Dinsdag 30/11/2021

InterviewDe Vragen van Proust

Imam Khalid Benhaddou: ‘Sommigen vinden dat ik een salafist ben in maatpak, anderen dat ik mijn ziel verkocht heb aan het Westen’

Khalid Benhaddou: ‘Als ik op maandagochtend­ op school de vraag kreeg wat ik in het weekend gedaan had, dan verzon ik maar iets, terwijl ik in werkelijkheid urenlang met een houten plank tussen mijn benen had zitten bidden.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Khalid Benhaddou: ‘Als ik op maandagochtend­ op school de vraag kreeg wat ik in het weekend gedaan had, dan verzon ik maar iets, terwijl ik in werkelijkheid urenlang met een houten plank tussen mijn benen had zitten bidden.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Twintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: de Gentse imam Khalid Benhaddou (33). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik heb me al snel volwassen gevoeld, omdat ik op vroege leeftijd verantwoordelijkheden kreeg waarvoor ik eigenlijk te jong was. Zoals elke generatie­genoot met hetzelfde migratie­verhaal werd ik naar de moskee gestuurd. Mijn ouders namen hun islamitische bagage mee naar België en vonden het belangrijk dat hun kind een islamitische identiteit meekreeg. De beste plaats daarvoor was de plaatselijke moskee.

“Op mijn twaalfde kende ik al de Koran uit het hoofd, wat uitzonderlijk was, maar ik begreep er geen woord van. Ik sprak immers geen klassiek Arabisch, wij spraken thuis Berbers, een heel andere taal. Op mijn zeventiende werd ik gevraagd om imam te zijn in een moskee en het grote publiek toe te spreken. Mensen hebben me daardoor altijd ouder ingeschat.”

2. Hoe was uw kindertijd?

“Mijn ouders waren heel trots omdat ik al zo snel een leidende rol had. Op het moment zelf sta je er niet bij stil wat zo veel verantwoordelijkheid met je doet. Maar nu ik ouder ben en de zaken beter onder woorden kan brengen, denk ik dat het niet altijd zo gezond was. Omdat je geacht wordt je te gedragen naar het ambt dat je hebt gekregen. Terwijl mijn jeugdigheid andere verlangens in mij opriep. Ik heb daardoor echt in een spanningsveld geleefd. Omdat je constant moet denken en fungeren in functie van wat de anderen van je verwachten.

“Ik was daar toen ook heel gevoelig voor. Nu minder, nu maakt het me niet meer uit wat mensen van me denken. Maar toen moest ik constant opletten en me proberen te conformeren aan de verwachtingen van de gemeenschap. En dat ging van mijn kledij tot mijn manier van praten en de plekken waar ik gezien werd.

Khalid Benhaddou:  ‘Ik word van alle kanten verdacht gemaakt omdat men niet kan begrijpen dat ik deze rol speel. Sommigen vinden dat ik een salafist in maatpak ben, anderen dat ik mijn ziel aan het Westen heb verkocht.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Khalid Benhaddou: ‘Ik word van alle kanten verdacht gemaakt omdat men niet kan begrijpen dat ik deze rol speel. Sommigen vinden dat ik een salafist in maatpak ben, anderen dat ik mijn ziel aan het Westen heb verkocht.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik heb in mijn leven nooit alcohol gedronken, maar soms zat ik op café omdat mijn vrienden daar zaten en dat was al verkeerd. Terwijl mijn hart uitging naar het voetbal, moest ik de Koran vanbuiten leren omdat mijn leermeester iets in mij zag. Ook al zag ik er toen zelf de relevantie niet van in. Voetballen zei mij veel meer. Alleen ben ik blij met de manier waarop het is gegaan, want dat heeft me gemaakt tot wie ik nu ben.

