Woensdag 27/10/2021

'Ik zougraag eens vakantienemen van mezelf'

'Au fond ben ik een typisch Vlaams meisje: ik hou de potjes het liefst gedekt, tot ik euh... overkook''

Actrice Natali Broods

Nog geen dertig zijn en een 'Martha' aandurven: het is weinigen gegeven. Maar waarom zou Natali Broods (28) het er niet weer glansrijk afbrengen, op de première woensdagavond van Who's afraid of Virginia Woolf? De beste actrice van haar generatie aan het woord, over Broods en spelen.

Steven Heene / Foto Stephan Vanfleteren

De hel die 'huwelijk' heet. Daarover gaat Who's afraid of Virginia Woolf? van de Amerikaanse auteur Edward Albee. Al gaan er steeds vaker stemmen op die in deze beroemde toneelklassieker uit 1962 vooral loutering zien. Het echtpaar waarom alles draait, George en Martha, gaan elkaar dan wel fysiek en verbaal te lijf, ze kunnen tenminste ruziemaken, zo lieten de acteurs van het Onafhankelijk Toneel onlangs in NRC Handelsblad noteren: "Martha en George zijn gezegend, want ze hebben het talent om ruzie te maken. Het gaat helemaal niet over een huwelijkstragedie maar over een grote liefde ondanks de haat." Of ruziën ook als een talent wordt beschouwd in de versie die de Koe vanaf volgende week opvoert, dat is nog een vraagteken. Actrice Natali Broods is, anderhalve week voor de première in Gent, nog steeds nieuwe lagen aan het ontdekken in het stuk van Albee - een ronkende, briljante partituur die dan wel meerdere inhoudelijke interpretaties toelaat, maar die op bevel van de componist zeer letterlijk gevolgd moet worden. Een theatergezelschap dat zich niet aan die strenge regel houdt, kan de rechten voor de opvoering vergeten, zo blijkt. Broods legt uit en kan haar verbazing nog steeds niet verbergen.

Broods: "Dat vind ik zó triestig. Dat iemand in staat is om zo'n ongelooflijk knappe tekst te schrijven, en zich vervolgens gedraagt als een enggeestige boekhouder. Terwijl het stuk onder meer ingaat tegen het burgerlijk gedrag. Hoe kan de auteur dan zeggen: alleen zo en niet anders? Laat toch los, denk ik dan."

We zitten in een Antwerpse brasserie op de laatste dag voor de Koe naar de Gentse Minard verhuist. De jonge actrice, bij het grote publiek vooral bekend van Tom Barmans film Any Way the Winds Blows - waarvoor ze in 2004 trouwens een Joseph Plateau-prijs in ontvangst mocht nemen, roert in haar lauwe koffie. Haar hoofd zit duidelijk vol met Albee, meer bepaald met de rol van het vrouwelijke hoofdpersonage, Martha. Een rol waarmee Elizabeth Taylor in 1966 veruit haar beste filmprestatie neerzette, mede dankzij het vuurwerk van haar toenmalige tegenspeler en echtgenoot Richard Burton. Deze filmversie, het debuut van regisseur Mike Nichols, is het type film dat zich vrijwel meteen in het collectieve geheugen nestelt, al hebben weinig mensen de film ook echt gezien. Bij wijze van opwarming ging de cast van de Koe - ze regisseren traditiegetrouw zichzelf - nog eens kijken voor de repetities begonnen. Dat was vorige zomer, in het Filmmuseum. Broods: "Ik voelde daarna geen enkele behoefte om hem nog eens te zien. Het zou maar in de weg zitten. Maar het blijft een fantastische film. En je kijkt ernaar met in je achterhoofd de woelige geschiedenis van Taylor en Burton als koppel in het echte leven, wat zonder twijfel bepaalde scènes nog een extra dimensie geeft."

