Dinsdag 06/12/2022

InterviewCath Luyten & Eshref Reybrouck

‘Ik zou gek worden van de gedachte dat dát de consequentie is van het prille ouderschap: immobilisme’

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Ze vangen het zonlicht, zelfs bij hardnekkige bewolking: Cath Luyten (45) en Eshref Reybrouck (41) vormen samen een vrolijke vergadering. De televisiemaakster en de regisseur (Marsman, Undercover, Cheyenne & Lola) zijn verliefd, verloofd en straks getrouwd, en onderbraken die drukke bezigheden voor een fraaie toevoeging aan de wereldbevolking: Jools, een jongen die van geluk mag spreken zodra zijn taalbeheersing dat toelaat.

Jeroen Maris

Reybrouck heeft een volle zomer achter de rug: hij regisseerde een reeks over Ferry Bouman, de prachtige ploert uit Undercover die eerder al een eigen film kreeg.

Eshref Reybrouck: “De reeks begint waar de film eindigde, en toont hoe Ferry Bouman zich opwerkt van kleine garnaal tot drugsmagnaat. Ik had het eerste seizoen van Undercover al geregisseerd, maar het tweede en het derde liet ik aan me voorbijgaan – ik wilde mezelf niet herhalen. Ditmaal zag ik het weer helemaal zitten: het opzet is ambitieus, de lat ligt hoog en de trashy personages uit het eerste seizoen keren terug.”

Cath Luyten: “En vooral: mijn vader speelt mee!”

Reybrouck: “Nét niet de hoofdrol: een korte passage, enkele frames lang.”

Luyten: “Mijn moeder had een foto gemaakt waarop mijn vader heel boos keek – hij was verontwaardigd omdat mijn zus vergeten was hem te zeggen dat zijn oudste kleinzoon een voetbalmatch had, en hij er dus niet bij was geweest.”

Reybrouck: “Voor een kleine passage had ik nog niet de geschikte acteur gevonden, en toen Cath me die foto liet zien, wist ik: dat is de blik die ik zoek.”

Luyten: “En dus vroeg Esh aan mijn vader of hij geen zin had in dat kleine rolletje. Ik was er zeker van dat hij zou weigeren, want er was nog een klein detail: hij zou alleen een strakke Speedo dragen.”

Reybrouck: “Maar hij zei meteen ja – en zo heb ik dus mijn eigen schoonvader mogen regisseren, in een strakke Speedo (lacht).”

In het verleden stortte je je telkens met monomane ernst op een project, Eshref – er was dan alleen het werk. Heeft het ouderschap daar iets aan veranderd?

Reybrouck: “Onbewust heeft het meegespeeld in mijn keuze voor deze reeks, denk ik. Ze wordt gedraaid in België, de basis ligt er al, en de cast is gerodeerd. Ik weet niet of ik zo kort na de geboorte van Jools in staat was geweest om from scratch te beginnen en een geheel nieuwe wereld te creëren. Dat zou ál mijn energie en ál mijn concentratie opgeslorpt hebben.

“Nu, goed: uiteindelijk blijkt het toch weer een zware, intense rit. Heel veel in de reeks speelt zich ’s nachts af, en dus hebben we afgelopen zomer vaak tot het ochtendgloren gedraaid. Dus ja: ik ben moe.”

Luyten: “Maar die vermoeidheid gaat zelden met je aan de haal. Terwijl ik iets nieuws ontdekt heb bij mezelf: slaaptekort maakt een heel moeilijk en emotioneel mens van me. Dat wist ik nog niet.”

Heb je dat ondervonden bij het maken van het nieuwe seizoen van Buurman, wat doet u nu? waarin je dit jaar te zien was?

Luyten: “Toen zorgde Esh het meest voor Jools, en nu zijn de rollen dus omgekeerd. Hoewel: we doen het toch vooral samen. We hebben het daar vooraf ook over gehad. We werken beiden in een branche waarin je leven zich soms tot een tunnel vernauwt: je bent een tijdlang heel intens bezig met één project, en moet dan al de rest even te slapen leggen. Maar ik wilde niet dat de zorg voor ons kind op een beurtrol zou berusten. Naast elkaar leven: dat weiger ik.”

