Maandag 03/08/2020

Interview

"Ik zou mijn toevallen en mijn migraine voor geen geld willen missen"

Siri Hustvedt.Beeld Natan Dvir / Polaris Images

Tien jaar geleden had de Amerikaanse schrijfster Siri Hustvedt (61) een soort kortsluiting in haar hoofd. Een diagnose is er niet, en dat vindt ze prima. Haar neurologische geschiedenis werd een bron van inspiratie. Ook in haar nieuwe essaybundel houdt ze het mysterieuze menselijke brein tegen het licht.

"Ik kan amper verwoorden hoe ontredderd ik me voel door deze verkiezingen", zegt Siri Hustvedt. "En dan die vreselijke debatten..." Ze schudt het hoofd en rolt met haar ogen. We treffen elkaar op 10 oktober, daags na het tweede presidentiële debat, in een New Yorks hotel. Wat voor een Europeaan een vreemdsoortige en absurde vorm van theater leek, blijkt het ook te zijn voor sommige Amerikanen. "Mijn man, mijn dochter, de vrienden die op bezoek waren: we waren achteraf allemaal opgedraaid. De Amerikaanse politiek heeft altijd al een krankzinnige kant gehad, maar zo extreem hebben we het nog nooit meegemaakt. Het neofascistische gedachtegoed is doorgedrongen tot de mainstream in de politieke cultuur. Ik ben bang, ja. Ik ben zo bang dat ik dan maar ben gaan bidden voor een goede afloop."

U bent een beetje thuis in het psychiatrische jargon. Hoe gek schat u Trump in?
Siri Hustvedt: "De American Association of Psychiatrists vraagt al geruime tijd of iedereen wil ophouden met het losjes diagnosticeren van presidentskandidaten. Ik heb er nog niet over gesproken met een psychiater, maar persoonlijk denk ik dat Donald Trump een kwaadaardige narcist is. Er is een lange lijst van karaktertrekken die op een persoonlijkheidsstoornis van die aard wijzen. Het gebrek aan empathie, of het feit dat hij geen spijt lijkt te voelen over uitspraken als het 'grabbelen' naar de intieme delen van vrouwen...

"Helaas is dit een stoornis waar anderen meer last van hebben dan de narcist zelf. Dat maakt het moeilijk om te behandelen. Er bestaat ook geen specifiek medicijn voor."

Siri Hustvedt is 61. De tijd tekende natuurlijke lijnen op dat Scandinavische gezicht van haar, maar haar uitstraling is jeugdig. Haar lach klatert, haar blauwe ogen glimmen nieuwsgierig, haar slanke handen dansen en tekenen denkbeeldige diagrammen als ze iets uitlegt. Voor me zit een schrijfster die - in mijn ogen, althans - het allerhoogste heeft bereikt, en daarmee bedoel ik niet dat ze getrouwd is met de notoire Amerikaanse auteur Paul Auster. Ze heeft lang en hard moeten vechten om niet meer 'de vrouw van' te zijn.

Siri Hustvedt laat zich niet in hokjes steken. Niet door de mensen die haar met haar man associëren, zelfs durven te suggereren dat ze zonder hem niet eens bekend was geworden. Noch door de mensen die vinden dat je je maar beter op één discipline toelegt. Ze is thuis in filosofie, in literatuur, in beeldende kunst, in feministische theorie, in de geschiedenis van de psychiatrie, in psychoanalyse en in neurowetenschappen.

Al die invloeden komen zowel in haar fictie als in haar essayistisch werk samen, wat maakt dat haar boeken grensoverschrijdend en hybride zijn. Zo is haar recentste roman, De vlammende wereld (2014), een kruisbestuiving van kunstgeschiedenis, feministische theorie en psychologie. In Wat ik lief had (2003) spelen vriendschap en dood een spel met abstractere ideeën over het 'zelf', een van haar geliefde thema's. Haar essays zijn dan weer oefeningen waarin ze dezelfde onderwerpen filosofisch benadert. Eerder dan antwoorden te poneren, zoekt ze naar de juiste vragen. Hoe het lichaam en de geest elkaar bespelen, is een van haar stokpaardjes.

De ontwikkelingen in de hersenwetenschappen volgt Hustvedt op de voet. Ze publiceert erover, in academisch-wetenschappelijke tijdschriften maar net zogoed in kranten als The New York Times en The Guardian. Weinigen slagen in zo'n spreidstand, maar Hustvedt hopt met zichtbaar gemak tussen het hoogdrempelige academische discours, de verbeeldende literaire wereld en de mainstreammedia. Sterker nog, ze is de lijm die die schijnbaar onmogelijk te verenigen werelden bij elkaar brengt.