Het was ook Broods die de anderen ervan overtuigde om deze klassieker aan te snijden, zo blijkt. "Ik zaag al twee jaar om dit stuk met de Koe te spelen. Veel mensen zeggen me dat ik te jong ben om Martha te spelen, en ik kan me daar wel iets bij voorstellen, maar moet ik dan maar wachten tot mijn vijftigste, in de hoop dan meer geloofwaardigheid aan de dag te kunnen leggen? Ik wil het nú spelen."

Voor wie nog geen versie van Who's afraid... zou hebben gezien of gelezen: het stuk speelt zich af ten huize van een Amerikaans echtpaar. Het is laat, een uur of twee 's nachts, en George en Martha keren terug van een feestje op de universiteitscampus, waar Martha's vader rector magnificus is. Het koppel krijgt nog bezoek van een veel jonger stel - zelf zijn ze in de vijftig - en vooral Martha kijkt daarnaar uit. Ze heeft immers een oogje op de jonge bioloog in kwestie, een recente aanwinst van de faculteit. De glazen worden gevuld en het jonge stel wordt vergast op een heftig echtelijk schouwspel waarin ze zelf niet lang onpartijdig zullen kunnen blijven. Mét loutering inderdaad, maar pas tegen het ochtendgloren.

Broods: "Het is... veel, ja. We zijn gisteren uit gaan eten om te vieren dat we aan het einde zijn geraakt: honderdtachtig bladzijden uit het hoofd geleerd. In een tempo van tien bladzijden per dag, naast de eigenlijke repetities, welteverstaan. Zeker Martha zet op het einde nog een stevige eindsprint in, dus dat etentje was wel verdiend. We konden ook niet veel vroeger beginnen met studeren want onze tekstversie moest eerst worden goedgekeurd door de auteur - elke minste aanpassing werd aangegeven in een aparte kolom. Maar we konden niet anders: de vertaling van Frans Redant is goed, maar een tikje gedateerd."

Je had het daarnet over de antiburgerlijke ondertoon. Is dat voor jou de harde kern?

"Nee. Het zit erin, maar het is zeker niet het belangrijkste. Het is geen echte aanklacht of zo - het draait voor mij veel meer om een bepaald gevoel, en dat laat zich altijd moeilijk verwoorden. Wat die twee met elkaar hebben - en niet hebben. Het gaat er soms ongemeen hard aan toe. Dat fascineert me: hoe die twee het elkaar zo moeilijk kunnen maken, ook omdat ze zo met zichzelf in strijd zijn, maar toch niet uit elkaar gaan. Het stuk illustreert nog maar eens dat geluk, echtelijk of niet, hooguit in momenten bestaat, en dat het zich nooit laat doortrekken in tijd. George en Martha leven al zo lang met elkaar dat hun onderlinge strijd een dagelijkse omgangswijze is geworden. Omdat ze als mens onherroepelijk beschadigd zijn, en alleen nog vanuit die teleurstellingen - privé en professioneel - kunnen reageren. Maar op het einde blijf je nog altijd met een aantal vragen zitten. Dat vind ik mooi.

"Wat ik over die leeftijdskwestie nog wou zeggen: als je als jonge actrice een oud personage van Shakespeare of Tsjechov speelt, stel niemand zich daar vragen bij. Waarom zou dat in dit geval dan anders zijn?"

Goeie vraag. De hoeveelste keer is het trouwens dat je tegenover Peter Van den Eede staat?

"De tweede keer nog maar. De eerste keer was in De man die zijn haar kort liet knippen, en daarnaast hebben we nog samen in een productie gestaan, maar niet als personages echt tegenover elkaar."

Hoe intiem is het om zo'n emotioneel relatiedrama samen te bemeesteren?

"Goh, een rol als deze bevat uiteraard meerdere lagen. Dan is het goed om met iemand te werken die je al wat beter kent, zodat je wat dieper kunt gaan. Dat lukt ons totnogtoe wel aardig, moet ik zeggen. Er moet hoe dan ook een groot wederzijds vertrouwen zijn, wil je zoiets tot een goed einde brengen."

Net zoals in een echte relatie, dus.

