Dinsdag 20/10/2020

Interview

Imke Courtois en Ruben Van Gucht: ‘Ik bevind me in een positie waarin niet iedereen het me even hard gunt, maar dat hoeft ook niet’

Beeld Koen Bauters.

Een haast sportloze sportzomer: geen grotere straf denkbaar voor voetbalanalist Imke Courtois en sportanker Ruben Van Gucht. Maar de twee hebben andere manieren gevonden om op slinkse wijze via het tv-scherm uw woonkamer binnen te dringen. In Op de man af nemen ze het tegen elkaar op in een sportief duel. En in Over de oceaan steekt Courtois een wereldzee over per zeilboot. Een gesprek over zeewater overgeven, tatoeages zetten, het klimaat redden en nostalgisch hunkeren naar de goeie ouwe tijd.

Imke Courtois: “Ruben en ik hebben eens een lang gesprek gevoerd bij mij thuis. Daaruit bleek dat we er allebei een nostalgisch wereldbeeld op na houden.”

Ruben Van Gucht: “Imke zei dat ze er enorm van hield om in haar dorp door de velden te wandelen. Dat herken ik: niets is zaliger dan de wegjes uit je kindertijd opnieuw te verkennen.”

Courtois: “In de wereld van sport en media wordt in een hoog tempo geleefd. Dan is het fijn om te ontdekken dat de meeste van die mensen ook een rustige kant hebben. Ruben en ik hebben elkaar daarin gevonden. Ik dacht dat hij één en al een competitiebeest was, maar dat klopt niet: in Op de man af was hij er helemaal niet op uit om Saartje (Vandendriessche, red.) en mij te intimideren. Integendeel, hij moedigde ons aan.”

Van Gucht: “(tot ons) Dat had je niet verwacht, hè? Ik heb twintig jaar gevoetbald: als verdedigende middenvelder, net als Imke. Dan ben je het gewoon om een team te steunen.”

Beeld Koen Bauters.

Kwam dat van pas in Op de man af? Daarin nam je het samen met Wesley Sonck op tegen Saartje Vandendriessche en Imke.

Van Gucht: “Toch wel. Ik dacht op voorhand: het enige wat Wesley en mij van de overwinning zou kunnen houden, is dat we niet als team functioneren. Of dat ik me als jongere, getrainde sporter – want dat ben ik wel – per se tegenover hem wil bewijzen. Dat heb ik niet gedaan: ik kan mijn eigenbelang gerust opzij zetten.”

Courtois: “Mocht ik het alleen tegen iemand hebben moeten opnemen, had ik het nooit gedaan. De druk van een individuele sport is me te groot. Pas als ik iets voor een ander kan doen, overstijg ik mezelf.”

Er komt ook een psychologe aan te pas. Zij omschrijft jou als ‘een goede spelverdeler’.

Courtois: “Keitof, die persoonlijkheidstest! Blijkbaar val ik exact tussen twee persoonlijkheden: ik ben een strategische en rationele denker, maar handel ook gevoelsmatig.”

Van Gucht: “Ik ben geen fan van zulke testen. Ik ken mezelf: ik ben behoorlijk in evenwicht.”

Mijn indruk is dat jullie beiden goed alleen kunnen zijn.

Van Gucht: “Klopt. We wonen allebei op de boerenbuiten en houden van wandelen op plekken waar weinig volk komt. Ik ga ook het liefst hoog in de bergen op vakantie.”

Courtois: “Check! (lacht)

Van Gucht: “Als kind kon ik erg goed alleen spelen. Mijn moeder vertelt soms hoe mijn broers mij met rust moesten laten. Ik creëerde mijn eigen fantasiewereld en niemand mocht die komen verstoren.”

Courtois: “Ik ben graag thuis. Muziek in de oren en me helemaal afsluiten. Maar met de eerste lockdown had ik het na twee weken wel gehad: ik liep de muren op. Ik hou van praten en heb vrienden rond mij nodig. Die twee kanten zitten aan mij: voetballen én studeren. Voetbal is gevoel en passie: het verstand op nul zetten. Maar ik wil ook kunnen verdwijnen in mijn denken.”

