Maandag 29/11/2021

Ik word niet geil van macht

Marianne Thyssen: een voorzichtig meisje. Schroomvol ook. Nooit eens een vlammenwerper van zelfontploffende vreugde. En ook geen treurwilg bij tegenslag. Het monkelende type. Je ziet haar pas als ze er niet is. Brandstof die de vlam verteert. We spreken elkaar in haar strak ingerichte kantoor op de achtste verdieping van het CD&V-hoofdkwartier. De ruimte is comfortabel, je zou er kunnen dansen. Of er gerookt mag worden? “Normaal niet. Toen ik een jaar of achttien was, zag ik iedereen om mij heen stoppen met roken. Mijn moeder stopte, mijn broer stopte. En maar druiven eten om niet te moeten roken. Ik vond het belachelijk en zielig tegelijk. Ik dacht: zo ver krijgen ze me niet. Ik ga niet als een bezetene aan de druif. Die escape wou ik mezelf besparen.“Nee, gebakjes eet ik ook niet meer. Of het zou iets heel lekkers van Pierre Marcolini moeten zijn, en dan nog. Mijn ouders hadden een patisserie in Sint-Gillis-Waas. Ik moest altijd meehelpen. Zowat het hele dorp kwam bij ons over de vloer. Ik heb ervan geleerd dat mensen verschillend zijn, dat er andere registers zijn, in taalgebruik, in tafelmanieren, in omgang met elkaar. Dat er meerdere normen in het leven zijn... Het heeft me al vroeg inzicht gegeven in de pluriformiteit van de samenleving.”Sinds ze in mei vorig jaar voorzitster van CD&V werd, heeft ze de hel over zich heen gehad. De breuk met het kartel, het ontslag van Leterme, de doorstart met Herman Van Rompuy, verkiezingen, het installeren van een nieuwe Vlaamse regering. Dat zij, met haar frêle schoudertjes, nog overeind is gebleven, mag een wonder heten.“Vorig weekend ben ik gaan fietsen in Vlaams-Brabant. De conditie was weg. Afgepeigerd zat ik op de fiets, misschien wel afgewerkt. Dat moet beter als we begin augustus op fietsvakantie gaan in Frankrijk. Gelukkig vertrekken we in Bordeaux, daar is het nog redelijk plat. De Mont Ventoux laten we dit jaar links liggen, die heb ik al twee keer gehad. Het genot van afzien? Als je genoeg getraind hebt, valt dat afzien wel mee. Het leuke aan fietsvakanties met vrienden is dat je op voorhand moet fietsen om genoeg geoefend te zijn. Dat ben ik nu aan het doen, al moet ik me vooralsnog gek stampen om het wiel rond te krijgen.“Pas toen alles achter de rug was met de Vlaamse regering voelde ik me doodvermoeid. Ik ben naar Straatsburg gegaan voor de opening van het parlement en toen ik daar in mijn zeteltje zat, voelde ik iets van een grote leegte. Het vermoeiende aan een attitude van alles te willen geven in de politiek is de eenzijdigheid van het vak. Op sommige momenten is het alleen nog politiek en niets anders meer. Soms word ik besprongen door de gedachte: ga je later niet te veel spijt hebben van de dingen die je hebt gemist? Ik heb vrienden die alles kunnen combineren: werk, vrije tijd, hobby’s, bourgondisch leven. Hoe doen zij dat toch, vraag ik me dan af. Zijn zij dan zoveel slimmer dan ik? Tijdens lezingen wordt me door jonge mensen wel eens gevraagd: hoe word je voorzitter van een partij? Ik sta dan altijd een beetje met mijn mond vol tanden. Tja, hoe word je voorzitter? Door een heleboel omstandigheden die elkaar op een gegeven moment de hand geven. Ik zit al zeventien jaar in het Europees Parlement. Een geliefde plek. Als de partij je dan vraagt iets terug te doen, dan doe je dat gewoon.”Politiek is vaak het walhalla voor afvalstoffen, zeg ik. Een ruige boel, een hondenstiel. Krimpvrij kijkt ze uit het raam, lachje om de mond. “Ik ken wel andere hondenstielen. Het is iets waar je voor kiest, wat je graag doet. En ja, regeringsonderhandelingen zijn uitputtend, maar ruig? Dat valt wel mee. Of Bart De Wever mij in een verloren moment gezegd heeft: ‘Vat geen kou vannacht?’. Dat soort dingen zeg ik ook niet. Je kunt tijdens onderhandelingen niet de hele tijd zitten slijmen van ‘hou je het nog een beetje vol?’. Ik zit niet te wachten tot iemand mij vraagt: ‘Ben je niet te moe, Marianne?’. Af en toe krijg ik een sms’je van vrienden die me ergens zien verschijnen en dan denken: ze is alweer aan het werk. Dat doet me goed, meer moet dat niet zijn. De sfeer aan de onderhandelingstafel was trouwens prettig, dat is belangrijk.”