"Zoiets, ja. En net zoals in het echte leven, wanneer je je tegenspeler goed kent, probeer je het bekende patroon soms te doorbreken door op een andere manier te reageren dan hij of zij verwacht. Dat houdt de spanning erin en dat is absoluut noodzakelijk. Maar intiem is het zeker. Vooral de laatste weken voor een première, zoals nu. De buitenwereld bestaat niet meer, je hebt alleen elkaar en je kunt alleen maar rechtdoor. Op zulke momenten kun je alleen maar jezelf zijn, met je aangename én je onaangename kantjes. (glimlacht) En ik kan zeer onaangenaam zijn, maar Peter ook. Dat is het verschil met doorsnee repetities: daarna bel je vrienden op om iets te eten of om naar de film te gaan, en zo wind je jezelf af.

"De gelijkenissen tussen een gespeelde en een echte relatie zijn natuurlijk sowieso beperkt. Na elke rol ga je een ander engagement aan, en begint het weer van voren af aan. Je gaat met andere woorden altijd weer weg. Ikzelf speel zowel bij de Koe als bij STAN, met af en toe een film tussendoor."

Wat me opvalt: je legt een duidelijke voorkeur aan de dag voor stukken over relaties.

"Klopt. Tja, ik geraak er maar niet op uitgekeken."

Dat hoeft ook niet hoor.

"Dan is het goed. (lacht)"

Je kunt je als veelgelauwerd talent ook permitteren om te kiezen, is het niet? Zo vertrek je binnenkort naar Cuba voor de nieuwe film van Guido Henderickx. De regisseur die je 'ontdekte'.

"Guido heeft een grote groep acteurs uitgenodigd voor zijn nieuwste project, getiteld Koning van de wereld. Het zal de eerste keer in acht jaar zijn dat we weer samenwerken. Ik kijk er heel erg naar uit."

Hoe kijk je nu terug op je filmdebuut in S.? Om de recensie in deze krant te citeren: je kwam over 'als een kruising tussen Charlotte Gainsbourg en Béatrice Dalle'. Faut le faire.

"Ik heb die film allang niet meer gezien. Het is geleden van een of ander festival, waar ik te gast was samen met Guido en Kevin Janssens, de hoofdrolspeler in Koning van de wereld. Het was héél raar om die film weer te zien. Ik ben ook niet op mijn stoel blijven zitten - Guido en ik zijn al snel naar de bar getrokken, als ik me goed herinner. Niet dat het zo gênant was, maar zo'n ervaring werpt je echt terug in de tijd. En ik heb niet altijd zin om die confrontatie aan te gaan. Ik zie ook te veel foutjes bij mezelf.

"Nu, ik ben daar sowieso nogal dubbel in, hoor. Aan de ene kant ben ik heel melancholisch van aard, en tegelijkertijd wil ik niet altijd terugkijken. Het is misschien een rare vergelijking, maar ik ben na de middelbare school ook een jaar naar Hongarije geweest, in het kader van een uitwisselingsprogramma voor studenten. Die periode is me heel dierbaar en ik heb er enorm veel opgestoken over mezelf, maar tegelijk vind ik het zeer moeilijk om iemand uit die periode nog een kaartje te schrijven of te bellen. Ik doe de stapels brieven van toen, of mijn dagboek, zelden open. Teruggaan is soms gewoon... pijnlijk.

"Wat S. betreft: dat was een trip. We hebben die film in dertien dagen gedraaid, en je weet wellicht dat ik vlak daarvoor gebuisd was op het conservatorium? Raar hoor, op school geloofden ze niet in mij, en Guido liet me verstaan dat hij zonder mij zijn film niet kon maken. Omdat ik S. was, voor hem althans. Uitgerekend de eerste scène moest ik spelen met een ex-docente van mij, Dora Van der Groen. Dat was... heftig, ja. Maar er is op de set geen woord over gewisseld, en na de opnamen ben ik naar Studio Herman Teirlinck getrokken. Maar het heeft lang geduurd voor ik mezelf weer als actrice kon zien."