In Op de man af zat een swimrun: een combinatie van zwemmen in open zee en lopen op rotsen. Dat ging je goed af, Imke.

Courtois: “Ik ben de enige die het zwemmen goed verteerd heeft en er niet van moest overgeven. Da’s best grappig, want ik word snel zeeziek en had tot een halfjaar voor de opnames nog nooit crawl gezwommen. Daar had ik niet bij nagedacht toen ik – heel impulsief – de uitnodiging aanvaardde. Met een goede vriend ben ik vervolgens naar het zwembad getrokken. Daar heeft hij me, als een onnozele kip, in het kinderbadje onder mijn buik moeten vasthouden, zodat ik op mijn ademhalingstechniek kon oefenen. Gelukkig pik je zulke dingen snel op als sporter.”

Van Gucht: “Dat zeewater heeft me de das om gedaan. Drink drie slokken en je weet meteen hoe mottig je daarvan wordt.”

Je moest braken. Maar echt kwaad kreeg je het pas toen je trouwring in het water van je vinger gleed.

Van Gucht: “Wie mij kent, weet dat ik niet gauw uit het lood geslagen ben. Ik heb een enorme focus. Er mag veel misgaan, tot vijf seconden voor de uitzending: ik zet het probleemloos van mij af. Maar mijn trouwring, dat voelde echt erg aan. Ik ben met een bang hartje thuisgekomen, maar mijn vrouw reageerde begripvol. We hebben een nieuwe ring laten maken, maar het is dus niet meer het exemplaar dat zij me op onze huwelijksdag heeft gegeven. Los van het materiële verlies hecht ik veel waarde aan die symboliek.”

ACHTER DE RUG

Voor iemand die goed alleen kan zijn, Imke, ben jij toch maar mooi met vijf andere BV’s drie weken op een zeilboot gaan zitten in Over de oceaan.

Courtois: “O, wat ben ik verliefd geworden die drie weken! Om de één of andere reden zag ik die andere mensen aan boord allemaal graag.

“Weet je, ik heb geleerd om te aanvaarden dat iedereen verschillend is. Ik zei tegen mezelf: dit is het, met deze bubbel moet je het doen. Door dat te aanvaarden, viel er een weldadige rust over mij. Ik had gerust nóg eens drie weken op die boot kunnen zitten. Daarom schrok ik ook zo, toen ik Jani (Kazaltzis, red.) hoorde zeggen: ‘Ik heb het gehád!’”

Was het iets voor jou geweest, Ruben?

Van Gucht: “In zo’n klein zeilbootje, op zo’n grote oceaan? Ik ben een berekende mens. (tot Imke) Toen je me vertelde dat Evi Hanssen tijdens de overtocht in de oceaan is gesprongen...”

Courtois: “Wij allemáál!”

Van Gucht: “5.000 kilometer voor en achter je niks, 10 kilometer onder je ook niks. Ik zou daar toch heel hard over hebben moeten nadenken.”

Courtois: “Ik hou van uitdagingen: ik ben benieuwd naar wat ik aankan. Heb jij dat niet?”

Van Gucht: “Ik blijf graag op vertrouwd terrein. In mijn job wil ik mijn grenzen wel verkennen, maar een groot avonturier ben ik nooit geweest. Het heeft lang geduurd voor ik mijn vliegangst overwonnen heb.”

Courtois: “Ah? Nog iets wat we delen: vliegangst. (lacht) Dat blijft een stresserende aangelegenheid. Door Air Crash Investigation (documentairereeks over vliegrampen, red.) weet ik exact wat de verschillende stappen bij het opstijgen zijn. Bij de minste afwijking zweet ik me te pletter. Wie er dan ook naast mij zit: ik pak hem vast! Oren toe, ogen toe, en in mezelf zingen.”

Van Gucht: “Ik ben ervan verlost. Door veel te vliegen, en door met een piloot te gaan praten.”

Courtois: “Wordt de kans dat je crasht niet groter naarmate je meer vliegt?”

Van Gucht: “Daarvoor zie ik het leven te graag.”

