Dinsdag 04/08/2020

Opinie

Ik zal niet wegblijven uit Brussel, uit het theater, uit de cafés omdat terroristen dat willen

Beeld EPA

De rebel in mij raakt er steeds meer van doordrongen dat ik niet zal inbinden, dat ik niet uit Brussel, uit het theater, uit de cafés weg zal blijven omdat terroristen dat willen.

Ik waarschuw: ik ben geen opiniemens en op dit moment nog meer dan anders aan twijfel onderhevig. Als de gevraagde bijdrage tot 'persoonlijke beschouwing' wordt herdoopt, draai ik bij. Ik ontwaar zelfs enige behoefte vorm te geven aan wat er sinds vrijdag de dertiende gebeurt met mijn land, met de mensen om me heen, met mij.

Ik verneem het nieuws over de aanslagen die vrijdagavond, tussen Haagse vrienden in een wijnbar. Mijn lief en ik voeren onderling de volgende korte conversatie.

Hij: 'Merde.'

Ik: 'Ja.' Dan, met een verontschuldigende blik: 'En oef.'

Hij: 'Ja.'

De 'merde' slaat op de vele doden, het zinloze leed, de laffe aanval op het plezier, het viseren van de stad waar we enkele weken eerder nog rondstruinden. En die 'merde' is er ook omdat voor wie een Arabisch klinkende naam heeft en niet blank is, de dubbele angst wordt opgevoerd: angst voor een terroristische aanslag en angst voor islamofoob geweld en aanverwanten. De misplaatst klinkende 'oef' betekent: 'Gelukkig heb je net voor deze aanslag nieuw werk gevonden.'

De voornaam van mijn geliefde is officieel Ousseynou. Geen moslim, voor wie het wil weten. Na vorig jaar werkloos te zijn geworden, volgde hij cursussen, onderging hij vernederende sollicitaties, werd hij als gratis werkkracht ingeschakeld, kreeg hij keer op keer het deksel op de neus, en twee dagen voor de aanslag had hij eindelijk een nieuwe baan gevonden. De nieuwe werkgever had opgebiecht: 'We wilden je eerst niet aannemen, door je naam. Maar ik dacht: we moeten ons daarover heen zetten.' Vlak na het bloedbad in Parijs zou die aanval van grootmoedigheid wellicht achterwege zijn gebleven.

Dat is voorlopig de enige reden voor een 'oef'. Net als de meeste mensen volg ik het journaal, lees ik over de situatie om er meer over te weten te komen. Ik begrijp de Franse driekleur op Facebook wel, maar moet er zelf niet aan denken me te identificeren met een zo nationalistisch symbool als een vlag. De eerste Franse vlag als profielfoto verschijnt overigens bij mijn vriend Ghayath Almadhoun, een Syrische dichter die asiel kreeg in Zweden. Verder begrijp ik de terugkerende schreeuw om aandacht voor andere aanslagen, elders, maar snap ik ook dat Parijs voor de meesten hier vertrouwder is. Ik voel me misselijk worden bij de knokploegachtige uitspraken die sommigen over vluchtelingen uiten, de gelijkschakeling tussen terroristen en wie ervoor op de vlucht sloeg. Nog meer insult to injury.

Als er een brand ontstaat in het grootste kamp bij Calais, en de eerste berichten hierover - onjuist, zo blijkt later - verklaren dat die aangestoken is 'uit wraak' - neemt mijn misselijkheid toe. Ik heb iets dergelijks beschreven in mijn laatste roman Dertig dagen en koester geen enkele wens visionair te zijn. Ik huiver bij Hollandes gebruik van het woord 'oorlog'. Ik kan me evenmin vinden in de mening dat het allemáál de schuld is van Bush. In The Atlantic lees ik een verhelderend artikel van twintig bladzijden over IS en net als velen word ik fan van Beatrice de Graaf.

Annelies VerbekeBeeld Thomas Sweertvaegher

Molenbeek

Op zondag rijd ik eerst naar Brussel en dan naar Antwerpen voor de acties die PEN organiseert voor de Dag van de Gevangen Schrijver. Bloemen bij de Franse ambassade, meer blauw op straat, verder niets bijzonders. Ik zie in België verblijvende gevluchte auteurs terug, bijna allemaal afkomstig uit het Midden-Oosten. 'Merde', verzuchten we in elkaars armen bij het weerzien.

Intussen raakt bekend dat tereurverdachten uit het Brusselse Molenbeek afkomstig zijn. Mensen verguizen Molenbeek, Brussel en bij uitbreiding België. Andere mensen troepen samen om Molenbeek in een positiever daglicht te stellen. Ruzies over gerelateerde onderwerpen nemen toe.

Ik loop mijn collega Fikry El Azzouzi tegen het lijf. Hij wordt 'als moslim' veelvuldig om commentaar gevraagd, maar heeft er genoeg van. We zitten samen in het publiek als een Turkse moeder een prijs krijgt voor haar jarenlange morele steun, hiervoor genomineerd door haar dochter, die als eerste Belgische dove met een migratieachtergrond een universitair diploma heeft behaald. Er zijn geen camera's. Ik ga naar een theaterstuk kijken in de Brusselse Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Voor het eerst wordt mijn handtas gecontroleerd bij de ingang. Verder niets bijzonders.