S. was om nog een andere reden niet vanzelfsprekend: vanwege enkele toch wel pikante scènes.

"Mja, maar die dingen had ik met Guido op voorhand goed doorgepraat, en uiteindelijk - het is een cliché, maar het klopt - is dat toch vooral een technische kwestie: hoe de camera dat in beeld brengt. Bovendien viel het alles bij elkaar goed mee, al vond ik het wel schattig dat Guido op de première mijn ouders specifiek bedankte omwille van hun vertrouwen in het project. Typisch Guido: zeer begripvol."

En meteen was je carrière gelanceerd. Of niet?

"Ja, zeker? Al heb ik wel een tijdje moeten oppassen met wat ik aannam van rollen. Het risico bestond dat ik als een soort babe zou worden versleten, om maar iets te zeggen. Naar het schijnt waren er zelfs sites waarop ik naakt te zien zou zijn. Maar als die foto's al bestaan, zijn ze toch het resultaat van knip- en plakwerk met een ander lichaam, moet ik zeggen, want uit S. zullen ze niet veel gehaald hebben.

"Zoals je weet ben ik daarna aan Studio afgestudeerd met Kleine bezetting, en toen is de bal gaan rollen: bij Jan Decorte, STAN, de Koe... Vreemd hoe het leven soms in elkaar zit. Wist je dat ik jaren voordien, nog als scholier, een voorstelling van STAN heb bijgewoond? Ernst was dat. Grappig als ik daar nu aan terugdenk. Dat ik later nog met diezelfde mensen op de planken zou staan."

Vergeef me dit journalistieke cliché, maar wanneer wist je dat je actrice wou worden?

"Het was in ieder geval niet iets dat al vroeg vaststond. Als ik er al aan dacht, dacht ik er meteen ook bij dat zoiets voor mij allicht niet weggelegd was. Zo dacht ik als jong meisje lange tijd dat ik culturele antropologie zou studeren, of iets in dien aard. Ik kom ook niet bepaald uit een artistiek milieu: mijn vader is loodgieter en van mijn ouders heb ik wel een soort nederig 'middenstandsdenken' meegekregen. Om die reden bekruipt me vandaag soms nog het gevoel dat ik niet echt iets kan - niet zoals een bakker een brood kan bakken, bijvoorbeeld. Die vorm van zelfkritiek heb ik zeker van mijn opvoeding geërfd, al hebben mijn ouders me niet tegengehouden toen ik besliste dat ik toneel wou studeren. De enige voorwaarde was: wat je ook doet, je moet het zo goed mogelijk proberen te doen. Je moet je eigen job verdienen.

"Dat ik zo door theater werd aangetrokken, kwam eigenlijk door het hechte groepje vriendinnen die ik op mijn twaalfde heb leren kennen. We staken zelf al eens een opvoering in elkaar, en er waren natuurlijk ook de schoolvoorstellingen. Maar het heeft nog een tijd geduurd voor ik voelde dat acteren écht een optie was. Daarvoor moest ik eerst een jaar naar Hongarije, het jaar waarin ik mezelf zowat tegenkwam.

"Het was, uiteraard, geen gemakkelijke periode. Daar zat ik dan, bij een pleeggezin waarmee ik maar mondjesmaat kon converseren. Ik had dan wel moderne talen gestudeerd, maar Hongaars was er niet bij. Bovendien had ik eigenlijk Italië opgegeven als land van bestemming, maar dat zat al vol. (lacht)

"Ik herinner me ook mijn achttiende verjaardag nog heel goed. Mijn pleeggezin had een gigantische suikertaart laten maken waar mijn naam op stond. Lief natuurlijk, maar diezelfde dag moest ik op zoek naar een telefoon om even naar huis te kunnen bellen, want die hadden ze in dat huishouden niet. Maar goed, na een paar maanden ging het beter. Uiteindelijk heb ik er ook veel vrienden aan overgehouden: andere studenten uit andere landen die via het uitwisselingsprogramma ver van huis waren gedropt."

