Donderdag 21/11/2019
Vincent Byloo. Beeld Bob Van Mol

Column Vincent Byloo

Ik zou zelfs de boodschappenlijstjes en de belastingaangifte van (RV) lezen

Vincent Byloo en Elke Neuville. Partners in crime en in de liefde. Hij maakt radio, zij tv. Ze schrijven over alles wat hen beroert, in co-ouderschap: de ene week zij, de andere week hij. Vandaag: Vincent Byloo.

Bij Humo zijn ze deze week aan een nieuwe tijdrekening begonnen: het jaar 1 na (RV).

Na 36 jaar geen Dwarskijker meer van zijn hand. Geen ‘laatste ­loodjes’. Geen interviews of muziek­recensies. Niet eens een ­kattebelletje. Terwijl ik zelfs zijn boodschappenlijstjes zou lezen. Desnoods zijn jaarlijkse belastingaangifte. Ook daar schrijft hij vast luimige commentaren bij. Van die 36 jaar was ik een kloeke kwarteeuw een van zijn twee trouwste lezers. Ergens halfweg de jaren 90 moet ik hebben aangehaakt, toen ik het onafhankelijk tijdschrift voor radio en televisie ging verkiezen boven de beduimelde blaadjes die rondgingen op school en die luisterden naar bedenkelijke titels als Joepie en TV Ekspres.

Het moet ook rond die tijd zijn dat ik toetrad tot een semigeheim genootschap met mijn cafévriend J. Dat genootschap semigeheim houden viel best mee, we waren maar met twee. Belangrijkste bepaling in de statuten was de verplichte ­wekelijkse lectuur van alle Humo-artikels waaronder de initialen (RV) prijkten. Want bladerden leeftijdgenoten elke dinsdag routineus naar de cd-besprekingen of naar Zappa, het wekelijkse witzfest van (pdw), wíj begonnen onze literaire odyssee elke week bij Dwarskijker, de tv-rubriek van (RV).

‘Een televisierubriek?’, keken die leeftijdgenoten ons ongelovig aan, alsof het een rubriek over fossiele opgravingen betrof. Wisten zij veel dat het televisionele schouwspel slechts de arena was waarin hij elke week een bacchanaal van taal aanrichtte. Zijn tobberige schrijfwerk in de marge van de televisie, zoals hij het zelf omschreef, toonde ons wat voor een speeltuin taal kan zijn. Natuurlijk nam hij elke week de maat van de telecratie ter hoogte van ons tochtgat aan de Noordzee en van de doorluchtige types die het bevolken – de merkwaardige Quisquater! de Begijnendijkse seksewolloge! het Donaat! – maar hij bespeelde daarbij taalregisters waarvan we het bestaan niet afwisten en vond er en passant een paar nieuwe uit.

Rudy Vandendaele. Beeld RV

Behalve een fors aangroeiende knipselmap hield ons genootschap ook biografische gegevens bij over de steller van al dat fraais. Maakte hij in Dwarskijker gewag van zijn toneelopleiding, dan zochten we uit in welk conservatorium hij die doorlopen had. Vermeldde hij in een recensie van Dylans Royal ­Albert Hall Concert dat hij elf was in ’66, dan noteerden wij: ­‘Geboortejaar: 1955’. Dankzij een doorgedreven doorlichting van de topografische aanwijzingen die hij als broodkruimels achterliet in zijn teksten, konden we zelfs zijn ­vermoedelijke geboortestreek ­terugbrengen tot een drietal ­dorpen in de Vlaamse Ardennen.

Misschien had onze leesclub achteraf bekeken, behalve iets sektarisch, ook iets akelig obsessiefs.

Zeker is wel dat de oppensioenstelling van (RV) ook de onmiddellijke ontbinding van ons genootschap inluidt. Aan J., die ik al lang uit het oog verloren ben maar daarom niet uit het hart: deze column geldt als enige kennisgeving. Inschrijvingsgelden, zo die indertijd zijn aangerekend, worden niet gerembourseerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234