Reybrouck: “Ik dacht aanvankelijk dat het wel zou loslopen: we zijn toch niet de eerste mensen die een kind krijgen? Maar het is pittig, ja, en daar hou ik dus rekening mee bij de keuzes die ik maak. Op een bepaald moment kon ik een maand of vijf naar Singapore gaan om daar iets te regisseren. We hebben daarover getwijfeld, maar uiteindelijk bleken de scenario’s niet je dat – en heb ik het dus afgewimpeld.”

Luyten: “Dat vind ik mooi aan je: als het script niet deugt, laat je de kans lopen. Terwijl ik op zo’n moment eerder zeg: ‘O, dat wordt een geweldige ervaring! Dóén!’ Ik zag ons gezinnetje al vijf maanden in Singapore wonen.”

Uit je Instagram-stories van afgelopen zomer leerde ik dat je je zin voor avontuur sowieso niet laat beknotten, Cath: jullie gingen met Jools en Bill, je 14-jarige zoon uit je huwelijk met Frank Raes, naar Thailand voor wat als een behoorlijk ruige reis oogde.

Luyten: “We hebben daar zware trektochten gedaan met Jools in de draagzak, ja. En een klimpartij die dwars dóór een grote waterval ging – goed dat we dat vooraf niet zo begrepen hadden (lacht). Maar ernstig: het zag er allemaal veel gevaarlijker uit dan het werkelijk was.”

Toch: een weekje Center Parcs kan ook leuk zijn.

Luyten: “Zeker, maar… Ik zou gek worden van de gedachte dat dát de consequentie is van het prille ouderschap: immobilisme. Ik wil de wereld in, mét mijn kind. Het deed ons ook heel goed. We leven nog, dacht ik, ons bestaan beperkt zich niet tot op het juiste moment het juiste potje Olvarit opendraaien.”

Reybrouck: “We hebben ook enkele dagen aan het zwembad doorgebracht, hoor. Maar daar werden we beiden een beetje zenuwachtig van. Je moet tóch de hele tijd met Jools bezig zijn: dan kan je ’m beter meteen ook wat laten beleven, niet?”

Luyten: “‘Maar daar heeft zo’n kind toch niets aan’, zeggen mensen dan. Wel, ik vond dat Jools er verdacht opgewekt uitzag – hij keek z’n kleine oogjes uit. (Vertederd) Onze Mowgli.

“Ik weiger angstig in het leven te staan. Je kunt denken: mijn kind zal in Thailand door een schorpioen gebeten worden. Maar je kunt ook denken: mijn kind zal het in Thailand héérlijk hebben.”

Eshref Reybrouck en Cath Luyten

 Beeld Johan Jacobs
Eshref Reybrouck en Cath LuytenBeeld Johan Jacobs

Reybrouck: “Mij heb je wel moeten overtuigen, hè. Ik dacht eerst aan een simpele autovakantie – een roadtrip door Italië, bijvoorbeeld.”

Luyten: “Maar met een peuter en een puber van 14 van middeleeuws dorp naar stemmig kerkje, in die hitte van afgelopen zomer… Ik dacht: in Thailand zijn we zeker van stranden, mooie natuur en lekker eten.”

Reybrouck: “De prijs van de vliegtickets was astronomisch. ‘Dat gaan we toch niet doen,’ zei ik.”

Luyten: “Waarna mijn basisprincipe – ‘Als je maar één leven hebt, dan graag een góéd leven’ – opspeelde, en ik die tickets toch boekte. En je dat vervolgens vertelde op een etentje met je zus (lacht).”

Reybrouck: “Ik viel van m’n stoel.”

Luyten: “‘Jongens toch,’ zei Riema, zijn zus. ‘Jullie zijn een week verloofd en het is al ruzie.’ (Lacht) Maar we zijn dus gegaan, en het was prachtig.”

ALLES ROZIG

Jools werd vorig jaar in mei geboren, toen er nog strenge coronamaatregelen van kracht waren.

