Maandag 14/10/2019

'Ik wou niet de hele dag Lambik tekenen'

In de jaren zeventig liet hij het doodbrave duo Ton en Tineke samen in bed belanden. Hij werd er prompt voor ontslagen. Nu is Griffo een van de bekendste Vlaamse stripauteurs in het buitenland. Momenteel gooit hij hoge ogen hij met 'Empire USA' en 'Sherman'.

Twintig jaar lang woont hij al op het Canarische eiland La Palma. In die tijd heeft hij zoveel oneshots en reeksen op zijn naam staan dat het niet ver zoeken is waar de reputatie van Griffo (alias Werner Goelen, 63) als 'de man die sneller tekent dan zijn schaduw', vandaan komt. Of het nu historische reeksen als Giacomo C, sciencefiction als Vlad, sociaal geëngageerde oneshots als S.O.S. Geluk of fantasy als Mr. Black betreft, vooral in het buitenland geniet hij een sterrenstatus.

Nochtans leek het alsof hij voorbestemd was om in Vandersteens voetsporen te treden. "Net als iedere Vlaming groeide ik op met Suske en Wiske en Nero. Ik hield ook van Kuifje, alleen was dat in kleur, in een dure hardcover. Ik kreeg het enkel met Kerstmis, of bij speciale gelegenheden. Mijn vriendjes mochten dat niet lezen. Hun ouders zagen strips als toiletlectuur. Rommel. Het is nog niet zo lang geleden dat strips niet aanvaard werden, hoor."

Jouw liefde voor de Vlaamse stripcultuur verdween echter op de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten.

"Ik volgde er enkele maanden een avondcursus striptekenen, en daaruit groeide een soort esoterische strip. Tja, ik was zestien, was gevoelig voor al wat nieuw en eigenaardig was. Qua stijl was ik beïnvloed door de Monty Python-animatiefilmpjes en oude Tsjechische gravures. Geen idee waar ik naartoe wilde. Wilde ik überhaupt wel striptekenen?

"Ik was als de dood voor het leger. Toen ik hoorde dat men in Australië tekenaars zocht voor een modern animatieproject, heb ik me ingeschreven. Dat ik België niet heb verlaten is te danken aan Ercola. Op een avond was ik uitgenodigd bij een vriendenkliek in de Antwerpse Vlaaikensgang. Het heeft mijn leven op zijn kop gezet. Die mensen hadden zich verenigd in het kunstenaarscollectief Experimental Research Centre of Liberal Arts. We spraken er een avond lang over kunst en op het einde vroegen ze me of ik voor hen bijdragen wilde leveren. Ercola was geïnspireerd door moderne Franse bladen als (A Suivre) en Pilote, en was een reactie op de achterop hinkende Vlaamse strip. Alle andere striplanden rondom ons gingen voluit. Zelfs de Amerikanen leverden niet langer enkel superhelden, maar ook tijdschriften als Mad. Daar trokken wij ons aan op. Wij wilden strips maken met een scenarist, een decortekenaar, een figuurtekenaars en een inkleurder. Ondanks dat studiosysteem waren onze strips vaak onleesbaar. Vaak was de kritiek dat ze eigenaardig overkwamen. (grijnst) Terecht. Nadien is iedereen zijn eigen weg gegaan. De ene werd decorbouwer bij een theatergezelschap, de andere ging in de mode of werd architect."

Jouw ambitie bleek groter dan die van de andere Ercola-leden. Je ging solliciteren bij de grote jongens van het weekblad Robbedoes/Spirou.

"Ik was de commercieelste van de hoop. Zo belandde ik bij Spirou, om een ander soort strips te kunnen maken. Ik verslond in die tijd Moebius en Tardi, volwassen strips die totaal anders waren dat de strips waarmee ik was opgegroeid. Zoiets maken in Vlaanderen was onmogelijk. Het was toen erg gesteld met de Vlaamse strip. We hadden alle mogelijkheden om op een gelijk niveau te komen met andere striplanden, maar men blééf hier maar volksstrips tekenen. Natuurlijk kon je daar de grens niet mee over. Vlaams is niet echt een wereldtaal, de onderwerpen waren allesbehalve universeel. Ik wilde per se uit dat keurslijf raken."

Bij Spirou mocht je Ton en Tineke tekenen. Alleen, je eigenzinnige karakter deed die doodbrave figuren in bed belanden.

"Dat moet ik toch nuanceren. Het had niet alleen met mijn karakter te maken. Franquin had in die tijd te veel werk, maar hij was net getrouwd en snakte naar een goed inkomen. Hij nam zich voor de Ton en Tineke-platen snel af te werken, maar zijn ethiek stond dat niet toe. Bleek dat hij aan het tekenwerk voor die reeks evenveel tijd besteedde als bij zijn ander, ernstiger werk. Daarom zocht hij een nieuwe tekenaar. Nu, Franquin beloofde dat ik er werkelijk alles mee mocht doen, dus liet ik op zeker moment een tekenplaat beginnen met Ton en Tineke die 's morgens naast elkaar in bed wakker werden. Algemene consternatie. Wist ik veel? Ik kwam uit de undergroundscene.

