Vrijdag 18/10/2019

'Ik wou gewoon in een boekhandel werken. Maar toen was er dat liedje'

Sax, Candy & Rock 'n Roll. Het is de titel van Candy Dulfers autobiografie, een inkijk in haar leven, werk en hoofd. Candy Dulfer (48) zelf? Een van de beste saxofonisten ter wereld. En een open boek.

Ze heeft kleine handen, korte vingertjes. Korter dan een mens zou verwachten van een saxofoniste. Met een schuin hoofd kijkt ze naar haar handen terwijl ze die voor zich uitspreidt. Haar gouden naamring blinkt in het licht en ze bevestigt, knikkend. "Kleiner dan gemiddeld, ja. Vervelend met zo'n sax en al die kleppen. Zeker omdat ik pas na vijfentwintig jaar besefte dat ik de onderste klep kon laten verzetten." Terwijl ze het zegt bewegen haar vingers automatisch, alsof ze die kleppen bespelen. Ook tijdens de rest van het gesprek zal ze haar handen gebruiken om accenten te leggen, al behoeft haar oer-Hollands taaltje niet veel meer nadruk.

Ze heeft veel te vertellen, daarom heeft ze maar meteen een boek geschreven, een autobiografie.

"In dat boek vertel ik hoe het allemaal gegaan is. Het zijn anekdotes, kleine details die de mensen verrassen. Geen overdreven gedoe. Ik word een beetje moe van al die mythes in de muziek. Ik ben doodeerlijk. De waarheid is veel subtieler dan de mythe. Bij de meeste autobiografieën was er veel drama met drank en drugs, werd iedereen uiteindelijk weer gelukkig of ging er iemand dood. Niet zo bij mij. Er was helemaal niet zoveel drama."

Wat er wel was:

'Lily Was Here', de wereldhit die ze op haar negentiende scoorde met Dave Stewart. "Een accidentele hit die ik een tijd gehaat heb. Te poppy, te simpel, te wit."

Madonna. "In de Kuip (Stadion Feijenoord, red.) voor 50.000 mensen het voorprogramma van Madonna spelen? Daar moest ik eerst eens goed over nadenken."

Prince. "Ik wilde eigenlijk heel graag niet ingaan op zijn uitnodiging." Maar ze ging er wel op in. In de video-edit van 'Partyman' zingt Prince iets wat ze voor altijd mee zou nemen: "When I want sax, I call Candy"... Hij wou dat zij op dat zinnetje met haar sax tussen zijn benen door over de piano zou glijden. Uiteindelijk is hij in de clip tussen haar benen gaan liggen. Prince op zijn knieën voor Candy Dulfer, een toen twintigjarige Hollandse mokkel. De wereld zou snel volgen.

Papa's hasjiesj

1969, Amsterdam. Inge, een soort superhuisvrouw, wilde graag een kind. Hans, begenadigd saxofonist, kreeg het van die gedachte alleen al doodsbenauwd. Dan kan ik nooit meer spelen, riep hij. De angst om creativiteit te verliezen, is geen enkele artiest vreemd. Het is als jezelf verliezen, in de slechtst denkbare vorm. Net daarom noemt Candy het ook een terechte angst. Vader Dulfer werkte in die tijd in een garage in Amsterdam-Noord om 's avonds als saxofonist op te treden.

"Ik dacht toen dat het zijn hobby was, niet zijn werk", zegt Candy daarover. "Later begreep ik pas dat dat de bedoeling was. Je hoeft niet lang te slapen. Als je gewoon hard werkt, kun je de muziek creatief houden. Dan moet je niet spelen om te overleven, dan speel je gewoon."

Moeder Inge bleef thuis als ze haar man niet volgde. Een kind zou dat evenwicht dus danig verstoren. Al bleek dat achteraf best mee te vallen. "Voor mijn vader was een kind en familie gedoe. Mijn moeder dacht alleen maar 'gezellig'. Die dikke buik vond hij maar naar, maar zij heeft vrolijk doorgezet. En zijn sax mocht blijven, dat hielp natuurlijk."

In het ziekenhuis hadden ze zelfs aangeraden van keihard jazzplaten op te zetten, zodra moeder en kind naar huis mochten. Dan kon dat kleintje wennen aan het geluid, zeiden ze. Dat hebben ze meteen gedaan en het werkte. "Het ging keihard en schalde door het huis, maar zelfs nu nog slaap ik het best met jazzmuziek op. Ondanks die eerdere aversie heeft hij me wel onmiddellijk in zijn hart gesloten toen ik er effectief was. Mijn vader wou voor zijn gezin zorgen. In die zin heb ik een heel ouderwetse, normale jeugd gehad."