Luyten: “Het klinkt contradictorisch uit de mond van iemand die net de lof van het avontuur gezongen heeft, maar ik vond dat rustige, dat van de rest van de wereld afgesneden zijn héérlijk. De zwangerschap was een idylle. Esh en ik waren beiden thuis, in mijn buik voelde ik nieuw leven groeien, en ondertussen konden we niets anders doen dan series kijken. En toen Jools geboren werd, was bezoek in het ziekenhuis nog steeds verboden: we hebben het allemaal in een minuscule, paradijselijke cocon beleefd.”

Reybrouck: “Zo herinner ik me die eerste dagen ook: alles stil, magisch en rozig. Alsof de dingen spontaan op hun plaats dwarrelden. Ik had meteen het gevoel dat we een gezin vormden.”

Luyten: “En dat waren we al, natuurlijk, want jij kon het vanaf het eerste moment goed vinden met Bill. Maar met de komst van Jools had ik meteen het gevoel dat alles vervolmaakt was. Afgelopen zomer, in Thailand, zag ik het allemaal zo helder: ‘Dit is mijn gezin. Dit is mijn geluk.’”

‘Ik ben heel nieuwsgierig om Esh te zien als vader’, zei je in ons vorige gesprek. ‘Hij zal gebeten worden door de liefde voor ons kind, maar op welke manier precies? Zal hij rustiger worden, of net rustelozer?’ Hoe luidt, meer dan een jaar later, het verdict?

Luyten: “Zeker niet het tweede: Esh is nog altijd de rust zelve. In zijn vriendenkring waren ze zich aan het verkneukelen tijdens mijn zwangerschap. Esh, de man op wie ze stiekem altijd een beetje jaloers waren omdat hij zonder lief en zonder verantwoordelijkheden door het leven stormde, zou eindelijk te maken krijgen met luiers, flesjes en onbedaarlijke huilbuien – en al het drukke improviseren dat daarbij hoort. Maar toen het zover was, kregen ze geen kans tot leedvermaak: Esh pakt het allemaal zo rustig aan, zo bedaard.”

Reybrouck: “Het gaat allemaal nogal organisch. En natuurlijk is het vermoeiend, maar ik vind het vooral fijn dat ons huis meer leeft.”

Luyten: “Toen we wisten dat ik zwanger was, zei Esh: ‘Dat wordt mijn levenswerk.’ Een prachtige zin vond ik dat, een belofte waarvan ik wist dat ze ingelost zou worden. Dat ene woord – levenswerk – nam elk kruimeltje twijfel weg.”

Over je eigen ouders zei je in Humo dit, Eshref: ‘Eigenlijk waren ze gewoon halve hippies. Hun opvoedkundige filosofie viel samen te vatten als: ‘Doe maar.’’ Wil je het ook zo doen met Jools?

Reybrouck: “Cath heeft natuurlijk al een zoon, en dat is onmiskenbaar een voordeel: ik heb goed kunnen kijken naar hoe zij het met Bill aanpakt. En het is een uitstekend voorbeeld, vind ik: gul zijn met vrijheid, het speelveld groot houden, maar ondertussen wel heel duidelijk zijn over de grenzen aan de rand van dat speelveld.”

Luyten: “Je kind niet afmatten met regeltjes en beperkingen, maar het gewoon eerlijk de wereld tonen: daar geloof ik heel erg in. Maar ik wil niet diegene zijn die, omdat ze al een kind heeft, voortdurend tegen Esh zegt: ‘Ik ken dit. Zo en zo zit het.’ We doen het samen – punt.”

Jij komt uit een klassiek, warm gezin.

Luyten: “Altijd met z’n allen aan tafel, ja. Dat was een regel: er werd niet gegeten voor iedereen er was, zelfs als dat betekende dat twee hongerige kleine meisjes lang moesten wachten tot hun papa thuiskwam (lacht).”

Reybrouck: “Mijn ouders waren veel minder gericht op dat samenzijn. Uitstapjes, op vakantie: dat deden wij allemaal niet. Er werd goed voor ons gezorgd, dat zeker, maar mijn zus en ik zijn niet in een klassieke familiedynamiek opgegroeid. En kijk: het is met ons toch ook goed gekomen.”

Luyten: “Ik vind het wel heel fijn om te zien hoe je nu van mijn familie geniet. Want de omgekeerde reactie zou ik óók begrijpen: dat je dat eeuwige elkaar opzoeken en dat driftige kwetteren als iets verstikkends zou zien, als iets wat je liever op een afstandje houdt.”