Onrechtvaardigheid

“Machtigste vrouw van het land? Ik vind het zelfs niet de moeite om erover te wedijveren. Ik zie het voorzitterschap van CD&V ook niet als het sluitstuk van mijn loopbaan. Ik ben eraan begonnen omdat men het mij gevraagd heeft. Het was niet mijn grootste wens, maar ik wou wel mijn verantwoordelijkheid nemen. Het was een moeilijk jaar voor de partij, met veel hink-stap-springen, maar we zijn goed op onze pootjes terechtgekomen.“Eigenlijk hebben we veel talent in de partij. Yves Leterme, Jo Vandeurzen, Inge Vervotte: ineens weg en hop, er kwamen drie anderen voor in de plaats. Dan ben je een rijke partij. Dat Herman Van Rompuy aanvaard heeft premier te worden is een goede zaak, voor de partij en voor het land. Hij heeft het toch maar gefikst om mensen zonder papieren aan een regularisatie te helpen. Ik ben vooral blij voor die mensen. Je zult maar geboren zijn met verstand en handen die willen werken en de kans niet krijgen. Er zit een groot stuk onrechtvaardigheid in de wereld. Dat moeten we ons aanrekenen.”Van macht die erotiseert heeft ze nog weinig gemerkt. “Brute macht bestaat niet voor mij. Ik zie het als iets gedeelds. Ik word niet geil van macht. Als er vergaderd wordt met de top van partij en regering komt bij mij nooit de gedachte op: en nu de bijl erin. Dat gevoel zit niet in mij. Yves Leterme heb ik één keer frontaal gecounterd. Hij dacht dat hij een akkoord had. Ik zei: ‘Er is helemaal geen akkoord, Yves’. Zoiets vind ik niet echt fijn om te doen, maar als ik denk dat het moet, doe ik het wel.“Ik ben vanuit Unizo in de politiek gerold. Als hoofd van de studiedienst kwam ik geregeld in contact met christendemocraten. Het was een fijne tijd, bij Unizo. Ik wil er zo weer naar terug. Via een advertentie ben ik er terechtgekomen. Ze zochten iemand om te werken op het juridische, fiscale en familierechtelijke statuut van zelfstandige vrouwen en meewerkende echtgenoten. Ik wist dat daar nog een serieuze juridische discriminatie zat. Daar wou ik graag iets aan doen.“Unizo een rechtse club, hoe komt u erbij? Wie denkt er nu nog in links of rechts? Het centrum is de juiste plaats. Een enkele keer denk ik: wat ben jij een rechtse zak, maar verder gebruik ik die termen niet. Wij van CD&V zijn niet links en niet rechts, wij staan aan de overkant. Ook met de opdeling progressief-conservatief heb ik hoe langer hoe meer moeite. Wat is wat nog? En wie is wat? Ik heb veel vrienden die van zichzelf vinden dat ze links zijn. Dat mag natuurlijk. Nee, een betonvlechter zit niet in mijn vriendenkring. Na mijn rechtenstudie ben ik in Leuven blijven hangen en dan kom je vanzelf in veeleer academische sferen. Ik herinner me een bestuursvergadering van de partij. Marc Van Peel las een tekstje voor en iedereen moest raden wie de auteur was. Het hele gezelschap bleef maar zoeken naar christendemocraten en diepchristelijke filosofen. Bleek het Tony Blair te zijn.”Marianne Thyssen is een volbloed Europeaan. Trots vertelt ze dat ze vrij onlangs nog het rapport heeft gemaakt over de veiligheid van speelgoed. Zou er een verpleegstertje in haar schuilen? “Dat denk ik niet. Ik sta aan de kant van de zwakkeren, maar het echt zorgende heb ik niet in mij. Niet in de zin van zorg, zorg. Ik sta wel voor bescherming van zorg en eerlijke handelspraktijken. Daarom heb ik nog geen aanleg om verpleegster te zijn.