“Op school merkte ik al dat er een spanningsveld was tussen de twee culturen waarin ik vastzat en ik wist niet goed hoe ik me daarin moest gedragen. Weinig mede­leerlingen wisten dat ik naar de moskee ging. Ik kreeg dat gewoon niet gezegd. Als ik op maandagochtend de vraag kreeg wat ik in het weekend gedaan had, dan verzon ik maar iets, terwijl ik in werkelijkheid urenlang met een houten plank tussen mijn benen had zitten bidden. Om sociaal wenselijk over te komen zweeg ik daarover.

“Dat wrong. En daarom ben ik op zoek gegaan naar waar die spanning vandaan kwam en zo heb ik ontdekt dat velen van mijn generatie voor een verpletterende uitdaging staan, want wij moeten in onze eigen persoon twee culturen verenigen. Twee beschavingen die door sommigen verondersteld zijn om eeuwig in vijandschap te leven.

“Rudyard Kipling, de dichter, zei: ‘East is East, West is West and never the twain shall meet.’ Ik bén die twee beschavingen, en heb nooit een keuze kunnen maken. Het Westen is mijn toekomst, het Oosten mijn afkomst. Vandaar dat ik er mijn missie van heb gemaakt om die frictie te blijven analyseren.”

3. Wat is uw passie?

“Ik ben gefascineerd door menselijk gedrag en de dynamieken die tussen mensen spelen. Ik ben gefascineerd door hoe ik mensen met tegen­gestelde profielen en belangen met elkaar kan verbinden. Door de verstedelijking zijn we vak­idioten geworden die voor veel aspecten van het leven afhankelijk van elkaar zijn geworden. En ook al verschillen we zoveel, door sociaal-­economische, etnische, religieuze achtergrond, noem maar op, toch moeten we door dezelfde deur want we hebben elkaar nodig om de toekomst te bouwen.

“Waar kan ik verbindende elementen uithalen? Hoe kan ik de diepste instincten van de mens tegenwerken? Want de menselijke natuur zorgt ervoor dat je opkomt voor je eigen groep. En hoe kan ik mensen ervan overtuigen dat de anderen eigenlijk ook tot je groep zouden moeten behoren, omdat je zo je belangen op termijn beschermt. Dat vind ik fascinerend.”

BIO • geboren in Gent op 31 januari 1988 • hoofd­imam van de El Fath-moskee in Gent • voorzitter Platform van Vlaamse imams • in 2015 door minister Crevits aangesteld als coördinator onderwijs­netwerk ‘islam­experten tegen­discours’ • directeur van CIRRA, onder­zoeks­centrum rond levens­beschouwing en diversiteit • lid raad van bestuur Vlaams Vredes­instituut • in 2019 aangeduid als opdracht­houder Diversiteit aan UGent • schreef en werkte mee aan o.m. Is dit nu de Islam? (2016), Mag God nog ('17), Halal of niet? ('18), Verdwaald in verlichting ('19) • in september verscheen Botsen de Beschavingen? - Bart De Wever en Khalid Benhaddou in gesprek met Lisbeth Imbo

4. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat ik heel bedaard ben. Ik laat me niet snel bepaalde uitspraken ontlokken. Ik ben niet iemand die aan de grote klok zal hangen welke moeilijkheden ik ondervind. Daardoor lijkt het alsof ik een heel makkelijk parcours afleg, maar dat is niet zo. Ik krijg heel veel beledigingen naar mijn kop geslingerd. Ik krijg veel bedreigingen. Ik word van alle kanten verdacht gemaakt omdat men niet kan begrijpen dat ik deze rol speel. Sommigen vinden dat ik een salafist in maatpak ben, anderen dat ik mijn ziel aan het Westen heb verkocht. Ik laat dat allemaal van me afglijden.”

5. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja. Ik kom uit een moeilijke wijk, de Brugse Poort. Ik kom uit een sociaal-economisch zwakke positie, ook al heb ik dat nooit zo ervaren. Ik ben opgegroeid in een omgeving met weinig mensen om je aan op te trekken. Ik denk dat ik erin geslaagd ben om mezelf daaruit te halen, enerzijds door aan zelf­studie te doen, anderzijds door mensen te ontmoeten die me daarbij geholpen hebben en die ik altijd dankbaar zal blijven.

