Zaterdag 28/11/2020
Michel Vandenbosch. ‘Als ik fluitend afscheid zou kunnen nemen van het aardse leven, zou dat welgekomen zijn.'

Vragen van ProustMichel Vandenbosch

‘Ik zag hen een brandende sigaret op de arm van de aap uitduwen. Dat was de druppel’

Michel Vandenbosch. ‘Als ik fluitend afscheid zou kunnen nemen van het aardse leven, zou dat welgekomen zijn.'Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Tweeëntwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: GAIA-frontman Michel Vandenbosch (59). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Hoe oud voelt u zich?

“Wel, ik heb me heel lang 35 gevoeld, tot ik op mijn 52ste een hersenbloeding kreeg. Na de revalidatie smolt dat cijfer 35 weg als sneeuw voor de zon en is het cijfer 50 daarvoor in de plaats gekomen. Wat op zich nog altijd geen probleem is. Vijftig is the new forty zoals ze zeggen. (lacht)

“Tijdens een gastcollege in Sint-Niklaas raakte ik ineens niet meer uit mijn woorden. Het lukte mij niet meer om mijn tong in de juiste vorm te draaien. Terwijl ik door mijn benen zakte, ik weet het nog goed, zag ik op de klok dat het vijf voor twaalf was. Van een dramatisch effect gesproken. Ik wist meteen dat er iets gebeurd was in mijn hoofd. Bleek dat ik een bloeding had gehad tot in de diepere kernen van mijn brein.

BIO

• geboren op 23 juli 1961 in Ukkel • voorzitter van GAIA • Vlaams dierenrechtenactivist en moraalfilosoof • richtte in 1988 met filosoof Jaap Kruithof de ecofilosofische denktank Gaia op • werd in 1989 pr-directeur bij dierenbeschermingsgroep Veeweyde • richt in 1992 samen met Ann De Greef GAIA op, Global Action in the Interest of Animals • boekte succes met vele campagnes tegen dierenleed • werd in 1998 in Anderlecht aangevallen door drie veehandelaars • Humo’s Man van het Jaar in 2000

“Toen ik met verlammingsverschijnselen in het ziekenhuis lag sprak ik mezelf moed in. Ik dacht: als ik de vingers van mijn beide handen en de tenen van mijn beide voeten tegen elkaar kan drukken, dan kom ik hierdoor. En dat lukte. De rest heb ik op wilskracht volbracht.

“Maar ondanks alles is die revalidatie, die toch een half jaar geduurd heeft, een van de beste periodes uit mijn leven geweest. Ik heb me in dat ziekenhuis rot geamuseerd. Aan tafel tijdens het eten entertainde ik de andere patiënten, een rol die mij bijzonder goed lag. Mensen hoorden ons lachen tot buiten. Ik heb me geen minuut eenzaam gevoeld. Ik kreeg ook zodanig veel kaartjes dat mijn kamer bomvol lag. Toen ik bezoek kreeg van Gerda, die nu mijn huidige vriendin is, viel ze werkelijk achterover. En bon, van het een kwam het ander. (lacht)

Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Mijn gedrevenheid. Als ik beslis om voor iets te gaan, dan ga ik er ook voor en dan kan niets of niemand mij van dat pad afbrengen. Dat is met GAIA zo gegaan, dat is met Gerda ook zo gegaan. Liefde is voor mij een ernstige zaak. Ik ben heel loyaal. Ik blijf trouw aan het engagement waarvoor ik gekozen heb.”

Wat is uw passie?

“Opkomen voor het welzijn en de rechten van dieren. Maar pas op, ik ben geen beeldenstormer, wel een maatschappijhervormer. Ik heb idealen, maar blijf wel met beide voeten op de grond. Ik ben eerder een evolutionist dan een revolutionair. De missie van GAIA is van meet af aan geweest om het belang van dierenwelzijn te doen doordringen in zoveel mogelijk geledingen van de samenleving, en dat is een lang en langzaam proces.

“Maar ik denk wel dat ik vanaf het moment dat ik mijn engagement voor dieren heb opgenomen, dat ik beslist heb om van die strijd mijn levenswerk te maken, een strijd die zelfs deel is gaan uitmaken van mijn identiteit – in Wallonië noemen ze mij soms zelfs ‘monsieur GAIA’ en in Vlaanderen, prozaïscher, ‘diejen van de beesten’ – dat ik toch al een behoorlijk deel van die bijzonder lange weg heb kunnen afleggen.