Reybrouck: “O nee, ik vind het helemaal niet moeilijk om dat te omarmen. Integendeel: het voelt als thuiskomen.”

Luyten: “Mijn ouders hebben je ook meteen in de armen gesloten, hè. Terwijl dat toch niet zo evident was: je was de nieuwe – de partner die na het huwelijk en het kind kwam.”

Reybrouck: “Het hielp dat ik niet als een wervelwind kwam binnengewaaid, denk ik. Dat ik niet luid riep: ‘Hier ben ik!’

“Dat verschil in opvoeding uit zich vooral in kleine dingen. In het belang dat we aan sommige zaken hechten, bijvoorbeeld.”

Luyten: “Ha, de verjaardagen! Voor mij zijn die heilig. Ik werd ooit gevraagd om een zomer lang De rode loper te presenteren. Acht weken zou dat zijn, maar in die zomer werd mijn moeder vijftig, en om dat te vieren zouden we twee weken naar Italië gaan met de familie. Ik heb dat aanbod toen zelfs niet overwogen. Bij de VRT verklaarden ze me gek: zo’n kans! Maar zo’n verjaardag, die moet je samen vieren.”

Reybrouck: “In mijn familie wordt daar veel minder belang aan gehecht.”

Luyten: “Klokslag middernacht op mijn verjaardag zat ik met mijn gsm klaar, wachtend op het berichtje van Esh – hij was op dat moment aan het draaien. Maar er kwam helemaal niets! Hij had er niet aan gedacht. Op zo’n moment kan ik mijn emoties niet de baas: dan kook ik van woede.”

Reybrouck: “We reden enkele dagen later naar Brugge voor een weekendje, en die boosheid sluimerde nog steeds, in die mate dat ik haar moest vertellen over mijn plan. ‘Doe nu het handschoenenkastje open, Cath, en kijk wat daar al drie weken in zit!’”

Luyten: “Een verlovingsring, dus. Toen dacht ik even: o, wat heb ik toch aangericht met mijn boosheid? En vooral: hij zal het nu toch nog wel vragen? Uiteindelijk heeft hij het op zondagochtend gedaan, in bed. En heb ik meteen ja gezegd, én nooit meer gezeurd over die vergeten verjaardag (lacht).”

'Toen we wisten dat ik zwanger was, zei Esh: 'Dat wordt mijn levenswerk.' Dat ene woord nam elk kruimeltje twijfel weg.' Beeld Johan Jacobs
'Toen we wisten dat ik zwanger was, zei Esh: 'Dat wordt mijn levenswerk.' Dat ene woord nam elk kruimeltje twijfel weg.'Beeld Johan Jacobs

STAATSVEILIGHEID

Eshref, jij typeerde je vader ooit als volgt: ‘Een man die eigenlijk alles had kunnen bereiken waar hij zin in had, maar daartoe nooit de behoefte heeft gevoeld.’ Het nam me meteen voor hem in.

Reybrouck: “Mijn vader was een nakomertje: hij is vijftien jaar jonger dan zijn oudste broer. Hij was pas 18 toen zijn vader stierf, de rest was al het huis uit, en mijn grootmoeder zei: ‘Jij blijft bij mij.’ Hij is altijd het kluizenaarstype gebleven: iemand die het kabaal van de wereld niet nodig heeft, en het liefst de hele dag boeken leest en films kijkt. Hij vond het vroeger geweldig als Riema en ik met moeilijk huiswerk van school kwamen. Dan zette hij zich erbij om ons met veel geestdrift de dingen uit te leggen. En als we een opstel moesten maken, zocht hij in zijn bibliotheek naar boeken die ons konden inspireren.

“Mijn moeder hield alle bordjes in de lucht – in het gezin, en in hun werk. Want mijn ouders hadden samen een vertaalbureau, maar omdat mijn moeder alle Arabische talen spreekt – ze komt oorspronkelijk uit Irak – scoorde zij het merendeel van de opdrachten. Logisch, hè: voor vertalingen Frans, Nederlands, Engels of Duits kun je op veel plaatsen terecht, maar voor Arabisch is de keuze beperkt. Het heeft mijn moeder ook een heel boeiende loopbaan opgeleverd – ze is bijvoorbeeld de tolk van Yasser Arafat geweest. Enfin, er kwam al vrij snel een onevenwicht: mijn vader hield zich wat bezig met de boekhouding, terwijl mijn moeder het grote werk deed.