Dat interdisciplinaire werd dan ook haar kwaliteitslabel: als Siri Hustvedt iets schrijft, over wat dan ook, mag je er niet alleen donder op zeggen dat ze zich grondig heeft geïnformeerd, maar ook dat ze altijd een nieuw inzicht zal toevoegen aan de discussie. Misschien is het wel die eeuwige student die haar jong houdt?

Journaliste Cathérine ONgenae in gesprek met Siri Hustvedt.Beeld Natan Dvir / Polaris Images

Hoe intelligent en belezen ze ook is, hautain of snobistisch is Siri Hustvedt niet. Over haar nieuwe essaybundel, A Woman Looking At Men Who Are Looking At Women, die begin december verschijnt, doet ze luchtig. Het boek is een intimiderende turf van 576 pagina's. "Het zijn eigenlijk drie delen, drie boeken in één", relativeert ze meteen. "Het is niet de bedoeling dat je het van cover tot cover leest. Ik stel me voor dat mensen het op hun toilet leggen en er af en toe een stukje in lezen."

Toiletlectuur kun je het bezwaarlijk noemen. Met het geduld van een archeologe graaft Hustvedt opnieuw in de thema's die ze al haar hele leven bestudeert: feminisme, kunst, psychiatrie en psychologie, neurologie, en zichzelf. Diezelfde onderwerpen leidden haar naar een positie als jurylid van de Dr. Guislain Award. Die Award is bedoeld voor iemand die zich inzet om de psychiatrie uit de marginaliteit te halen. "Ik heb geen seconde getwijfeld toen men me vroeg", zegt ze. "Ik schrijf niet alleen over die thema's, ik ben ook een patiënte. Ik bevind me dus in een unieke positie."

In 2010 publiceerde Hustvedt het boek Een geschiedenis van mijn zenuwen, dat ze schreef naar aanleiding van een mysterieuze toeval die ze vier jaar eerder had.

"Tien jaar geleden, ik was toen 51, had ik tijdens een herdenkingsdienst voor mijn twee jaar eerder overleden vader een soort van aanval. Mijn lichaam begon oncontroleerbaar te beven, mijn armen flapperden, mijn knieën knikten. Met mijn stem was evenwel niets aan de hand, dus ik sprak verder, ook al vlogen mijn themakaartjes alle richtingen uit. Het beven hield op toen ik klaar was. Voor het publiek leek het alsof er elektriciteit door mijn lijf werd gejaagd.

"Het was me al een keer overkomen toen ik 27 was. Ik was in Parijs, op huwelijksreis met mijn man. Het leek alsof iets me vastgreep en gewelddadig door elkaar schudde. Daarna was ik een jaar lang gevloerd door migraine. Artsen stonden voor een raadsel. Niemand vond wat ik had. Zelf dacht ik dat het een opstoot was van een conversiestoornis, een heftige lichamelijke reactie op een intense emotie. Ik was die eerste keer vast 'geweldig gelukkig'. Met dat verhaal nog steeds in het achterhoofd leek het me niet nodig om in 2006 een dokter te raadplegen. Het was vast weer psychosomatisch, een soort hysterische reactie op de situatie.

"Maar er volgden meer aanvallen, in andere omstandigheden. Had ik misschien toch een vorm van epilepsie? Ik ging te rade bij een neuroloog, een psychoanalist en een psychiater. Geen van de drie kon uitsluitsel geven. Een MRI-scan leverde niets zichtbaars op, medicatie bleek niet te helpen. Bètablokkers onderdrukten de toevallen als ik in het openbaar moest praten, maar niemand leek een antwoord te kunnen formuleren op de vraag wat er precies mis met me was. Dus ging ik zelf op zoek. Ik bundelde de verschillende gezichtspunten van de specialisten, van hersenscans tot meer filosofische verklaringen, in dat boek. Samen blijken die verklaringen interessanter dan als je ze isoleert per discipline en de andere mogelijkheden verwerpt."

U bent een intellectueel, u werkt met uw hersenen. Het was best dapper om u zo bloot te geven.
"Zelf zie ik dat niet zo. Dit was geen confessioneel boek. Ik zag mezelf eerder als een interessante casestudie in een materie waar ik me al decennia lang in verdiep. Tegelijk is die poging tot begrijpen wat ik mankeer ook een manier om het taboe rond mentale stoornissen en epilepsie te verbreken. We moeten af van die negatieve vooroordelen tegenover geestesziekten. Kennis kan helpen, omdat het de angst voor psychiatrische patiënten en hun aandoeningen bestrijdt."

