Donderdag 01/12/2022

AchtergrondAfrika

In Afrika worden tientallen rangers per jaar vermoord door stropers of guerrilla’s

Rory Young met een ivoren slagtand van een olifant. In Mali legde hij zich toe op de bescherming van de woestijnolifanten. In buurland Burkina Faso kwam hij vorig jaar om het leven.  Beeld Chengeta Wildlife
Rory Young met een ivoren slagtand van een olifant. In Mali legde hij zich toe op de bescherming van de woestijnolifanten. In buurland Burkina Faso kwam hij vorig jaar om het leven.Beeld Chengeta Wildlife

In de eerste helft van dit jaar werden al zeker 46 rangers vermoord. De oorlog met stropers maakt steeds meer slachtoffers. De moordenaars van Anton Mzimba en Rory Young lopen nog steeds vrij rond en dat werkt erg demotiverend voor andere rangers in Afrika.

Erik van Zwam

Gedood door stropers. In een hinderlaag gelopen en vermoord. Ontvoerd en vermoord. Verdronken tijdens een rivierpatrouille. Neergeschoten en de keel doorgesneden. Doodgeschoten door rebellen. Gestorven aan een giftige slangenbeet. Gedood door een luipaard. Van half juni 2021 tot half juni 2022 werden alleen al honderd rangers gedood.

De helft is vermoord vanwege hun werk. De bescherming van de natuur en het wild kent een hoge prijs. De oorlog met stropers maakt steeds meer slachtoffers. “2022 is tot nu toe het slechtste jaar voor rangers in Afrika. In de eerste helft zijn er al 92 doodgegaan, van wie 46 vermoord”, zegt Andrew Campbell, de directeur van Game Rangers Association of Africa. Het is een belangenorganisatie van rangers, die hen helpt met een betere uitrusting, training en ziektekosten- en levensverzekering.

De liquidatie van ranger Anton Mzimba (42) op 26 juli dit jaar vormt een nieuw dieptepunt in de verder escalerende oorlog met de netwerken van internationale stropers die uit zijn op de hoorn van neushoorns of de slagtanden van olifanten. Mzimba was de hoofdranger van het natuurpark Timbavati, iets buiten Hoedspruit in Groot Kruger, Zuid-Afrika. Hij stond bekend om zijn passie voor het beschermen van wild, hij deed geen concessies. Ook niet toen hij met de dood werd bedreigd door een stropersnetwerk dat in Timbavati op neushoorns wilde jagen en Mzimba en zijn rangers op hun weg vond.

Mzimba weigerde te wijken, weigerde onder te duiken en voerde de bescherming van Timbavati op. Eind september vorig jaar kwam er informatie over een naderende stropersgroep vanuit Mozambique. Mzimba verdubbelde de bewaking van zijn gebied.

Mzimba betaalde de hoogste prijs voor zijn standvastigheid. Op een avond stopte er een auto bij zijn huis in Bushbuckridge, terwijl Mzimba zijn wagen waste. Met veel kogels werd hij gedood. Zijn vrouw kreeg een kogel in haar buik en overleefde de aanslag. Zijn dood werd wereldnieuws.

“De politie zoekt de gevluchte daders nog steeds”, zegt Campbell enigszins moedeloos. Na anderhalve maand is er nog geen spoor. “Rangers over het hele continent kijken naar wat er hier gebeurt. Politie en Justitie vangen die criminelen niet met mooie woorden. Wij rangers kunnen de daders niet opsporen. Het is heel zorgelijk dat het onderzoek niets oplevert.”

Rangers in een wildpark in Kenia maken zich klaar om een verdoofde woestijnolifant wakker te maken. De olifant, Dakota, kreeg een halsband met satellietzender om zodat de parkwachters haar kunnen volgen.  Beeld Getty Images
Rangers in een wildpark in Kenia maken zich klaar om een verdoofde woestijnolifant wakker te maken. De olifant, Dakota, kreeg een halsband met satellietzender om zodat de parkwachters haar kunnen volgen.Beeld Getty Images

Het is ook slecht voor de neushoorn. De afgelopen twaalf jaar is volgens Campbell zo’n 70 procent van de neushoorns in Kruger gestroopt. Dat zijn er rond de tienduizend. “Zonder rangers was de neushoornpopulatie al lang uitgestorven in het grootste natuurpark ter wereld.”

Naast stropersbenden vormen rebellengroepen een bedreiging. “Het gevaarlijkste gebied voor rangers bevindt zich in de Democratische Republiek Congo, waar zeker 120 zwaarbewapende milities actief zijn. Zo moet een handvol parkwachters Virunga, het natuurgebied met de beroemde berggorilla’s tussen Congo, Rwanda en Oeganda, beschermen, terwijl er meer dan 500 guerrilla’s actief zijn. Dit is het werk van soldaten en niet het werk van rangers”, zegt Campbell.

Ook in West-Afrika, in Nigeria, Mali en Benin, is het gevaarlijk. Rory Young werkte met zijn Chengeta Wildlife-organisatie in Mali om de woestijnolifanten te beschermen en de lokale bevolking daarbij te betrekken. Hij trainde rangers in de Centraal-Afrikaanse Republiek, in Congo, en eerder in Zambia en Zimbabwe.

“Ik leerde hem kennen in Zambia toen hij daar safarigids was”, zegt zijn weduwe, de Nederlandse Marjet Young. “Hij maakte van zijn passie zijn werk en zette Chengeta Wildlife op. Rory was een uitstekende spoorzoeker. We verhuisden in die tijd naar Zimbabwe, waar hij rangers trainde en mee op patrouille ging. Rory deed ook onderzoek naar de mensen achter de stropersbenden. Dat bleken politici te zijn”, vertelt ze over de telefoon.

