Donderdag 01/10/2020

Il n'y a pas de rapport sexuel

(Jacques Lacan)

Er waren dat jaar nochtans genoeg geruchten, verhalen over herhaalde mondelinge assistentie onder de gordel en uiteindelijk zelfs harde bewijzen in de vorm van presidentieel genot op een navy blue dress. Eén enkele keer was er volgens de dame in kwestie ook nog een oneigenlijk gebruikte sigaar in het spel geweest. Er was sprake van seksuele betrekkingen, van een seksuele affaire en van een seksuele verhouding. Maar de president wilde daar persoonlijk allemaal niet zoveel woorden aan vuilmaken: "Ik wil dat u naar mij luistert. Ik zal het nog één keer zeggen. Ik had géén seksuele verhouding met die vrouw, Miss Lewinsky. Nooit heb ik iemand gevraagd te liegen. Nooit. Al die beschuldigingen zijn vals. En nu moet ik dringend weer gaan werken voor het Amerikaanse volk." No sexual relationship. Dat herhaalde Clinton dus op zijn persconferentie van 26 januari 1998, vijf dagen nadat bekend was geraakt dat hij beschuldigd werd van meineed en het aanzetten tot meineed over zijn slippertjes in het Witte Huis. Zeven maanden later, toen de hooggeplaatste herkomst van het zaad op de jurk bewezen was en Lewinsky haar ware toedracht had verteld, was de president nog altijd niet van gedacht veranderd. Na zijn verhoor voor de Grand Jury, in waarschijnlijk de meest gênante televisietoespraak ooit, klonk hij weliswaar al heel wat minder zelfverzekerd. Akkoord, hij en Monica hadden inderdaad een paar "ongepaste", ja zelfs "foute" spelletjes gespeeld. Zijn vroegere verklaringen hadden wat dat betreft blijkbaar "een verkeerde indruk" gewekt. De hele kwestie was helaas "a critical lapse in judgement", "a personal failure" waarvoor de president nu vergiffenis vroeg aan zijn vrouw, zijn dochter, zijn God en de hele televisiekijkende wereld. Maar eigenlijk pleitte Clinton op 17 augustus tot ieders verbazing nog steeds onschuldig. Van meineed kon men hem onmogelijk betichten, vond hij, want al zijn antwoorden waren de hele tijd wettelijk gezien volkomen correct geweest. Hij had met Lewinsky nog altijd géén seksuele verhouding gehad, hoogstens hier en daar wat "ongepast intiem contact". Maar daar hadden zijn ondervragers dus in feite nooit naar gevraagd.

Hoezo, geen verhouding? Ongepast intiem contact, en wat dan nog? Het had zich toch allemaal voltrokken in de genitale sfeer? En het wonder was daarbij toch meermaals geschied? So what's the fucking difference? Was het zo al niet gênant genoeg? Wat waren dan wél de juiste criteria voor een seksuele verhouding? Een hogere penetratiegraad allicht, zoals De Croo zou zeggen? Het streven naar een simultane climax? Naar een nog hogere slipfrequentie? Was dat nu geen al te ouderwetse en beperkte opvatting van seksuele activiteit?

Clinton sloeg in 1998 dus een verschrikkelijk modderfiguur, zowel in het conservatieve als in het progressieve kamp. Maar misschien, heel misschien, had hij met al zijn koppigheid écht wel serieuze bedoelingen gehad. Mogelijk - wij gunnen hem hier graag nog even het voordeel van de twijfel, het is tenslotte kerstavond - wilde hij ons in zijn annus horribilis zelfs een behartigenswaardige les leren over de essentie van ieder menselijk verlangen! Met wat goede wil valt immers vrij eenvoudig vast te stellen dat Clinton niet alleen in eigen naam had gesproken: "Er ís niet zoiets als een seksuele verhouding - dat is correct." Dat onthutsende, want wel bijzonder universeel interpreteerbare antwoord gaf hij al op 21 januari, toen Jim Lehrer hem in de nieuwsshow op PBS vroeg of hij nu echt geen seksuele verhouding had gehad met de jongedame.

