Zaterdag 21/05/2022

'Ik zou graag door de tijd reizen'

klassiek

interview met klaveciniste en dirigente emmanuelle haïm

Vrouwelijke dirigenten zijn dun gezaaid. Ondanks een duidelijke feminisering van de ensembles blijft de wereld van de oude muziek eveneens een mannenbastion. Emmanuelle Haïm is de uitzondering. Ze maakt momenteel een blitzcarrière en versierde een mooi platencontract.

Brussel

Van onze medewerker

Stephan Moens

'Op mijn twaalfde wilde ik al dirigente worden. Rond die leeftijd kreeg ik evenwel een ongeval, waardoor ik jarenlang een corset moest dragen. Ik was tot aan mijn kin ingesnoerd. Daardoor geraakte dat toekomstperspectief wat op de achtergrond, en toen ik later als klaveciniste in het orkest zat, was ik eigenlijk tevreden. Alleen werd het me op de duur wat te comfortabel. Ik miste iets. Nadien ben ik eigenlijk op een heel natuurlijke manier dirigente geworden: ik richtte een ensemble op met enkele musici die ik goed kende en kon vertrouwen. We moeten elkaar niks bewijzen."

Is het anders voor een vrouw? Heeft een vrouw het gemakkelijker in die wereld dan in de 'grote'?

"Ik denk het niet. Er zijn nauwelijks vrouwen die barokmuziek dirigeren en ook in het 'grote' concertleven vormen we nog een uiterst kleine minderheid. Maar dat is meer een sociale kwestie. Het leven dat een dirigent moet leiden is heel bijzonder. Als je gastdirigent bent, kom je in een stad bij een orkest aan, je werkt zes uur met het orkest en daarna gaat iedereen naar huis, behalve jij, jij moet naar je hotelkamer. Dat is op zich al niet leuk. Het fundamentele verschil is dat bij mannelijke dirigenten er vaak een vrouw is die een rol van begeleidster en ondersteunster vervult. In het geval van een vrouwelijke dirigente zou dat een uitzonderlijke man vereisen, die niet bang is om erop aangekeken te worden en die het niet erg vindt dat hij 'de man van...' wordt genoemd. Dat heeft niks met feminisme te maken, ik ben meer het tegenovergestelde van een feministe. Maar de eisen van de samenleving zijn ingewikkeld."

Vele 'barokke' dirigenten zijn de laatste tijd gaan grasduinen in latere muziek. U ook?

"Ik begin net. Er ligt nog zoveel muziek klaar voor mij en elke productie betekent veel werk. Voor het Monteverdi-programma dat ik op 1 maart speel heb ik samengewerkt met een romaniste, die specialiste is in de marinistische poëzie, die Tasso uit het hoofd kent; voor mijn opname van L'Orfeo heb ik het hele historische werk nog eens opnieuw gedaan, de neoplatonisten bestudeerd enzovoort. Alleen met Italië in de zeventiende eeuw kan ik dus al 25 jaar bezig blijven. En hoe verder je gaat in de tijd, hoe meer muziek er is. Dat wil niet zeggen dat ik niet van latere muziek hou. Maar bij de keuze van het repertoire moet je allereerst dat nemen wat het meest met jouw persoonlijkheid overeenkomt."

Maar dat kan evengoed pakweg Monteverdi én Rameau én Poulenc zijn?

"Zeker. In mijn leven heb ik ook al 'negentiende-eeuwse momenten' gehad. Toen ik compositie studeerde, had ik fantastische professoren die heel erg met Ravel en Debussy bezig waren. Maar op dit ogenblik ben ik er wat van afgesneden; ik denk niet dat ik nu de beste uitvoerster van die muziek zou zijn. In een ander repertoire heb ik me wel heel hard ondergedompeld; daardoor kan ik daar misschien wel iets toevoegen aan wat er al is."

U sprak zonet over het wetenschappelijk werk dat u bij projecten doet. Hoe belangrijk is dat?

"Ik ben gewoon nieuwsgierig. Het gaat overigens niet alleen over historisch onderzoek. Ik praat ook met fantastische mensen uit het theater en wissel met hen van gedachten over een stuk. Of met zangers: door de kleur die zij aan een melodie geven, werpen zij er een heel ander licht op. Ik wil het allemaal weten en ik zal het nooit weten omdat ik niet door de tijd kan reizen. Ik zou zo graag horen hoe hun stemmen toen klonken, zien hoe ze leefden, mensen ontmoeten..."

Dat is dus geen musicologische kwestie?

"Toch wel, ook in de musicologie zijn er dingen die onze kijk op de muziek veranderen. Als je weet dat Bach in de Brandenburgse Concerten altviool speelde en dat hij die stukken opvoerde in het café Zimmermann, dan weet je dat dat niet 'verheven' moet klinken. Wat je aan historische informatie hebt, zet zich in lagen af op je interpretatie en wordt ermee vermengd. Sommige elementen daarvan blijven bewust, andere neem je onbewust mee en nog andere zul je nooit te weten komen. Daarom denk ik: je moet en kunt niet proberen alles letterlijk te herscheppen. Dat is zoals met de gastronomie: de smaak is geëvolueerd. Ik lees dus om mij te voeden maar ik neem ook nog andere dingen in acht. Als je enkel de bronnen zou volgen, zou het soms wel heel erg kras klinken."

Emmanuelle Haïm brengt op 1 maart in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten met haar ensemble Le Concert d'Astrée een Monteverdi-programma; op 16 maart dirigeert zij er het Orchestra of the Age of Enlightenment in David et Jonathas van Marc-Antoine Charpentier. Zij neemt op voor Virgin Classics.

'De politiek-correcte stijl in de oude muziek heeft weinig te maken met de barok'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234