“Een jaar of zes geleden, kort voor zijn pensioen, besloot mijn vader om toch nog eens te reageren op een annonçeke: een organisatie – welke precies was niet duidelijk – zocht een vertaler-tolk. Hij kwam wat verbaasd terug van die sollicitatie: hij had ook bijzonder moeilijke vraagstukken moeten oplossen, en psychologische testen ondergaan. Een maand later kreeg mijn vader telefoon: hij bleek uitzonderlijk hoog gescoord te hebben op al die testen, en ze wilden hem graag eens ontmoeten. Vervolgens schrokken ze heel erg toen ze een oude, wat verwaaide man voor zich kregen. En zo komt het dat mijn vader nét niet voor de Staatsveiligheid heeft gewerkt – want dat bleek dus uit dat gesprek: het ging om de nationale veiligheidsdienst die mensen zocht.”

Is zijn keuze voor de cocon er eentje voor zijn geluk? Of komt ze voort uit een onvermogen om in de grote, ruwe wereld te overleven?

Reybrouck: “Het eerste, geloof ik.”

Luyten: “Hij heeft gewoon zonder schaamte gekozen voor het leven dat hem past, en hij is daar gelukkig mee. Ik had zoiets nog nooit gezien, maar ik vind het prachtig.”

Reybrouck: “Mijn zus en ik hebben wel een soort van tegenreactie gehad: wij wilden, toen we aan ons volwassen leven begonnen, net wél iets bereiken. De wereld in, dingen doen, iets neerzetten. En veel later heeft mijn vader me weleens gezegd dat ik nu doe wat hij ook wel had willen doen. Dat verbaasde me niet: mijn grote interesse in film en muziek heb ik van hem.

“Mijn ouders zijn vorig jaar verhuisd: ze wonen nu in Jordanië.”

Zijn ze weer samen dan? In een interview las ik dat je ouders gescheiden zijn.

Reybrouck: “Het is niet altijd even duidelijk (glimlacht). Ik geloof dat het een geval is van niet met, maar ook niet zónder elkaar kunnen leven.”

Luyten: “Ik denk niet dat ze elkaar ooit helemaal losgelaten hebben.”

Reybrouck (knikt): “De liefde is er altijd geweest. Maar mijn moeder kon er niet op elk moment een extra kind bij hebben, denk ik.

“Het is ook mijn moeder die jarenlang aan mijn hoofd gezeurd heeft: moest ik niet dringend eens een lief vinden, en aan kinderen beginnen? Om vervolgens, op de dag dat we haar over de zwangerschap vertelden, samen met mijn vader een vliegtuig naar Jordanië te nemen en niet meer terug te komen (lacht). Ach, het typeert de omgeving waarin ik ben opgegroeid: vrolijke chaos, en geen overschot aan voorspelbaarheid.”

DE ZWIJGER

Jullie lopen beroepsmatig in min of meer dezelfde wereld rond. Is dat een voordeel?

Reybrouck: “Ja, omdat we daardoor een goed publiek zijn voor de ander. Ik kan naar de dingen kijken die Cath maakt, zij naar die van mij.”

Luyten: “Bij Frank was dat in principe ook zo, maar dat liep toch anders: voetbal is voor mij altijd Chinees gebleven. Tegen Frank kon ik nooit zeggen: ‘Ha, dat was een goeie discussie in Extra Time.’”

Reybrouck: “Ik ben gek op de Premier League, en dus kijk ik altijd naar Match of the Day op de BBC. In de ogen van Cath zag ik een zweem van paniek toen ik dat vertelde: ‘Nee, niet opnieuw!’ (lacht)”

Luyten: “Op herfstige ochtenden hoor ik nu dit: (imiteert de intro van ‘Match of the Day’). Maar kijk, Esh geeft Jools tegelijkertijd de fles, en ondertussen vind ik het zelfs een poëtisch beeld: man kijkt naar Match of the Day terwijl hij zijn kind verzorgt.”

