Zondag 26/09/2021

'Ik word gedreven door afgunst'

John Cale is al bij leven een legende. Te alternatief voor de mainstream. Te toegankelijk voor de avant-garde. 'Elke plaat is een teleurstelling.' Bart Steenhaut

Het is elf uur 's ochtends en John Cale ontvangt me in zijn suite in een Brussels vijfsterrenhotel. Gisteravond heeft hij een aantal nieuwe nummers uitgetest tijdens het Brussels Summer Festival, maar toch is de muzikale duizendpoot deze ochtend al naar de gym geweest. Cale ziet er - kniebroek, wit hemd, blond gerafeld haar - jonger uit dan zijn leeftijd doet vermoeden. Hij is geen vlotte prater. Vriendelijk, maar een tikje afstandelijk.

We ontmoeten elkaar om te praten over Shifty Adventures in Nookie Wood, zijn met een sprookjesachtige titel bedachte nieuwe cd. Daarop zoekt Cale weer aansluiting met zijn vroegere werk, al resulteert het overvloedige gebruik van elektronica toch in een aparte klankkleur. Om het ijs te breken, vraag ik of hij na een carrière van bijna vijftig jaar van tevoren een afgelijnd idee heeft van het soort plaat dat hij wil maken. Cale kijkt me aan alsof ik van Mars kom. "Ik heb nooit een idee van waar ik mee bezig ben. Ik schrijf gewoon, en als alles klaar is, probeer ik daar een lijn in te zien. Dan zoek ik een bindmiddel dat de songs bij elkaar houdt, en bedenk ik een titel die de lading dekt. Heel last minute, allemaal.

"Ik schat dat ik voor elke plaat veertig, vijfenveertig nummers schrijf, en daar dan een selectie uit maak. Dat is dus de essentie: in de eerste plaats moeten het sterke songs zijn, en daarna zoek ik naar een reden om ze bij elkaar te laten passen. Eigenlijk ging deze plaat eerst in juni verschijnen, maar dat bleek niet mogelijk omdat je dan in een land zoals Frankrijk - wat toch een belangrijke markt is - geen promotie kunt voeren. Iedereen is met vakantie. Alles moest dus worden uitgesteld. Daardoor ben ik blijven schrijven, en uiteindelijk zijn sommige van die songs er toch nog op geraakt. Zonder de Fransen hadden we dus over iets anders zitten te praten."

De nieuwe cd klinkt anders dan wat je tot nog toe gedaan hebt, maar tegelijkertijd blijft het heel herkenbaar John Cale. En ondanks je kunstige imago is je muziek altijd heel toegankelijk gebleven. Vind je dat belangrijk, dat wat je doet gemakkelijk verteerbaar is?

John Cale: "Ik denk dat het me na al die jaren gewoon beter lukt om een goede melodie te boetseren. En ik heb geleerd dat je een sterk idee heel snel moet vastleggen, dat je er niet te lang over na mag denken. Veel van mijn songs ontstaan sowieso uit improvisatie. Vroeger had ik eigenlijk maar twee manieren om te componeren: aan de piano of op de gitaar. Nu ben ik vanuit een drum-machine vertrokken. Het kwam er dus op aan eerst te beslissen wat voor groove ik wilde hebben, en er dan een melodie en een tekst bij te verzinnen. Als je een opwindend ritme hebt, klinken je songs sowieso een stuk frisser. Ongeacht wat je te vertellen hebt."

Ik las dat je tot een jaar of tien geleden een beetje kregelig werd van je eigen stem. Opmerkelijk voor iemand die op dat moment al vier decennia als muzikant aan de slag was.

"Mja. Ik heb het altijd gruwelijk gevonden om naar mijn eigen stem te luisteren. Ik werd er fysiek ongemakkelijk van, en zelfs nu ik zeventig ben heb ik er moeite mee. Dat heeft vast ook met mijn eigen onzekerheid te maken.

"Maar de laatste jaren is mijn stem erg veranderd. Ze is sterker en weerbaarder geworden. (denkt na) Sommige mensen weten van meet af wie ze zijn, maar als zanger heb ik veertig jaar naar een identiteit moeten zoeken. Pas nu krijg ik een beter beeld van wat ik wel en niet aankan. Dat besef is trouwens een nadeel, omdat het me beperkt in de keuzes die ik als muzikant maak. Ik zal bijvoorbeeld niet gauw meer een volledig nummer met falsetstem zingen, bijvoorbeeld.

"Op de nieuwe plaat heb ik zelfs auto-tune gebruikt, waardoor ik als een robot klink. Ik knoei graag met geluid. Niets leukers dan een gitaar als een trompet doen klinken, of omgekeerd. Eigenlijk is elke plaat, elke song zelfs, een reactie op de vorige."