Zegt het kind dat op schoot zat bij Herman Brood, thuis een wandkast had met vijfduizend jazzplaten, en van haar vader hasj kreeg omdat het zo meteen een pak minder sexy werd en ze er wel van af zou blijven. Wat overigens ook zo was.

Zodra het kon, namen haar ouders haar overal mee naartoe. Alle optredens die op zondagnamiddag plaatsvonden zag ze en wat later mocht ze ook mee op vrijdag- en zaterdagavond. Nooit wou ze liever thuisblijven. "Ik besefte niet echt dat mijn gezinssituatie anders was dan de rest. Zo bijzonder vond ik dat allemaal niet als kind. Ik voelde me vooral heel veilig, heel beschermd. Ik zag andere kinderen met ouders die gingen scheiden en waar geen vastigheid was, die zelf hun eten moesten maken en op hun eentje in bed moesten kruipen. Mijn ouders wilden ook alles meemaken, maar ik lag wel op tijd warmpjes in bed. Mijn moeder strijkt nu nog de onderbroeken van mijn vader, dat kom je toch nergens meer tegen? Een veilige jeugd geeft je een goede basis voor later. Het zorgt ervoor dat je kunt teruggrijpen naar wat er was. Als het slecht zou gaan, weet dat je ooit wel gelukkig bent geweest en dat je dat opnieuw wilt zijn. Daardoor kon ik in mijn carrière heel artistieke beslissingen nemen die commercieel gezien misschien stom waren."

Het kon Candy allemaal niets schelen. Haar eigen goesting als hoogste genot. En terwijl je doet wat je graag doet, ook naar links en naar rechts kijken. Nooit enkel voor je, nooit met oogkleppen.

"Ik ben zo dankbaar dat mijn vader van alle culturen hield. Hij haalde alles en iedereen binnen, speelde met alles en iedereen. Voor mij was dat normaal. Pas later kon ik vergelijken en merkte ik hoe weinig mensen het op die manier deden. Nu is het allemaal anders. Ik merk aan mensen die niet opgegroeid zijn met andere culturen hoe eng ze alles vinden. En hoe moeilijk. Ik beschouw het als een groot voorrecht dat ik de wereld op een andere manier leerde kennen. Ik ben op veel plekken geweest en ik kom nog steeds overal, maar je zult me zelden in een museum vinden. Ik moet in het centrum van de stad zijn, daar rondlopen en fantaseren dat ik er woon. Deel uitmaken van een stad. Ik val echt van mijn stoel als mensen schrikken wanneer ik zeg dat ik naar Moskou ga. Alsof je er nog in de rij moet gaan staan voor brood en er nergens toiletpapier is."

Wonderkind

Er zijn kinderen die een gitaar zien en plots weten dat ze voor de rest van hun leven alleen nog maar gitaar willen spelen. Hetzelfde met piano, dwarsfluit of elk ander instrument en menig wonderkind. Dat had Candy niet met die saxofoon. Zij had een andere reden om saxofoon te spelen, en niet klavecimbel of triangel.

"Ik was een kind en ik was gek op mijn vader. Dan doe je hem na, simpel. We hebben ook wel eens honkbal gespeeld, maar daar was ik totaal niet geschikt voor. Als ik een saxofoon vastnam, werd dat aangemoedigd, op een niet-dwingende manier. Ik vond het gewoon gezellig met papa. Ik denk niet dat ik sax speel omdat ik het wou. Het is te wijten aan mijn genen, en aan het feit dat ik het echt met de paplepel heb meegekregen. Als je veel goede muziek hoort, neem je dat in je op. Dat is volgens mij de reden waarom ik goed en vooral op gehoor speel. Het is iets waar ik een hele tijd mee geworsteld heb. Waarom die saxofoon? Ik hield er niet eens van, het is een moeilijk instrument en het geeft je weinig voldoening want er zijn heel veel factoren waardoor het mis kan lopen. Voor mij is die sax ook eerder een derde arm. Ik ben niet verliefd op mijn instrument, maar het voelt als familie, je wordt er af en toe gek van maar je houdt toch zielsveel van hen. En later is er een soort dankbaarheid bij gekomen, ondanks het occasionele gevecht ermee."