“In het Europees Parlement ben ik lang met voedselveiligheid en overschrijdende gezondheidszorg bezig geweest. Dat ligt heel gevoelig. Europa is lang niet zo’n dood lichaam als vaak wordt gedacht. Als ik voor groepen ga spreken komt mijn Europese boodschap altijd over. Als voorzitster ben ik nu meer dan vroeger op de televisie, maar nooit gaat het dan over Europa. Ik stond op de Europese lijst, maar over Europa heb ik geen woord kunnen zeggen. Het ging altijd maar over de staatshervorming. Allicht ontstaat er dan een Europees deficit in de publieke opinie.“Ik vind het net iets te gemakkelijk om Europa neer te zetten als een bureaucratisch monster. Alsof Vlaanderen en België het zoveel beter zouden doen. Europa is een grote machine die strak geleid moet worden, maar ik vind dat het alles bij mekaar redelijk goed gaat.”Haar eigen EVP is een ideologische flou artistique, ook nog met een hemelbed voor Berlusconi. Durft ze nog wel naast de Italiaanse schuinsmarcheerder te gaan zitten? “Nu niet meer, natuurlijk. Ik mag geen staatshoofden beledigen, maar toen het voorzitterschap van Berlusconi voorbij was, had ik wel iets van: oef!“Nee, schaamte voor België is er niet. Altijd weer wordt me gevraagd: is er nog een regering en zal het land bij elkaar blijven? Ik zeg mijn gesprekspartners dan dat ze de verkeerde kranten lezen. Welk land heeft geen symbooldossiers die de geesten verwarren? Het voordeel van België is dat je ingewikkelde afspraken moet maken. Zo dom zijn wij dus nog niet. En zo verschillend zijn we ook weer niet: we staan nog altijd dichter bij elkaar dan Walen bij Fransen of Vlamingen bij Nederlanders.“De kritiek op Barroso is doorzichtig. Guy Verhofstadt mag wel dromen van de Verenigde Staten van Europa, realistisch is het niet. Barroso heeft er de afgelopen periode het beste van gemaakt, maar kennelijk staat hij ambities van anderen in de weg. Ik heb Romano Prodi nog gekend als hoofd van de Commissie. Nou, naar die Commissievoorzitter kon ik op het eind niet eens meer luisteren. In zijn toespraken viel hij uiteen in anekdotes. Ik was plaatsvervangend beschaamd. Nog één woord over Europa: ik weet dat het bij de publieke opinie gevoelig ligt, maar wij mogen niet zonder meer de toetreding van Turkije weigeren. Niet als dat land voldoet aan alle voorwaarden.”We praten nu toch al een paar uur en ze zit nog steeds kaarsrecht in haar stoel. De gesoigneerde handen mooi op tafel. Niets hangt. Met een lichte wulpsheid de overslag van het ene been over het andere? Niet één keer. Handen door de haren? Niet één keer. Marianne Thyssen lijkt in brons gegoten. Wel zacht en tenger. Al zegt ze nu dat ze soms ook kan ontploffen. Ach, wie gelooft die mensen nog? In u, mevrouw, kan ik geen dolle mina herkennen.