Zaterdag 03/12/2022

InterviewImke Courtois

Imke Courtois: ‘Vaak denk ik: ik vraag maar niet te veel geld, want dan verwachten mensen te veel van mij’

‘Ik heb heel veel interesses die met m’n focus flirten, heel veel dingen die ik graag wil doen. Ik heb iemand nodig die zegt: die twee ideeën zijn goed, die drie niet.’
 Beeld Johan Jacobs
‘Ik heb heel veel interesses die met m’n focus flirten, heel veel dingen die ik graag wil doen. Ik heb iemand nodig die zegt: die twee ideeën zijn goed, die drie niet.’Beeld Johan Jacobs

‘Een teer hartje,’ zeg ik. ‘Of een perfecte ajuin,’ zegt zij. We zitten gelukkig buiten gehoorsafstand van de barista wanneer Imke Courtois en ik het tekeningetje recenseren dat in ons koffieschuim gespoten is, en zij me een lesje prozaïsch naar de werkelijkheid kijken doceert. Courtois is nog jong (34), maar ook al veel ex: ex-profvoetbalster, ex-Red Flame, ex-meisje. Nu is ze vrouw, journaliste, analiste en presentatrice bij Sporza, en is er daarnaast altijd wel een column die geschreven of een doctoraat dat afgewerkt moet. Op Eén en Canvas praat ze u momenteel door de European Championships in München – de gebundelde Europese Kampioenschappen atletiek, wielrennen, turnen en nog een handvol andere sporten.

Jeroen Maris

En net nog gaf je in Engeland samen met Aster Nzeyimana commentaar bij de wedstrijden op het EK voetbal voor vrouwen.

Imke Courtois: “Het voelde als een vuurdoop, want ik had nog nooit langs de zijlijn gestaan bij een groot toernooi – ook niet bij de mannen. En hoewel ik een vaste Premier League-kijker ben, was ik nog nooit in een Engels stadion geweest. Wembley, Old Trafford… Het waren véél eerste keren.”

“Wedstrijdcommentaar geven was ook nieuw voor mij. Het is te zeggen: in België had ik wel al ervaring met de Super League, de hoogste afdeling in het vrouwenvoetbal. Maar dat is niet te vergelijken met de intensiteit van zo’n groot toernooi.”

Voelt het niet vreemd om te vertellen wat er op het gras gebeurt, in plaats van dat zelf mee te bepalen?

Courtois: “Het klinkt gek, maar ik voelde méér spanning dan toen ik zelf een van de speelsters was. Mijn moeder kwam vroeger naar al mijn wedstrijden kijken, en dan zei ze me dat dat telkens weer doodgaan was voor haar. De zenuwen! De spanning! Ik vatte dat niet helemaal: ze moest toch gewoon maar kijken? Ze droeg toch geen verantwoordelijkheid? Nu pas begrijp ik het. Als speelster bereid je je voor op zo’n match, er is een game plan, en op het veld bepaal jij de dingen – je hebt controle, of toch de illusie daarvan. Langs de lijn kun je alleen maar toekijken: je leeft even begeesterd mee met de wedstrijd, je wilt net zo hard winnen, maar je kunt het spel niet beïnvloeden. En daardoor ben je zenuwachtiger dan wie op het gras loopt.

“Ik vond het een mooi EK, met een aantal heel goeie wedstrijden. Dat viel mee, want er zijn ook toernooien die gewoon slecht en saai zijn, hè – ook bij de mannen. Maar dat was niet het geval. Engeland, Duitsland, Spanje: die ploegen kwamen met heel knap voetbal. Ik zag echte atletes, veel technisch vernuft, en mooie doelpunten.”

De Red Flames haalden de kwartfinales. Netjes, toch?