'Ik ben zelfs, hou je vast, even voor een pornoblaadje beginnen werken.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Met GAIA hebben wij van in het begin bijvoorbeeld geijverd voor een verbod op onverdoofd slachten, dat heeft ons meer dan twintig jaar campagnevoeren gekost. Als je als actievoerder geen geduld en volharding aan de dag kunt leggen, zou mijn advies luiden: begin er niet aan, want je zal bijzonder snel teleurgesteld worden en gefrustreerd afhaken.

“Wij voeren namelijk geen acties voor een paar radicalen met theoretische principes, maar wel voor de mainstream. Want uiteindelijk zijn het de harten en de geesten van mensen van vlees en bloed die je moet proberen te beroeren.”

Is het leven voor u een cadeau?

“Ja, dat vind ik wel. Het leven is natuurlijk geen aaneenschakeling van alleen maar fantastische momenten, het is geen olé olé-show.

“Hoewel ik als begin twintiger nogal fel gezocht heb naar de zin, naar het doel van mijn leven heb ik altijd het gevoel gehad, van kleins af aan al, dat het iets speciaals zou worden. Niet dat ik druk of dwang voelde, ik zou wel zien wat zich op mijn pad aanbood, maar vier, vijf jaar lang wist ik toch niet wat ik met mijn leven aan moest. Die periode viel niet toevallig samen met de breuk met het eerste meisje waar ik dolgepassioneerd verliefd op was. Ik heb daar ontzettend van afgezien en wist van geen hout meer pijlen te maken. Maar er moest natuurlijk brood op de plank komen. Ik ben zelfs, hou je vast, even voor een pornoblaadje beginnen werken. Pornoteksten vertalen uit het Frans, maar toen ik daaraan begon dacht ik: lieve hemel, wat is dit hier allemaal? Er stonden geen tekeningetjes bij, dus ik moest dat allemaal beginnen opzoeken. (lacht) Dat was niets voor mij. Daarna heb ik een tijdje als vertegenwoordiger gewerkt voor een Franse uitgeverij die wetenschappelijke en militaire tijdschriften verdeelde in België. Tot op een dag op weg naar een boekhandel mijn koffer openzwaaide en al mijn promotiemateriaal tientallen meters ver de baan op vloog. Toen dacht ik: dit is een signaal van de goden, Michel, stop ermee.

“Via een paar omwegen ben ik dan uiteindelijk bij Veeweyde terechtgekomen en toen wist ik het heel zeker: dit is het! Hiervoor ben ik in de wieg gelegd. En na een aantal jaar vond ik dat de tijd gekomen was om een strijdvaardige, slagkrachtige organisatie op te richten die werkelijk verandering zou brengen voor de dieren in onze samenleving. Dat is dan GAIA geworden en de rest is geschiedenis.”

'Ik heb het idee dat zolang de zwaluwen komen, er nog hoop is. Zulke eenvoudige dingen geven mij kracht en moed.'Beeld © Stefaan Temmerman

Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Als ik onze Deense dog Lizzy lieftallig naar iemand toe zie lopen die ze leuk vindt, haar onwaarschijnlijk vertederende gedrag, dat kan mij ontroeren. Of een spinnende kat die haar poten uitstrekt. Of met dierbaren, met mijn vriendin en mijn schoonouders, samen zijn en gewoon over koetjes en kalfjes praten. Maar ik kan ook genieten van een zwaluw die zich amuseert in de lucht, surfend op de windvlagen. Trouwens, ik heb het idee dat zolang de zwaluwen komen, er nog hoop is. Zulke eenvoudige dingen geven mij kracht en moed.”

Wat is uw zwakte?

“Ik denk dat mijn zwakte fysiek is, en vooral mijn linkerkant, de kant van het hart. Na mijn hersenbloeding was mijn linkerzijde verlamd. Ik heb problemen met mijn linkernier. Als er lichamelijk iets mankeert is het altijd die verdomde linkerkant.”

Waar hebt u spijt van?

“Gedane zaken nemen geen keer. Het heeft totaal geen zin om terug te blikken en te denken: had ik dat geweten, ik had het anders aangepakt. Alles wat ik gedaan heb heeft me uiteindelijk geleid in de richting die ik ben uitgegaan, en daar kan ik alleen maar blij om zijn.

“Het enige wat mij spijt is dat ik mijn moeder, die op jonge leeftijd (56) gestorven is, wat verwaarloosd heb. In de beginjaren slorpte GAIA mij volledig op. Ik had wat meer bij haar kunnen zijn, ik heb haar te weinig bezocht.”

Hoe was de band met uw ouders?