Courtois: “Dóódgraag – mooie woordspeling. (grijnst)

Imke, in zowel Op de man af als Over de oceaan valt je grote zin voor relativering op.

Courtois: “Enkele uren voor het vertrek werden we één voor één meegenomen voor een interviewtje. Ze zetten je op een idyllische plek, camera op je gezicht: ‘Wat zijn je laatste woorden als je sterft?’ Báf! Daar sta je dan, onvoorbereid. Het enige wat in me opkwam, was: relativeer jezelf. Denk vooral niet dat je belangrijk bent door je sportprestaties of tv-werk. Want het is zó voorbij.

“Toen ze mij de eerste keer belden met de vraag om als analist mee aan tafel aan te schuiven, was mijn spontane antwoord: ‘Fijn, over voetbal praten!’ Gelukkig is mijn tweede gedachte altijd geweest: ‘Zolang het duurt.’ Die dualiteit zit in mij, al van toen ik een puber was. Als ik ooit mijn kind in mijn armen zal houden, zal ik intense liefde voelen, maar tegelijk ook denken: ooit zul jij zonder mij verder moeten. Dat maakt dat ik moeilijk rust vind.”

Van Gucht: “Ik heb, door wat ik de laatste jaren heb meegemaakt, één ding geleerd: probeer goed te zijn voor de mensen die goed zijn voor jou. Ik bevind me in een positie waarin niet iedereen het me even hard gunt. Dat hoeft ook niet, maar aanvankelijk stond ik idealistisch in het leven: ‘Ik mag toch ambities hebben, hè mannen?’ Na verloop van tijd besef je dat de mensen die het goed met je voorhebben, niet zo talrijk zijn.”

Storen mensen zich aan je ambitie?

Van Gucht: “Dat denk ik wel. Maar ik heb nog nooit een positie geambieerd om iemand anders weg te duwen. Mijn ambitie mag nooit ten koste van anderen gaan. Maar ik heb ze wel. En ik spreek ze uit, wat mensen er ook van denken.”

Waarom heeft ambitie zo’n negatieve bijklank?

Van Gucht: “Omdat mensen dat woord – ten onrechte – associëren met ego, of gekonkel achter de rug. Maar dat is totaal mijn stijl niet. (tot Imke) Jij bent toch ook ambitieus?”

Courtois: “Ik heb ergotherapie gestudeerd aan de hogeschool: ik was bang dat ik de universiteit niet zou aankunnen. Toen ik afgestudeerd was, dacht ik: toch eens proberen, dus ben ik kinesitherapie gaan studeren. En toen ik daarmee klaar was, dacht ik: waarom niet doctoreren? Is dat ambitieus zijn? Ik heb geen einddoel, iets wat ik móét bereiken. Momenteel leer ik piano spelen. Niet om het Sportpaleis te laten vollopen, maar omdat ik het leuk vind alles eens geprobeerd te hebben.”

Van Gucht: “Precies, we doen het voor onszelf. Ik kom uit een zeer modaal gezin en probeer ook maar de dromen waar te maken die ik als klein manneke had.”

BIOLOGISCHE KLOK

Onderzoeken lijkt wel je tweede natuur, Imke. In Over de oceaan werkte je mee aan een onderzoek van de universiteit van Gent naar plasticvervuiling in de Atlantische Oceaan.

Courtois: “De resultaten bevestigen de hypothese: zelfs in het midden van de Atlantische Oceaan vind je plastic deeltjes. Wist je dat ze zelfs tot in ons DNA geraken? Waanzin! Nu, we hebben tijdens onze tocht ook uitzonderlijk hoge dosissen gezonde lucht binnen gekregen. Ook die hypothese is bevestigd.”

Gaat het klimaat je ter harte?

Courtois: “Toch wel. Als ik mensen kan bereiken, wil ik graag mee op de barricades staan. Alleen zondig ik onbewust nog te veel om me als een echte activiste te kunnen omschrijven. Maar een papiertje uit mijn autoraam gooien, daar zul je mij nooit op betrappen.”

