Zondag 25/10/2020

Illusies aan scherven in 'Het gebroken oor'

strips

'het (originele) gebroken oor' van kuifje vanaf vandaag bij 'de morgen'

Vanaf vandaag publiceert De Morgen de originele uitgave van Het gebroken oor van Kuifje. In een van zijn vandaag minder geciteerde werken introduceert Hergé nochtans een van zijn kostelijkste nevenfiguren: generaal Alcazar. Alcazar staat symbool voor de verloedering van de politieke zeden in zijn continent, de corruptie van westerse industriëlen, en meteen zorgde Hergé ervoor dat dit clichébeeld van de Zuid-Amerikaanse dictator-voor-één-dag zijn intrede deed in de Belgische strip.

Brussel / Eigen berichtgeving

Walter Pauli

Naar het begripsvermogen van de kopers en lezers van stripverhalen dateert Het gebroken oor uit de prehistorie. Hergé tekende het originele verhaal al in 1935, als zesde in de reeks voor het tijdschrift Le petit vingtième; in 1937 verscheen het ook als album. Toen had Hergé al enig prestige verworven met de Kuifje en de Sovjets (1929), in Congo (1930), in Amerika (1931), De sigaren van de Farao en De Blauwe Lotus (1932-1934, oorspronkelijk een tweeluik). Dat laatste album staat nu nog altijd bekend om zijn expliciete verwijzingen naar de politieke actualiteit. Hergé nam er scherp standpunt in tegen de Japanse invasie van de Chinese provincie Mantsjoerije, en haalde in één beweging ook uit naar de Amerikaanse en westerse diplomaten en zakenlieden en hun internationale concessies te China.

Is het omdat Zuid-Amerika minder tot de verbeelding spreekt dan China, dat Het gebroken oor in de loop der jaren minder aandacht kreeg dan andere albums? Wie het album herleest, en zeker de originele zwartwituitgave, zal nochtans verrast zijn door de verwijzingen naar de actualiteit. Ook al is Hergé nog jong, toch stemden de politieke zeden waarover hij las hem zeer bitter. In zijn bekende Entretiens met de Franse journalist Numa Sadoul zou Hergé in zijn laatste levensjaren uitleg geven over zijn drive om de actie te verleggen naar Zuid-Amerika: "In Het gebroken oor is er een handelaar in kanonnen, waarover ik in Le Crapouillot (een avant-gardistisch tijdschrift, wp) had gelezen. Die figuur is gebaseerd op een echte wapenhandelaar, de beroemde Basil Zaharoff, een Griek die door het Engelse hof in de adelstand werd verheven en zijn fortuin vergaarde door in de oorlog 1914-1918 wapens te verkopen aan alle oorlogvoerende partijen. (...) Ik heb dat gekoppeld aan de gebeurtenissen omtrent petroleum. (...) Op dat moment was er de oorlog van 'Gran Chaco' tussen Bolivië en Paraguay, waar gevochten werd voor het bezit van een gebied met olie in de ondergrond. Een gruwelijke oorlog, waarover men in Europa weinig heeft gesproken."

De tijdgeest speelt natuurlijk mee. In de jaren dertig beleefde men de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog nog als iets zeer reëels, en wist men al te goed wat de gevolgen waren van steeds zwaarder wapentuig. Hergé verandert nauwelijks iets aan dat realistische kader. Basil Zaharoff wordt B. Mazaroff (zwartwitalbum) of later Basil Bazaroff (kleurenalbum), en Gran Chaco verandert in Gran Chapo. Dat zijn dus nauwelijks verhulde toespelingen op wat er in werkelijkheid gebeurde. Alleen de beide landen krijgen andere namen. In het stripverhaal situeert de oorlog zich niet op de grens tussen de reële landen Bolivië en Paraguay, maar tussen de imaginaire bananenrepublieken San Theodoros en Nuevo-Rico. Hergé had namelijk geleerd van het recente verleden, toen er bij het verschijnen De Blauwe Lotus officieel protest gekomen was van de Japanse ambassade. Een rel met Boliviaanse of Paraguyaanse diplomaten leek dit niet waard en bovendien was er in zijn ogen geen 'goed' kamp of geen 'slecht': hij had geen sympathie voor de twee landen of hun presidenten. Als er als boosdoeners waren, zo blijkt ook uit het album, dan wel de Amerikaanse en Britse multinationals.