“Wel, ik moet zeggen, mijn moeder en ik hadden een speciale band. Mijn moeder was een ongehuwde moeder, een bewust ongehuwde vrouw. Ze had wat men noemt ‘een accidentje’ gehad. In een tijd waarin dat een onwaarschijnlijke schande was. Veel zwangere meisjes werden door hun ouders gewoon aan de deur gezet. Maar mijn grootouders waren fantastische mensen. De reactie van mijn grootvader was: ‘Dat had ik al lang gezien. Nu het dan toch zo is, laten we er een fles geuze op drinken!’

“Mijn moeder is altijd bij haar ouders blijven wonen. Ik ben dus in het grootouderlijke huis opgegroeid. Of mijn vader nog leeft weet ik zelfs niet. Hij was de man van de beste vriendin van mijn moeder. Mijn moeder was bovendien doopmeter van zijn dochter. Van een speciale situatie gesproken. Hoewel hij mij wilde erkennen, heeft mijn moeder hem gewoon wandelen gestuurd. Ze was een vrouw die wist wat ze wou. Ongelooflijk moedig ook. Haar hele leven heeft ze op mij afgestemd. Waarvoor ik haar eeuwig dankbaar ben.

'Het enige waar ik me zorgen om maak, is dat ik opnieuw een hersenbloeding zou krijgen.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Mijn moeder en ik, wij hebben nooit tegen elkaar gezegd dat we van elkaar hielden. Tot op het moment dat ze op haar sterfbed lag. Toen zei ze op een gegeven moment, en dat vat het leven van mijn moeder in een notendop: ‘Mocht ik kunnen herbeginnen, ik zou het helemaal anders doen. Maar ik ben toch content dat ik u gehad heb.’ Ik vond dat prachtig. Alles was daarmee gezegd.”

Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Ik kijk daar met grote bescheidenheid tegenaan. Als er nu iets is wat beter had gekund, onder andere, dan had ik toch wel vijf à tien centimeter groter willen zijn. Want ik ben één meter zeventig. Bon, het had erger kunnen zijn, gelet op het feit dat mijn moeder slechts één meter vijfenveertig was. Een klein madammeke. Dwergen waren haar favoriete mensen, omdat ze dan niet de kleinste van de hoop was. (lacht)

Wat is uw grootste angst?

“Wel, ik ben eigenlijk geen schrikkepuit, ook al vindt Ann (De Greef, medeoprichtster van GAIA, red.) dat ik de neiging heb om het lot te tarten. Maar ik kan redelijk goed inschatten wanneer ik in een confrontatie stilaan een point of no return bereik en mij uit de voeten moet maken.

“Ik ben van weinig bang, het enige waar ik me zorgen om maak, is dat ik opnieuw een hersenbloeding zou krijgen. Er zijn drie categorieën mensen: de eerste categorie overleeft het niet, de tweede categorie eindigt in een rolstoel, de derde categorie is mijn categorie. Maar als je het nog eens krijgt kunnen de gevolgen veel ernstiger zijn. En dat zou betekenen dat ik mijn levenswerk niet kan voortzetten. Terwijl ik nog zoveel zou willen doen.”

Bent u ooit door het lint gegaan?

“Dat is al lang geleden. Ik haat conflicten want ik ben van nature een diplomaat. Ik ben wel een strijder en inmiddels een ouder wordende krijger maar ik heb in mijn leven nooit fysiek gevochten. Ik heb wel al kletsen gehad zoals genoegzaam bekend is, maar zelf vecht ik niet. Liever blode Jan dan dode Jan. Met andere woorden: als ik het warm voel worden kuis ik mijn schup af.

“Maar als er één ding is waar ik niet tegen kan, is het verraad. Wanneer iemand jou een mes in de rug steekt. Ik zal hier nu niet op de details ingaan, maar het kwam erop neer dat iemand van wie ik het totaal niet verwacht had GAIA probeerde te beschadigen. Dat was in de jaren 90, en toen ben ik werkelijk uit mijn vel gesprongen.”

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Toen onze hond Zappa gestorven is, onze bouvier die vijftien jaar geworden is. Gerda was net de tuin uit en hoorde ineens een hoge schreeuw. Ze ging kijken in de garage en Zappa lag daar. Heel vredig, maar hij was dood. Hartaderbreuk of wat dan ook. Toen heb ik gehuild van verdriet. Dat is nu eenmaal wat mensen doen als ze een dierbare verliezen.”

'In de beginjaren van GAIA hadden sommigen het idee dat ik een fanaticus was, of een sekteleider. Belachelijk.'Beeld © Stefaan Temmerman

Wat is uw vroegste herinnering?