Van Gucht: “Ik raap geregeld zwerfvuil op tijdens mijn looptochtjes of als we met de hond gaan wandelen. Ik weet niet of het met mij te maken heeft, maar waar wij wonen - in een groene regio, dicht bij Brussel - zie ik toch verbetering. Ik eet ook nauwelijks vlees – bijna géén, eigenlijk – om mijn ecologische voetafdruk te beperken. Wij trekken ook altijd naar plekken waar de natuur nog vrij spel heeft, zoals in de bergen. Normaal daalt de temperatuur boven de 1.500 meter, maar deze zomer heb ik daar wandelingen gemaakt bij 25 à 30 graden. Hoopvol stemt dat niet.”

Maken jullie je zorgen om de wereld die we voor de generaties na ons zullen achterlaten?

Courtois: “Ik ken mensen die om die reden geen kinderen willen. Noem mij maar romantisch of naïef, maar ik vind het leven nog altijd te mooi om niet voor kinderen te kiezen. Persoonlijk vind ik het een geweldige gedachte dat je iemand op de wereld kunt zetten die ook van al die pracht kan genieten.

“Het valt me op dat mensen zich voor het coronavirus kunnen schikken in strenge maatregelen, maar een pak egoïstischer zijn als het gaat om een dreiging op middelbare termijn, zoals de klimaatopwarming. ‘Tof, die warme zomers!’, hoor ik ze zeggen. Néé, denk ik dan: níét tof.

“Ik ben een natuurmens: als in Neerhespen, mijn geboortedorp, weer een stuk open ruimte verdwijnt, vind ik dat schrijnend. Ook dát is de nostalgicus in mij.”

Ik zie overal rond mij verlies.

Courtois: “Ik ook! Alles verdwijnt. Als kind had je in Neerhespen nog van die oude betonnen wegen, met een strook pek tussen. Het was de max om daar bij warm weer een vingerafdruk in te zetten. Nu zie je overal spiegelgladde, perfect afgewerkte wegen. Een oude boerderij die wordt afgebroken voor vier moderne huizen maakt mij triest. Omdat ik dat beeld nooit meer zal terugzien. Dan probeer ik dat zolang mogelijk vast te houden in mijn herinnering.”

Van Gucht: “Ik blijf doorgaans niet hangen in het verlies van iets. Liever probeer ik het zo goed mogelijk te doen met wat we nog hebben.”

Courtois: “Gelukkig heb ik het voetbal om mijn hoofd even leeg te maken. Anders zou ik in mijn denken verdwijnen. Misschien heb ik daarom ook vooral oudere vrienden. Dat het zo goed klikt met Jan Mulder is geen toeval: Jan is een overschouwende mens die veel levenswijsheid in zich draagt.”

‘Imke is niet gemaakt om alleen te zijn’, zei hij over jou.

Courtois: “Ik heb hem toch eens gevraagd wat hij daar precies mee bedoelde. (lacht) Volgens Jan voldoe ik niet aan het beeld dat de samenleving ons voorschrijft: op je 26ste moet je een vriend hebben met wie je al vijf jaar samen bent, trouwt en kinderen maakt. Hij heeft gelijk. Ik ben 32 en heb me nog niet gesetteld, omdat ik geen compromis wil sluiten: ik doe niets waarin ik me maar voor 50 procent kan vinden, alleen maar om aan de verwachtingen te voldoen. Ik krijg vaak de vraag: ‘Zijt gij nog niet getrouwd? Gij wilt zo graag kinderen, waarom hebt ge er nog geen?’ Omdat ik wacht op het goede moment. Mensen vinden dat vreemd en vragen dan wat het goede moment is. Voor mij is dat: het gevoel hebben dat er zowel op relationeel als financieel vlak stabiliteit heerst in je leven. Dat is misschien subjectief, maar ik neem de vrijheid om dat zélf in te vullen.”

Voel je de biologische klok tikken?

Courtois: “Túúrlijk! Heel akelig, hoor. Ik voel een enorme kinderwens, het is iets erg lichamelijks. Soms beangstigt het mij: de tijd dringt. Maar ik heb het onder controle: mijn kinderwens zal niet bepalen of ik al dan niet in een relatie stap. Ik wil geen kind op de wereld zetten vanuit een onstabiele relatie. Dan laat ik het liever voor wat het is.”

