Vrijdag 14/05/2021

'Ik zet zo graag de wereld op zijn kop'

Gesprek met illustrator Tony Ross

Jeanne Willis & Tony Ross (ill.)

Dagvliegje, dag

Sjaloom, Amsterdam, 26 p., 9,95 euro.

De Britse illustrator Tony Ross zit precies dertig jaar in het kinderboekenvak. Inmiddels verschijnen zijn grappig geïllustreerde prentenboeken in ongeveer alle denkbare talen. Een gesprek met een dynamische en geestige man, borrelend van optimisme en met een heel eigen kijk op kinderen. Door Annemie Leysen

'Dat ik ooit kinderboekenschrijver of -illustrator zou worden, had ik nooit kunnen dromen toen ik in 1961 afstudeerde als grafisch ontwerper. Met zo'n diploma kwam je vanzelf in de reclamewereld terecht. Maar die beviel me niet erg. Ik verkocht niet graag dingen waar ik het niet mee eens was. En dan nog aan mensen die die spullen niet echt wilden hebben of nodig hadden, maar ze toch niet konden weigeren. Reclame is onzin en reclamejongens zou je perfect kunnen afschaffen. Als je een auto maakt, kun je die ook zelf wel verkopen. Daar heb je geen reclamebureau voor nodig. Ik wilde er dan ook uit. Terwijl mijn baas even niet keek zat ik toen al een kinderboek te schrijven en te illustreren."

U was toen ook al als cartoonist bezig?

"Ja, ik maakte cartoons voor Punch en voor een paar kranten, in de beginjaren zestig. Dat tekenen maakte het leven draaglijker in mijn reclameperiode. Mijn cartoons pasten wel bij die tijd. Swinging London, weet je wel. Het waren gloriedagen voor humor. We hadden zo'n lol, toen. Geweldig was dat. John Cleese, Michael Palin en Terry Jones, die later de harde kern van Monty Python werden, studeerden toen nog allemaal in Cambridge. En dan waren er ook nog Peter Cook en Dudley Moore, met hun satirische shows, en Peter Sellers, natuurlijk. Wat een fantastische, optimistische tijd beleefden we toen! Iedereen stond 's ochtends op met de vaste bedoeling om zich de komende dag weer eens stevig te amuseren. Alles kon, alles was mogelijk; tenminste, dat dachten we toen toch. Schitterende periode ook om als kunstenaar af te studeren. Je kon alle kanten op. Kinderboekenschrijver en -tekenaar worden, bijvoorbeeld... waarom niet? Ik had als grafisch ontwerper wel een idee van hoe een boek in elkaar zat. Op de kunstschool leerde ik John Lennon kennen, nog voor hij die beroemde Beatle werd. Toen ik later zijn hilarische boek A Spaniard in the Works las, dacht ik: het schrijversvak hoef je niet echt te leren. Je moet gewoon spreken langs je schrijfmachine. Zo deed Lennon dat ook. Voor kinderen schrijven is niet anders. Je moet je enkel voorstellen dat zo'n kind op je knieën zit en dat je er gewoon tegen praat. Het heeft alles met vertellen te maken, niet met een schrijversambacht. En zo begon het allemaal."

Uw illustraties hebben veel weg van cartoons. Ze zitten ook vol dubbele bodems. Gebruikt u voor uw prentenboeken ook dezelfde techniek?

"Ik werk niet graag met de computer, zoals dat vandaag wél vaak gebeurt. Met pen gaat het veel sneller. Ik gebruik meestal zwarte omtrekken. Een zwarte lijn, opgevuld met waterverf, dat is mijn ding. Daarmee zit ik helemaal in de Engelse tekentraditie van de negentiende eeuw. Kijk maar naar de karikaturen van James Gillray, of naar het werk van Arthur Rackham, en de Grimmillustraties van Kay Nielsen. En dan heb je natuurlijk ook E.H. Shepard, die onvolprezen illustrator die A.A. Milnes Winnie The Pooh een gezicht gaf en die ook prachtige pentekeningen maakte bij De wind in de wilgen van Kenneth Grahame. Een enkele keer gebruik ik ook weleens potlood, of pastel.