Verliefden beginnen doorgaans als een blanco blad voor elkaar. Maar van Cath had je allicht al een beeld, Eshref, aangezien ze een publieke figuur is. Voelde dat niet vreemd?

Reybrouck: “Omgekeerd gold dat ook een beetje: we hebben veel gemeenschappelijke kennissen, dus Cath wist ook al wel wat over mij. En om nu te zeggen dat ik een vastomlijnd beeld had? Neen. Ik was ook te verliefd om bezig te zijn met de vraag of haar televisiepersoonlijkheid netjes samenvalt met wie ze echt is.”

Luyten: “Het was aanvankelijk wat aftasten. (Tot Reybrouck) Ik herinner me dat we tijdens een wandeling ergens over de grens eens aan de praat waren geraakt met iemand, en dat jij je achteraf druk maakte omdat ik tijdens het gesprek het Nederlandse accent van die man had overgenomen. Jij vond dat daar een soort van klein verraad in zat, dat ik niet trouw bleef aan mezelf. Maar dat is net wie ik ben: ik pas me aan. Met een boer in het veld spreek ik volkser dan met een minister. Daar zit geen berekening achter, wel het oprechte verlangen om een goed gesprek te hebben.”

'Cath heeft een heel losse kant, iets wat naar zachtaardige rebellie neigt. 'Je gaat op jacht naar problemen', zeg ik vaak.' Beeld Johan Jacobs
'Cath heeft een heel losse kant, iets wat naar zachtaardige rebellie neigt. 'Je gaat op jacht naar problemen', zeg ik vaak.'Beeld Johan Jacobs

Zit er bij jou een verschil tussen de werk- en de privéversie van jezelf, Eshref?

Reybrouck: “Op een set ben ik de regisseur en moet ik een antwoord hebben op elke vraag. Daarom laat ik privé het initiatief vaak aan de ander: ‘Kies jij maar.’”

Luyten: “Daarmee denken mannen dus dat ze het ons makkelijker maken. Tot ze vervolgens op een veel te dure vlucht naar Thailand zitten (lacht luid).

“Ik vind het wel fijn om het initiatief te krijgen. Om anderen mee te trekken in mijn dadendrang.”

Reybrouck: “Cath heeft een heel losse kant, iets wat naar zachtaardige rebellie neigt. ‘Je gaat op jacht naar problemen’, zeg ik vaak. Ik ben wat conformistischer, en zoek niet snel het risico op.”

Luyten: “Het gaat me dan vooral over regels. Iets wat niet mag, dat wil ik per definitie heel graag doen.”

Reybrouck: “Niet dat ik zo gek ben op regels, hoor. Maar ik vind de return vaak te klein voor het risico.”

Luyten: “Toen we nog op zoek waren naar een plek om te wonen, had Eshref een huis gezien dat hem intrigeerde: helemaal overwoekerd, en verscholen achter een grote poort met een roestig slot. Toen we erlangs liepen, stelde ik voor om over de afsluiting te klimmen. Ik was er zeker van dat Eshref zou protesteren. (Tot Reybrouck) Maar je sprong toch fluks over dat hek?”

Reybrouck: “Ik wilde gewoon dat huis heel graag zien.”

Luyten: “We zijn toen ook echt naar binnen gegaan, en kwamen terecht in een kamer waar een gigantische brandkast stond. En in de garage vonden we, onder een zeil, een prachtige oldtimer – een Ford Mustang. Kijk, op zo’n moment ben ik op mijn gelukkigst.

“Later zijn we met de eigenares van het huis gaan praten. Daar kregen we de hele familiegeschiedenis te horen – een roerig, tragisch verhaal over hoe de succesvolle Ferrari-garage van haar vader de dieperik in was gegaan nadat zijn zonen – haar broers, dus – ze hadden overgenomen. We hebben daar vier uur met open mond zitten luisteren. Maar op dat soort verhalen loop je alleen als je af en toe over een hek durft te kruipen.”