Die multinationals spelen een bijzonder perfide spel. Wie ooit wat leest over de politieke geschiedenis van Zuid-Amerika, kan de pagina's niet tellen waarop Noord-Amerikaanse 'investeerders' hun dollars gebruiken om een paar duizend kilometer zuidelijk regimes in het zadel te helpen - de meest perfide eerst - of ze eruit te lichten - de meest idealistische eerst. Dat was zo al met hun steun aan Pinochet en tegen Allende in Chili, met die voor Batista en tegen Castro in Cuba, of voor Baby-Doc en tegen Aristide in Haïti. Dat was zo ook al in de jaren twintig en dertig van de eeuw waarin Hergé leefde, toen de Amerikanen in Nicaragua bijvoorbeeld de familie Somoza in het zadel hielpen. Het is tegen die achtergrond dat Het gebroken oor te begrijpen valt.

Hergé zet de aanval in tegen dat soort machtsspelletjes. Het levert een album op waarin zowat alle nevenfiguren zich laten kennen door een ongezien cynisme. In Het gebroken oor is, op de held Kuifje na, zowat iedereen pervers, laf en geldzuchtig. De kroon spant natuurlijk hogervermelde 'Zaharoff/Mazaroff/Bazaroff', van de (echt bestaande wapenfabrikant) Viking Arms Company Ltd. Pagina's 76 en 77 van de zwartwiteditie zijn dan ook cruciaal om het verhaal te begrijpen. In grafisch en inhoudelijk sterk parallel opgebouwde stroken laat Hergé zien hoe de steenrijke handelaar pendelt tussen de hoofdsteden 'Las Dopicos' en 'Sanfacion', om er telkens dezelfde kanonnen en granaten te verkopen. (Zaharoff etc. prijst zijn waar aan als "wendbaar, handzaam, en in staat met een lief vernikkeld granaatje 15 km te overbruggen". Er zijn nog meer Angelsaksische kapers op de kust. Terwijl de firma Vickers wapens levert aan beide partijen, wordt het regime in San Theodoros bewerkt door de afgevaardigde van 'General American Oil' om oorlog te voeren met het buurland, het hele petroleumgebied in handen te krijgen en te laten exploiteren door de bevriende firma's. Intussen hebben de zakenbehartigers van 'British South-American Petrol' hetzelfde gedaan met de regenten uit Nuevo-Rico.

En zo koopt iedereen iedereen om. Kuifje wordt benaderd om generaal Alcazar, de niet-verkozen president van San Theodoros, voor honderdduizend dollar tot oorlog aan te zetten. Kuifje weigert, en dan maar Alcazar zelf aangepakt. Die bezwijkt voor een bod dat hij maar moeilijk kon negeren: "U verklaart Nuevo-Rico de oorlog, u annexeert de olievelden en uw land ontvangt 35 procent van de winst die door onze maatschappij wordt behaald. Van die 35 procent is 10 procent voor u persoonlijk." Omdat Kuifje 'onbetrouwbaar' is - maar natuurlijk volgens het jargon van verder volstrekt onbetrouwbaar volk - schakelt de topman van 'General American Oil' een duister figuur in: "Ik heb er wel 10.000 dollar voor over om van hem verlost te zijn." Antwoord: "Als zijn excellentie me dat bedrag wil geven, ben ik ervan overtuigd dat er heel wat mogelijk is." Volgend prentje zit die man met een nog onbetrouwbaarder sujet: "Dat is dan afgesproken? 5.000 dollar als Kuifje iets overkomt" - reken zelf het in eigen zak gestoken commissieloon uit.

