Zondag 27/11/2022

'Ik zwem voor alle vluchtelingen ter wereld'

Als lid van het eerste olympische vluchtelingenteam ooit bereidt de Syrische kampioen Rami Anis (25) zich in het zwembad van Eeklo voor op de Spelen van Rio. Carine Verbauwen (54), Belgiës beste zwemster ooit, staat hem bij. 'Hij vertikt het om negatief te zijn.'

Het zwembad van Eeklo oogt knus maar ook verouderd en rommelig. De glijbaan in verlept geel, de naïeve muurschildering met strandbal en zeester... Het hele bad ademt de jaren 80. Mensen die wat baantjes trekken in schoolslag, de betere zwemmers glijden in crawl door het water. Een doodgewoon Belgisch 25 meterzwembad met tropische chloorwalmen en stemmetjes van kinderen die aan de rand van het bad zwemles krijgen en geconcentreerd armbewegingen maken.

Niets doet vermoeden dat in deze biotoop een zwemkampioen zich voorbereidt op de Olympische Spelen in Rio. In een hoekje doet Rami Anis enkele rekoefeningen. Naast hem staat Carine Verbauwen (54), Belgiës beste zwemster aller tijden die deelnam aan de Spelen van Montreal (1976) en Moskou (1980) en in die periode driemaal verkozen werd tot Sportvrouw van het Jaar.

Carine Verbauwen nam de Syrische zwemkampioen in februari onder haar hoede en zorgde ervoor dat hij deelnam aan de selectie voor het allereerste Olympic Refugee Team, een ploeg van tien topatleten die allen hun land moesten ontvluchten. Door de creatie van een vluchtelingenteam wil het Internationaal Olympisch Comité (IOC) duidelijk maken dat asielzoekers vaak getalenteerde mensen zijn die, ondanks hun tegenslagen, tot grootse dingen in staat zijn. Naast Rami Anis behoren ook de Syrische zwemster Yusra Mardini, vijf Zuid-Soedanese hardlopers, een Ethiopische marathonloper en twee Congolese judoka's tot dat team.

Op de openingsplechtigheid in Rio, op 5 augustus, zal de vluchtelingenploeg trouwens als eerste uit de catacombes van het stadion verschijnen en de atletenparade aanvoeren. Ondertussen stromen de interviewaanvragen van internationale media binnen bij het IOC. Al vijftig journalisten van over heel de wereld willen Rami interviewen.

Onwezenlijk

Voor de training hebben we een lang gesprek, op een bankje op het grasveld voor het zwembad. Als we Rami vragen of hij beseft dat hij over anderhalve maand wereldberoemd zal zijn, spert hij zijn ogen en schudt hij van 'neen'. "Ik probeer het me voor te stellen, maar het lukt niet. Carine vertelde me dat ik zwaar onder de indruk zal zijn van het olympische dorp en de sfeer van de Spelen, maar ook dat lijkt momenteel nog zo onwezenlijk. Ik laat het over me heen komen en geniet vooral van deze periode.

"Op mijn smartphone krijg ik voortdurend aanmoedigingen van mijn Syrische vrienden. De meesten zijn ook al gevlucht naar Europa: ze wonen nu in Duitsland, Zweden, Nederland, Griekenland. Sommigen bleven achter in mijn thuisstad Aleppo. Van hen krijg ik zowel supporterende berichtjes als oorlogsnieuws over bombardementen en doden. Maar eigenlijk hebben we het vooral over onze jeugdjaren, toen er nog geen oorlog was. We praten over onze vroegere leraars, onze picknicks, zwempartijtjes.

"Ik besef heel goed dat ik dit Rio-avontuur niet alleen voor mezelf moet doen, maar ook voor hen. Ik ga ook zwemmen voor mijn vrienden in Syrië en voor alle vluchtelingen ter wereld. Zo hard mogelijk zwemmen. En als ik tijdens de openingsceremonie enthousiast begin te zwaaien, dan zwaai ik naar Syrië, België en de rest van de wereld."