Courtois: “Dat was de concrete ambitie die ze vooraf uitgesproken hadden. Ik was blij dat ze dat deden: je moet toch met een welbepaald doel naar zo’n toernooi, vind ik. Tijdens het EK zelf begonnen ze het wel een stunt te noemen. Neeneenee, dacht ik toen, niet terugkruipen naar die underdogpositie: die kwartfinales zijn jullie dóél. Maar ze haalden het dus, en dat is belangrijk: sportief succes blijft de basis om meer ogen op de sport te krijgen. Je kunt het grote verschil in aandacht voor mannen- en vrouwenvoetbal nu eenmaal niet rechttrekken louter op basis van een mooi principe – ‘Vrouwen verdienen evenzeer de schijnwerpers als mannen.’ Neen, je moet ook sportief iets neerzetten. Dat hebben de Red Flames nu gedaan, en daar ben ik heel blij om.

“Tot voor kort kwamen de inspanningen vooral van de Voetbalbond. Die probeerde om de Flames mee te trekken in dat gecultiveerde sprookje van de gouden generatie bij de mannen. Dat verhaal hobbelt nu richting z’n einde, en dus moeten de vrouwen zélf voor een momentum zorgen. Die kwartfinale was een eerste belangrijke stap. Als de Red Flames zich volgend jaar kwalificeren voor het WK, zou dat de volgende mijlpaal zijn. Want sportieve prestaties maken dat de mannenclubs geïnteresseerd raken in hun eigen vrouwenafdeling. Je voelt dat nu: het begint te leven, er is aandacht van het publiek, er valt op commercieel vlak misschien wel wat te snoepen voor de clubs. Het momentum is er.”

Bewijzen we de Red Flames de grootste dienst met geduld? Of net met ongeduld?

Courtois: “Ik begrijp wat je bedoelt: moeten we vooral schouderklopjes uitdelen, en benadrukken dat ze alinea per alinea geschiedenis aan het schrijven zijn? Of moeten we wijzen op wat nog beter kan? Ik kies voor het tweede. Zo heb ik het ook in m’n commentaar op het EK gedaan: uiteraard hoopte ik telkens dat de Belgen zouden winnen, maar ik bleef wel kritisch. Een slechte match is een slechte match, en over iemand die vier keer alleen voor de doelvrouw komt en telkens mist, zeg je niet: ‘Toch leuk geprobeerd!’ Neen, dat zou net van dedain getuigen, van het ‘Ach, wat leuk dat de meisjes ook voetballen’-gif dat bestreden moet worden. Het vrouwenvoetbal – en dus ook: de Red Flames – heeft geen tedere aaitjes over de bol nodig. Wel: gezonde verwachtingen, ambitie, faire kritiek. De grote omwenteling zit ’m net in het feit dat het geen rariteit meer is. Dat het om het sportieve gaat – en dat er dus ook op het sportieve gequoteerd wordt.”

Voor de finale tussen Engeland en Duitsland trokken meer dan 87.000 toeschouwers naar Wembley.

Courtois: “Formidabel was dat. Over het hele toernooi waren er meer toeschouwers dan op het EK van 2017, en ik proefde veel positiviteit in de stadions. Het is ook meer een gezinsgebeuren dan bij het mannenvoetbal: meer dan veertig procent van de toeschouwers waren vrouwen, zo’n twintig procent jongeren onder de zestien.”

Minder opbeurend: de loonkloof blijft groot. Mannenvoetbal vormt een buikige economie op zichzelf, voor het vrouwenvoetbal blijven alleen muntjes over.

Courtois: “Enkel in een soort van utopische wereld krijg je zo’n grote kloof snel en eenvoudig dicht, in de werkelijkheid is het allemaal niet zo eenvoudig. Die loonkloof is zó groot, en bovendien het gevolg van een economische wetmatigheid. Het is momenteel niet realistisch om te zeggen: ‘Laat de mannen minder verdienen en de vrouwen meer, zodat ze elkaar in het midden ontmoeten.’ Zie je het pakweg Club Brugge al doen? Dan speelt het zichzelf uit de markt, en voetbalt het over drie jaar in het amateurvoetbal. Tenzij de bedragen die in het mannenvoetbal omgaan overál drastisch omlaag gaan – maar dat zie ik niet snel gebeuren. Neen, een realistische eis voor nu is: geef speelsters in de hoogste divisie een volwaardig maandloon, zodat ze het voetballen niet moeten combineren met een andere baan. Dat zou al een stevige revolutie zijn.”