"Bleek dat veel ouders boze brieven hadden geschreven. De toon was telkens hetzelfde: hoe was het in godsnaam mogelijk dat twee ongetrouwde mensen met elkaar in bed belanden en waarom moest zulke vunzigheid aan jonge kinderen getoond worden? Ik was wellicht te jong om te plooien, en dat liep verkeerd. Ach, de redactie gedroeg zich als een strenge schoolraad en was vooral op zoek naar een stok om de jonge hond die ik was te kunnen slaan.

"Bovendien werd me verweten dat ik te veel fouten schreef in de tekst en dialogen. So what? Ik was een Vlaming, mijn Frans was niet perfect en op de redactie werkte een corrector. Het was mijn eerste echte ervaring met de stripwereld, en ik leed er onder. Leuk was het niet."

Blijkbaar, want je bleef na dat voorval zo'n tien jaar weg uit de stripscene.

"Ik had toen duizenden stripideeën, maar wist niet hoe ze te realiseren. Ik was de stripwereld beu en wilde zeker niet bij de Vandersteenstudio aankloppen om hele dagen Lambikken te tekenen. Wellicht als tegenreactie ben ik veel gaan reizen. Negen maanden Brazilië, zes maanden Haïti, zeven maanden Midden-Oosten. Ik heb mijn Frans bijgeschaafd en heb vooral in de reclame gewerkt. Nadien is het dan toch weer beginnen te kriebelen. Ik zocht een Vlaamse, perfect tweetalige scenarist. Mij zouden ze niet meer liggen hebben. Met Danny De Laet maakte ik mijn eerste heuse strip: L'orde du dragon noir. De uitgever was Michel Deligne, een man die in de achterkamer van zijn wapenhandel een uitgeverij had en jonge tekenaars alle kansen gaf. Niet dat we ooit royalty's ontvingen, maar we konden wel publiceren. Voor jonge ego's was dat al heel wat. Met dat album stapte ik naar Dupuis, waar ik een mij onbekende scenarist ontmoette: Jean Van Hamme. Hij gaf me het scenario van S.O.S. Geluk, dat hij voor televisie had geschreven, maar dat daar te zwaar werd bevonden. Dat album zorgde ervoor dat de betere scenaristen me wisten te vinden. Zo gaf Jean Dufaux (Murena, GDW) me Beatifica Blues. Mad Max lokte toen miljoenen naar de cinema en die reeks speelde daarop in."

In je nieuwste reeks Sherman staat New York tijdens de drooglegging centraal. Scenarist is Stephen Desberg, een man met Amerikaans bloed die in verschillende reeksen de Amerikaanse politiek blootlegt. Hoe ken je hem?

"Stephen is een rasverteller. Ik was allang fan van zijn werk, maar het is niet zo eenvoudig om vanuit La Palma met collega's in contact te komen. Drie jaar terug vroeg hij me in Angoulême om mee te werken aan Empire USA. Nadien wilde hij een gelijkaardige reeks opstarten, maar Empire USA werd getekend door verschillende tekenaars, terwijl hij voor Sherman - wat hij omschreef als een soort Mad Men - één tekenaar wilde. Het moesten zes, snel te verschijnen delen worden. Nu, ondanks het feit dat ik snel teken, zou het me toch zo'n vier jaar kosten. Ik zou al die tijd amper royalty's zien, maar Stephen overtuigde me. Ik was geïntrigeerd door het verhaal, waarin een onbekend persoon eropuit was iemands leven te ruïneren. In de loop van dat zesluik passeren zoveel mensen, dat je echt niet weet wie de schuldige is. Heerlijk om in zo'n exposé mee te gaan."

Uiteindelijk bedacht je een methode om toch sneller te werken.

"Ik moest wel. Ik heb alle scenario's in een storyboard gewrongen en de research meteen afgewerkt. Twintig jaar geleden zouden die albums trager tot stand zijn gekomen, nu is internet een grote hulp. Je houdt het niet voor mogelijk hoeveel blogs je vindt van New Yorkers die de meest verborgen hoekjes van hun stad tot in de details beschrijven. Het was zelfs geen enkel probleem om details te vinden over de metro rond 1900.

"Ik werkte één jaar aan de storyboards, nadien zette ik elk album in potlood. Terwijl het eerste klaar was, waren de volgende drie al ingeïnkt en de laatste twee in potlood getekend. Van de vooropgezette vier jaar ben ik zo naar tweeënhalf gegaan. Die methode is me zo goed bevallen dat ik besloten heb al mijn strips zo af te werken. Of ik nog eens een minireeks als Sherman teken? Hm, het vermindert de stress wel, maar mijn vrouw vond dat het niet voor herhaling vatbaar was. Haar grens was ook bereikt."

Sherman

Lombard, 48 p., 11,35 euro

Empire USA

Dargaud, 48 p., 11,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234