Middelvinger

Ze studeerde weinig en toch geraakte ze steeds verder. Haar ouders moedigden haar aan, maar ze wilden haar geen enkele richting uitduwen. Zelfs nu noemt zichzelf niet ambitieus, maar ze daagde zichzelf wel altijd graag uit. Elke keer een stapje verder. Candy was een verlegen kind dat van aandacht genoot. Voor zo een kind is applaus een veilige vorm van aandacht. Zij staat hier, de rest staat daar. Die afstand was en is nog steeds perfect voor haar. Een open boek dat op een tafeltje ligt, niet in je schoot. "Door mijn beroep kan ik verlegen zijn als ik dat ben. Dan kan ik gewoon op dat podium staan en naar de grond kijken terwijl ik speel. Zo hou ik de mensen op een afstand."

De jazzscene was haar eigen speeltuin, met zandbankje en schommel. Alles kon en mocht. Maar op haar veertiende moest Hans plots breken met de jazzscene. Een affaire die veel indruk maakte op Candy.

"Jazz betekende in die tijd vrijheid, nu nog. Net als popmuziek weerspiegelde de jazz wat er in de maatschappij speelde. Jazz diende als protestmiddel, het was meer een intellectueel erfgoed dan gewoon leuke dansmuziek. Al werd het voor velen ook vaak een reden om slechtgezind op een podium te staan en onbegrijpelijke muziek te spelen.

"Toen mijn vader met rockers begon te spelen, was hij niet langer welkom in de jazzscene. Dat voorval heeft mijn karakter gevormd. Ik leerde er wat loyaliteit was, hoe je ruziemaakt, hoe sommige mensen slappe wezels zijn. Plots waren de meeste van onze vrienden weg, hoewel er nieuwe, leukere mensen in de plaats kwamen. Daar komt mijn afkeer voor belachelijke muzikale dogma's vandaan. Ik kwam uit de jazzwereld, maar na dat voorval moest ik mijn middelvinger opsteken. Dan ging ik wel met popmuzikanten spelen. Ik voel mezelf een jazzmuzikant, alleen zeg ik dat niet altijd. De lol van die scene was er toen al af. Ik maakte mijn eigen keuzes en wilde vrij zijn in de muziek. Misschien had ik daarom ook die seks, drugs en rock-'n-roll niet nodig, dat vond ik te onveilig. Ik kon ook vrij zijn zonder de controle te verliezen."

Tijdens het gesprek staat er geen radio op. Als Candy niet spreekt, is het stil. We zitten op de negende verdieping van de A'DAM Toren, vlak bij Amsterdam Centraal. Het geluid van treinen komt niet tot binnen. Zelfs het gekir van de mensen die op het dak van de toren schommelen, met Amsterdam onder hun voeten, horen we niet. Enkel die naamring tikt af en toe tegen de tafel wanneer ze druk gesticuleert. Als vanzelf vul ik elke stilte met dat ene riedeltje dat alles in gang zette voor haar. Tudum-tudummmm. In echo. De akoestische gitaar van Dave Stewart. Dan weer haar saxofoon. Het is 'Lily Was Here', de hit uit 1989 die haar wereldberoemd maakte. Per ongeluk, want het was een ideetje van Dave dat hij nog snel wilde opnemen. Pure improvisatie. Live en in één keer opgenomen.

"Als je beroemd wilt worden, is mijn verhaal je antwoord. Maar ik wou dat helemaal niet. Als je iets te graag wilt, komt het niet. Behalve als de motivatie intrinsiek is. Zo was het bij Prince, bijvoorbeeld. Hij wist al op zijn twaalfde dat hij wou doen wat hij zou gaan doen. Bij mij was het anders. Ik wou gewoon graag in een boekhandel werken, goed oefenen en op mijn eenentwintigste, of wanneer ik er klaar voor was, zou ik dan iedereen wel kapot spelen. Toen plots het succes van 'Lily' kwam, paste dat natuurlijk niet meer in dat plannetje. Iedereen wou wat van me. Er was Lily, Madonna, Prince, Van Morrisson, Pink Floyd, noem maar op. Dat zou voor iedereen normaal mens heftig zijn. Ik had het gevoel dat ik iedereen moest kalmeren en op afstand houden, want ik was er nog niet klaar voor. Ik werd zelfs wanhopig. Er doemde een groot angstbeeld op: straks zou ik wereldberoemd zijn om een liedje dat eigenlijk niet mijn muziekstijl is, heb ik geld dat ik eigenlijk niet nodig heb en blijft er van mijn privéleven niks meer over."

Daarom wilde ze alles liever niet dan wel. Ze wilde het in ieder geval op haar eigen tempo doen. En steeds was er iemand die haar het nodige duwtje in de rug gaf. Gelukkig. Dat beseft ook zij. Ze is bescheiden, dat was ze altijd. Doordrongen van de Hollandse nuchterheid. En dat heeft zijn voor- en nadelen.