“Bij de nationale ploeg pleit ik wél voor meer gelijkwaardige verloning. Daar gaat het immers vooral over symboliek – Kevin De Bruyne verdient z’n geld niet met de Rode Duivels, hè. Onder andere in de Verenigde Staten worden mannelijke en vrouwelijke voetballers al gelijk betaald – weliswaar na een rechtszaak die jaren aangesleept heeft. En in Nederland verdienen de mannen en de vrouwen nu evenveel aan hun portretrechten: ook dat is al een stap in de goede richting.”

“Het méést heeft het vrouwenvoetbal nu een professionalisering nodig: degelijke infrastructuur, goeie velden, slimme trainers, moderne medische begeleiding, de mogelijkheid om overdag te trainen… Dat is allemaal crucialer dan dromen over het dichten van die loonkloof.”

‘Vaak denk ik: ik vraag maar niet te veel geld, want dan verwachten mensen te veel van mij.’ Beeld Johan Jacobs
‘Vaak denk ik: ik vraag maar niet te veel geld, want dan verwachten mensen te veel van mij.’Beeld Johan Jacobs

WROETEN EN ZUCHTEN

Bij ex-voetballers die in het milieu blijven hangen is het heimwee naar het gras vaak tastbaar. Ze zijn coach, geven commentaar of doen zaakjes als makelaar, maar missen stiekem hun tijd op noppen. Jou is dat verlangen vreemd, geloof ik.

Courtois: “Pas op: ik voetbal nog altijd even graag. En dat is maar logisch ook. Achter een carrière kun je een punt zetten, achter een passie niet. Maar je hebt gelijk: stoppen met voetballen bezorgde me plots een korf mogelijkheden die ik als speelster niet had, en daar geniet ik nu van. Tijdens mijn carrière zat ik vast in een rigide structuur: opstaan, naar school of werk, thuiskomen en snel eten, en dan naar de training. Een mooi bestaan, absoluut, maar het pikte ook veel zuurstof in. Achteraf bekeken vind ik het straf van mezelf dat ik dat zo lang gedaan heb zonder me grote vragen te stellen. Hoewel: halverwege mijn jaren als twintiger begon het al stilletjes te dagen dat ik ook graag andere dingen wilde uitproberen. Ik voelde dat er een grote impulsiviteit in me woekerde, dat ik iemand ben die graag met hink-stap-sprongen van het ene naar het andere gaat – en dat kon toen natuurlijk niet. Op de dag van mijn afscheid heb ik mijn ogen meteen gericht op de dingen die al die tijd aan me getrokken hadden.”

Ik sprak je al eens in 2015. Toen voetbalde je nog, maar speelde het afscheid al door je hoofd.

Courtois: “En twee jaar later ben ik gestopt, ja. Ten tijde van dat interview stond ik op een scharniermoment: nog even voetballen, en dan zou de toekomst komen binnenvallen. Ik wist toen nog niet hoe dat leven er zou uitzien – ik voelde die opwindende combinatie van nieuwsgierigheid en podiumvrees.”

“In vergelijking met zeven jaar geleden is mijn leven flink veranderd, maar ik ben wel nog altijd diezelfde vrouw. Dat lijkt me maar logisch: aan de kern van wie je bent, valt niet veel te knutselen. Ik kan steeds beter inschatten waar ik goed in ben en wat mijn gebreken zijn, dat wel. En misschien ben ik wat rustiger geworden. (bedenkt zich) Alhoewel: ook vroeger al was ik niet iemand die vaak op stap ging, en elke seconde het drukke ruisen van de wereld wilde horen. Maar nu ben ik nóg meer gesteld op rustig thuis zijn, met een koffie achter de piano kruipen, en de kleine melancholie haar werk laten doen.”

‘Ik heb geen glimmend zelfbeeld,’ zei je toen ook.

Courtois: “Dat is nog altijd zo. Ik ben nogal een aanwezig iemand: ik praat graag, en ik aarzel niet om me uit te spreken in een groep. Dat wordt soms gelezen als de uiting van een fors, massief zelfvertrouwen. Maar dat klopt niet. Er kriebelt toch altijd een zekere verlegenheid in mij – een verlegenheid die ik dan wel altijd weer weet te overwinnen. Enfin, ik ben niet fundamenteel onzeker, maar ik loop evenmin over van zelfvertrouwen.”

