Vrijdag 09/12/2022

PortrettenJonge gelovigen

‘Ik zit veel meer in de kerk dan mijn ouders’: jonge gelovigen over waarom zij wél nog geloven

Het actief belijden van religie lijkt de Belgische jeugd nog maar weinig te boeien. Maar hoe zien die jongeren dat zelf?  Beeld Rebecca Fertinel
Het actief belijden van religie lijkt de Belgische jeugd nog maar weinig te boeien. Maar hoe zien die jongeren dat zelf?Beeld Rebecca Fertinel

Jongeren die in de Bijbel lezen en naar de mis gaan? Je komt ze nog amper tegen. En wie wel rotsvast overtuigd is, wordt vaak raar aangekeken of moet moeilijke vragen trotseren. Vijf jonge gelovigen over waarom zij wél nog in God, Allah of een ander opperwezen geloven.

Deborah Seymus

Ooit was het geloof een vanzelfsprekendheid, ook voor jongeren. Die tijd ligt al even achter ons, maar wat met jonge mensen die wél nog geloven? Hoeveel tieners en twintigers gaan nog geregeld naar de kerk, de moskee of het gebedshuis? “De groep praktiserend gelovigen is heel klein”, zegt theoloog Didier Pollefeyt (KU Leuven). Dat blijkt ook uit cijfers van de European Social Survey, een bevraging die sinds 2001 wordt georganiseerd. In België noemde 22 procent van de 16- tot 29-­jarigen zich in 2018 katholiek. Zo’n 10 procent identificeerde zich als moslim, telkens 1 procent als orthodox en protestants, en minder dan een half procent is joods. Van die jongeren gaat 5 procent wekelijks naar een religieuze dienst, iets wat 2 procent van de katholieke jongeren doet, een cijfer dat nergens in Europa zo laag ligt.

Het actief belijden van religie lijkt de Belgische jeugd dus nog maar weinig te boeien. Vooral het christendom, met het katho­licisme voorop, krijgt klappen. “Wie vandaag gelooft, krijgt vaker met het fenomeen van religieuze schaamte te maken”, zegt Polle­feyt. “Een religie aanhangen kan vandaag op veel vooroordelen rekenen. Het wordt gezien als onwetenschappelijk of zelfs truttig. De geschiedenis, met al zijn oorlogen, heeft het er niet makkelijker op gemaakt.”

Maar hoe zien die jongeren dat zelf? Waarom geloven zij, en hoe houden ze zich staande in een zee van ongelovig- en onverschilligheid?

Pieter Anseeuw Beeld Rebecca Fertinel
Pieter AnseeuwBeeld Rebecca Fertinel

Pieter Anseeuw (18): ‘Op school verzweeg ik dat ik misdienaar was’

Voor mijn tiende ging ik met mijn ouders mee naar de kerk zonder te beseffen wat het was, maar na mijn eerste kamp met IJD, de jeugddienst van de Katholieke Kerk in Vlaanderen, voelde ik verbinding. Ik was praktiserend maar ook enorm zoekend. Sinds mijn zestiende durf ik te zeggen: ‘ja, ik geloof’.

“Tot het vierde middelbaar schaamde ik me. Anderen reageerden niet altijd open of genuanceerd. Niet dat ze me pestten, maar ze hadden wel iets gevonden waarmee ze mij konden raken. Mijn trui van de christelijke jeugdbeweging droeg ik niet meer op school. Als de populaire jongen schampert ‘ah, Pieter gelooft’, dan besef je dat dat niet als cool beschouwd wordt. Op den duur zei ik niet meer dat ik naar de kerk ging of misdienaar was.

“Nu studeer ik in Leuven en zit ik in de leiding van diezelfde jeugdbeweging. Door corona besefte ik dat het geloof eigenlijk heel belangrijk voor me is. Sinds ik op de universiteit zit, vind ik het fijn om mensen te vertellen dat ik geloof. Zo ontmoette ik op kot iemand die op zoek was naar zingeving en heb ik haar meegesleurd naar een viering.

“Ik geloof niet dat hierboven iemand met een witte baard en lang gewaad zit. Ik voel God vooral in de verbondenheid wanneer ik me in groep inzet voor anderen en de boodschap van Jezus volg. Van die wereldwijde verbondenheid word ik me gewaar wanneer we met de priester het Onzevader bidden.