Van Gucht: “Kinderen zijn niet mijn topprioriteit en ook mijn vrouw is er niet mee bezig. Er heerst een groot evenwicht in ons leven. Ik volg Imke: het is niet omdat iedereen op de planeet een gezin sticht, dat ik dat ook moet doen. Kinderen zijn een bewuste keuze. Daarom verbaas ik me er altijd zo over als ik jonge ouders hoor klagen en zuchten.”

Onze planeet zou naar verluidt vooral gebaat zijn bij iets minder mensen.

Courtois: “We zijn met te veel, maar ik ben niet van plan om tien kinderen op de wereld te zetten. Met één gezond kindje zal ik héél tevreden zijn.”

DANSENDE MOEDERS

Hoe indringend heeft corona ingegrepen in jullie leven?

Van Gucht: “Ik ben niet alleen. Dat maakte het minder moeilijk dan voor Imke.”

Courtois: “Mensen vastpakken: ik heb dat extreem gemist. Ik ben een erg lijfelijk persoon. Een samenleving waarin aanraking taboe is, zie ik echt niet zitten. De festivals, het theater, samen verdwijnen in een stuk: ik mis het. Veel meer dan op vakantie gaan: ’s zomers blijf ik liever in België, ik vind het leuker om in de winter weg te gaan. Het enige wat ik niet mis, zijn de vergaderingen. In digitale sessies kom je sneller tot de essentie, heb ik gemerkt. En je hoeft die vervelende files niet te trotseren.”

Van Gucht: “Toen er tijdens de lockdown geen files meer waren, leken we teruggekatapulteerd naar de jaren 70...”

Courtois: “Die hebben wij niet meegemaakt. (lacht)

Van Gucht: “Zodra we weer buiten mochten, stonden ze er weer: de files. Ik was ontgoocheld. Met mijn vrouw heb ik het er toen vaak over gehad: dit is een opportuniteit en we zijn ze grandioos aan het missen. Ik ging in die periode na Het journaal vaak nog door Brussel lopen. Ik zag de lege kantoorgebouwen die normaal bevolkt worden door pendelaars die met de trein vanuit pakweg Denderleeuw naar Brussel komen. Voor werk dat ze waarschijnlijk ook gewoon van thuis kunnen doen. Wel, laten we dat zo houden, corona of niet. Geef mensen vertrouwen, probeer ze niet voortdurend te controleren. Ik hoop dat we daar een goede modus vivendi in zullen vinden.”

Courtois: “Ik had het gevoel dat mijn leven zich ontrolde zoals in Groundhog Day: elke dag was dezelfde, alles speelde zich binnen mijn vier muren af. Maar het had ook een leuk kantje: ik voelde me weer dat kleine meisje in de basisschool voor wie de speeltijd van vijftien minuten eindeloos lang duurde. Dat de lockdown de tijd vertraagde, beviel me enorm.”

Van Gucht: “Hoe zou dat komen?”

Courtois: “Als kind leef je in het moment. Dat is anders als volwassene: ik ben nu al bezig met wat ik vanmiddag nog moet doen. Wij leven naar onze agenda. Ook in Over de oceaan viel dat weg: we hadden geen tv, geen gsm, geen internet. Zalig!”

Een kind beseft niet dat het leven eindig is.

Van Gucht: “Ik wist het toch al snel. Ik heb altijd een grote angst gehad om mijn ouders te verliezen. Mijn moeder is me meer dan eens ’s nachts uit bed moeten komen halen. Ik heb die angst ondertussen overwonnen, maar soms overvalt het me nog: fuck, de dag komt dat ik zonder haar verder moet, en ik kan er niks aan doen.”

Courtois: “Laatst belde mijn moeder me, ze had de hit ‘Jerusalema’ ontdekt. ‘Ik heb die danspasjes ook geprobeerd, Imke. Maar ik kan niet meer zo goed springen.’ Toen dacht ik: jij was toch die vrouw die álles kon?”