De meeste artiesten van jouw leeftijd stellen zich tevreden met het herkauwen van hun grootste hits, maar de muziek die jij nu maakt klinkt veel jonger dan wat je pakweg twintig jaar geleden deed.

"Dat komt doordat ik gedreven word door afgunst. Ik ben stikjaloers als ik naar Snoop Dogg of Pharrell Williams luister. Neem een nummer als 'Drop It Like It's Hot'. Dat is zo origineel, zo vernieuwend, dat ik er klamme handen van krijg. En klamme handen motiveren me.

"De redenering is: als ik zoveel mogelijk ideeën afwerk, is de kans groter dat ik ook op iets stoot dat nog nooit eerder is gedaan. Het is als zoeken naar een naald in een hooiberg, besef ik. Maar ik blijf leergierig. Ook nu nog. De deur staat altijd open voor dingen die ik nog niet eerder heb gedaan. En tegelijk stoort het me niet om op gezette tijdstippen mijn eigen werk te recycleren. Ik heb in het verleden al remixen van mijn eigen werk gemaakt, en op Hobo Sapiens stond een nummer dat ik al eens eerder had opgenomen."

Een van de beste nummers op de nieuwe cd heet 'Hemingway'. Heb je wat met de schrijver in kwestie?

"Ik ben altijd al gefascineerd geweest door de figuur, veel meer dan door de schrijver. Eerlijk: ik heb maar één boek van hem gelezen, en dan nog één dat pas na zijn dood is uitgegeven. En het enige wat ik me daar nog van herinner, is dat er een groot feest in wordt beschreven waarvan je pas na verloop van tijd beseft dat het zich in een bordeel afspeelt. Dat vond ik wel interessant. In mijn nummer vraag ik me af wat zijn relatie met Cuba was, waar hij lange tijd woonde. En ik stel de vraag hoe hij gereageerd zou hebben als hij als soldaat het bombardement op Guernica had meegemaakt. Een fictief verhaal, dus. Voor de rest voel ik geen enkele verwantschap met hem. Ik schrijf heel anders dan hij."

Toen ik onlangs naar Leonard Cohen ging kijken, was 'Hallelujah' het nummer dat het luidste herkenningsapplaus kreeg. Dat is deels jouw verdienste, want toen hij het destijds uitbracht, werd het een flop. Dankzij jouw versie leerde Jeff Buckley de song ook kennen, die er vervolgens een nog grotere classic van maakte.

"Ik had Cohen halverwege de jaren tachtig zien optreden in Beacon Theatre in New York, en 'Hallelujah' viel me meteen op, ook al werd er inderdaad niet bijzonder op gereageerd. Dat kwam volgens mij doordat hij er een wals van had gemaakt, waardoor de melodie niet het volle rendement haalde. De tekst intrigeerde me ook. In de meeste teksten van Cohen zit altijd wel een strofe die ik niet over mijn lippen krijg. Niemand zou het pikken als ik over Yahweh zou zingen. Of over God.

"Maar 'Hallelujah' was anders. Grappiger. Meer kwajongensachtig. En vooral: het nummer werkte als een solo-performance. Een piano en een stem bleken voldoende om het verhaal te vertellen. Intussen heeft het een vaste plek verworven in mijn repertoire. Het publiek verwacht het, en zelf vind ik het ook niet erg. Omdat ik me dat nummer echt eigen heb gemaakt. Dat is trouwens vaak zo met covers. In mijn versie van 'Heartbreak Hotel' kun je het origineel ook nog nauwelijks herkennen."

Stel: iemand van twintig leert je nu pas kennen en staat aan de voet van die enorme berg die jouw verzameld werk is. Met welke platen moet hij dan beginnen om een idee te krijgen van wat voor soort artiest je bent?

"(denkt lang na) Iedereen stapt mijn werk binnen met andere verwachtingen. Als je de ballads wilt, is Fragments of a Rainy Season een goede introductie. Dat is een liveplaat die ik solo opnam in Brussel. Veel van mijn platen die nu als classics worden beschouwd, hebben die reputatie vooral aan de tijdgeest te danken.

"Paris 1919 is een goede plaat, maar ik denk niet dat ik die vandaag nog zou uitbrengen. Ook al blijven de songs nog overeind. Als ze liever John Cale de rockmuzikant willen horen, verwijs ik graag naar Circus Live van een paar jaar geleden. Ik heb ook een tiental soundtracks gemaakt, al tel ik die zelf niet mee. Ik behoor tot de muzikanten die vinden dat een soundtrack nooit echt werkt buiten de context van de film. De mijne ook niet. Ze zijn veel te abstract om zonder bewegend beeld overeind te blijven."

Ben je emotioneel gehecht aan je platen, of neem je er afstand van als ze eenmaal klaar zijn?