“Zo heb ik een vriend die mij filosofische werken heeft aangereikt waarmee hij tijdens zijn studie in Egypte in contact was gekomen. Hij heeft mij bewust gemaakt van de verschillende discoursen binnen religie. Hij heeft me doen begrijpen dat de islam een huis is met veel kamers, dat er veel interpretaties zijn en dat de islam veel rijker is dan wat mensen er soms van maken.

‘Door veel te lezen heb ik uiteindelijk het licht gezien. Maar mijn omgeving zag dat helemaal anders, waardoor ik ook aan mezelf begon te twijfelen.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Door veel te lezen heb ik uiteindelijk het licht gezien. Maar mijn omgeving zag dat helemaal anders, waardoor ik ook aan mezelf begon te twijfelen.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Een ander cruciaal moment in mijn leven was 2015. De aanslagen op Charlie Hebdo, waardoor het debat rond de islam helemaal losbarstte. Toen ben ik door Hilde Crevits (CD&V-minister in de Vlaamse regering, red.) en haar kabinets­chef gevraagd om de radicalisering in het onderwijs tegen te gaan. Dankzij die rol heb ik meer dan duizend scholen bezocht, zoveel mensen ontmoet, zoveel gesprekken gevoerd.

“Om een platform te krijgen moet je het juiste momentum hebben en de juiste mensen die je naar voren duwen. Je hebt mensen die denken dat ze alle successen aan zichzelf te danken hebben. Nee, veel hangt af van de omstandigheden en de gemeenschap waartoe je behoort.

“Wat was Cristiano Ronaldo waard geweest als hij 200 jaar geleden geboren was, toen voetbal nauwelijks bestond? Hetzelfde geldt voor mij. Het feit dat ik maatschappelijke ruchtbaarheid heb kunnen geven aan mijn positie als imam heeft natuurlijk alles te maken met de ontwikkelingen die bezig zijn in onze samenleving. Met het feit dat er polarisatie is rond religie en er nood is aan verbinding. Dus, is het leven een cadeau? Ja, omdat ik zoveel kansen heb gekregen.”

6. Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Rond mijn twintigste, de periode waarin ik een existentiële crisis heb ervaren. Ik ben voorstander van een rationele islam, maar het was niet evident om daartoe te komen. Mijn ouders belijden een vrij traditionalistische islam. Vrij gematigd, maar weinig doordacht, weinig compatibel met het huidige samenlevingsmodel. Bovendien heb ik onderricht gekregen van salafisten, van wie het discours gestoeld is op vijandbeelden tegenover het Westen. Daaruit loskomen is niet evident, omdat er een soort heilige onwetendheid bestaat in de moslimgemeenschap. Als je daaraan raakt, riskeer je de mensen tegen jou te krijgen.

“Door veel te lezen heb ik uiteindelijk het licht gezien. Maar mijn omgeving zag dat helemaal anders, waardoor ik ook aan mezelf begon te twijfelen. Wat ik zei werd bespot. Ik werd overladen met filmpjes van geleerden om me te overtuigen dat ik de verkeerde weg opging. Nu ben ik blij dat ik ben blijven volharden, omdat ik merk dat het discours dat ik toen vertelde wel degelijk steek houdt.

“De mensen in mijn omgeving beseften niet dat hun woorden soms heel hard binnenkwamen. Gelukkig had ik die vriend met wie ik ontelbare filosofische gesprekken kon voeren. Dat waren de beste momenten van mijn leven. We lazen elk apart, kwamen dan samen en bleven maar doorgaan. Het ene moment gedroeg ik me als een islamist, het andere als een communist die religie als opium voor het volk beschouwde. Ik zag het bos niet meer door de bomen, maar zo kon ik interessante gedachten op tafel smijten.