Waarlijk, de seksuele verhouding, ze bestaat niet. Niet in Washington, niet in Brussel en niet in de absolute zin des woords. Geen verhouding, geen relatie, geen verstandhouding, geen gemeenschap en geen betrekking. Toen niet, nu niet, nooit. Mogelijk had Clinton dat onthutsende zinnetje ooit een keer opgevangen op de sofa van zijn persoonlijke psychotherapeut. Want "Il n'y a pas de rapport sexuel", dat was toch vooral de stelligste overtuiging van de geniale Franse psychoanalyticus Jacques Lacan (1901-1981). Het is volgens zijn volgelingen nog steeds het fundament van de hele psychoanalytische leer, het enige axioma dat verklaren kan waarom wij mensen echt niet kunnen neuken als de beesten, waarom niet iedereen per se valt voor het andere geslacht, waarom wij er in het beste geval nooit genoeg van krijgen en waarom wij zelfs überhaupt nog blijven verlangen. "Il n'y a pas de rapport sexuel", maar er zijn natuurlijk wel DES rapports sexuels. Zo staat het ook in het Franse woordenboek. Er zijn seksuele betrekkingen, verhoudingen en verstandhoudingen, maar dan alleen in het meervoud: in alle soorten en kleuren, vormen en maten. Van absolute voltreffers tot totale afknappers. Met zijn ongewone enkelvoud doelde maître Lacan echter op heel iets anders. Iets waarin zowat alle betekenissen van het Franse 'rapport' mochten meeklinken: 'verslag', 'verstandhouding', 'verband', 'overeenkomst', 'opbrengst', 'aansluiting' en 'verhouding'. Clintons vertaalpoging had dus haar beperkingen, maar je kunt er al een heel eind mee komen. De kern van Lacans boodschap is dat het ene seksuele verlangen nooit echt in relatie staat tot het andere. Het verlangen kan dan ook niet worden 'gerapporteerd', er is geen sluitend relaas en geen passende formule. Het een sluit niet aan op het ander, ook al valt het wat anatomie betreft in de meeste gevallen best wel mee. Strikt genomen is het verlangen zelfs niet seksueel, want het onderbewuste heeft geen weet van geslachten. Zo klonk het al bij Freud, en zo concludeerde ook Lacan: "Het is niet waar dat God ze als man en vrouw geschapen heeft."

Mannen komen dus niet van Mars en vrouwen komen niet van Venus. Het verlangen staat au fond niet in verhouding tot het andere geslacht en ook niet tot het geslacht van de ander. Het heeft zelfs geen echt object, want "Le désir de l'homme, c'est le désir de l'Autre." Jammer maar helaas betekent deze schone zin ook niet dat wij naar elkander verlangen. Als onverbeterlijke narcisten verlangen wij in wezen slechts naar het verlangen van de ander, met andere woorden: wij verlangen dat de ander naar ons zou verlangen. Het genot (jouissance) dat we zouden willen bereiken is idioot en solitair, terwijl het altijd gemiste object van ons verlangen in sluiers blijft gehuld.

Allemaal goed en wel, maar hoe is het dan met de liefde gesteld, zo vragen wij ons bang af in deze donkere dagen? Als er geen seksuele verhouding is, is er dan misschien ook geen amoureuze? Als ons verlangen fundamenteel narcistisch is, bestaat er dan geen echte liefde, en is liefde dan nooit wederzijds? Natuurlijk wel. Juist daarom zelfs! "L'amour", zegt Lacan, "c'est donner ce qu'on n'a pas." Liefde overkomt ons als het enige supplement dat de onmogelijke seksuele verhouding kan compenseren. Meer nog, "quand on aime, il ne s'agit pas de sexe", "l'amour, c'est toujours réciproque" en - voor de liefhebbers - "l'étre comme tel, c'est l'amour qui vient à y aborder dans la rencontre." Het staat allemaal op uiterst fascinerende wijze verwoord in zijn Séminaire XX uit 1972, met de veelbelovende titel Encore. Als dat geen lekker boekje is om samen mee onder de kerstboom te kruipen.

Piet Joostens

Wat zijn eigenlijk de juiste criteria voor een seksuele verhouding?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234