Klinkt bijna als een reality-programma. En die ervaring heeft je melancholische aard natuurlijk niet getemperd. In Deng zei je daarover: 'Ik ben gedoemd om een tragédienne te zijn'. Heeft dat te maken met een grote gevoeligheid voor de eindigheid der dingen?

"Die heb ik altijd gehad, ja. Als kind bijvoorbeeld vond ik het vreselijk om te moeten wachten tot het schooljaar weer voorbij was - om dan weer op vakantie te kunnen gaan met het andere gezin waarmee wij er thuis altijd op uit trokken. Het wachten op vakantie leek me altijd eindeloos, en dat was het ook.

"Ik was sowieso nogal teruggetrokken als kind. Een laatbloeier, ook op sociaal vlak. Het is pas door dat groepje vriendinnen dat ik me in een groep leerde te manifesteren. En nog steeds ben ik aan het leren om, bijvoorbeeld op professioneel vlak, de dingen bij naam te noemen als iets me niet zint. Wat dat betreft heb ik veel van de mensen van STAN geleerd: zij staan erop dat je je mening in groep kenbaar maakt. Want au fond ben ik een typisch Vlaams meisje: ik hou de potjes het liefst gedekt, tot ik euh... overkook."

En wat gebeurt er dan? Dan komt de Martha in Natali naar boven?

"Ik schreeuw, huil... Maar ik ga niet met dingen gooien of zo. Ik ben zo al lastig genoeg (lacht). En wat Martha betreft: ze zit zeker in mij, maar ze moet ook het gezelschap dulden van anderen. Volstaat dat?"

Het wordt juist interessant. Ga vooral verder.

"Och, zelfs als ik zou willen om op die manier over mezelf te vertellen, dan zou ik niet weten hoe. Ik ben wat je noemt een vat vol tegenstrijdigheden. Dat denk ik althans van mezelf. Om die reden zou ik daar graag wat meer duidelijkheid over willen hebben. Ben ik nu verlegen, en indien ja, waarom sta ik dan op een podium? Ben ik lui of juist niet? Want ik kan probleemloos een hele dag niksen, terwijl ik ook wel werk verzet. Ben ik een laatbloeier, of mag ik van geluk spreken dat het allemaal zo snel is gegaan? Ik weet het echt niet. Ben ik behoudsgezind, en indien ja, waar komt dan die drang vandsaan om alles soms op losse schroeven te zetten? Want als mijn leven te gestructureerd verloopt - en ik heb echt behoefte aan een beetje structuur - dan zal ik zélf de chaos opzoeken. Echt, ik zie alleen maar tegenstellingen, en dat is danig vermoeiend. Periodes van rust worden afgewisseld met periodes van onrust. Tot ik op een bepaald moment voor mezelf weer moet beslissen dat ik me beter niet zo hevig in het nachtleven zou storten en dat ik beter wat meer zou slapen, wat meer zou sporten... Terwijl ik op die manier de hoge pieken mis die toch steevast gepaard gaan met een iets losbandiger leven. Op zulke momenten probeer ik mezelf in te prenten dat ik niet zo nodig hoef, maar in mijn achterhoofd weet ik wel beter, en sluit ik niets uit..."

Klinkt allemaal volkomen herkenbaar, als dat een geruststelling kan zijn.

"Hoe zeggen ze dat ook weer? O ja: ik zou graag eens vakantie willen nemen van mezelf."

En stilaan dient de kaap van de dertig zich aan. Of staat dat hier los van?

"Mmm. Mijn zus is pas dertig geworden, en ze was er niet over te spreken. Terwijl je als buitenstaander dan iets hebt van: dat zal toch wel niet zo erg zijn? Ik bén er ook niet bang voor, maar tegelijk besef ik dat de kans groot is dat ik die dag niet benaderbaar zal zijn. Want het is weer een hoofdstuk dat je moet afsluiten, en zoals gezegd ben ik daar niet goed in. Dus, hoe langer ik erover nadenk, hoe reëler de kans dat het een zwarte dag wordt... (cynisch) Alvast bedankt om me daaraan te doen denken."