De volgende avond heb ik een lezing in de bibliotheek van Schaarbeek. Ik post een link naar het evenement op Facebook en schrik me een hoedje door de onversneden paniek van een vriendin die ik al mijn hele leven ken en die bij mijn weten altijd van Brussel heeft gehouden. Nee, dat vindt ze maar niks, dat ik naar Brussel ga, kan ik niet thuis blijven?

Ik sus haar met het 'niet door angst laten leiden' dat als onderstroom door de bevende natie trekt. Ik herhaal die woorden een avond later tegen de oudste dochter van mijn geliefde. Ze kan niet slapen, want kinderen op school hebben gezegd dat er ook een bom is ontploft in de Ikea van Gent (om redenen die me nog steeds niet duidelijk zijn een soort heiligdom voor deze negenjarige). 'Er zal je niets overkomen. Die daders worden gepakt. En vooral: wij laten ons niet bang maken', zeg ik met een overtuiging waar ik zelf van sta te kijken.

De dag daarop word ik overstelpt door de bezorgdheid van een Zimbabwaanse moeder uit mijn kennissenkring, die met gevaar voor eigen leven Mugabe is ontvlucht maar nu panikeert omdat ik over veertien dagen haar dochter mee zal nemen naar een theatervoorstelling in Antwerpen: is dat wel veilig? Ik slaag erin haar gerust te stellen.

Beeld Melissa Peen

Ondergedoken

Zo liep ik maar mensen te troosten en te sussen de voorbije week. En bij elke confrontatie met hun angst, voelde ik een grotere zwaarte neerdalen in mijn borst. Dit heb ik tijdens mijn leven nog niet meegemaakt.

Ik denk aan Haya al-Ali, de onvoorstelbaar moedige jonge Syrische die er vorig jaar in slaagde stiekem beelden te maken van het leven in Raqqa. Intussen sprak IS een doodstraf tegen haar uit en leeft ze ondergedoken, in Frankrijk. Ik herinner me een interview met haar waarin ze haar geboortestad beschrijft als een plek waarin alle huizen van Syriërs zijn ingenomen door gekken van over de hele wereld. Als de gekken van over de hele wereld daar samenhokken, dan is een bombardement misschien toch legitiem, denk ik voor het eerst. Maar de gevolgen. En hoe doordacht? En hoe precies? En het einde zoek. En de kinderen. En terwijl die zwaarte me trager en suffer maakt, en ik onderweg naar de vriendin-met-angstaanval tranen voel opkomen bij het horen van de getuigenis van een bandlid van Eagles of Death Metal, krijgt ook een trappelende rebel in mij meer vorm.

Die rebel raakt er steeds meer van doordrongen dat ik niet zal inbinden, dat ik niet uit Brussel, uit het theater, uit de cafés weg zal blijven omdat terroristen dat willen. Dichter bij een zekerheid ben ik de laatste dagen niet gekomen. Dat lijkt ook voor nogal wat Parijzenaars te gelden.

Er gingen stemmen op tegen het bezetten van Brussel. Tegen het sluiten van scholen, winkels, openbare gebouwen en metrostations, zoals dat, terwijl ik dit schrijf, niet langer het geval is, al blijven de publieksvoorstellingen grotendeels afgelast. Dat zou toegeven zijn aan de angst.

Het is mogelijk. Maar er is zoveel wat ik niet weet. Ook die overtuiging drong zich de laatste dagen op. Ik weet niet wat de staatsveiligheid en de politiediensten weten. En hoewel ik niet gek ben van de huidige regering van mijn land, vertrouw ik er nog op dat ze deze maatregelen niet neemt om angst te zaaien, maar omdat ze weet heeft van een concrete dreiging, waarover ze om veiligheidsredenen niet alles kan meedelen aan de bevolking.

Boksclub

Daarnaast vind ik zeker ook de woorden van Tom Flachet, de uitbater van een boksclub in Molenbeek, heel belangrijk. Hij krijgt dagelijks te maken met voor radicalisering vatbare jongemannen, hij kent ze. De opgepakte Ahmed Dahmani is lid geweest van zijn club. Flachet zei dinsdag in het journaal dat hij in het hele debat nog niets heeft gehoord over hoe de regering de jongeren in Molenbeek en elders meer perspectieven wil bieden, iets te doen wil geven.

Jongeren die hier opgroeien en bereid zijn zichzelf op te blazen in naam van een waanzinnig kalifaat dat zich duizenden kilometers verder manifesteert, die moet je hier met man en macht op andere gedachten trachten te brengen. En dat is geen schuldbekentenis, maar een reëel feit dat om een concrete oplossing vraagt, een investering meer dan waard.

En verder? Mensen posten katten om de politie te helpen. De politie vindt dat leuk. Enkele van mijn collega's met tegengestelde meningen maken van de gelegenheid gebruik om elkaar tekstueel af te maken. Enkele atheïsten gedragen zich steeds sektarischer.

Goedele Liekens zegt in een Nederlands televisieprogramma dat de Anspachlaan voor terreurniveau 4 een vierbaansweg was, terwijl die straat al vijf maanden een voetgangerszone is. Minister De Block deelt de panische bevolking mee dat ze vermoedt dat terroristen zich als ambulanciers zullen verkleden. En ik luister nog maar eens naar What's going on, en besef dat de mate waarin ik behoefte heb aan Marvins plaat ook niet meer helemaal normaal valt te noemen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234