Rami voegt eraan toe dat hij ook regelmatig vijandige berichten krijgt van leden van de officiële Syrische sportbond die hem voor lafaard uitschelden. "Ja, de mensen van president Assad zijn misnoegd en zeggen dat ik Syrië een slechte naam bezorg. Ze proberen me uit evenwicht te brengen, denk ik. Ze doen maar. Zal niet lukken."

Het vluchtelingenverhaal van Rami Anis begint vijf jaar geleden wanneer hij besluit om zich bij zijn oudere broer Eyad in Istanbul te voegen. In Aleppo is de burgeroorlog uitgebroken en vooral jonge kerels als Rami, Eyad en hun jongere broer Mohamed lopen groot gevaar. De troepen van Assad beschouwen strijdbare mannen bijna automatisch als vijandige rebellen. "Toen ik de Syrisch-Turkse grens overstak, dacht ik dat ik na twee of drie maanden terug thuis zou zijn. 'Een oorlog in een land dat nooit oorlog heeft gekend, dat kan niet lang duren', dacht ik."

Zilver in China

Maar als na enkele maanden duidelijk wordt dat het conflict alleen maar escaleert, besluit Rami's vader, Ousama, om de hele familie naar Istanbul over te brengen. Enkele maanden worden uiteindelijk vier jaar. Rami: "Niet dat we in Istanbul in armoede moesten leven. Mijn vader is burgerlijk ingenieur en we hadden wat spaarcenten waarmee we een appartement konden huren. Ikzelf mocht trainen in het prestigieuze Galatasaray-sportcomplex. Maar het probleem was dat ik als Syriër niet mocht deelnemen aan Turkse wedstrijden. Een of andere belachelijke regel. Bijzonder frustrerend.

"Twee jaar daarvoor had ik op de Aziatische Spelen in het Chinese Guangzhou nog een zilveren medaille gehaald. Het zag er toen bijzonder goed uit en ik wist dat ik mits hard trainen een kans had om de wereldtop te halen. Maar in Istanbul ging die droom in rook op. Als atleet weet je heel goed dat je maar enkele jaren hebt om de top te bereiken. Mijn tijd was aan het wegtikken."

De tijd tikt inderdaad weg en de spaarcenten van vader Anis drogen op. Het ziet er slecht uit voor de familie: niemand van het gezin heeft toestemming om te werken, het appartement wordt stilaan onbetaalbaar. Rami: "Ons overkwam wat zo veel Syriërs in Turkije overkomt. We waren in veiligheid, maar we kregen geen kans om een nieuw leven op te bouwen. Ieder mens die na vier jaar moet vaststellen dat zijn leven tot stilstand is gekomen, gaat op zoek naar een uitweg."

Die uitweg wordt Europa. Voor de tweede maal beraamt de familie een vluchtplan: eerst zal vader Ousama de Middellandse Zee naar Griekenland oversteken om zich in België bij een familielid te voegen. Daarna zullen Rami en Mohamed hetzelfde doen. Hun moeder en broer Eyad kunnen dan later via familiehereniging afkomen.

Rami: "Jullie hebben natuurlijk op televisie gezien in wat voor kleine bootjes de Syrische vluchtelingen de Middellandse Zee oversteken. Maar iets anders is het om het echt mee te maken. Mijn overtocht verliep eerst rustig, de zee was kalm. Er zaten wel erg veel mensen op de rubberboot, veel kinderen ook. Maar even later zaten we op volle zee en ging ons bootje zwaar op en neer. Er was niet veel om je aan vast te houden - een touwtje, de schouder van een medepassagier. En dan hoop je maar dat je je evenwicht niet verliest en in zee valt.

"Ik wist wel dat ik goed kan zwemmen, maar ik besefte ook dat zolang de Griekse kust nog veraf was, ik het niet al zwemmend zou halen. Ik vreesde voor mijn leven, maar ook voor dat van al die kinderen. Voor de eerste keer was ik doodsbang voor het water. Maar we haalden het.