Reybrouck: “Dat is waar. Je hebt ook veel over voor zo’n gesprek. In Libanon beklommen we een hoge berg, samen met een gids. Hij was heel zwijgzaam, en ik vond dat prima. Maar Cath Luyten dacht: ‘Neenee, niks van! We gaan er hier een interview van maken.’ En ze begon te peuteren. Naarmate de tocht vorderde, werd wel duidelijk dat die gids heel diep zat – inclusief zelfmoordneigingen. In zulke situaties komt er toch een zekere pudeur over mij, en daarnaast was ik ook gewoon bang dat die man in een ravijn zou springen. Maar Cath bleef doorgaan.”

Luyten: “Daar maak ik op zo’n moment echt m’n werk van: wanneer we weer beneden zijn, denk ik dan, móét die man weer blaken van levenslust.

“Het is wie ik ben: een nieuwsgierige prater. Iemand die altijd de woorden boven de stilte verkiest.”

Reybrouck: “Terwijl samen zwijgen ook heel mooi kan zijn.”

Luyten: “Ik probéér het te leren. Maar het is moeilijk. Zodra jij langer dan vijf minuten niets zegt, denk ik: er is iets mis. Ik moet leren dat stilte ook op harmonie kan wijzen. (Denkt na) Dat is ook weer zo’n familietrek, hè. Bij mij thuis werd er de hele tijd gebabbeld aan tafel. In jouw familie mogen de stiltes gewoon bestaan. In het grote rumoer van je vrienden kun jij ook een avond rustig zitten zwijgen.”

Reybrouck: “Ik vind het ook heerlijk om samen op een terras te zitten en zwijgend de wereld rónd dat terras te observeren. Dat komt voor mij dicht bij geluk, omdat het alléén kan als alles helder is in je hoofd. Als je geen zorgen of verplichtingen hebt, en gewoon in het decor kunt opgaan.”

Ik begrijp intussen wat Cath zei over dat rustige en bedaarde van je. Je lijkt me iemand die niet makkelijk om te duwen valt.

Reybrouck: “Toch voel ik vaak stress. Maar die zit dan vanbinnen: ik help er niemand mee als ik paniekerig begin rond te tollen.”

Luyten: “Rustig is ook geen synoniem van ongevoelig. Want de dingen raken je wel. Maar je bent geen ongeleid projectiel, je stuitert niet alle kanten uit. Terwijl je het aan mij meteen ziet wanneer ik m’n evenwicht kwijt ben. Die rustige standvastigheid van je…”

Reybrouck (onderbreekt): “Rustige standvastigheid… Klinkt dat nu niet vreselijk saai?”

Luyten: “Je hebt gelijk: het is iets anders dan dat. Mijn vader formuleerde het eens zo: ‘Het is mooi om zo zelfzeker door het leven te lopen zonder ook maar een spoortje van arrogantie te vertonen.’ Dát bedoel ik. Je bent geen twijfelaar: als je voor iets kiest, dan doe je dat resoluut, met kordate stappen.”

Reybrouck: “Er is ook gewoon weinig om over te twijfelen. Ik word bijvoorbeeld maar zelden verliefd. Dus als het gebeurt, zoals bij jou, dan is het voor mezelf heel duidelijk wat ik verlang. Hetzelfde met mijn job: ik zou nooit iets anders kunnen doen. Het is wat ik wil. Dat bespaart me veel onrust. En natuurlijk loop ik in mijn leven tegen problemen aan, maar die zijn haast altijd tijdelijk en oplosbaar. Met de basis zit alles goed.”

Luyten: “Zo is dat ook bij mij. Al hink ik wel meer op twee gedachten. Er is die drang om altijd weer de wereld in te trekken, om de grootsheid buiten te zoeken. En er is de vaststelling dat ik voor het allergrootste – moeder worden, moeder zijn – het huis niet uit moet. Na de geboorte van Jools vond ik alles perfect zoals het was: klein, besloten, idyllisch. Maar zodra dat voorbij was en de wereld opnieuw kwam aankloppen, vergleed ik weer in die oude ambities en verlangens.”

Reybrouck: “Je wilt beide – het avontuur en het huiselijk geluk. Dat is prima, toch?”

Luyten: “Ja, da’s waar. We zijn beland op…”

Reybrouck: “…een mooie plaats in ons leven.”

Luyten: “En als jij nu ook nog even mijn verjaardag onthoudt, is het helemáál goed (lacht).”

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234