Zaterdag 15/08/2020

InterviewThe Bony King of Nowhere

‘Ik zit niet elke dag aan de keukentafel te snikken’

Beeld Anton Coene

Feest in de Ancienne Belgique: op 18 december sluit The Bony King of Nowhere er zijn ‘Silent Days’-tournee in stijl af en viert hij de tiende verjaardag van zijn debuut ‘Alas My Love’. Bram Vanparys (33): ‘Het wordt een scharnierconcert tussen het verleden en de toekomst. Die zal klinken als Phil Collins.’

‘Silent Days’ ging over een stukgelopen relatie. Ik weet dat je er niet graag over praat, maar toch: hoe voel je je een jaar later?

Bram Vanparys: “Goed. What doesn’t kill you makes you stronger, zoals ze zeggen (lacht). Alles wat er in het leven gebeurt, is interessant en maakt je wijzer en rijker. Vooral de minder leuke dingen. Het zou jammer zijn als ik er niets positiefs uit zou willen halen. Zo zit ik niet in elkaar.”

Klopt het cliché dat songs schrijven therapeutisch helpt?

Vanparys: “Veel collega-songwriters vinden van wel, maar ik heb niet het gevoel dat dat bij mij zo werkt. Zonder ‘Silent Days’ had ik me nu ook weer goed gevoeld, hoor. Muziek is voor mij geen manier om dingen te verwerken, maar een uiting van mijn onderbewustzijn. En de connectie daarmee was nooit zo sterk als tijdens het schrijven van die plaat.”

Verklaart dat waarom het je best ontvangen werkstuk is?

Vanparys: “Emotionele platen werken altijd goed. Mensen zoeken iets waarin ze zich herkennen. Oké, vrolijkheid is ook een emotie, maar ik zie mezelf niet meteen een opgewekte plaat maken (lacht).”

Op 18 december sta je in de Ancienne Belgique, waar je artist in residence was voor je nog maar één song had uitgebracht. Heb je veel aan de AB gehad?

Vanparys: “Zeker. Mijn carrière is een beetje raar op gang gekomen. Bijna iedereen in de Belgische muziekscene heeft deelgenomen aan Humo’s Rock Rally of De Nieuwe Lichting. Ik niet. Met enkele demo’s die ik thuis had opgenomen, kwam ik hier en daar wel bovendrijven, maar ik werd vooral opgepikt door live te spelen. Onder meer door Kurt Overbergh van de AB. In 2007 mochten we dríé keer in zijn zaal staan. Hij heeft me overal aangeprezen waar hij maar kon.

“Ik ben er nog steeds kind aan huis, en ik mag er naar elk concert komen kijken. Het is leuk dat we uitgerekend daar onze tournee kunnen afronden. Daarna is het tijd om nieuwe songs te schrijven.”

Je bent destijds snel doorgebroken. Op ‘Going Nowhere’ zing je: ‘They put me on a pedestal and I had only just begun’.

Vanparys: “Ik had moeite met die vroege aandacht. Ik was nog maar net begonnen met muziek maken, ik zat niet vanaf m’n 12de al in bandjes. In 2007 stond ik op Pukkelpop, twee jaar vóór mijn debuutplaat. Ik was nog in volle ontwikkeling, het voelde alsof ik dat niet verdiende. Nee, verdienen is een lelijk woord, maar het voelde alleszins niet gepast aan.”

Is het anno 2019 moeilijker om als folkartiest relevant te zijn dan tien jaar geleden?

Vanparys: “Er zal altijd plaats zijn voor songwriters. Mensen houden simpelweg van mooie liedjes. Kijk naar wat Tamino doet!”

Buitenbeentje

De dag vóór je show in de AB speel je een try-out in Heist-op-den-Berg. Is dat nog nodig na die tournee?

Vanparys: “In de zomer hebben we een tijdje stilgelegen, en we merken dat het veel beter gaat als we opgewarmd zijn. Bovendien wil ik ook songs van ‘Alas My Love’ vanonder het stof halen, én de mensen met een nieuw nummer laten voelen waar Bony King op de volgende plaat naartoe zal gaan. Het wordt een scharnierconcert tussen het verleden en de toekomst.”