“Als je er niet in slaagt om de eigenheid van je tijd te vatten en te begrijpen waar de grote existentiële uitdagingen zitten, dan slaag je er nooit in om een religieus discours te ontwikkelen dat mensen zal aanspreken.

“Een metafoor die ik altijd gebruik: voor mij moet de trein vooruitgaan, maar traag genoeg om nog van het landschap te kunnen genieten. Op die manier ben ik erin geslaagd om mensen beetje bij beetje van mijn verhaal te overtuigen. Had ik de vaart vooruit genomen, dan stond ik er nu helemaal alleen voor.

“Ik ben ervan overtuigd dat er in elke religie voldoende kamers zijn zodat je uiteindelijk wel een interpretatie kunt vinden die aansluit bij hoe jij zelf in het leven staat. Je hoeft daarvoor de islam als geestelijke huis waar je familie mee verbonden is niet op te geven. Integendeel, het levert je meer rijkdom op.”

'Ik heb een heel rare relatie met mijn lichaam.’ Beeld © Stefaan Temmerman
'Ik heb een heel rare relatie met mijn lichaam.’Beeld © Stefaan Temmerman

7. Welke alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“De eerste koffie van de dag. Ik heb een aantal vaste brasseries waar ik graag zit. Koffiedrinken, de krant lezen en vooral kijken naar de mensen die voorbij rushen. Die passanten houden me een spiegel voor. Ik snel ook vaak van de ene afspraak naar de andere. Op een terras kun je dat allemaal wat relativeren.”

8. Wat biedt u troost?

“De Koran. Zowel het zelf lezen als het beluisteren ervan. Het mooie aan de Koran is dat je afhankelijk van je gemoedstoestand en van waar je staat in je leven andere interpretaties aan de verzen kunt geven.”

9. Wat is uw zwakte?

“Ik geloof te vaak in het goede in de mens. Puur rationeel weet ik wel dat de omstandigheden kunnen bepalen of iemand goed of kwaad doet. Thomas Hobbes zag de mens als een wolf voor zijn medemens, dat vind ik een heel negatief wereldbeeld. Maar soms laat ik me meeslepen door de emotie van het moment door vertrouwen te stellen in mensen die niet betrouwbaar zijn, of die zodra het moeilijk met je gaat klaar staan om je hoofd op het kapblok te leggen.”

10. Wat is uw grootste angst?

“Mijn ouders verliezen, en plots overvallen worden door een gevoel dat ik onvoldoende tijd met hen heb gespendeerd. Net omdat ik een product ben van dit ongebreideld neoliberale kapitalistische systeem waardoor we allemaal vastzitten in die rat­race.

“Ik heb vijf broers en twee zussen. Wij zitten allemaal in die rush. We werken en willen daarnaast ook consumeren, gaan eten, op reis gaan, van alles doen. Soms wil je daar niet aan toegeven en denk je waarom? Ik ben blij dat ik daar nu al soms aan herinnerd word.”

11. Hebt u soms heimwee?

“O ja! Vooral naar de reisjes naar Marokko met ons busje, via Frankrijk en Spanje. Drie dagen onderweg. Dit zou wel een ultieme droom zijn: om nog eens naar Marokko te reizen met de hele familie, met alle kleinkinderen erbij, en al die leuke verhalen nog eens op te rakelen.

“Of ikzelf ook acht kinderen zou willen? (lacht) Vraag me eerst of ik er überhaupt een wil. Op dit moment voel ik de behoefte niet. Ik ben net getrouwd, dus zal er nog even mee wachten. Ik vind ook dat je daar goed over moet nadenken. Een kind vergt heel veel management. Ik ben iemand die graag zijn vrijheid heeft en het was al een hele stap voor mij om te trouwen.” (lacht)

12. Wat hing er aan de muur van uw tiener­kamer?

“Niets. Wij sliepen met velen op één slaapkamer die sober was ingericht.”