“We mochten veel, thuis. Mijn ouders waren zelfstandigen, dat scheelt in vrijheid. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik van de hele klas, zowel in het lager als in het middelbaar, het meest mocht. De urgentie om extreem feministisch te gaan doen was er in ieder geval niet. Opkomen voor de vrouw, dat wel, maar dat vond ik vanzelfsprekend. Ik werd daar thuis ook in aangemoedigd. Mijn vader zei altijd: ‘Een vrouw moet studeren, want ze moet onafhankelijk zijn van haar man’.“Als kind droomde ik dat ik op een paard zat, haren los in de wind. Het paard van kapitein Zeppos. Vrijheid, blijheid in de openlucht. Maar verder was ik niet zo’n dromerig type. Nog steeds niet. Eerder rationeel. Ontroerd zijn bij een boek, huilen bij een film? Het zal me niet gauw overkomen. Bij een enkele film kan mijn gemoed wel volschieten, maar ook weer niet dat ik in tranen uitbarst. Vaak hoorde ik dat mensen ontroerd waren bij het zien van kunst. Dat heb ik zelf maar één keer gehad, bij een balletvoorstelling in het Paleis voor Schone Kunsten. Toen dacht ik: nu weet ik ook wat ontroerd zijn door schoonheid betekent. Het overkomt je natuurlijk niet elk jaar. Ik zie ook niet veel ballet meer.“Om u de waarheid te zeggen: ik ben niet echt met emoties bezig. Ik heb geen behoefte aan emoties, heb ik soms het gevoel. Of er genoeg liefde is? Ik heb een man.”Op haar nachttafeltje liggen drie boeken: een boek over de Mont Ventoux, De stad der blinden van José Saramago en een klein boekje met kleine stukjes wijsheid dat ze van Marc Van Peel heeft gekregen.“Lezen als troost? Ik ben een vrouw zonder pijn. Er is niet een ruis van verdriet dat er altijd is. Ik zal wel een geluksvogel zijn, zeker? De pijn van het ouder worden? Ook dat valt best mee. U krijgt mij niet aan de botox, daar zie ik het nut niet van in. Ik denk altijd: blijft het wel zitten? En wat als op een bepaald moment de boel als een pudding in elkaar zakt?“Maquillage is niet echt mijn ding. Ik vind het alleen mooi als het goed gedaan is. Anders wordt het meer een accent van lelijkheid dan van schoonheid. Als jong meisje zag ik soms vrouwen in de winkel komen die het wel konden, maar het was een minderheid. Ik ben niet handig, aan een streepje mascara heb ik wel genoeg.”Merkkleding hoeft ook niet. “Op kostschool had ik een uniform. We mochten niet in jeans lopen. Toen ik naar de universiteit van Leuven ging, kreeg ik geld van mijn moeder om kleren te kopen. Ik heb er drie weken mee rondgelopen en heb het dan teruggegeven. Ik ben graag goed gekleed, maar het moet niet te gek worden. Ik draag alles lang af. Ik moet wel overal kunnen komen zonder dat de mensen denken: hoe loopt die er nu bij? Mij zul je niet in jeans het parlement binnen zien lopen. Uit respect voor mijn kiezers. Ze moeten een beetje trots op me kunnen zijn. Ik wil er niet bij lopen als een slons die net uit haar bed komt. Dat kan niet als je mensen vertegenwoordigt.”