“Ah! De moord op Kennedy. November 1963. Ik was toen twee jaar oud en ik herinner me dat mijn moeder, mijn grootouders en ik samen met de buren naar tv zaten te kijken. Toen het nieuws viel dat Kennedy vermoord was, riep onze buurman: ‘Nu is de wereld om zeep’ en hij werd onwel. Hij ging naar huis, kreeg een hartaanval en was dood.”

Wat is een misvatting over u?

“Door de jaren heen zal dat wel al afgezwakt zijn, maar in de beginjaren van GAIA hadden sommigen het idee dat ik een fanaticus was, of een sekteleider. Belachelijk.”

Wat hoopt u nog te bereiken?

“Wat ik nog zou willen bereiken en wat ook realiseerbaar en haalbaar is, is dat dieren grondwettelijke bescherming krijgen. In welke vorm, dat zal afhangen van de politieke haalbaarheid ervan. Pas op, dat zal niet ineens de grote revolutie ontketenen. De industriële veehouderij zal niet met één pennentrek van tafel geveegd zijn. Zeker niet. Maar rechtbanken zullen wel twee keer nadenken voor ze manifeste dierenmishandeling vrijspreken.

“En wat ik ook zeker nog zou willen meemaken, is dat er kweekvlees in de rekken van de grootwarenhuizen ligt, en geen slachtvlees meer. Dus vlees waarvoor geen dieren moeten lijden en gedood worden. Kweekvlees op basis van dierlijke stamcellen, echt vlees dus, geen plantaardig product. Dit zal niet alleen een technische innovatie, maar ook een morele, ethische revolutie betekenen. De vraag is niet: komt het er? De vraag is: wanneer komt het er?”

Hoe zou u willen sterven?

“Zoals mijn grootmoeder. Je hebt je de hele dag geamuseerd, je komt thuis en stuikt in elkaar. Mooi.

“Als ik dat geluk niet heb, zou ik graag omringd zijn door de mensen van wie ik hou en van wie ik weet dat ze van mij houden, die belangrijk geweest zijn in mijn leven, die mij geïnspireerd hebben. En als ik dan bovendien fluitend afscheid zou kunnen nemen van het aardse leven, zou dat welgekomen zijn.”

Hoe definieert u liefde?

“Iemand liefhebben is iets mysterieus, iets ongrijpbaars, misschien nog het best te vatten in een paar woorden: ‘parce que c’est toi, parce que c’est moi’ (‘omdat jij het bent, omdat ik het ben’, ontleend aan de beroemde frase ‘parce que c’était lui, parce que c’était moi’ van Michel de Montaigne over zijn vriendschap met Etienne de la Boétie, red.). Ik denk dat het wezen van de liefde daarin besloten ligt.

“Einstein, de grote rationele denker, heeft in een brief aan zijn dochter gezegd dat voor hem de grootste kracht in het universum de liefde is. Een vorm van alternatieve zwaartekracht zelfs. Waardoor twee mensen tot elkaar aangetrokken worden.

“Of een mens en een dier. Weet je, ik denk dat honden denken dat ik ook een soort hond ben. Honden voelen zich aangetrokken tot mij. Ik loop over het strand, een hond ziet mij van ver en komt gewoon op mij toe gelopen. Raar hé. Ik heb daar een verklaring voor gevonden. Toen ik klein was, hadden we een hondje Yoeki, die altijd in mijn parkje probeerde te komen. Ik kon toen nog niet praten, dus dat was lichamelijk non-verbaal communiceren, en het zou mij niet verbazen dat ik toen onbewust wel een en ander heb overgenomen, zodanig dat de honden, die veel scherpere zintuigen hebben dan wij, zo vele jaren later denken: die kerel is een van ons.

“Meer en meer onderzoek wijst er trouwens op dat honden die diepe innige band die wij ‘liefde’ noemen jegens hun mensen ook inderdaad voelen. Dat is geen antropomorfisme, helemaal niet. Die gevoelens zijn reëel. Blijkt dus dat wij het gevoelsleven van dieren onvoorstelbaar onderschatten. Of erger: ontkennen, miskennen. Mochten wij de gevoelens van dieren erkennen, mochten wij ons kunnen inleven in de gevoelswereld van dieren die op zoveel manieren die de verbeelding tarten, uitgebuit, geëxploiteerd, wreedaardig behandeld worden, op grote schaal, dan zou er een soort identificatieproces op gang komen. En hoe meer je in staat bent om je te identificeren met de ander, hetzij mens of dier, hoe beter je de ander in zijn waardigheid zal kunnen respecteren, in de authentieke, oprechte vorm van het woord.

Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik denk dat het dat is wat Martin Luther King bedoelde met ‘agape’, een soort van universele liefde voor je medemens. Ik denk dat de mens in staat is om die bijzondere vorm van liefde, van empathie, uit te breiden naar de dierenwereld.

“Hierbij verwijs ik graag naar Levinas, die in het gezicht van de ander een spiegel van zichzelf ziet. Ik denk dat dat een wezenlijk element van liefde is.

“Ik ga jullie een korte anekdote vertellen. In 1991 was ik in Mali, in de zoo van Bamako, waar een chimpansee zat, Samba, een levende legende, die bekend was in heel Mali omdat hij al een aantal keren ontsnapt was en opnieuw gevangengenomen. Zijn levensgezellin was gestorven en sindsdien was hij alleen. Toen ik daar aankwam, zag ik hoe jonge Malinezen stenen naar hem stonden te gooien. Ik keek dat schouwspel even aan, maar op een bepaald moment drukte een van hen zijn brandende sigaret uit op de arm van Samba. Dat was de druppel. Ik ging voor de tralies van Samba staan en zeer goed wetend hoe chimpansees vriendschapsbanden smeden, begon ik Samba te vlooien. Die aap keek me aan in opperste verbazing. Dat had hij nog nooit meegemaakt. Waarop hij mij begon te vlooien. Hij stelde dus een wederkerig gebaar, maar ineens pitste hij me, deed hij me wat pijn. Ik schrok en trok me terug, terwijl Samba me aankeek met wijd opengesperde ogen, de wenkbrauwen helemaal opgetrokken. De gedachte die toen door me heen flitste was: ik zit hier tegenover een persoon. Door zijn ogen heen keek ik tot in zijn ziel. Ik zag geen beest meer.

“Die Malinese jongens keken mij aan en ik dacht: hoe moet ik hen dit nu uitleggen? Tot zover mijn kennis van de Afrikaanse spirit strekt, hebben Afrikanen heel veel respect voor hun voorouderen. Ik heb hen de evolutietheorie van Darwin op z’n Afrikaans uitgelegd, door te wijzen op het feit dat wij en de chimpansees een gemeenschappelijke voorouder hebben. Dat Samba dus eigenlijk familie van ons was. Waarop een Malinees zei: ‘Yes I know. Same heart.’ Zelfde hart. Ik zei: ‘Man, jij hebt het begrepen.’ Terwijl ik wegging keek ik nog even achterom en zag ik een Malinees voor Samba neerhurken en die aap vol bewondering van onder tot boven bestuderen. Magisch moment, spiritueel ook.”

Welk boek zou u aanraden?

Wonderful Life van de betreurde evolutiebioloog Stephen Jay Gould, die overtuigend als geen ander, in een boek dat leest als een ongemeen spannende thriller, aantoont dat het leven zoals zich dat ontwikkeld heeft op aarde, te wijten is aan toeval. En hoe het leven zoals wij dat kennen er helemaal anders had kunnen uitzien, mochten toevallige, schijnbaar onbeduidende gebeurtenissen zich niet, dan wel vroeger of later, hebben voorgedaan. Spoel de band van het leven terug, speel hem nog eens af en de kans is minimaal dat zoiets als menselijke intelligentie zal ontstaan. Er is meer kans dat je de lotto wint dan dat de evolutie van het leven opnieuw tot de mens zou leiden.”

Heeft u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik neig naar een seculiere variant van het pantheïsme: in al wat leeft, herken ik een vonk van het sacrale. Dus ja. Mijn basishouding is dat alles wat leeft ethisch gezien waardevol is, iets wat je niet kapotmaakt. Maar we moeten natuurlijk niet onnozel doen: het coronavirus of teken bijvoorbeeld vind ik nu niet bepaald onaantastbaar. (lacht)

Wat vindt u erotisch?

“Elegantie, sensualiteit die mijn zinnen prikkelt. Dat kan een bepaalde houding of beweging zijn, een gelaatsuitdrukking. Het gevoel dat ik daar, mocht ik er het talent voor hebben, een schilderij van zou willen maken.”

Wat is uw goorste fantasie?

“Heb ik niet. Ik zie al genoeg goorheid.”

Welk moment uit uw leven zou u graag herbeleven?

“Van alle mooie momenten die ik beleefd heb kies ik de eerste keer dat ik mijn vriendin Gerda in mijn armen hield.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234