Zondag 25/10/2020

Ik wist precies waarover ik niet moest praten

Karina Wolkers (61) begon op haar achtste met een balletopleiding bij Florrie Rodrigo, revolutionair danseres en choreografe. Ze stopte met ballet nadat ze in 1963 was gaan samenwonen met Jan Wolkers. Die had ze een jaar eerder leren kennen. Ze was toen 16 jaar. In 1965 rondde ze het avondgymnasium af. Ze studeerde ook Frans en Engels en volgde colleges kunstgeschiedenis. Vorige week woensdag droeg Karina Wolkers het Groot Dictee der Nederlandse Taal voor, de laatste grote tekst die Jan Wolkers heeft geschreven. Hij overleed op 19 oktober.

Door Steffie Kouters

Foto's Stephan Vanfleteren

In het ziekenhuis, waar Jan Wolkers was geopereerd aan een gemene ontsteking in zijn teen, zat het hele gezin nog zo gezellig te praten aan zijn bed - Karina, Tom, Bob en diens vriendin Leonie.

Totdat de internist binnenstapte. Of iedereen even de kamer wilde uitgaan; hij moest Jan apart spreken over de uitslagen van een extra onderzoek. "Sorry", zei de arts toen hij naar buiten kwam tegen Karina, "ik begrijp dat u zijn vrouw bent. Ik dacht dat u zijn dochter was."

Verder was het "een ontzettend aardige man hoor", zegt Karina Wolkers.

Nu kreeg Jan Wolkers de boodschap alleen.

Dat zijn lever niet meer werkte, dat het dus, nou ja, over was.

"Wat wilt u", vroeg de internist aan Karina. "Wilt u dat we nog wat proberen?"

Nee, zei Karina. Het was gedaan, ze wist het. "Er wordt niets meer geprobeerd. Hij wordt van alles afgekoppeld. En hij gaat meteen mee naar huis."

De middag daarop zat Jan weer aan de kop van de lange eettafel in hun huis op Texel, met zijn vrouw, zoons en Leonie. Voor het laatst aten ze samen een stukje honingzoete baklava. Nog één keer had hij zo'n energieke uitbarsting, nog één keer een eruptie van zijn geest, die zo sterk en goed was gebleven in de jaren dat zijn lichaam steeds fragieler werd. "Ik dacht even dat hij 45 was. Niet te geloven. Jan domineerde het hele gesprek."

's Nachts vroeg hij Karina of ze iets te eten wilde maken. Ze bracht hem twee boterhammen met bessengelei. Jan at drie stukjes. "Zo is het genoeg", zei hij.

Toen raakte hij in coma - en overleed twee dagen later.

Ik dacht altijd: Jan Wolkers wordt zeker 90.

"Leuk dat je dat zegt. Het is een gedachte die ik de laatste paar maanden ook weleens had: haalt hij de 90? Zijn geest was zó krachtig.

"Maar Jans conditie was slecht. Hij was broos. Zijn handen werden steeds dunner, dat zag ik wel. Hij had het ook altijd koud. Sinds Jan er niet meer is, staat de verwarming ook veel lager; het leek hier net een kas.

"Ik wist dat hij zwak was. Niet dat hij stervende was. Ik riep altijd: Jan heeft allerlei kwalen, maar organisch is er niks mis. Hij had veel verzorging nodig, hij kon ook nauwelijks meer schrijven. Maar hij kon nog wel schilderen. Dat penseel was als een floret in zijn handen. Dat was loepzuiver. Jan had me verteld: als hij niet meer zou kunnen staan voor zijn schilderijen, als hij niet meer zou kunnen werken, hoefde het voor hem niet meer."

Wist hij dat hij dood zou gaan?

"Jan heeft het al maanden voelen aankomen. Ik merkte ook dat hij niet meer weg wilde. Helemaal niet. Van de zomer maakten we nog plannen om in het najaar naar Parijs te gaan, met allerlei hulp. Op een bepaald moment besefte ik: we gaan niet meer naar Parijs. We komen niet meer in Parijs."