Drie Weesgegroetjes

Een jeugd van seks, drugs en rock-’n-roll, het is haar in ieder geval niet aan te zien. “Ik heb het allemaal in mijn studentenjaren zien passeren, maar ik had er geen behoefte aan. Drugs vind ik dom. Toen ik een jaar of zestien was, zat ik eens in de Antwerpse kroeg De Muze. Het was nog de tijd van Ferre Grignard. Op weg naar het toilet kwamen walmen wiet je tegemoet. Ik vond ook nog dat het lekker rook. Iedereen in het café had het over drugs. Ineens sloeg de paniek toe: stel dat de politie binnenvalt en dat ze aan mijn ouders gaan zeggen dat hun dochter in een drugshol zat? Ik wou liever meteen weg.”Bestaat God?“Ik ben Hem nog niet tegengekomen. Ik ben er ook niet echt mee bezig, en traumatische ervaringen uit mijn kostschooltijd heb ik niet beleefd. Toen ik nog heel klein was, knielde ik wel voor mijn bed en prevelde dan drie Weesgegroetjes. Ik vond dat een mooie uitvinding, alles uitwissen met drie Weesgegroetjes. Dat is toch schitterend. Ik heb de witte zieltjes nog zien vliegen. Zieltjes waren bij mij per definitie wit. Als de klokken over een dode luidden, dacht ik er altijd een wit zieltje bij. En de dode was uiteraard een goed mens.“Ik kan niet zeggen dat ik kerkelijk ben. Als ik op een begrafenis ben, denk ik wel altijd: hier zou ik eens vaker langs moeten komen. Een moment om stil te staan in een stille, weidse ruimte, het heeft toch iets.“Nee, ik ben niet bang voor de dood. Nog niet. Het euthanasiedebat volg ik met gemengde gevoelens. Het is mij te gepolariseerd. Je moet er geen strijdende kampen van maken. Ik veroordeel niemand. Iedereen heeft recht op waardig sterven. Bij mijn moeder heb ik gezien wat palliatieve zorg kan doen. Ik zou willen dat alle mensen die naar het einde gaan op die manier zouden kunnen worden geholpen. Dat is een manier van waardig sterven, echt ongelooflijk. Iedereen zegt dat het zo kil is geworden in onze samenleving, maar ik zie nog talloze vormen van georganiseerde solidariteit. Er zijn gezinnen die een asielzoeker opnemen. De ziekenzorg ziet er ouderwets uit, maar er is onverminderd sprake van een diepe betrokkenheid.”Ongelijke kansen doen haar pijn aan de ogen. “Als vroeger, op zondagavond, de winkel sloot, zei mijn moeder: ‘Draag eens een zak met wat spullen naar dat huis verderop in de straat’. Daar woonde een alleenstaande vrouw met drie kinderen. De man was er soms wel en dan weer niet. Er klopte iets niet. Die vrouw sprak heel mooi Nederlands, wat ongewoon was in ons dorp. Ze leefde met de drie kinderen in één kamer. Die armoede en hulpeloosheid heb ik als schokkend ervaren.“Ik ben een keer of zeven in Afrika geweest. De laatste keer zijn we met een paar vrienden door Niger getrokken, bij wijze van vakantie. Dan weet je wat armoede is. Die reis zal ik nooit vergeten. We hebben een paar hachelijke momenten beleefd. De zwarten zeiden zelf: ‘Wat komen jullie hier eigenlijk doen? Hoezo, vakantie?’.“Een meisje van mijn klas, de slimste van de bende, moest naar de beroepsschool. Ik vond dat niet rechtvaardig en ben nog bij haar ouders gaan pleiten om haar aan hogere studies te helpen. Een kind met leercapaciteiten laten wegkwijnen in een beroepsschool is evengoed een vorm van armoede en onrecht. Misschien niet zo schrijnend, maar het tekent wel een leven.”Verdraagzaamheid, zegt ze, is een kwestie van beschaving. De vraag is: gaat de beschaving erop vooruit? “Twijfelen is toegestaan. Voor delen van de wereld waarschijnlijk wel, maar lang niet voor iedereen. Er worden veel schijngevechten geleverd namens de beschaving. Waarom zou een hoofddoekje niet mogen? Ik vind hoofddoekjes mooi. Vroeger droegen meisjes en vrouwen een hoedje, en dat vond ik ook mooi. Laat maar lopen, die hoofddoekjes. Met een boerka heb ik meer problemen. We waren met vakantie in Jordanië, aan de Rode Zee. Je zag mannen in een slipje waarvan je met moeite nog kon zien dat ze iets aanhadden. Naast hen alleen vrouwen in een zwarte boerka. Op het strand, nota bene. Toen ben ik heel erg kwaad geworden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234