Waar is men precies bang voor?
"Dat hangt af van de cultuur waar je in leeft. Sommige culturen denken dat mensen bezeten zijn, of mensen zijn bang dat het besmettelijk is. Zelf denk ik dat die angst te maken heeft met het feit dat je niet kunt zien wat er mis is. Een arm of vinger verliezen is anders dan je verstand verliezen. We weten nog steeds niet wat de geest precies is, en de kans dat we daar snel een antwoord op zullen vinden, is klein."

Uw grootste bijdrage aan dit debat is dat u het begrip 'geestelijk' vanuit verschillende disciplines bestudeert.
"Elke wetenschappelijke discipline bekijkt de wereld vanuit het eigen model. Over de geest bestaan interessante theorieën. Een neurowetenschapper ziet neurotransmitters, hersengebieden, hersenverbindingen. Dat vertelt ons heel wat over de hersenen als orgaan. Maar nieuw onderzoek leert ons dat je de hersenen niet geïsoleerd kunt bestuderen. De hersenen van de mens, en van zoogdieren in het algemeen, ontwikkelen zich alleen als ze zich in de buurt van andere levende wezens bevinden. Stilaan wordt het dus duidelijk dat je naar de hersenen moet kijken als een bio-psycho-sociaal gegeven. Maar vandaag krijgt vooral die biologische kant aandacht."

Het biologisch reductionisme is aan u niet besteed?
"Vandaag zie je dat psychiaters minder aandacht hebben voor het verhaal van een patiënt maar liever een lijstje met symptomen aanvinken, waar ze vervolgens een medicijn voor geven. Men verwerpt steeds vaker de subjectieve beleving van de patiënt, terwijl diens verhaal en het onderzoeken van de sociale dynamiek van dat verhaal ook belangrijk zijn voor het herstel.

"Psychiatrische patiënten zijn in de eerste plaats mensen en verdienen het ook om op een menselijke manier te worden benaderd. Ik pleit dus voor een open gesprek, waar zowel het harde wetenschappelijke verhaal - de aandoening - als het zachte menselijke verhaal - de ervaring - naast elkaar kunnen bestaan.

"Door te luisteren naar de verhalen van een patiënt zal een psychoanalist bijvoorbeeld een totaal andere invulling geven aan de geest van die patiënt dan wat je zou zien op een MRI-scan. Dat betekent niet dat de ene juist is en de andere fout. Die visies kunnen complementair naast elkaar bestaan."

In uw nieuwste essayboek schrijft u over hoe u uw eigen psychoanalyse beleeft.
"Ik wilde dat delen omdat het een aparte ervaring is om in analyse te gaan en te voelen dat je er ook fysiek beter van wordt. Het hangt natuurlijk af van de persoonlijkheid van de patiënt. Voor sommige mensen is deze trage vorm van dialoog niet geschikt. Maar bij mij waren de effecten echt. Het zoeken naar de puzzelstukken van mijn leven had een reële therapeutische waarde. Het heeft me niet 'genezen', maar het heeft wel geholpen om met mijn symptomen om te gaan, om ze een plaats te geven."

Voor u is het kantoor van uw analiste wat men in de antropologie de 'liminale ruimte' noemt bij het uitvoeren van rituelen: een tijdelijke, veilige cocon waar men zich ongehinderd door morele grenzen en externe prikkels kan overgeven aan wat er op dat moment gebeurt. Zou u psychoanalyse een religieuze ervaring noemen?
"Het is zeker een transcendente ervaring. De Joods-Duitse filosoof Ernst Cassirer schreef over hoe rituelen door hun voorspelbaarheid en door herhaling van bepaalde handelingen een veilige plek creëren waar men het heilige of het onbekende op een veilige manier kan benaderen. Psychoanalyse past ongetwijfeld in dat idee. Zonder een veilige en voorspelbare omgeving kan de patiënt de eigen grenzen niet verkennen."

Beeld Natan Dvir / Polaris Images

U werkte jarenlang als vrijwilliger in een psychiatrische instelling, waar u patiënten begeleidde in 'creatief schrijven'. Is schrijven een vorm van therapie?
"Er is wetenschappelijk bewijs dat een dagelijkse sessie van twintig minuten expressief schrijven zowel patiënten als 'gezonde' mensen ten goede komt. Men kon bijvoorbeeld vaststellen dat zowel het immuunsysteem als de lever beter functioneerden. Maar hoe dat komt? Op die vraag blijven wetenschappers het antwoord schuldig. Verder dan vage veralgemenende verklaringen als emotionele catharsis en confrontatie van problemen komt men niet. Dat slaat toch nergens op?