"Op het strand van Samos wist ik niet wat ik moest denken. We leefden nog! Maar ook een gevoel van: 'Wat is dit eigenlijk voor een gedoe? Waarmee zijn we eigenlijk bezig?' En vooral: 'Wat hebben we nog een lange weg af te leggen om tot bij vader in België te geraken.'"

200 euro lidgeld

Trainer Carine Verbauwen is er tijdens ons gesprek komen bijzitten. Ze kijkt haar ogen uit wanneer ze Rami's nieuwe coupe ziet. "Rami, ben je vandaag naar de kapper geweest?! Wat een kuif! Je lijkt wel Radja Nainggolan!"

Aanvankelijk zou Carine vooral luisteren naar Rami's vluchtelingenverhaal waarvan ze de meeste details al wist, maar waarvan ze even later zal zeggen dat het relaas haar blijft verbazen. Niet alleen de lijdensweg van de familie Anis, maar ook het onvermogen van Europa om de Syrische oorlogsvluchtelingen op een empathische manier op te vangen. "Net zoals zoveel mensen heb ik natuurlijk ook die beelden gezien van Syriërs die over zee naar Europa vluchten. Wat me blijft verbazen, zijn de negatieve commentaren: 'Het zijn allemaal terroristen, we moeten alles doen om ze uit België te weren, en als we niet opletten zijn onze burgemeesters allemaal islamieten.'

"Echt waar: ik word er zo nijdig van. 'Doe nu eens niet zo simpel!', denk ik dan. 'Dit is geen oorlog tussen katholieken en christenen, dit gaat over mensen die uit een bloedig conflict komen.' Hebt u dat tv-programma Terug naar eigen land gezien? Ik heb mijn tv een aantal keer moeten uitzetten. Die commentaren van politica Zuhal Demir! De angst waarmee zij over de Syrische vluchtelingen praat. Alsof al die Syriërs staan te trappelen om naar Europa te komen. In godsnaam: het is daar oorlog, de wereldmachten zijn dat land aan het verscheuren. Wat moet je dan doen als gewone Syriër? Jezelf en je kinderen laten vermoorden?"

Waarna Carine even gas terugneemt. "Om maar te zeggen: dat was mijn gemoedsgesteldheid nog voor ik dat eerste telefoontje van Rami kreeg."

Dat eerste telefoontje kwam er in februari. Of Carine het zag zitten om een gevluchte Syrische zwemkampioen onder haar vleugels te nemen. Ze zei 'ja', ook al besefte ze toen al dat die verantwoordelijkheid verder zou gaan dan het louter trainen van een beloftevolle atleet. "Rami verbleef toen nog in het asielcentrum van Fleurus en trainde op dat moment in het zwembad van Charleroi, waar de club hem 200 euro lidgeld vroeg. Dat geld had hij niet, waardoor hij dan maar baantjes trok tussen alle andere zwemmers. Een snellere manier om een topzwemmer te ontmoedigen, is er natuurlijk niet. Ik nodigde hem uit om gratis bij de Royal Ghent Swimming Club te komen, maar het nadeel was dat hij vanuit Fleurus drie uur moest reizen om in Gent het olympisch zwembad Rozebroeken te bereiken. Dagelijks drie uur heen en drie uur terug: dat is niet te doen."

Tegenkanting

Carine en Rami gingen dan maar op zoek naar een appartement in het Gentse. "Ooit al eens een woning proberen te vinden voor een Syriër? Vrijwel onmogelijk. Pas dan merk je wat voor obstakels wij opwerpen voor die mensen. De woningdiensten in Gent zeiden dat Rami eerst Nederlands moest spreken alvorens aanspraak te kunnen maken op een sociale woning. Dat hij elke dag lessen Nederlands volgt, bleek niet voldoende.

"Op de privéwoningmarkt is de argwaan nog groter. Een vriendelijke dame van het OCMW zei heel eerlijk dat we op de immobiliënmarkt geen schijn van kans maakten. 'Het enige wat je kunt doen, is nagaan of iemand uit je vriendenkring een woning verhuurt en die persoon overtuigen om te helpen', vertelde ze ons. Uiteindelijk was mijn ex-man bereid om een appartement aan Rami te verhuren.