"Hollanders klagen over alles, dit en dat pikken ze niet. Mijn opstandigheid is de reden dat ik bij Prince terechtgekomen ben. Hij had een voorprogramma beloofd, afgezegd en toen heb ik mijn ongenoegen geuit waarna hij toegaf. Opstandigheid dus. Maar aan de andere kant ben ik ook altijd bescheiden geweest, en kende ik periodes dat niets goed was. Ik dacht echt dat ik maar wat deed. Door dat te denken, doe je jezelf als kunstenaar tekort. Het is leuk en gezellig om bescheiden te zijn, maar nuchterheid kan je nekken. Als je geen waarde koppelt aan wat je doet, blijft er niets over. Wat dat betreft, heb ik veel van Amerikaanse muzikanten geleerd. Bij hen is het helemaal tegenovergesteld. Ik probeer een beetje van de twee te hebben nu. Als kunstenaar moet je ergens wel een beetje met je hoofd in de wolken kunnen lopen.

"Ik zet mezelf graag weg als een gekkie of als iemand die heel veel geluk gehad heeft, maar ondertussen kan ik mezelf wel naar waarde schatten. Ik vond mezelf geen componist, nou, blijkt dat ik er eentje ben. Maar toch, als een Nederlandse taxichauffeur me langs zijn neus weg vraagt of ik ooit nog speel, denk ik in mezelf 'ja hoor, ik loop gewoon niet overal te roepen dat ik awards win of in Amerika en Japan speel'. Bescheidenheid is in commercieel opzicht niet goed."

Candy lijkt niet vaak te twijfelen aan haar woorden. Voor haar, achter mij, beweegt Amsterdam door het grote raam, maar ze kijkt zelden naast me. Ze lijkt zelfzeker. Ze is het, ondertussen. In het boek is er een hoofdstuk met een titel die haar houding verklaart: Leader of the pack. Want dat is ze ook. Een baas.

Haar vader, vroegere manager Bob van Hellenberg Hubar, Prince en sax-legende Maceo Parker. Dat zijn de vier mannen die ze noemt wanneer ze het heeft over dat baas-zijn, over emancipatie. Over hoe ze van een verlegen kind uitgroeide tot een volwassen, moderne vrouw. Ze noemt geen andere vrouwen in dat verhaal. "Mama was wel heel flink maar had niet per se een feministische inslag." Mannen hebben haar geleerd de dingen te doen die ze doet.

Geëmancipeerde mannen

"Het grappige is zelfs dat die mannen best wel ouderwets waren. Mijn vader beschermde me en leerde me spelen. Maceo speelde ook bij Prince en behandelde me als zijn eigen dochter. En Bob leerde me dat ik een waarde vertegenwoordigde naar anderen toe. En dat ik daar het meeste moest uithalen. Hij moedigde me aan als vrouw altijd zelfstandig te zijn, het was misschien ook wel omdat hij een ex had die massa's alimentatie van hem eiste, dus als ik mijn eigen boontjes kon doppen zou dat later weer een vrouw minder zijn die bij een man om alimentatie zou gaan roepen."

En dan Prince. Een aanmoediger van vrouwen, die eerder ook al Sheila E. en Wendy and Lisa een plek gaf.

"Hij vond het belangrijk dat je als vrouw een mooie plek had, evenwaardig aan die van een man. Zelfs al was hij ook ouderwets en in bepaalde dingen erg tuttig. Hij probeerde me ook harder te maken, want hij vond me te lief. Tijdens een van onze hevigste discussies heeft hij gevraagd waarom ik in godsnaam altijd zo aardig moest zijn. Hij wilde me wapenen voor de buitenwereld, waardoor hij vaak ook streng en hard was. Al liet hij mij toch ook vaak ongemoeid. Hij had respect voor me. Ik was een soloartiest, ik kon het overnemen en dat mocht. Geïntimideerd was ik niet. Goed, het was Prince, maar jazz stond voor mij toch nog een trapje hoger. Ik had de grootste jazzmuzikanten thuis aan tafel gehad en niemand had ooit sterallures. Maar Prince, die kwam bij de eerste echte ontmoeting aangereden in een limousine. Daar imponeer je mij niet mee."

Ze laveert tussen een mannen- en vrouwenrol. Ze wordt gewaardeerd om haar mannelijke kanten: haar kracht, positieve agressie, haar vermogen om door te gaan en niet te zeuren. Maar een schouderklopje krijgt ze daar niet voor. "Partners vinden vrouwen die stoer doorgaan helemaal niet zo aantrekkelijk, zeker niet als ze een relatie met haar hebben."