“Ik ga niet elke week naar de kerk. Dat is lastig met mijn agenda, maar als het even geleden is, merk ik dat ik er nood aan heb. Bidden zelf doe ik minder; dat ben ik nog aan het ontdekken. In drukke periodes kom ik wel graag in stilte bij God door piano te spelen op mijn keyboard. Denk nu niet dat ik geen Spotify-afspeellijst heb. Ik luister net zo goed goed naar pop of naar Bart Peeters.

“Ik denk wel dat ik anders naar religie kijk dan eerdere generaties. Toen domineerde het de maatschappij en ging je naar de mis, waar teksten afgerateld werden zonder dat mensen de diepere betekenis ervan kenden. Jongeren nu gaan veel meer in dialoog en kiezen voor teksten met inhoud die hen aanspreekt.

“De laatste tijd merk ik dat vrienden bewondering voor ‘mijn’ geloof hebben en ook nieuwsgierig zijn naar wat het is. Maar als ik merk dat iemand er geen respect voor heeft, kan die moeilijk mijn vriend worden.”

Beyza Yilmaz Beeld Rebecca Fertinel
Beyza YilmazBeeld Rebecca Fertinel

Beyza Yilmaz (24): ‘Geloof geeft me hoop en een hiernamaals’

‘Op alle vragen die ik heb, kan ik in de islam een antwoord vinden. Hoe moet ik me gedragen ten opzichte van de ander? Wat moet ik doen als ik me slecht voel? Hoe ga ik om met vooroordelen, en zit daar een kern van waarheid in? Het zorgt ervoor dat ik nadenk over de gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Of over de hoofddoek.

“Het geeft mij iets om op terug te vallen. Hoop ook. En een hiernamaals. Het zorgt voor een constante zekerheid op moeilijke momen­ten. Soms twijfel ik over mijn religie; ik vind dat nodig binnen een godsdienst. Waar ik niet over twijfel, is het bestaan van God. Voor mij is God vooral een gevoel, maar ook een warmte die je heel dichtbij voelt en die in alles terugkomt

“Als ik kan, ga ik naar de moskee. Vooral op speciale dagen, zoals tijdens de ramadan. Dan wil je met anderen gaan bidden en sta je naast elkaar met hetzelfde doel. Elke moskee is anders. In de Antwerpse moskee waar mijn hele familie naartoe gaat, kom ik thuis. Maar eigenlijk beleef ik mijn geloof op mezelf. Ik probeer elke dag vijf keer, telkens een kwartiertje, te bidden. Dat lijkt veel, maar zo ben ik wel de hele dag met God bezig en heb ik minder negatieve gedachten.

“Wij staan niet tegenover de christenen en atheïsten. Er moeten wel verschillende waarheden bestaan. Als God het had gewild, had elke mens dezelfde religie. Hij heeft ons bewust in verschillende groepen en religies ondergebracht. Volgens mij kan je God daarom ook vinden in verschillende waarheden.

“Natuurlijk heb ik af en toe met vooroordelen te kampen. Vooral het feit dat ik een hoofddoek draag, wordt soms gezien als iets van vroeger. Ik denk ook dat anderen soms het idee hebben dat de islam geen religie van deze tijd is. In mijn directe omgeving krijg ik dat zelden te horen. Ik heb voornamelijk moslimvrienden en als ik mensen leer kennen, weten ze door de hoofddoek meteen dat ik moslim ben. Dat maakt het makkelijker.”

Antoni Zebrzowski Beeld Rebecca Fertinel
Antoni ZebrzowskiBeeld Rebecca Fertinel

Antoni Zebrzowski (15): ‘Ik zit vaker in de kerk dan mijn ouders’

‘Ergens rond Kerstmis in 2019 vroeg de ceremoniemeester van de kerk in Sint-Truiden of ik misdienaar wilde worden. Ik probeerde het en voilà, nu zijn we bijna drie jaar verder. Door corona had ik meer tijd om met het geloof bezig te zijn. Mijn ouders zijn wel katholiek, maar niet echt kerkelijk. Ik zit veel meer in de kerk dan zij.

“Elke dag open ik de app The Bible waar ik dan het dagvers op lees. Overdag heb ik weinig tijd om bij mijn geloof stil te staan, maar ik probeer ’s avonds de dag al biddend af te sluiten. Op zon- en feestdagen ga ik naar de kerk.

“Hoe God eruitziet is een mysterie, dat weet niemand. We hebben onlangs Pasen gehad en dat is een feest van hoop voor mij, te midden van de moeilijke tijden en het slechte nieuws dat binnenstroomt. Hoop vind ik ook in alle mooie verhalen uit de Bijbel.