Van Gucht: “Een tijd geleden kondigde ik een plaat van The Pointer Sisters af op de radio: ‘Ik moet denken aan ons moeder: die shakete altijd op dit nummer.’ Stuurde ze me een berichtje: ‘Dansen zoals vroeger kan ik niet meer, hoor.’”

Ze werkt in een ziekenhuis.

Courtois: “(verbaasd) Is zij verpleegkundige? Mijn mama ook!”

Van Gucht: “Ons moeke werkt in Bornem. Omdat ze ouder is dan 60 en tot de risicogroep behoort, moest ze niet meedraaien op de Covid-afdeling. Ze heeft er de afdeling intensieve zorgen geleid.”

Courtois: “Mijn mama en stiefpapa werken in een woon-zorgcentrum – mijn mama in Sint-Truiden.”

Van Gucht: “Een brandhaard! Was je niet bang?”

Courtois: “Ze is vaak getest. Nog altijd ben ik uiterst voorzichtig uit vrees dat ik haar aansteek en zij op haar beurt het hele rusthuis. Ik wil niet de dood van tien oudjes op mijn geweten hebben.”

KOERSENDE VROUWEN

Hoe groot was de professionele bevrediging nog de laatste tijd, in een wereld zonder veel sport?

Van Gucht: “Ik heb gelukkig een vaste job. Ik bleef het sportblok in Het journaal presenteren. Maar alles wat ik daarnaast deed – mijn theatervoorstellingen en presentaties – viel in het water. Voor de muzikanten met wie ik samenwerk, ook in mijn radioprogramma De weekwatchers, was het erger: zij hebben geen statuut om op terug te vallen. Wie niet Koen Wauters of Niels Destadsbader heet, krabt zich in de haren. Eén van hen, Mathieu, werkt nu als animator in een rusthuis. Dan heb ik het recht niet om te klagen.”

Courtois: “Ik besef meer dan ooit dat ik tot de gelukkigen behoor. Ik werk niet alleen voor Sporza, maar ook voor de cel Maatschappij & Wetenschap van VRT NWS. Ik krijg er een grote vrijheid om die job in te vullen en heb er collega’s om me heen die mij helpen ontwikkelen.

“Door corona heb ik ook weer tijd voor mijn doctoraat. Het probleem is dat ik in mijn laatste jaar nog aan een groot onderzoek ben begonnen. Voor die testen moet ik in een lab de hartslag en bloeddruk van wel honderd mensen meten. Dat neemt veel tijd in beslag. Maar goed, ik ben er nu echt wel mee bezig.”

Hebben jullie de sport zelf gemist?

Van Gucht: “Ja. Ik had graag de voorjaarsklassiekers gezien.”

Courtois: “Het was een gemis, maar geen ramp. Naar het EK keek ik wel uit, maar dan vooral voor alles wat erbij komt. Het volkse, zeg maar: samen naar een groot scherm kijken, de beleving in de studio. Ik zie graag voetbal, maar vind het soms ook vermoeiend om een heel weekend voor mijn televisie naar wedstrijden te moeten kijken. Dan lonkt toch altijd ook dat verlangen om buiten te zijn.”

Van Gucht: “Ik heb me kunnen troosten met de gedachte dat het EK en de Olympische Spelen verplaatst zijn naar volgend jaar.”

Courtois: “Ik vrees ervoor.”

Van Gucht: “Dat begrijp ik, maar ik wil niet doemdenken. In ieder geval heb ik van de vrijgekomen tijd gebruik gemaakt om creatief na te denken. Dat heeft ideeën opgeleverd. Of ze ook uitgewerkt zullen worden, zien we wel.”

Courtois: “Ik zit nu ook te blokken voor mijn zeildiploma – in oktober heb ik examen. Verder heb ik veel gelezen en heb ik net als Ruben geprobeerd om creatief te zijn. Ik heb duizend-en-een ideeën in mijn hoofd, op dat vlak ben ik een stuiterbal. Het was hoog tijd om daar wat structuur in aan te brengen. Hopelijk vloeit er nu ook iets uit voort, want dat durft bij mij weleens het probleem te zijn.”