“Op een zeker moment kreeg ik dreigtelefoontjes. Als ik mijn twee kinderen van school haalde, werd ik achtervolgd. Ik was vaak alleen als Rory in de bush zat. Het liep zo uit de hand dat we ons niet meer veilig voelden en met de stille trom naar Nederland zijn vertrokken.”

Rory Young bleef zijn werk doen in andere delen van Afrika. Zo raakte Chengeta Wildlife betrokken bij een project in het Arly-natuurpark in Burkina Faso aan de grens met Benin. Met subsidie van de Europese Unie ontwikkelde hij duurzaam oerwoudbeheer. In de dichte uitgestrekte wildernis van Arly bevinden zich ook jihadistische groepen. Ze gebruiken het gebied als uitvalsbasis. De aan Al Qaida gelieerde jihadistische terreurorganisatie Jama’at at Nusrat al-Islam wal Muslimin, kortweg JNIM, heeft er diverse kampen met strijders.

Vorig jaar, eind april, gaat Rory Young op pad met een patrouille nieuwe rangers. Tientallen soldaten en twee Spaanse documentairemakers gaan mee.

“Hij belt me altijd de avond voor vertrek met de planning van de tocht. Hij zei dat hij drie dagen onderweg zou zijn. Contact is onmogelijk want er zijn geen telefoonverbindingen in het gebied. Op een gegeven moment stond de voorzitter van Chengeta, een oud-ambassadeur, aan mijn deur. Niemand kon contact krijgen met Rory, vertelde hij, ook niet via de ouderwetse radioverbinding. Het werd afwachten. Mijn zoon zei: ‘Papa redt het wel, die is zo weer terug.’ Toen kwamen de geruchten over gevechten. De volgende dag zijn de lijken gevonden van Rory en de twee Spaanse journalisten. Het konvooi was door rebellen van de JNIM aangevallen. Ze namen het drietal gevangen. Op een andere plek zijn ze geëxecuteerd.”

Als Marjet Young praat over Rory praat ze nog steeds in tegenwoordige tijd. Ze verontschuldigt zich ervoor. Ze kan er nog steeds niet aan wennen dat haar man vermoord is. “Het is een echte oorlog die rangers moeten voeren,” zegt ze “en die is Rory uiteindelijk fataal geworden.”

Het motief van de moord is nooit opgehelderd. De JNIM zwijgt. De meest logische verklaring is dat de JNIM niet zit te wachten op natuurbeschermers. Terreurorganisaties hebben bovendien een belang. Ze gebruiken het wild uit het oerwoud voor hun jihadisten. Ivoor, schubben van schubdieren en andere producten van wilde beesten worden in het illegale circuit verkocht om hun strijd te financieren.

Inmiddels heeft de tweede man van Chengeta, Greg Murphy, het werk van Rory overgenomen. “We werken nu in andere delen van Afrika. Mali en Burkina Faso zijn te gevaarlijk geworden door de aanwezigheid van IS en Al Qaida. Chengeta traint nu rangers en werkt met lokale gemeenschappen om de natuur te beschermen in Salonga National Park in Congo en in Dzanga-Sanga in de Centraal-Afrikaanse Republiek”, vertelt Murphy via een Zoom-gesprek.

Een ranger in Nakuru National Park, Kenia. Beeld LightRocket via Getty Images
Een ranger in Nakuru National Park, Kenia.Beeld LightRocket via Getty Images

De problemen zijn anders. “In Salonga zijn er criminele netwerken die stropers op pad sturen. Ze zetten valstrikken uit.” Die worden gecontroleerd op schubdieren, apen en herten. “Het vlees wordt gerookt, zodat het niet bederft.” Criminele organisaties verdienen veel geld aan de verkoop van bushmeat in de grote steden.

“Zo raakt het oerwoud steeds leger. Die stropers, die in opdracht van grote criminelen werken, moeten steeds dieper de jungle in om dieren te vangen. Rangers met wie wij werken verwijderen die valstrikken. Soms komt het tot een confrontatie met tientallen bewapende stropers. Gelukkig hebben onze mensen een geweer.”

De uitrusting van rangers is zowel voor Campbell als Murphy een grote zorg. Vaak gaan ze op pad op blote voeten of laarzen met gaten erin. Er is een gebrek aan rugzakken, slaapmatjes en muskietennetten. Rangers worden slecht betaald en zijn nauwelijks verzekerd.

Ook de bewapening laat veel te wensen over. Zo beschikken rangers in het oudste natuurpark in Zuid-Afrika, Hluhluwe-Imfolozi, alleen maar over karabijnen uit het begin van de vorige eeuw, terwijl internationale stropers over de modernste wapens beschikken. Rangers uit Hluhluwe-Imfolozi vertrekken inmiddels massaal naar banen elders, omdat ze hun werk niet meer goed kunnen doen. De neushoorns worden daar nu op grote schaal gestroopt.

Campbell: “Het aanpakken van stropen en het goed uitrusten en beschermen van rangers heeft in veel Afrikaanse landen, zoals Zuid-Afrika, geen prioriteit. Het werkt demoraliserend voor de mensen die vaak met hun eigen leven en met enorme inspanningen het wild en de natuur beschermen.”

Marjet Young is blij dat het werk van haar man onverminderd doorgaat. “De organisatie is in goede handen. Rangers zijn niet afgehaakt en de donateurs zijn gebleven.” Rory Young is veel te vroeg gestorven, net als Anton Mzimba, maar voor zijn weduwe telt nu de nalatenschap van haar man en dat is doorgaan met natuurbescherming en het beter trainen van rangers.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234