“Mijn band met God is wisselend. Ik toon me niet altijd van mijn beste kant. Als ik door de regen naar school moet fietsen, kan ik ook weleens vloeken. Maar volgens mij heeft niemand een perfecte relatie met God. Ik zie hem daarom vooral als een vader die over me waakt en me beschermt.

“Al mijn vrienden weten dat ik naar de kerk ga en met het geloof bezig ben. Ik zit op een multiculturele school en heb zelf Poolse roots. Sommige vrienden van mij zijn moslim. Voor hen maakt dat allemaal niet uit. Zij zijn ook niet echt met hun geloof bezig, maar eerder met gamen of wat er nieuw is op Fortnite.

“Echt negatieve reacties hoor ik zelden. Ik ben er open over op Facebook en soms worden er opmerkingen over gemaakt. Dan lees ik: ‘Ieuw, de kerk is zo saai.’ Of: ‘Die zever wil ik niet.’ Daar kan ik wel tegen. Ik hoef mensen die een ander geloof hebben, of die er niets mee te maken willen hebben, niet te overtuigen.”

Xenia Geysemans  Beeld Rebecca Fertinel
Xenia GeysemansBeeld Rebecca Fertinel

Xenia Geysemans (29): ‘Je moet er ook geen wonderen van verwachten’

‘Ik heb tattoos en zing in een rockband, maar ik ben ook een gelovige vrouw. Toen ik achttien was, zei iets in mij dat ik gewoon theologie moest gaan studeren. Ik was al mijn hele leven gefascineerd door het goddelijke, het transcendente, het mysterieuze. Door die studies ben ik gelovig geworden. Door het wetenschappelijke aspect ben ik gefascineerd geraakt door het christelijke verhaal.

“Mijn man, een chemicus, lacht altijd met me: ‘Wat jij doet, is geen wetenschap.’ Ik vind van wel. Ik laat me daardoor uitdagen en blijf vragen stellen. Mijn grootouders kregen het met de paplepel mee, maar als je er nu voor kiest, is het authentieker. Vandaag werk ik als gastdocent bij een palliatief netwerk, ben ik universiteitspastor in Antwerpen en doceer ik filosofie en religie aan de Artevelde­hogeschool. Mijn geloof is mijn job. Of het is toch een groot onderdeel ervan.

“Aan de UAntwerpen begeleid ik studenten in het kader van existentieel en spiritueel welzijn, bijvoorbeeld als hun relatie afgelopen is. Ik doe er ook vieringen en getuig er over mijn geloof. Zo proberen we mensen aan te steken.

“Het christelijke verhaal heeft voor mij alles: een instituut, een ethisch systeem en een charismatisch figuur, Jezus, om wie het allemaal draait. Veel jongeren bricoleren tegenwoordig: een beetje van dit geloof, een beetje van dat. Relishoppen noem ik het. Het vloeibare geloof zien we veel. Voor mij mag het dieper gaan: ik wil tot de kern van het christelijk verhaal doordringen.

“Ik bid niet volgens een vast stramien. Ik ben meer een filosoof en reflecteer. Ik vraag niks aan God, ik bedank Hem vooral. Ik kan me niet inbeelden dat ik ooit kwaad op of teleurgesteld zou zijn in het geloof. Je moet er ook geen wonderen van verwachten. Geloof geeft me structuur en houvast in een chaotisch leven, maar ik heb geen probleem met afvalligen. Zij hebben iets meegemaakt waardoor ze de keuze hebben gemaakt om het geloof de rug toe te keren. Ik heb het moeilijker met mensen die onverschillig zijn. Liever atheïsten dan mensen die agnostisch ingesteld zijn. Daar kun je beter mee discussiëren.”

Leonie Moreels Beeld Rebecca Fertinel
Leonie MoreelsBeeld Rebecca Fertinel

Leonie Moreels (19) : ‘Als christen kun je ook in de evolutietheorie geloven’

‘Mijn ouders komen uit een traditioneel katholiek nest en zijn protestants geworden. Ik ging met de draagzak mee naar de kerk. Op jeugdkampen kwam de klik voor mij. Ik liet me dopen als vijftienjarige, wat bij de protestanten vrij jong is, maar daarna ben ik heel hard tegen alles aangelopen. Ik kom uit een progressief gezin, waarin kritisch nadenken over wat er in de maatschappij gebeurt en sociaal rechtvaardigheidsdenken belangrijk is.