Met Aster Nzeyimana in het commentaarhokje tijdens het EK vrouwenvoetbal. Beeld BELGA
Met Aster Nzeyimana in het commentaarhokje tijdens het EK vrouwenvoetbal.Beeld BELGA

Dat weerhoudt je er niet van om gulzig ja te zeggen op de dingen. Om te doctoreren, om voor Sporza te werken, om columns te schrijven.

Courtois: “‘Is het leuk of niet?’ Dat criterium hanteer ik wanneer iets op m’n pad komt. Vaak begint de twijfel pas te zeuren wanneer ik al heb toegezegd: ‘Maar zal ik dat ook kúnnen?’ Dan moet ik even de berg op. Dat maakt ook een slechte onderhandelaar van me. Ik denk vaak: laat ik maar niet te veel geld vragen, want dan laad ik een hoop verwachtingen op me. Dan moet ik het waarmaken. Anderen wijzen me er dan op dat dat niet zo bijster verstandig is: ‘Zo zullen ze je niet serieus nemen, Imke.’ (haalt de schouders op) Ach, ik heb vooral een hekel aan onderhandelen over geld. Ik speel dat spelletje gewoon niet graag: tactiek is voor in het voetbal.” (lacht)

Maar het hoeft dus niet te verbazen dat je niet in dat gelekte lijstje van VRT-grootverdieners staat.

Courtois: (lacht) “Nee, daar had ik mezelf ook niet meteen in verwacht. Ik maak me ook helemaal niet dik in die grote bedragen. Ik bekijk het met dezelfde pragmatische blik als de discussie over de voetballerslonen: zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar. En je kunt iemand toch niet verwijten dat-ie aanvaardt wat een werkgever hem aanbiedt?”

“Ik kijk nooit naar boven, naar wie meer verdient. Wel: naar beneden, naar wie minder heeft. Het stoort me eerder dat er in deze wereld mensen zijn die niet in hun basisbehoeften kunnen voorzien dan dat er mensen zijn die gevoelig meer verdienen dan ik. Dat de plaats waar je wieg staat nog altijd kan bepalen dat je een leven van wroeten en zuchten moet leiden: dát vind ik wraakroepend.”

SNIPPERTJE TIJD

Hoe staat het intussen met je doctoraat over de invloed van ademhaling op pijn?

Courtois: “Het is klaar, in die zin dat alle experimenten gebeurd zijn en ik alle data geanalyseerd heb, maar euh… Ik moet het nog finaal neerschrijven. Dat is nodig om mijn graad te halen, maar die was nooit een doel op zich: ik wilde competenties verwerven, en intellectueel gevoed worden. Dat is gelukt, en ik gebruik het in de dingen die ik nu doe. Maar toch knaagt het: het is niet afgesloten zo. ‘Schrijf het nu gewoon neer,’ zeg ik vaak tegen mezelf, ‘dan ben je klaar.’ Ik zou er eens twee maanden voor moeten gaan zitten.

“Het is een probleem waar ik wel vaker tegenaan loop: ik heb heel veel interesses die met m’n focus flirten, en er zijn heel veel dingen die ik graag wil doen. Ik heb daar wat begeleiding in nodig. Mensen die me zeggen: ‘Die twee ideeën zijn goed, die drie niet.’ Wanneer het bij Sporza voor mij even windstil is – gezien de volle sportkalender: niet al te vaak dus – werk ik ook voor de cel ‘Wetenschap en maatschappij’ van de VRT. Voor VRT NWS was ik daar eens bezig aan een artikel over digitale nalatenschap: hoe kun je na je dood toch voortbestaan? De technologische evolutie maakt de zotste dingen mogelijk: mind uploading, of teksten aan een algoritme cadeau doen zodat mensen na je dood nog gesprekken met je kunnen voeren op Facebook, of… Ik vind dat ontzettend boeiend, en ik schrijf er dus graag over. Maar mijn probleem – en allicht heeft dat te maken met mijn achtergrond als onderzoekster – is dat ik geen eindpunt vind. Ik begin te lezen, ik kom op iets interessants uit, en daarna op wéér iets interessants – en ik wil dat allemaal vangen. Als wetenschapper moet je elke vierkante centimeter minutieus beschrijven, maar als journalist moet je het vooral behapbaar kunnen neerschrijven. Ik moet nog leren om mezelf daar niet in te verliezen.”