"Elke plaat is een teleurstelling, want achteraf bekeken had ik er toch altijd nog wat méér aan willen schaven. Heel af en toe stoot ik wel op een nummer waarvan ik vind dat ik er het volledige potentieel uit heb gehaald. Over 'Mary' op de nieuwe plaat ben ik bijvoorbeeld heel tevreden. Omdat ik er gezien het gevoelige onderwerp - pesten op school - zeer omzichtig mee te werk ben gegaan.

"Soms worden kinderen door hun omgeving als te verwijfd beschouwd. Dat heb ik zelf ook meegemaakt toen ik nog in Wales op school zat. Daar heerste een echte rugbycultuur. Ik speelde nooit mee omdat er twee grote risico's aan verbonden waren: je kon je handen breken of je tanden uit je smoel laten slaan. Geen van beide opties waar ik veel voor voelde. Ik voetbalde liever, waardoor ik compleet vervreemd geraakte van mijn leeftijdgenoten. Geloof me: weinig dingen erger dan een voetballer zijn in een omgeving waar alles in het teken staat van rugby. Dan vraag je erom.

"Het klimaat betert er ook niet op. Je merkt overal dat bijvoorbeeld homohaat weer toeneemt. En die haat wordt gevoed door rechtse politici. Zeker als het economisch wat minder gaat."

Anderzijds leert de geschiedenis dat periodes waarin de recessie het hardst toeslaat doorgaans een vruchtbare voedingsbodem vormen voor kunstenaars.

"Daar zit wat in. Veel van de beste muziek uit de jaren zestig is ontstaan tijdens de oorlog in Vietnam. En de crisis in de jaren zeventig vormde later de grondslag van de Britse punkbeweging. Nu zijn we weer op zo'n moment aanbeland, alleen betwijfel ik of het dit keer veel impact zal hebben op de muziek. Volgens mij zijn er nu heel andere kunstvormen die de vinger aan de pols hebben. Kijk naar Banksy. Die is veel avontuurlijker in zijn tags dan de meeste muzikanten. Waarmee ik overigens niet gezegd heb dat de impact van muziek in 2012 is afgenomen, zoals vaak beweerd wordt.

"Het klopt dat het landschap veel meer verbrokkeld is dan vroeger. Bands hokken samen in bewegingen, maar ze zijn onderling wel erg competitief. Dat maakt dat er vandaag misschien wel meer interessante muziek gemaakt wordt dan - pakweg - twintig jaar geleden. Doordat de grote platenfirma's zo veel regeltjes oplegden van wat kon en niet kon, klonk alles veel homogener. Vandaag staan haast alle grote labels aan de rand van het faillissement. Ze hebben geen geld meer, maar het gonst wel van de creativiteit. Dat vind ik een goede evolutie. Trouwens: ook nu wordt er nog baanbrekende muziek gemaakt. De eerste keer dat ik 'Loser' van Beck hoorde, vond ik ongelofelijk. Dat geloof zou ik vaker willen ervaren."

Behalve de piano is je geliefkoosde instrument de altviool. Om te beginnen geen gemakkelijk instrument om onder de knie te krijgen, maar daarnaast ook nog eentje dat dicht bij het hart bespeeld wordt. Wat zegt dat over jouw persoonlijkheid?

"Daar zit wel een element van romantiek in. Het is een instrument waarmee je heel goed melancholie kunt oproepen. En ik ben een melancholicus."

Er zijn inmiddels twee biografieën van je uit. Eén waaraan je mee schreef, een andere waaraan je volledig hebt meegewerkt. Vond je het moeilijk om met je eigen verleden geconfronteerd te worden?

"Er waren delen die ik echt zelf wilde schrijven en dat heb ik gedaan. Maar voor de andere segmenten heb ik een ghostwriter gebezigd. Al hoor je door het hele boek toch mijn stem, omdat ik al mijn gedachten op cassettes had ingesproken. Ik heb geprobeerd zo eerlijk mogelijk te zijn, ook over mijn overmatig druggebruik. Cocaïne, vooral. Al heb ik in de jaren tachtig zowat alle drugs geprobeerd die er in de States te krijgen waren.

"Helaas hadden mijn optredens eronder te lijden. Het sterkste dat ik vandaag nog tot me neem, is koffie. De hoofdstukken waarvan ik in eerste instantie liever weg wilde lopen, zijn degene die ik uiteindelijk zelf op papier heb gezet. Het was leerrijk om mezelf te ontleden zonder te diplomatisch of te gevat te worden. En ik heb het met opzet heel ruw en direct opgetekend, zodat het voor de lezer interessant zou blijven.

"Los daarvan hoop ik dat uit het boek vooral blijkt dat muziek altijd al het belangrijkste in mijn leven is geweest. Hoe groot mijn problemen ook waren, en ongeacht hoe diep ik bij momenten in de shit zat, uiteindelijk heeft muziek altijd weer mijn leven gered."

Shifty Adventures in Nookie Wood van John Cale is uit bij Doublesix Records en wordt verdeeld door V2.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234