Dinsdag 02/03/2021

'Ik zie mezelf ooit boswachter worden'

Tim Vanhamel van Millionaire stort zijn hart uit op melodieuze popplaat

Met 'Until I Find You' heeft Tim Vanhamel, bekend van Evil Superstars en Millionaire, momenteel een fikse radiohit te pakken. Die single is de voorbode van Welcome to the Blue House, een donkere maar melodieuze powerpop-cd waarop de zanger de breuk met zijn vriendin, fotomodel Hannelore Knuts, van zich af schrijft.

Door Dirk Steenhaut

DEURNE l Vanhamel ontvangt ons in zijn huis in de schaduw van het Sportpaleis en ontkurkt een fles rode wijn. 'Eerst wilde ik mijn plaat Kiss Me... I'm Dead noemen, naar het type stickers dat je soms op Amerikaanse wagens aantreft', zegt hij. 'Maar uiteindelijk vond ik dat net iets te cynisch.'

"I'm gonna be 16 different shades of blue", zingt Tim Vanhamel ergens op Welcome to the Blue House. Geen twijfel mogelijk: dit is het relaas van iemand die rake klappen te incasseren kreeg en nu zijn wonden likt. "Ik heb inderdaad een heel persoonlijke plaat gemaakt", beaamt de dertigjarige artiest. "Ze is de samenvatting van een periode uit mijn leven, maar tegelijk overstijgt ze die ook.

"Het klopt dat Blue House iets was wat ik absoluut uit mijn systeem moest persen. Toen we eind 2006 beslisten Millionaire enkele maanden stil te leggen, rommelde het al een beetje in mijn privéleven en dus begon ik als een bezetene te schrijven. Ik voelde er weinig voor te schreeuwen of als een wildeman in het rond te springen terwijl mijn wereld instortte, dat had ik al iets te lang gedaan. Deze keer wilde ik fluisteren, troost zoeken bij mijn gitaar, mezelf artistiek uitdagen. Ik heb voor het eerst een plaat gemaakt waarop ik niet op zoek ging naar specifieke geluiden. Het mocht allemaal heel basic, met veel reverb, maar het fundament van de cd is wel akoestisch. Ik was het beu moderne technieken te gebruiken, vond dat de klankkleur niet mocht afhangen van loops of samples."

Is muziek je reddingsboei?

Tim Vanhamel: "Het is mijn redding én mijn ondergang. Want zodra je bekend bent, krijg je natuurlijk meningen over je uitgestort van mensen die slechts een zeer eendimensionaal beeld van je hebben. Zeker nu ik een single op de radio heb die anders klinkt dan men van mij gewend is. Anderzijds zat dat poppy element ook al in Millionaire. Het is gewoon één aspect van de groep dat ik wat verder heb uitgediept."

Bij je vorige bands werd je altijd in de rug gedekt. Deze keer staat alleen jouw naam op de hoes.

"Hmm, een rare bijkomstigheid. Eerst wilde ik de cd, volgens de methode van John Frusciante, zeer lofi aanpakken: het moest groots klinken voor relatief weinig geld. Maar brandende soloambities heb ik niet. Dit was gewoon de muziek die zich aandiende en eruit moest. Het is nog altijd wennen als ik Tim Vanhamel op een affiche zie staan."

Het is niet denkbeeldig dat deze cd beter zal verkopen dan je werk met Millionaire.

"In dat geval geeft me dat gewoon extra speelruimte, de vrijheid dat meezingbare met Millionaire juist niet meer op te zoeken. Het zal onze muziek nog extremer en uitgepuurder maken. Onze volgende cd wordt er een à la Grinderman: van die muziek krijg ik pas echt kippenvel."

Op je nieuwe cd toon je een heel

andere Tim dan de chaotische wildebras bij Millionaire. Je stelt je opvallend kwetsbaar op. Moest je daarvoor over een drempel heen?

"Nee. Mijn vrienden wisten al lang dat ik dit in me had. Eigenlijk keer ik terug naar mijn roots met Sister Poo-Poo (de groep waar Vanhamel bij speelde voor hij toetrad tot Evil Superstars, DS). Deze plaat is gericht aan specifieke personen en in die zin zijn de songs als brieven, ja. Maar soms praat ik gewoon tegen mijn eigen spiegelbeeld.

"Het fijne aan liedjes is dat je niet aan één perspectief gebonden bent. 'Red River' is een moordsong, maar dat wil nog niet zeggen dat ik zelf met gewelddadige gedachten rondloop. En dat er veel eenzaamheid in mijn liedjes zit, impliceert nog niet dat ik er permanent last van heb. Het gaat om uitvergrote emoties, snapshots van het moment.

"Laatst vroeg ik me nog luidop af of mijn nummers niet te intiem klonken. Maar Admiral Freebee stelde me gerust: 'De mensen appreciëren iets wat echt en gemeend is', zei hij. Waarom zou ik mezelf dan censureren? Tenslotte ben ik als muzikant gepassioneerd op zoek naar de eh... essentie van het leven. Toch geloof ik zelf niet dat ik op Welcome to the Blue House het achterste van mijn tong laat zien.

"Mijn cd is de neerslag van een periode die nog niet is afgesloten en heeft dus een open einde. Ben ik al over de breuk met mijn vriendin heen? Op die vraag zal ik wellicht pas over een jaar of twee het antwoord kunnen geven."