Die oplossing kwam net op tijd: Rami en Mohamed mochten nog maar twee dagen in het asielcentrum van Fleurus blijven."

Ondanks de praktische kopzorgen gingen de trainingen door. De aanvraag om deel te nemen aan het olympische vluchtelingenteam was ingediend en voor Rami's specialiteit, de 100 meter vlinderslag, stelde het IOC een scherpe limiet van 54,19 seconden. Carine: "Rami had zes maanden niet serieus kunnen trainen en al jaren geen wedstrijd gezwommen. Onze opdracht was duidelijk: elke maand moest er een seconde af.

"Het was hard trainen. Ik maakte me weleens zorgen of we het zouden halen. Rami niet: het is iemand die het vertikt om negatief te denken. Van dingen die op het eerste gezicht niet mogelijk zijn, zegt hij: 'Carine, het gaat lukken.' Over dat appartement heeft hij zich bijvoorbeeld nooit echt druk gemaakt. En over het behalen van zijn olympische limiet evenmin. Het onmogelijke moet mogelijk worden: misschien ligt het in zijn cultuur, of misschien is dit alles maar peanuts vergeleken met de problemen die hij sinds zijn vlucht in Aleppo moest overwinnen. Straf.

"Maar weet je wat me dan erg boos maakt? De denigrerende opmerkingen van woningambtenaren, verhuurders en ook sommige journalisten: 'Wat heeft die gast daar te zoeken in Rio? Een podiumplaats zit er toch niet in: waarom al ons geld en onze energie in een Syriër investeren? Waarom al die ophef over dat vluchtelingenteam?' Soms krijg ik de indruk dat hoe sneller Rami zwemt, hoe meer tegenkanting hij krijgt. Terwijl die gast zijn plaats in Rio meer dan verdient."

Nieuwe start

Rami duikt in het water. Eerst zwemt hij enkele baantjes crawl, daarna schakelt hij over op vlinderslag. Vader Ousama Anis, een vriendelijke man met een mooie lach en diepblauwe ogen, volgt de training van op een rij oranje stoeltjes naast het zwembad. "Ik ben gelukkig", zegt hij als ik hem vraag wat hij over de olympische deelname van zijn zoon denkt. "Niet alleen omdat Rami zijn zwemcarrière kan voortzetten, maar vooral omdat de hele familie in veiligheid is en weldra opnieuw samen zal zijn. Mijn vrouw en mijn zoon Eyad zullen weldra papieren krijgen om naar België te komen. Dan kunnen we met z'n allen een nieuw leven beginnen.

"Weet u: toen ik vier jaar geleden Syrië moest verlaten, dan was dat met een verscheurd gevoel. Aleppo was net bevrijd van het Assad-regime en voor het eerst proefden wij van de vrijheid. Daarvoor had ik mijn verstikkende land vaak vervloekt. Maar toen het juk van dat regime weg was, welde er voor het eerst een diepe vaderlandsliefde in me op. Even zag onze toekomst er geweldig uit. Ik verdiende als burgerlijk ingenieur goed de kost, we hadden een mooi huis, gezonde en talentvolle zonen. En net op dat moment nam het regime wraak door onze stad te bombarderen.

"Die nieuwe mooie toekomst heeft slechts enkele maanden mogen duren. Syrië verlaten deed pijn en het leven in Turkije was ook maar zozo. Toen ik vorig jaar in dat bootje naar Europa stapte, wist ik gewoon dat wij een goede beslissing hadden genomen. Ik was niet zenuwachtig, niet bang. Volledig geconcentreerd op onze toekomst waarvan ik wist dat ze in Europa lag. Ik weet niet of ik in België nog als ingenieur aan de bak zal komen. Maar ik weet wel dat mijn zonen hier zullen kunnen studeren en een nieuwe start zullen kunnen maken."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234