Veel artiesten krijgen na verloop van tijd een afkeer van hun debuutplaat. Jij niet?

Vanparys: “Ik heb er járen een afkeer van gehad. Ik kon me er niet meer in vinden door het gebrek aan echte songs en goeie teksten. Maar na tien jaar voel ik me er weer erg verbonden mee. Het is een speelse, haast impressionistische plaat vol sfeerschetsen. Zelfs filmisch, maar nooit hapklaar. De songs zijn al vaak gebruikt voor documentaires en films, en ook in een experimentele dansvoorstelling.”

De drie volgende platen waren toegankelijker. Maar ‘Silent Days’ lijkt meer dan ooit op je debuut.

Vanparys: “Vanaf ‘Eleonore’ (2011) ben ik me meer gaan toeleggen op songs schrijven, ten koste van de arrangementen en de sfeerzetting. Bij mijn vierde plaat, ‘Wild Flowers’, voelde het plots alsof ik vastzat. Ik besefte dat ik de arrangementen had verwaarloosd. Op ‘Silent Days’ heb ik de twee redenen waarom ik muziek maak, arrangeren en songs schrijven, weer met elkaar verzoend. Het is mijn meest complete plaat tot nog toe, en vat goed samen wie ik ben.”

Voor ‘Wild Flowers’ was je heel even kortweg Bony King. Waarom?

Vanparys: “Daar heb ik niet echt een antwoord op (lacht). ‘Wild Flowers’ is een buitenbeentje. We hebben die plaat in vier dagen tijd opgenomen in Los Angeles, met muzikanten die eerder voor Bruce Springsteen en BB King hebben gewerkt. Ik heb toen eigenlijk mijn werk uit handen gegeven, en achteraf gezien ben ik blij dat er een andere naam op de hoes staat. Gertjan (Van Hellemont, gitarist, red.) stelde daarna voor om weer de langere groepsnaam te gebruiken, en toen ik die op het artwork van mijn ‘Silent Days’ zag prijken, voelde dat als thuiskomen aan.”

Wat was het moeilijkste moment in tien jaar The Bony King of Nowhere?

Vanparys: “‘Wild Flowers’ werd niet zo goed ontvangen: de plaat miste eigenheid, luidde de kritiek. Dat heeft me wel geraakt. Ik dacht eerst: niemand snapt het, die plaat is geniaal! Ik had mezelf altijd voorgehouden dat ik geen erkenning nodig had, maar dat is makkelijk gezegd als alles goed gaat. Plots kreeg ik kritiek op een plaat waar ik bloed, zweet en tranen voor had gelaten, en er kwamen ook minder mensen naar mijn concerten. Het was erg moeilijk om voor mezelf toe te geven dat ook ik succes najaag.”

Je hebt in tien jaar tijd vijf platen uitgebracht. Ben je een harde werker?

Vanparys: “Ik vind van wel, maar ik ken mensen die nog veel harder werken. Kijk naar Bert Dockx: hij heeft vier bands en is er obsessief mee bezig.”

Heb jij nooit nood gehad aan een zijproject?

Vanparys: “Ik wil wel een tweede band oprichten, die instrumentale, expressieve muziek brengt – noisy en luid. Helaas ben ik niet goed in dingen combineren, dus ik weet niet of het me goed zou afgaan (lacht).”

‘Silent Days’ werd in Humo jouw ‘Blood on the Tracks’ genoemd. Met welke Dylan-plaat mag je volgende plaat vergeleken worden?

Vanparys: “Euh, ik denk dat die eerder vergeleken zal worden met… iets van Phil Collins of zo.”

Phil Collins?

Vanparys (aarzelt): “Ja, ik weet het niet… Ik voel de behoefte om een andere kant van mezelf te belichten. Ik ben geen eenzijdige songschrijver, hoor. Op basis van mijn oeuvre zouden mensen kunnen denken dat ik elke dag zit te snikken aan de keukentafel, maar dat is niet zo.”

Benieuwd! Wanneer mogen we die plaat verwachten?

Vanparys: “Dat zal in 2021 zijn, maar één en ander zal ook afhangen van... de muze (lacht bescheiden).”

The Bony King of Nowhere speelt op 18 december in de AB in Brussel. Info & tickets.

©HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234