13. Welk boek heeft voor u een speciale betekenis?

“Normaal zou ik nu de Koran zeggen. Maar ik wil geen afbreuk doen aan het sacrale karakter ervan door het te vergelijken met eender welk ander boek. Dus uit respect kies ik Nietzsches tranen (van I.D. Yalom, red.), een boek dat een brug slaat tussen fictie en non-fictie. Hoofdfiguren zijn Friedrich Nietzsche en dr. Joseph Breuer, die allebei ziekelijk in de ban van een vrouw zijn en beloven elkaar te zullen genezen. De een vanuit de filosofie, de ander vanuit de psycho­analyse. Dat levert fenomenale gesprekken op.

“Ik heb ook vaak gehuild bij dat boek. Onder meer op het einde, wanneer Nietzsche in tranen uitbarst omdat hij beseft dat hij echte vriendschap voor Breuer voelt, terwijl hij heel lang dacht dat hij daartoe niet in staat was.

“Ik herinner me dat ik toen in Gran Canaria was. Ik reis vaak alleen om mezelf beter te leren kennen. Als je alleen reist, kom je jezelf overal tegen en confronteer je jezelf met de diepste vragen van het leven. In het begin is dat heel onwennig, soms word je overvallen door melancholische gevoelens, maar na een tijd maakt dat je persoonlijkheid sterker. Ik lag daar dus op het strand en begon te huilen. Twee oude vrouwen kwamen naar me toe en vroegen wat er scheelde. Ze dachten dat ik met zwaar liefdesverdriet zat. Ik dacht: hoe moet ik nu uitleggen dat ik huil door Nietzsche? (lacht)

‘De cijfers in het onderwijs, de plek bij uitstek waar je geest wordt verrijkt, gaan omlaag, terwijl de lichaams­cultus de hoogte in schiet. Ik hoop dat die trend zich niet blijft doorzetten.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘De cijfers in het onderwijs, de plek bij uitstek waar je geest wordt verrijkt, gaan omlaag, terwijl de lichaams­cultus de hoogte in schiet. Ik hoop dat die trend zich niet blijft doorzetten.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Nietzsche triggerde iets in mij, waardoor ik meer van zijn boeken ben gaan lezen. Zo heb ik de westerse filosofie leren kennen, die een heel nieuwe wereld voor mij heeft geopend. Toen besefte ik pas dat als je de ambitie hebt om mensen te verbinden, je eerst moet begrijpen waar het denken van mensen op gebaseerd is. Omdat ik terug kon naar de bron, kon ik ook zien wat het Europese denken heeft opgeleverd. Het socialisme, het liberalisme, het nationalisme.

“Dat is ook zo met de islam: als je hem wil begrijpen moet je terug naar de bron en zien welke stromingen eruit zijn voortgevloeid. Dan kun je pas echt gaan verbinden, anders blijft het ‘Kumbaya’. Voor mij mag verbinden geen ‘Kumbaya’ zijn, voor mij moet het echt doordacht zijn.”

14. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik ben een religieuze mens en zoek dus religieuze momenten op. Ik bid en voor mij is bidden de beste religieuze ervaring, omdat je dan de nietigheid van jezelf beseft.

“Ik heb het geluk gehad dat ik geboren en opgegroeid ben in het Westen, waar het atheïsme al lang sterk aanwezig was. Omdat ik daar veel vragen over kreeg, ben ik gaan nadenken over mijn eigen geloof en heb ik in de mate van het mogelijke geprobeerd om zoveel mogelijk rationele verklaringen te geven. Daardoor ben ik mijn religie veel bewuster gaan beleven. Als ik nu religieuze ervaringen heb, is dat totaal niet te vergelijken met vroeger. Vroeger waren het slechts bewegingen. Ik imiteerde mijn ouders of leermeester, maar de intensiteit ontbrak. De echte spirituele betekenis daarachter was niet aanwezig. Nu kan ik daar volop van genieten.

“Ik bid vijfmaal per dag. Het idee dat je na een hele dag gejaag en gehol kan thuiskomen en bidden, dat helpt om te relativeren. Als ik mezelf die spiegel niet kon voorhouden, zou ik mezelf verliezen in de rat­race.