Ruben, jij levert steeds vaker commentaar bij het vrouwenwielrennen.

Van Gucht: “Ze weten bij de VRT dat ik van de koers hou, en ik had nog ruimte in mijn agenda. Dus van het één kwam het ander. Vrouwensport zit in de lift. Het veldrijden bij de vrouwen haalt even hoge kijkcijfers als bij de mannen. En in de Ronde van Vlaanderen zullen de vrouwen dit jaar ná de mannen aankomen, waardoor ze in een interessanter tv-slot vallen. Ze zullen ook net als de mannen op Eén te zien zijn, en niet op Canvas.”

En jij, Imke, ga jij nu ook het vrouwenvoetbal analyseren? Ook die rechten zitten voortaan bij Eleven.

Courtois: “Anderlecht - Standard op de eerste speeldag was mijn eerste keer. Ik had dat nog nooit gedaan. Weer een nieuwe ervaring, dus. Ik hoop dat het vrouwenvoetbal zich kan blijven ontwikkelen, maar dat is geen evidente zaak.”

DE EERSTE TATTOO

Imke, ik moet toegeven dat ik al een paar keer naar die intrigerende tattoo op de binnenkant van je elleboog heb zitten spieden: een driehoek met een cirkel rond. Verlos me, wat is het verhaal erachter?

Courtois: “De driehoek staat symbool voor de interactie tussen vader, moeder en kind. Hoe je je gedraagt in het leven, komt voor een groot deel voort uit hoe je als kind hebt leren interageren met je mama en papa – hoe ze je hebben getroost, hoe zij omgingen met ruzie, et cetera. Hij helpt mij eraan te herinneren dat ieder zijn eigen levensverhaal heeft. En dat iedereen daardoor anders reageert op een bepaalde situatie. Als je een discussie hebt, kun je vervallen in het gedrag dat je hebt aangeleerd, maar af en toe loont het om afstand te nemen en na te denken of jouw reactie wel comfortabel aanvoelt voor de tegenpartij. Het is vaak interessanter om buiten je comfortzone te treden en op zoek te gaan naar een constructievere reactie.

“De cirkel verwijst naar één van mijn favoriete schilderijen van Kandinsky. Een cirkel, zo zei hij, heeft een concentrische en een excentrische zijde. Twee tegengestelden, die toch een perfecte eenheid vormen. Zo voelt het leven voor mij ook aan: je hoeft niet altijd te kiezen tussen twee uitersten. Jij en ik kunnen heel verschillend zijn, maar we kunnen dat verschil laten bestaan en in ons anders-zijn toch goed overeenkomen en samenwerken. Ook op die zeilboot heeft mij dat geholpen: ik ga mensen niet proberen te veranderen.

“Drie jaar geleden stond ik op een kruispunt in mijn leven. Er heeft toen een belangrijke verschuiving plaatsgevonden, en ik ben gestopt met voetballen. Ik slenterde wat doelloos door Leuven, toen ik aan de praat raakte met een jongen die zat te schetsen voor een tattooshop. Hij bleek een professionele tatoeëerder uit Polen te zijn, die de wereld rondreisde. Ik vertelde hem over mijn fascinatie voor beide symbolen. Hij stelde voor om de eigenaar van de shop te vragen of hij ze mocht zetten. Dat mocht, en voilà. (lacht) Ik heb er nog geen seconde spijt van gehad, ook al wist ik dat ik hem waarschijnlijk nooit meer zou terugzien. Alles klopte op dat moment. Nu, wellicht zal het bij die ene tattoo blijven.”

Van Gucht: “Ik heb een goede maat bij wie het ooit met één tattoo begonnen is. Ondertussen staan zijn armen vol en is het een verslaving geworden. Eens de eerste is gezet, is de stap naar de volgende kleiner. Op mijn lijf zul je nooit iets zien verschijnen, maar bij jou weet ik het nog zo niet, Imke. Ik hou je in de gaten! (lacht)

Over de oceaan is nu te zien op Play.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234