En zo gaat het maar voort en verder. Kolonel Diaz, een slippendrager die plaats moet maken voor Kuifje en tot korporaal wordt gedegradeerd, laat zich diezelfde avond nog inlijven bij een groep antipresidentiële terroristen. "Vrienden, een nieuw lid. Een officier die liever zijn ontslag nam dan nog langer de tiran te dienen."

Tot bij de kleinste nevenfiguren is het een en al corruptie en lafheid die tieren. Zo is er indiaan Caraco (de man die samen met Kuifje op de cover staat); hij komt nauwelijks een pagina in beeld, maar die ultrakorte verschijning volstaat voor hem om Kuifje een gammele prauw te verkopen, zich te laten inhuren als gids, maar al na één nacht stiekem de plaat te poetsen.

En al die grote en kleine ondeugden komen samen in de figuur van de al genoemde generaal Alcazar, president van San Theodoros. Of beter is: deeltijds president. De helft van zijn tijd heeft hij namelijk nodig in het opnieuw verdrijven van zijn grote concurrent, generaal Tapioca. Die twee Zuid-Amerikaanse militairen spelen een gewelddadig haasje-over in de greep naar de macht in hun straatarme land. En, zoals zo vaak is er bij die twee schurken één valse boef (Tapioca) en één al bij al toch sympathieke schurk. Want ook al laat hij zich omkopen, ook al heeft hij een ruwe vorm van humor, ook al beveelt hij iedereen die hem hindert te laten fusilleren - evengoed Kuifje als de cipiers die hem lieten ontsnappen - toch valt Alcazar best mee. Als er één figuur is in het Kuifje-universum waarmee zijn karakter te vergelijken valt, dan zeker en vast kapitein Haddock (die nog niet in Kuifje opgedoken was toen dit verhaal getekend werd): even opvliegend, even ijdel, even graag drinkend, even vlug in de problemen rakend.

Zo zullen we Alcazar dan ook tijdens nog meer Kuifje-avonturen tegenkomen. In het album De zeven kristallen bollen (het eerste deel van de musical De zonnetempel) heeft generaal Tapioca de macht teruggenomen, heeft Alcazar de benen genomen naar Europa en verdient hij daar de kost als messenwerper. In Cokes in voorraad botsen Kuifje en Haddock na een filmvoorstelling letterlijk en figuurlijk op Alcazar, maar die heeft geen zin een babbel en haast zich weg. Hij verliest daarbij zijn portefeuille, het edelmoedige Kuifje doet alles, maar dan ook alles om zijn oude vriend zijn brieventas terug te bezorgen, en ontdekt zo natuurlijk dat hij weer gemene zaak maakt met een aantal wandelaars in tweedehands wapens om opnieuw een leger op de been te brengen en San Theodoros opnieuw in te nemen.

Dat lukt ook in De Picaro's. Nu is het generaal Tapioca die Kuifje in de val lokt, en Alcazar - helemaal getooid als een kompaan van Fidel Castro, sigaar incluis - die zijn Europese makker meeneemt naar zijn guerrillakamp, van waaruit ze samen San Theodoros 'bevrijden'. Maar net zoals in Het gebroken oor is niemand te vertrouwen. Pablo, de oude huurmoordenaar die in Het gebroken oor door Kuifje in leven werd gelaten en hem daarom naar eigen zeggen "eeuwig dankbaar" is, verraadt in 'de Picaro's' zonder veel verpinken Kuifje en Alcazar aan hun gezamenlijke vijand Tapioca. Daarmee is het 'genre-Alcazar' aangebroken in de Belgische strip. Je kunt geen stripheld meer naar Zuid-Amerika zien reizen, of er vindt wel binnen de paar pagina's een revolutie plus contrarevolutie plaats. Franquin heeft die achtergrond gebruikt in zijn onvolprezen album Robbedoes en de erfgenamen, en tekenaar Pom heeft zijn helden Bert Bibber en Piet Pienter talloze malen doen afreizen naar San Doremi en gelijkaardige bananenrepublieken.

Vervolg op pagina 36

Zowat iedereen is laf en geldzuchtig in dit album waarin Hergé de wapenhandel en olieoorlogen in Zuid-Amerika hekelt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234