“Iedereen heeft wel een uitlaatklep of een manier om aan zelf­reflectie te doen. Ik hoef het niet ver te zoeken. Als je uit een geestelijk huis komt en je hebt die rituelen al vroeg meegekregen, dan hoef je niet speciaal nieuwe rituelen te bedenken. Was ik geboren in een christelijk of atheïstisch gezin, had ik waarschijnlijk andere manieren gevonden. Het vormelijke is niet belangrijk. Je moet een manier vinden om op de rem te gaan staan en te beseffen dat je maar een mens bent die geen bovennatuurlijke krachten bezit en vergankelijk is en zal sterven als een­ieder.”

15. Hoe definieert u liefde?

“Liefde is volgens mij zoals geluk, het is geen permanente staat van zijn. Ik denk dat het Nietzsche was die zei: ‘Liefde is de toestand waarin de mens de dingen het meest ziet zoals ze niet zijn.’ Als je in een toestand van liefde verkeert, ben je niet altijd in staat de dingen helder te zien. Dan wil je erop vertrouwen dat de persoon aan wie je je liefde geeft er geen misbruik van maakt. Liefde is overgave.”

16. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Ik heb een heel rare relatie met mijn lichaam. Na een maaltijd kan ik me snel te dik voelen, waardoor ik mezelf dan meteen ga afstraffen en een dag of twee niets of weinig eet. Ik sta nooit op een weeg­schaal, ik voel het gewoon. Het lichaam moet goed zitten en als dat niet zo is, kan ik daar heel slécht van lopen, want het lichaam is verbonden met de geest en ik denk heel veel na.

“Ik merk wel dat de westerse samenleving meer aandacht heeft voor het lichaam dan voor de geest. De cijfers in het onderwijs, de plek bij uitstek waar je geest wordt verrijkt, gaan omlaag, terwijl de lichaams­cultus de hoogte in schiet. Ik hoop dat die trend zich niet blijft doorzetten. Want dat zou een teken kunnen zijn dat we als samenleving veel meer bezig zijn met het oppervlakkige.”

17. Wat vindt u erotisch?

“Eigenlijk ben ik een sapio­seksueel. Ik word aangetrokken door intelligentie. Het is belangrijk voor mij een partner te hebben met wie ik een geestelijke band heb en met wie ik kan sparren. Dat vind ik heel aantrekkelijk, los van andere eigenschappen. Voor een sapio­seksueel is schoonheid ondergeschikt, voor mij niet.

“Ik heb dus een mooie, wijze vrouw, ja. (lacht) Ze is juriste. Ze weet veel, ze leest veel. Telkens als ik iets onderneem, kan ik daarover met haar praten. Ik kan me niet voorstellen een partner te hebben met wie ik dat niet zou kunnen.”

18. Wat is de meest bijzondere plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

(lacht) “Geen speciale plekken. Ik heb ooit eens een acteur daar een vrij seksistische uitspraak over horen maken. Hij zei: ‘Een vrouw heeft een reden nodig voor seks, een man gewoon een plek.’ Dat komt niet van mij, hè. (lacht) Maar het is me wel bijgebleven.”

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

19. Hoe zou u willen sterven?

“Ik zou als een liefdevol iemand herdacht willen worden. Niet verdwijnen in een vergeetput. In de Koran staat een vers over de profeet Abraham die een oproep deed tot God: ‘En geef mij een goede naam onder de komende nageslachten (26:84).’ Ik denk wel dat het belangrijk is dat mensen het gevoel hebben dat je iets hebt betekend in hun leven.”

20. Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Het avondmaal op zich is niet belangrijk voor mij. Het voornaamste is dat ik in vrede kan gaan en nog de kracht vind om een laatste dankbetuiging aan God te brengen. Ook al geloof ik dat de dood geen eindpunt is. Wat daarna volgt, dat laat ik over aan het mysterie.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234