"Er is nog steeds geen ernstige, afdoende verklaring voor psychosomatische verschijnselen, over hoe de geest op het lichaam inspeelt en vice versa. Men doet het af als onbelangrijk, maar dat is het niet. Niemand weet wat de geest precies is. Maar als men dat niet weet, hoe kan men dan fenomenen als depressie verklaren? Hoe kan het dat mensen zo verdrietig zijn dat ze niet eens uit hun bed raken? Wat voor soort verdriet is dat dan? Is het een emotie, is het een toestand? Hoe komt het dat je verdriet kunt voelen in je lichaam, dat je kunt sterven van verdriet?

"Men probeert al die dimensies te verklaren door een onevenwicht in chemische stoffen. Maar zo eenvoudig is dat niet, want elke depressie is ook geworteld in het persoonlijke leven van de patiënt."

Ook vergelijkt u een positieve relatie tussen arts en patiënt met het innemen van een placebo.
"Een onschuldige suikerpil kan effect hebben op een ziektebeeld, omdat er opiaten vrijkomen in de hersenen, wat een lekker gevoel geeft. We weten allemaal dat iets eenvoudigs als het ophalen van mooie herinneringen uit het verleden een positieve invloed kan hebben op het heden. Dan kan een goede dynamiek tussen arts en patiënt dat effect ook hebben. Op het Weill Cornell Medical College, waar ik doceer, leer ik jonge artsen en psychiaters opnieuw te luisteren naar de mensen en hun verhalen."

U ontdekte in de inrichting ook literair talent. Een van de patiënten, Jared Dillian, werd zelfs schrijver.
"Jared Dillian werkte bij Lehman Brothers op Wall Street. Na het faillissement in 2008 stortte hij in. Hij stapte recht van zijn bureau de inrichting binnen. Hoewel hij zware medicatie nam, wist hij in een paar woorden erg krachtige emoties op te roepen. Ik was onder de indruk van zijn gave, spoorde hem aan om verder te schrijven. Intussen publiceerde hij zijn memoires over zijn leven als beursmakelaar, en zijn eerste roman. Maar hij was niet de enige die in die toestand prachtige dingen schreef.

"Sommige mensen met een bipolaire stoornis of een psychose schreven ongelooflijk sterke 'woordsalades'. Dat is een schijnbare nonsensicale opeenvolging van woorden en halve zinnen die in logische zin nergens op slaan, maar waar een sterke poëtische kracht in schuilt. Bepaalde patiënten schreven wonderbaarlijk mooie woordsalades die niet alleen getuigden van een sterke taalgevoeligheid, maar waar ook een diepere betekenis in schuilde. Die betekenis is niet altijd gemakkelijk te achterhalen, maar ze is er wel.

"Zulke zaken sterken me in de overtuiging dat een psychiatrische aandoening niet alleen een kortsluiting in de hersenen is, maar ook inhoud heeft. Het is een radicale gedachte, maar ik denk dat het zenuwstelsel in staat is om in symbolen te denken. Ook symptomen als een plots verlamde arm of een toeval hebben een betekenis."

Waanzin en creativiteit liggen ook in de hersenen dicht bij elkaar.
"Men vermoedt inderdaad dat veel grote dichters aan een bipolaire stoornis of depressie leden. Al betekent dat natuurlijk niet dat je mentaal ziek moet zijn om mooie literatuur of poëzie te maken. Ik hoed me voor de romantische visie van het artistieke genie van de zieke geest. De Italiaanse arts en criminoloog Cesare Lombroso was daar bijvoorbeeld van overtuigd. Zo dacht dat hij dat de Russische schrijver Lev Tolstoj een ziek en waanzinnig mannetje was. Groot was zijn verbazing toen hij Tolstoj opzocht in Rusland en een grote, sterke, gezonde man ontmoette die in niets voldeed aan die verwachting."

Toch schrijft u zelf ook dat uw symptomen een bron van inspiratie zijn.
"Ik zou mijn bevingen en mijn migraine voor geen geld ter wereld willen missen. Die defecten brachten me waardevolle inzichten. Over mezelf, maar ook over wat het betekent om mens te zijn. Pijn en tegenslag veranderen je, maar ze zijn ook een kans tot persoonlijke groei. Daarom alleen zijn ze van onschatbare waarde."

Siri Hustvedt, A Woman Looking At Men Who Are Looking At Women, Simon & Schuster, 576 p.. Komt begin december uit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234