"Ik probeer altijd wat aan het verhaal toe te voegen met mijn illustraties. Vaak teken ik kleine grappige subverhaaltjes. Heerlijk om te doen! Op het continent wordt nogal vaak getekend of geschilderd in de stijl en de traditie van de grote schilders. De illustraties hebben hier een erg hoog artistiek gehalte. Dat valt me telkens weer op. In Engeland denkt men er nog niet aan om Turner of Constable te imiteren. Humor blijft bij ons de drijvende kracht. Mijn helden waren Saul Steinberg, André François, Tomi Ungerer..."

Hoe slaagt u er steeds weer in om op uw toch al respectabele leeftijd helemaal in een kinderhoofd terecht te komen?

"Ik ben ervan overtuigd dat je partij moet kiezen. Voor kinderen, wat mij betreft. Ik heb altijd met ze te doen, weet je. Want ze zijn eigenlijk de slachtoffers van deze wereld. Kijk maar naar de televisie: kleine kinderen die hun benen kwijt zijn door landmijnen... Vreselijk is dat! Zij hebben toch niks met die oorlogen te maken! (verontwaardigd) Dat is het werk van volwassenen. Kinderen hebben altijd een hoop last met grote mensen. Toen ik klein was waren er geen landmijnen, maar dan moest je naar bed terwijl de zon nog volop scheen, terwijl iedereen buiten was en zich amuseerde. Ik moest de kleren dragen die mijn ouders voor me uitkozen, ik moest eten wat ze voor me klaarmaakten. En ik had daar nooit zelf over te beslissen. Daarom voel ik mee met kinderen. In mijn boeken kies ik hun kant, ik geef ze een stem. Andere schrijvers willen een spreekbuis zijn voor de volwassenen, en die dicteren in hun boeken hoe kinderen zich moeten gedragen. Ik schrijf vanuit het standpunt van kinderen. Om dat te kunnen moet je heel aandachtig naar kinderen kijken en ook luisteren naar wat ze te vertellen hebben. Ze hebben echt heel wat zinnigs te zeggen. De oude Engelse uitdrukking, 'Children should be seen and not heard' is helemaal verkeerd. Als je voor kinderen schrijft, mag je vooral niet denken dat je het als volwassene per definitie beter weet. Luisteren, dus, en zo in hun wereld proberen binnen te raken, dat is de boodschap!"

In uw prachtige en grappige reeks over de balorige kleine prinses past u die inzichten wel heel consequent toe. En de volwassenen komen er maar zielig uit.

"Die Kleine Prinses-boeken gaan allemaal over kinderangsten. Over bang zijn in het donker, bijvoorbeeld. Het heeft geen enkele zin om tegen een kind te zeggen: doe niet belachelijk, spoken bestaan toch helemaal niet. Als het licht uitgaat, dagen ze op, de monsters en spoken. Een kind weet gewoon dat ze er zijn. Dat ze onder het bed zitten. Zo is dat. Maar een boek moet wel goed aflopen. Kinderen moeten het gevoel hebben dat alles oké is. En die spoken, ach, die zijn gewoon bang voor kinderen. Zoiets.

"In mijn boek Ik wil groot zijn heb ik het over opgroeien. (doorbladert gniffelend het boekje) De kleine prinses wil weten hoe dat moet, groot worden. En de enige raad die ze dan van volwassenen krijgt is: word zoals ik. De dokter zegt: gezondheid is het allerbelangrijkste; de admiraal: leren zwemmen is essentieel; de kok vindt netheid een absolute must; voor de generaal is moed dan weer onontbeerlijk en volgens de eerste minister komt slim zijn op de eerste plaats. Maar als je de prenten goed bekijkt merk je dat niemand echt is hoe hij beweert te zijn. De dokter zit onder de pukkels, de eerste minister maakt zijn puzzel helemaal fout, de kok staat in zijn neus te peuteren en de generaal is als de dood voor muizen... (wijst duidelijk genietend de details in de tekeningen aan). Alleen de koningin en het dienstmeisje komen er goed uit. Die hebben tenminste gezond verstand."