Je maakt pop, maar niet van het gepolijste type. Je gitaarspel blijft behoorlijk tegendraads klinken.

"Dat is de aard van het beestje. Alle popmuziek waar ik van hou, van Radiohead tot Lou Reed, bevat stoorzenders en scherpe kantjes. Ook bij Millionaire heb ik de neiging songs te saboteren zodra ze te catchy dreigen te worden. Alsof er iets is wat me tegenhoudt om echt mooie dingen te maken. Misschien dat sommige mensen die na het horen van 'Until I Find You' mijn cd kopen zich bekocht zullen voelen. Tja, mijn type lonely heart-plaat is nu eenmaal te nemen of te laten."

Strijkers spelen in de songs een prominente rol, maar je gebruikt ze niet om de boel te versuikeren. Ze versterken de dramatiek.

"Het zijn rock 'n' roll strings, hè? Ik liet me leiden door de orkestraties van Flaming Lips of de oosters getinte strijkers van Led Zeppelin, en Reinhard Vanbergen van Das Pop heeft dat bijzonder goed aangevoeld. Zijn arrangementen waren kunstwerkjes op zich, maar omdat we bombast wilden vermijden hebben we er slechts stukjes uit gebruikt. Een pijnlijk voorbeeld van het adagium kill your darlings. Maar het is wel kicken als je zo'n octet in de studio je eigen muziek hoort spelen.

"Toen ik de nummers schreef, zat ik al met die wall of sound-productie in mijn hoofd. Ik zocht naar de sfeer die ik kende uit het werk van The Jesus & Mary Chain, My Bloody Valentine, Big Star, Black Rebel Motorcycle Club, Roy Orbison zelfs."

Was het bevrijdend eens uit het keurslijf van Millionaire te kunnen stappen?

"Absoluut. Ik kon precies doen wat ik wilde, zonder dat ik er met anderen over hoefde te discussiëren. Anderzijds miste ik mijn makkers soms wel in de studio. Want het was hard labeur en ik zat nu ook alleen met mijn twijfels."

'If it's wrong, then let's do it', hoor ik in 'Take Me Home'. Een leidmotief in je leven?

"Die song is een pleidooi om impulsief en onbezonnen door het leven te gaan. Ik vind dat je, zolang je jong bent, het recht hebt fouten te maken en je onverantwoord te gedragen. Waarmee ik ook weer niet bedoel dat je wild om je heen mag schoppen ten koste van anderen."

Is het muzikantenbestaan een alibi om je jeugd te rekken en de volwassenheid uit te stellen?

"Wellicht wel, want ik doe dit al de helft van mijn leven. Mijn passie is: dingen creëren. Maar soms verlang ik wel eens naar een stabiele baan en een gemoedelijke relatie met een gemengde groep collega's. Alleen, mocht ik mijn leven wat rustiger inrichten, dan zou ik gegarandeerd de opwinding missen. Een moeilijke evenwichtsoefening, besef ik, al ben ik blij dat ik geen tweeëntwintig meer ben.

"Artiesten als Panamarenko, die beweren altijd twaalf te blijven, begrijp ik niet. Zelf voel ik me tegelijk een jonge en een oude ziel. De vraag waar ik mee worstel is: wat wíl ik precies met mijn leven? Zit je in de cyclus van een cd opnemen en vervolgens twee jaar toeren, dan sta je voortdurend onder stress en word je door iedereen afgejakkerd. Net als iedereen ontkom ik dus niet aan de routine, alleen mis ik het comfort van de maandelijkse paycheck.

"Na het traject dat ik heb afgelegd kijk ik niet meer tegen de rockwereld aan met de pseudoromantische ingesteldheid van een zeventienjarige. En ook al voel ik me een rasmuzikant, ik ben me ervan bewust dat er ook nog andere dingen bestaan in het leven. Ik kan me best voorstellen dat ik op een dag besluit boswachter te worden en me in de natuur met spirituele dingen ga bezighouden. Dan maak ik enkel nog muziek voor de lol."

Weerspiegelen al je bands, Millionaire, Coca Cola met God, de danceprojecten Rock Stewart en Disko Drunkards, verschillende facetten van je persoonlijkheid?

"Ja. Niet alle projecten zijn even belangrijk, maar ze maken wel allemaal deel uit van een zoektocht. Coca Cola met God staat bijvoorbeeld in het teken van improvisatie, avant-garde en elektronica. Met die groep verricht ik laboratoriumwerk dat in een later stadium van pas komt bij Millionaire. Het ene bevrucht het andere."

Van Millionaires Paradisiac werden in België 12.000 stuks verkocht. Niet slecht, maar die plaat verdiende toch veel beter?

"Mijn ambitie is na al die jaren nog niet weggeëbd hoor, maar momenteel luister ik vooral naar mijn innerlijke stem. Ik wil nieuwe wegen verkennen en uitzoeken waar ze me naartoe leiden. Ik hoef niet per se weer naar Engeland en Amerika: ik weet hoe de markt er in elkaar zit en wie er de lakens uitdeelt. Ik ken het spel. En eerlijk gezegd heb ik geen zin meer om het mee te spelen."

Welcome to the Blue House is uit bij PIAS. Tim Vanhamel speelt op 15/2 in Leuven (Het Depot), 28/2 in Antwerpen (Trix)

en 8/3 in Kortrijk (De Kreun).

Vanhamel:

Mijn type 'lonely heart'-plaat is te nemen of te laten

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234