Woensdag 13/11/2019

In alles wereldberoemd

Beerschot-legende, ex-Rode Duivel en eerste winnaar van de Gouden Schoen, Rik Coppens, is overleden. Hij werd 84 jaar. Hugo Camps neemt afscheid van de man met de gevaarlijke kont.

De laatste keer dat ik hem zag spelen was op het veld van Crossing Molenbeek. Hij was toen in de nadagen van zijn glorietijd. Het was een kil, armoedig stadionnetje. Hooguit driehonderd man in de houten tribune. Alle driehonderd wilden ze vooral het kontje van Rik Coppens zien. Zijn achterwerk was namelijk wereldberoemd geworden. Rik was gespecialiseerd in het 'zetten van zijn kont' waarmee hij een tegenstander vilein uitschakelde.

Eigenlijk was Rik Coppens in alles wereldberoemd, zij het dat hij tot zijn laatste snik in de kringloop van het Kiel en de Seefhoek gestold is gebleven. Vorig jaar, nazomer, nog werd hij gehuldigd door de fans van Beerschot. Hij was moeilijk te been, schuifelde met kleine pasjes over het veld, gaf een laatste ziekenfondstik tegen de bal. De beelden schrijnden. Aftakeling paste niet bij Rik. In zijn scherpe gezicht met arendsblik zag je zelfs tijdens zijn huldiging nog altijd het diepe verlangen naar contramine. Hij was een perfecte toneelspeler die niet moest zoeken naar een paar oorlogsgrimassen.

Geraffineerder dan een clown.

Uiteraard was de eerste Gouden Schoen voor Rik Coppens (1954). Ik herinner me dat de chef voetbal van Het Laatste Nieuws, Jan Pulinx, doodnerveus liep te ijsberen voor de uitreiking. Bang voor een onverwachte sneer van de bekroonde legende. Jan was een lieve, timide man. Hij zag Coppens weleens in het café van Marcel Vercammen in Diest. De zonen van Pol Jacquemyns mochten er ook graag vertoeven. Rocco Granata passeerde weleens.

Rik Coppens hield van het palaver, vooral als het over voetbal ging. Hardnekkig bleef hij het Antwerpse dialect spreken, vooral met mensen die geletterd waren. De taal uit de viswinkel van zijn vader zou hij niet verloochenen. Alsof het een daad van verzet was. Hij gaf klank en kleur aan de nu zo verdomde Seefhoek.

Flair van rebellie

Tegenover journalisten was hij kariger van taal. Meestal ook nog dwars en humeurig. Ik heb hem nooit voor de camera van de VRT kunnen slijmen. De voetbalman ergerde zich aan zogenaamde humaninterestprogramma's op televisie. Een beetje uitvoerig gesprek was voorbehouden voor echte voetbalverslaggevers. Rik eiste kennis van zaken, geen frivool gelul. Overigens zorgde hij zijn leven lang zelf voor humor, grappen en grollen. Hij zei me eens dat hij niet begrijpt dat er zo veel humorloze mensen rondlopen. "Ja, ook in het voetbal, vooral in het voetbal."

Man van zwart-wit en van paars, natuurlijk. Toch kwam hij eind jaren veertig naar de training in een rode Cadillac. Op zijn achttiende. Het was de sensatie van het Kiel, maar het zei ook iets over de ijdelheid van de stervoetballer. Coppens voelde zich de James Dean van zijn generatie. Niemand kon hem overtreffen in zijn provocatieve speelzucht. In de pose van de totaal vrijgevochten jonge held. George Best was op het veld een koorknaap vergeleken met Rik. In elke schijnbeweging van de Antwerpse balkunstenaar lag de flair van rebellie.

We geven de jongste tijd hoog op over de jonkies van het nationale voetbalteam. Hazard, Origi, De Bruyne en andere Lukaku's verrasten met hun snelle doorstroming naar volwassenheid, zei men alom. Even opfrissen: Rik Coppens was amper zestien toen hij debuteerde in het eerste elftal van Beerschot. Zoals Paul Van Himst bij Anderlecht.

Bij de dribbelkunst en de wonderschone doelpunten van Rik zagen Belgische voetbalfans in de jaren vijftig soms de zee branden. Rik was onhoudbaar in zijn genialiteit op de vierkante meter. Zijn dribbels waren een drietrapsraket, soms nam hij ook de scheidsrechter mee in zijn dadaïsme. Hij was wellicht de meest wendbare voetballer die ooit op Belgische voetbalvelden heeft gestaan. Van een atomische brille en ongrijpbaarheid.