Uw kleine helden zijn vaak behoorlijk rebels. Schuilt er ergens een anarchist in u?

"Anarchisme hing natuurlijk in de lucht in de vroege sixties. Als ik het goed naga is het allemaal met James Dean begonnen. Rebel without a Cause was de eerste film waarin een kind rebelleert tegen zijn ouders. James Dean zei tegen een hele generatie: je hebt een eigen stem! Zonder hem zou Monty Python er nooit gekomen zijn. Alles wat ouders wilden, werd omvergegooid. Dat was een fantastische tijd om in op te groeien. Misschien schuilt er ook wel wat van dat rebelse in mijn boeken. Ik zet graag de wereld op zijn kop. Kijk maar naar de titels: Ik wil mijn mama, Ik wil niet naar bed!... Ik krijg weleens boze reacties van ouders, natuurlijk. Ooit vroeg een Hollandse journalist me waarom mijn boeken zo amoreel waren. Stel je voor! Die had het wel helemaal verkeerd begrepen. (lacht) Eigenlijk geef ik in mijn boeken altijd, haast ongemerkt, een boodschap mee, of een idee waar kinderen even over kunnen nadenken. In mijn nieuwe boekje bijvoorbeeld, een prachtig verhaal van Jeanne Willis, mijn favoriete schrijfster overigens. Dagvliegje, dag heet het. Het is het verhaal van een eendagsvlieg. Haar leven is kort maar vol en goed. In die éne dag maakt ze alles mee wat er in een leven te beleven valt. En ze geniet van elk moment! Je leeft nu eenmaal met de dood voor ogen. Kinderen moeten daar ook mee in het reine komen. Je hoeft ze daar niet voor af te schermen. En het leven is prachtig, toch? Dat wil je toch voor geen geld missen."

U heeft wel behoorlijk wat Britse concurrenten? Hoe gaat u daar mee om?

"Ach, beroemd wil iedereen wel zijn, uiteraard. En Roald Dahl of J.K. Rowling, die zijn natuurlijk briljant in hun genre. Maar stel je even een bibliotheek voor met alleen maar boeken van die twee. Wat een miserabele plek zou dat zijn! Mijn boeken zijn niet besteed aan miljoenen, maar wel aan zo'n klein raar mensje, zo'n soort kleine Woody Allen, een beetje een weirdo, die de bib binnenwandelt op zoek naar een boek dat hem ligt. En die kiest er dan eentje van mij uit. Zo stel ik me dat voor. En zo is het goed!"

'Het heeft geen enkele zin om tegen een kind te zeggen: doe niet belachelijk, spoken bestaan niet. Als het licht uitgaat, dagen ze op, de monsters en spoken. Een kind weet gewoon dat ze er zijn. Dat ze onder het bed zitten'

> Woont in Cheshire (Verenigd Koninkrijk).

> Studeerde aan de Liverpool School of Art.

> Werkte als art director in een reclamebedrijf, als cartoonist en als docent aan de Kunst hogeschool van Manchester.

> Debuteerde in 1976 als kinderboekenillustrator en -schrijver.

> Illustreerde onder meer voor Roald Dahl en Michael Palin.

> Recent verschenen: Gruwelijke gorilla, een geestig verhaal van Jeanne Willis over vooroordelen en Brutale Bruno, eveneens een verhaal van Jeanne Willis over hoe een brutale kleine neushoorn uiteindelijk door een meisje getemd wordt (beide bij Sjaloom).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234