In zowat elk interview meld je een nieuwe passie. Pianospelen, een zeildiploma halen, Italiaans leren, een schildercursus: het is slechts een greep uit de oogst van de afgelopen jaren.

Courtois: “Mijn zeildiploma heb ik gehaald, dat Italiaans was maar een matig succes, die schildercursus was heel fijn, piano speel ik nog altijd… En nu wil je natuurlijk mijn nieuwe amour kennen? Ik leer nu cellospelen. Keurig aan de muziekschool, ja. Ik ben geen autodidact. Enfin, misschien zou ik het kúnnen zijn, maar in alles wat ik doe, heb ik de bevestiging van een externe partij nodig. Een attest, een diploma, iemand die zegt dat ik het kan. Anders geloof ik het niet. Ik wandel het liefst langs de officiële weg. En ik hou fundamenteel van scholen – van plaatsen waar je binnenloopt om iets te leren.”

Waarom precies cello?

Courtois: “Omdat het zo’n mooi, melancholisch instrument is. (bevlogen) Muziek is zo’n prachtige toegangspoort! Ze brengt je op plekken waar je met gewoon nadenken en redeneren niet bij kunt. Onlangs liet ik op YouTube iets van Nick Cave horen aan een vriendin. Het algoritme besliste dat daarna ‘Euthanasia’ kwam, een liedje van hem dat ik nog niet kende. Manneke! Dat was zo schóón. Op zo’n moment word ik opgetild, en kan ik alleen maar denken: ik wil dat ook kunnen, een diep en robuust gevoel omzetten in frêle schoonheid.”

De ontroering op zich volstaat dus niet? Je wilt er meteen zelf mee aan de slag?

Courtois: “Ik geloof voor alle duidelijkheid niet dat ik de vrouwelijke Nick Cave in mij heb zitten, hè. En ik vind het fijn om overspoeld te worden door een immens talent. Maar iets in mij wil dan ook zélf die taal leren.”

“Tot voor kort kende ik de muziek van Nick Cave helemaal niet goed. Maar toen ging ik naar Best Kept Secret, en zijn concert daar… Ja, hoe moet ik dat omschrijven? Er is veel schoonheid die me raakt, maar tijdens die twee uren heb ik vier keer de bodem van de zee aangetikt, en vijf keer op de top van een berg gestaan. Ik heb dat weken met me meegedragen: ik kon niet geloven wat ik gezien had.”

“Na het strenge en afgebakende van die voetbalcarrière is dat wel een motief geworden in mijn leven: mijn nieuwsgierigheid achterna gaan. Dingen vinden die me onverwacht raken. Ik vind het fijn als zo’n Nick Cave plots op mijn pad komt en mij inspireert, me van euforie naar diep verdriet brengt en weer terug. Dat heen en weer geslingerd worden schrikt mij niet af, integendeel, ik heb dat af en toe nodig. Maar als rode draad in het leven is dat niet houdbaar, natuurlijk: daarin is stabiliteit nodig.”

'Het kan me niet schelen dat er mensen zijn die meer verdienen dan ik. Dat sommigen het met veel minder moeten doen, dát stoort me.' Beeld Johan Jacobs
'Het kan me niet schelen dat er mensen zijn die meer verdienen dan ik. Dat sommigen het met veel minder moeten doen, dát stoort me.'Beeld Johan Jacobs

Wat bewonder je in de mensen die niet Nick Cave heten? In wie je omringt, bedoel ik.