“In de kerk werd die links-progressieve bubbel doorprikt omdat je in contact komt met mensen uit alle lagen van de samenleving: rijk, arm, wit, multicultureel, links, rechts. Naar mijn gevoel hing er een conservatisme in mijn kerk waardoor ik clashte met mensen die een andere mening hadden. Vandaag zie ik de kerk juist als de enige plaats waar zo veel mensen met zoveel verschillende achtergronden en voorkeuren samenkomen. Daarin zie ik het goddelijke. Niet-gelovige vrienden die weleens meegaan zien dat ook.

“Ik geloof in een scheppende God, maar in mijn ogen kun je als christen net zo goed in de evolutietheorie geloven. Ik vind niet dat je die hele theorie moet negeren omdat er in de Bijbel staat dat de aarde in zeven dagen is geschapen. We hoeven niet alles letterlijk te nemen.

“Kerken pakken bepaalde thema’s volgens mij vaak fout aan, ze keuren homoseksualiteit af of staan het niet toe. Ik snap dat het een lastig thema is en dat er veel over te zeggen valt, maar ik kijk ook uit naar een kerk die opstaat en zich radicaal keert tegen geweld op de ­lgbtq+-gemeenschap, want dat zou haar eerste reactie moeten zijn.

“Ik heb niet het gevoel dat mijn generatie goddeloos is, wel denk ik dat mensen die niets geloven iets missen. Mijn geloof in Jezus geeft me zoveel hoop, vertrouwen, troost en richting. Ik ga wekelijks naar de kerk en probeer elke dag in de Bijbel te lezen. Bidden is iets wat ik de hele dag door doe. Vaak in mijn hoofd, soms luidop. Ik schrijf dingen op, spreek ze uit of kniel in mijn studentenkamer. Dat helpt me om mijn aandacht erbij te houden.”

Joseph Steimetz  Beeld Rebecca Fertinel
Joseph SteimetzBeeld Rebecca Fertinel

Joseph Steimetz (29): ‘Joden kunnen heel goed feestvieren’

“Wanneer je moeder joods is, word je automatisch ook joods geboren. Het besef dat mijn geloof voor mij de waarheid is, kwam met de jaren. Het jodendom is voor mij een leidraad in het dagelijkse leven en steunt me overal in. Toch krijgen wij vaak te maken met stereotypen. Zo denken sommige mensen nog steeds dat joden hoorntjes hebben onder hun keppel, dat we allemaal erg rijk zijn of een haakneus hebben. Dat is natuurlijk niet waar.

“Wat wel klopt, is dat joden heel goed feest kunnen vieren. Wij kennen veel jaarlijkse feestdagen. Ik beleef mijn geloof met God zeer intens en bid tot drie keer per dag. Zo vaak mogelijk ga ik naar de synagoge, om God om hulp te vragen of te bedanken, maar ook voor het sociale aspect. Wanneer ik de sabbat vier, vinden anderen het soms raar dat ik tijdens die 24 uur geen auto mag rijden of mijn gsm niet mag gebruiken. Toch raad ik iedereen de wekelijkse rust aan, of je nu gelovig bent of niet. Voor mij is dat geloof zeker ook geen voorwaarde om vriendschappen op te bouwen. Ik sta hetzelfde tegenover gelovigen als niet-gelovigen. Respect voor elkaar is het belangrijkste. Wie ben ik trouwens om te oordelen of een mens goed of slecht leeft?

“Ik voel Gods aanwezigheid vooral op momenten dat ik het moeilijk heb of een mentale dip ervaar. Als ik dan bid, voel ik direct zijn warme aanwezigheid in mij.

“In mijn dagelijkse leven probeer ik zoveel mogelijk met jongeren in gesprek te gaan over het jodendom en hoe belangrijk dat is binnen onze huidige maatschappij. Op scholen zie ik vaak hoeveel vragen ze hebben of met welke vooroordelen ze te maken krijgen. Daarin wil ik hen zo veel mogelijk bijstaan. Veel vrienden van mij zijn ongelovig en hebben ook vaak vragen. Zelfs voor mij blijft het jodendom iets waar ik uit kan blijven leren. Veel mensen denken dat het onrespectvol is om bepaalde vragen te stellen, maar zolang ze serieus en respectvol zijn, beantwoord ik ze heel graag.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234