Het kastesysteem van inhalige clubleiders en de reglementering voor buitenlandse voetballers stonden een internationale transfer in de weg. Hij wist van de interesse van AC Milan, Napoli en zelfs Barcelona. Speelde vriendschappelijk tegen het Santos van Pelé en Garrincha en schitterde ook in die wedstrijd als gelijke van de goden. Zeker is dat hij ook in buitenlandse competities van Italië en Spanje een grote smaakmaker zou zijn geweest. Wereldklasse, tenslotte.

Coppens deed alles op talent. Geen trainingsbeest, toch niet zoals de meeste Duivels van zijn generatie. Het zou mij verbazen dat ooit iemand hem heeft kunnen overhalen tot een bosloop. Dan liever een nachtelijk zwempartijtje, na een kroegmarathon. Natuurlijk stonden Antwerpse dames in de rij voor Rik Coppens, maar gezelligheid zocht hij toch vooral bij mannen die iets van voetbal kenden. Daar lag zijn romantische kant. Zijn voorliefde voor jazz bevestigde dat Coppens ook kon dromen, al bleef hij in zijn voetbalverhalen rationeel en zakelijk. Lyrisch was de centervoor alleen op het veld, met zijn benen, in artistieke onnavolgbaarheid.

Liefde voor de Ratten

Velen verkeken zich op de ogenschijnlijke nonchalance van Rik. Zijn achteloze mime- en gebarenspel. Daarachter ging wel een grote eergierigheid schuil, harder dan tropisch hout. In zijn voetballeven was Coppens een echte professional, in het leven tout court iets minder. Hij kwam uit een bemiddeld gezin dat zelfs tijdens de oorlog geen honger kende. De kleine Rik werd door zijn vader verwend als was hij de paashaas. Papa was zijn trouwste fan voor wie hij nooit iets mis kon doen en altijd de beste speler op het veld was. Toch is Rik altijd een voetballer van het Volkshuis gebleven. Hij wilde vooral de gewone mens plezieren, zei hij eens.

Die gewone mensen zaten in de jaren vijftig en zestig op het Kiel. Beerschot was een volksclub waar mensen met pet en gerolde sigaret zich thuis voelden. Toen de club de laatste jaren ook aan het skyboxvirus ging lijden, zegde de legende de onvoorwaardelijke liefde op. Hij bleef trouw naar alle thuiswedstrijden komen, maar de passie was geblust. Loges met uitgebreide maaltijden vond hij een gruwel. Ook daaruit bleek dat de briljante technicus stiekem aanleg voor romantiek had. Hij verketterde de doodgravers van zijn traditierijke club, maar ging toch als bedrogen minnaar op de tribune zitten. De fantasten die hun hand overspeelden als projectontwikkelaar konden rekenen op een genadeloos misprijzen, maar uiteindelijk was zijn liefde voor de Ratten te groot om uit het stadion weg te blijven.

Rik Coppens was een persoonlijkheid. Noch als voetballer, noch als trainer, noch als fan heeft hij het comfort van opportunistische eensgezindheid gezocht. In alles dissident, rolmodel voor individualisten met een afwijkende mening. Uitdagend soms in het eigen gelijk.

Als coach behield hij een soort exotische uitstraling op spelers en publiek, maar een verlichter van de dug-out was hij niet. Zijn gezag over spelers lag niet in zijn experimentele trainingen of avant-gardistische praatjes, maar des te meer in zijn verleden als weergaloze artiest. Nee, geen circusartiest, dat is hij nooit geweest. Hij was als speler niet te dresseren en als trainer zocht hij meer verstandhouding dan respect. Ik ken niemand in de voetbalwereld die zijn bezetenheid zo magistraal kon camoufleren als hij.

Eigenlijk was hij niet te doorgronden.

Als het voetbal in de jaren vijftig zo internationaal was geweest als het wielrennen in de jaren van Eddy Merckx was Rik Coppens over de hele wereld herkend als virtuoze grootmeester. Of het hem veranderd had als mens? Ik denk het niet. Rik voelde zich zeker geen provinciaal en hij sprak beter Frans dan de meeste N-VA-ministers. Man van de wereld ondanks het feit dat het hoge licht van San Siro, Camp Nou en Bernabéu niet over zijn kunstjes heeft mogen schijnen.

Coppens was zijn eigen licht, of toch altijd van binnen verlicht. Zwerven deed hij in het hoofd, niet van stad tot stad. Belg van de eeuw is hij niet geworden, maar Antwerpenaar van de eeuw had hij allang moeten zijn.

Gegroet, maestro. Jij hebt me geleerd hoe stoïcijns je kunt blijven in de controverse. Verwijten over je te grote neus en later over je Michelinbandjes in de heupen deden je weinig. Soeverein in het uitdelen en incasseren: ik had het je graag nagedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234