Courtois: “Dat is heel persoonsgebonden. Bij mijn moeder is het bijvoorbeeld de totale afwezigheid van egocentrisme – hoe ze altijd eerst aan mij denkt, en dan pas aan zichzelf. Bij iemand als Jan Mulder is het de woordenpracht, en de frivole manier waarop hij zijn leven heeft gevuld met schoonheid. (denkt na) In het algemeen val ik voor zachtheid. Ik hou van uitgesproken meningen en kleurrijke persoonlijkheden, dat allemaal wel. Maar ik hou niet van mensen die over anderen heen walsen. Ik heb me omringd met vrienden die... die rustig-onrustig in het leven staan, kan ik dat zo zeggen? Ik ben ook meer op zoek naar troost dan naar opwinding. Opwinding kent altijd een einde. Troost voelt veilig.”

Ook dat vloekt met het beeld van de actieve, gulzig van het leven happende Imke Courtois.

Courtois: “Dat bén ik, maar tegelijk heb ik na een intense ervaring – zo’n EK, bijvoorbeeld – wat dagen nodig om weer te aarden. Dan trek ik me thuis terug, en leef ik even in mijn eigen hoofd. Mijn thuis is mijn houvast, muziek mijn toevluchtsoord.”

“Ik sta van nature opgewekt en gulzig in het leven, maar aan de andere kant van de medaille roept de melancholie. Ik ben mij erg bewust van het vergeefse van alles, van het absurde van een mensenleven. En net daarom wil ik vol in het leven staan: ik vul het ‘Ach, wat heeft het allemaal voor zin?’ aan met enthousiasme en impulsiviteit. Dat is geen bewust principe, hoor – ik heb er gewoon aanleg voor. Gelukkig maar, want ik kan me voorstellen dat het héél donker kan worden als je van nature naar lethargie neigt.”

Wanneer komt die melancholie opzetten?

Courtois: “Wanneer ik aan de sterfelijkheid van alles en iedereen denk. Kijk, ik vind het een voorrecht dat ik een snippertje tijd mag gebruiken, ik vind het fijn dat ik even mag leven. En tegelijk worstel ik met die ene zekerheid: dat er verlies komt. Mijn eigen dood vind ik minder angstaanjagend dan die van de mensen die ik graag zie. (huivert) De gedachte dat mijn moeder ooit… Vandaar dus: troost boven opwinding. Ik heb vrienden op wie ik kan leunen. En ik zoek ook niet alles in één mens. Ik heb kameraden met wie ik vrolijk smalltalk, ik heb er met wie ik ernstig discussieer, ik heb er met wie ik die melancholie deel. Dat is een heerlijk comfort.”

‘Een oude boerderij die wordt afgebroken voor vier moderne huizen, maakt mij triest,’ zei je in Humo. ‘Alles verdwijnt.’

Courtois: “Dat zit heel erg in mij, ja. Ik hou niet van afscheid. Ik hou niet van dingen die van kleur veranderen, of gewoon verdwijnen. En ik ben me heel bewust van de snelheid waarmee alles voorbijschiet: de tijd tikt haastig verder. Je kunt echt niet ontsnappen, en dat hoeft ook niet, maar ik pendel in mijn hoofd graag tussen vroeger, nu en later. Ik wil de dingen die voorbij zijn vastgrijpen. Begrijp je wat ik bedoel? Ik denk nooit zomaar aan iets terug als iets feitelijks. Als ik met mijn moeder aan het wandelen ben en we lopen voorbij haar ouderlijk huis, dan wil ik daar elk detail over weten. Zag het er vroeger ook zo uit? Was het toen al dezelfde voordeur of is die vernieuwd? Hoe rook het er rond etenstijd in de keuken? Was ze daar gelukkig? ‘Al die vragen, Imke,’ zegt mijn moeder dan. Maar ik kan het niet helpen: ik wil dat verdwenen leven kennen. Ik wil door haar ogen kunnen kijken naar wat weg is, en door die van mijn oma. En wat mij dan opvalt: de wereld verandert, de samenleving evolueert, de tijdgeest ook – maar we praten telkens over dezelfde herkenbare thema’s. Het gaat in mijn leven over pijn en geluk, over liefde en rouw, net zoals het in het leven van mijn moeder over pijn en geluk, liefde en rouw gaat – en zoals in al die levens ervoor.”

European Championships, nog tot 21 augustus op Eén (voor 18 uur) en Canvas (na 18 uur).

© HUMO

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234