebben."

Hoe het dan verder moet? "Ik weet het niet. Misschien moet er een confederatie komen tussen Jordanië, de Palestijnen en Israël, zodat iedereen hier kan blijven wonen, in een land zonder hekken en muren. Maar het zal hoe dan ook een langdurig proces worden."

Bij vertrek zegt Uri dat hij onlangs een cursus Arabisch is begonnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234