Graag gedaan. Wat kan het je ook schelen, als kruising tussen Charlotte Gainsbourg en Béatrice Dalle?

"Nu je het zegt. Wil je zeker vermelden dat ik me héél erg vereerd voelde? Nog steeds trouwens."

Om af te ronden wou ik je vragen of je, als Martha, zoiets als een favoriete repliek hebt?

"Daar hadden we het gisteren nog over in de groep. Want in deze fase voel je bij iedereen dat de favoriete zinnetjes langzaam naar boven komen drijven. Maar het blijft een moeilijke keuze hoor. (denkt na) Een tijdje geleden kwam ik Tom Barman tegen, en ik vertelde hem dat ik Who's afraid... aan het repeteren was. Tom, filmfreak als hij is, had meteen een citaat klaar. Hij zei: 'If you would exist, I would ignore you.' Maar de oorspronkelijke tekst is anders - hoewel ik Toms versie eigenlijk nog sterker vind. In de de vertaling die wij hanteren, luidt die bewuste repliek van Martha: 'Als je bestond, zou ik scheiden van u'... Straf, hé? Elkaars bestaan voor de lol in twijfel trekken, en dan daar nog een schepje bovenop doen. Ik zeg het: die twee zijn verdomd hard voor elkaar. Maar wat ook wel mooi is: ondanks al die verwensingen en beledigingen blijft hun ruzie iets van een spel. Ze spelen voor zichzelf, met elkaar, voor elkaar, voor de mensen die ze uitnodigen en, op weer een ander niveau, voor het publiek in de zaal. Je krijgt dus een voorstelling in een voorstelling in een... Waarbij je je kunt afvragen: wanneer zijn ze eigenlijk eerlijk? Je weet het nooit zeker. Dat maakt dat je die dialogen kunt blijven interpreteren. Plots doet Martha dan een absolute uitspraak bijvoorbeeld, nota bene tegen die jongere vent: dat George de enige man is die haar ooit gelukkig heeft kunnen maken. Omdat hij haar begrijpt. Omdat hij haar 's nachts verwarmt. Terwijl zij hem 'tot bloedens toe bijt'. Toch schoon, nee?"

De ultieme relatie, kortom. Maar bestaat die in werkelijkheid wel?

"Ja. (snel) En neen, natuurlijk niet. Maar ik ben te romantisch om die illusie op te geven. Nu nog niet."

'Who's afraid of Virginia Woolf?', met Peter Van den Eede, Natali Broods, Karolien De Beck en Nico Sturm. Van 4 tot 28 mei, telkens van woensdag tot en met zaterdag, in de Minardschouwburg, Gent. Reserveren: 09/267.28.28 of www.vooruit.be

l Geboren in 1976

l Groeide op in Zwijndrecht, als jongste dochter van een loodgieter.

l Studeerde moderne talen en sloot haar middelbaar af met een extra zesde jaar in Hongarije, in het kader van een Europees uitwisselingsprogramma.

l Trok in 1996 naar het Antwerps conservatorium voor een acteeropleiding, werd gebuisd in het tweede jaar.

l Speelde in 1998 de hoofdrol in S. van regisseur Guido Henderickx en werd opgemerkt. Hervatte haar studie toneel aan Studio Herman Teirlinck.

l Studeerde in 2000 af aan Studio met Kleine bezetting, goed voor de KBC-prijs op Theater aan Zee in Oostende.

l Speelde toneel bij onder andere Jan Decorte (amlett), sindsdien afwisselend bij Tg STAN en de Koe.

l Was op het grote scherm al te zien in onder meer Any Way the Wind Blows (2003) van Tom Barman, en binnenkort in Een ander zijn geluk (2005) van Fien Troch, en Koning van de wereld (2005) van Guido Henderickx.

l Was op het kleine scherm al te zien in onder meer Spike, Kijk eens op de doos en De vloek van Vlimovost (Canvas).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234