Het brengt ons tot de vraag die ze zichzelf wel vaker stelt: hoe sterk moet ze zijn, hoe zwak moet ze zijn en wanneer ook alweer? Wat haar carrière betreft kent ze het antwoord, maar daarbuiten ligt dat anders.

"Ik heb overal een rol die ik probleemloos kan innemen: ik ben een dochter, een muzikant, een baas, maar ik weet niet wie ik thuis moet zijn. Ik kom er nog steeds moeilijk uit. Mijn vader had zo'n leuke vrouw die alles deed, maar ik vond geen man zoals mijn moeder, die mij liet spelen, erg huiselijk was en ook nog eens vrolijk meeging. Soms vond ik wel iemand die heel huiselijk was, maar dan werd ik plots ook erg huiselijk en dat was nefast voor de kunst. Dan was er iemand die heel kunstig was, maar dan had ik weer geen thuisleven. Het is moeilijk om die ideale mix te vinden. Af en toe zie ik oude muzikanten onderweg. Dan zijn ze tachtig jaar en nemen ze nog wekelijks een vliegtuig naar een optreden, niet eens businessclass en dan vraag ik me af waarom? Maar eigenlijk snap ik het best. Dit is wat ze doen."

Het is niet dat ze het niet geprobeerd heeft. Ze heeft lange relaties achter de rug, en sinds kort ook een scheiding.

"Het voorbije jaar was het minst leuke jaar uit mijn leven, maar tegelijk heb ik nooit eerder zo vaak de slappe lach gehad. Het was een teleurstelling: dan was ik eindelijk getrouwd, gaat het onmiddellijk kapot. (trekt schouders op) Toch wist ik al snel dat ik niet twee jaar depressief ging rondlopen, daarvoor is mijn leven veel te leuk. Ik heb mijn muziek en een mooie carrière, maar ik zag het ook als een belediging voor mijn ouders door alles te devalueren omwille van een liefdesbreuk. Ik heb geen enkel optreden afgezegd, ook al moest ik me er soms naartoe sleuren. Het bracht me uiteindelijk zelfs terug naar mijn andere liefde, de sax. Want je moet toch iéts hebben, he. Met die sax vond iedereen me tenminste leuk en zelfs fysiek kon ik mijn zorgen uitzweten door me helemaal te gooien."

Niet loslaten

Het verlegen meisje is volwassen geworden. Met vallen en opstaan, zoals dat dan heet. Zoals iedereen het doet. Het had fout kunnen lopen, meer dan eens haalt ze het voorbeeld van Amy Winehouse aan. Een meisje van wie de ouders geen idee hadden in welke wereld hun dochter terecht zou komen. Amy's ouders wilden haar niets verbieden, maar ze lieten haar los. Dat noemt Candy het grootste verschil met haar ouders. Die hebben haar nog steeds goed vast. En ze weet nu wat het belangrijkste is.

"Vroeger was ik te vaak bezig met mezelf. Vinden ze me wel leuk? Maar daar draait het niet om, besef ik nu. Het draait om de muziek. Ik heb bijvoorbeeld lang met 'Lily' geworsteld." Ze benoemt de hit alsof het over iemand gaat met wie ze is opgegroeid.

"Lily was niet mijn stijl, maar het werd wel mijn stempel. Terwijl ik helemaal niet Lily was, ik wou er niet aan vasthangen. Toch gaf het me de kans om verder te doen wat ik wel graag wilde doen. En dat kan ik nog steeds doen. In mijn ogen is dat erg succesvol. Pas nu kan ik horen hoe mooi het is, pas nu voel ik de kracht van dat liedje."

Het is op een of andere manier volwassen worden, iets waaraan niemand echt kan ontkomen: terugkijken naar vroeger en toegeven aan jezelf dat het allemaal wel oké was. Ze beaamt het, en ze doet het woord 'oké' zelfs klinken als iets wat meer dan 'oké' is. "Hetzelfde geldt voor de liefde die ik in het begin niet voelde voor die sax. Die voel ik nu des te meer. Het is een diepe liefde, meer voor het gegeven errond dan voor het ding op zich. Ik ben een verlegen meisje, maar met die sax in mijn handen kan ik alles."

Die sax heeft zich moeten bewijzen, net zoals het vaak is gegaan met Candy en de wereld. Ze waren met twee: zij en die sax. Vuisten gebald, voorhoofden nat van het zweet tegen elkaar. En iemand moest winnen. Het is de sax geworden.

Sax, Candy & Rock 'n Roll, Candy Dulfer, uitgeverij Nijgh & van Ditmar, 21,50 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234