Hij realiseerde zich dat hij dood zou gaan, maar zei er niets over?

"Nee, maar dat soort dingen - daar praatten wij nooit openlijk over. Dat hoefde niet. Je hebt echtparen die enorme gesprekken, discussies hebben over hun persoonlijke leven. Dat hadden wij nooit. Ik wist precies waarover ik niet moest praten. Op den duur voel je wel welke kant het opgaat, waar iemand mee bezig is."

Daar wordt Jans as uitgestrooid, wijst ze in de tuin naar twee champagneflessen met elk een roos erin. Tussen de grafjes van de poezen Knorretje en Vincent, onder de tulpenboom, bij de as van zijn lievelingskat Voske. "Naast zijn atelier... dan kan hij de muziek nog horen." Aan de boom hangen nog een paar bladeren in het vurigste geel, het geel van deze uitzonderlijk mooie herfst.

In het atelier vlamt zijn laatste grote schilderij, het schilderij waaronder hij lag opgebaard - zijn verbeelding van de tulpenboom in diezelfde intense kleur geel.

Rechts in de hoek staat het lege doek dat hij de timmerman kort voor zijn dood liet opspannen; een finale, overmoedige daad. Jan wilde een winterlandschap schilderen. "En dat is het geworden", zegt Karina terwijl ze knikt naar het grote witte doek, "een winterlandschap."

Hij is er niet meer.

"Neeeee. Ja... dat gevoel heb ik nú nog niet. Nu is hij er gewoon. Hij is aanwezig. Als ik alleen ben, hoor ik hem.

"Maar die ervaring had ik al. Als ik alleen naar een museum ging, stond hij in mijn oor te fluisteren. Schilderkunstachtige opmerkingen. 'Moet je eens kijken hoe dat gedaan is. Fantastisch!'

"Dat ik hem hoorde als hij er zelf niet was, is langzamerhand gegroeid."

Jullie waren van begin af aan ook zo hecht, lijkt het, als je alles terugleest.

"Misschien was hij zich daar bewuster van dan ik. Als je 16 bent, besef je dat nog niet zo. Mijn moeder zei: bij kunstenaars duurt het soms maar een paar jaar. Ik dacht: dat zien we dan wel weer. Ik dacht: ik moet. Nu. Dit. En dat duurde dus 45 jaar."

Het verhaal is dat je als 16-jarige scholier met een lijstje eindexamenvragen bij hem kwam en nooit meer bent weggegaan.

Een ironische lach (ze lacht veel, wat het gesprek een prettige, lichtvoetige ondertoon geeft): "Dat verhaal is een mythe. Het was ook te mooi om waar te zijn."

Dan: "Jan was een schrijver en die moet je nooit geloven. Of je moet ze wel geloven, maar de waarheid wordt altijd verpakt in een metafoor.

"Als je naast zo iemand leeft, kom je op den duur tot de werkelijkheid. Er zit een zekere ruimte tussen de waarheid van een schrijver en van degene die dat observeert."

Karina Gnirrep kwam in 1953 schuin tegenover Jan Wolkers te wonen, in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Haar vader, een loodgieter in de bouw, had grote bewondering voor de beeldhouwer Jan Wolkers. Karina zag de aantrekkelijke kunstenaar weleens lopen, "naast zijn mooie Franse fiets" als ze van driehoog naar buiten keek, alsof "ik in een theater zat".

Ze ontmoette hem voor het eerst op het terras van het Miranda Paviljoen, juni 1962. "Nu een soort ontmoetingsplaats voor zakenlieden die iets met hun secretaresse wensen, in die tijd een boerderetteachtige uitspanning." Karina schrok toen ze hem daar opeens zag zitten: de man die ze altijd van bovenaf had bekeken, achter glas. Er waren twee stoelen vrij.

"Ik liet dus keurig een stoel tussen ons in staan en ik stak een sigaret op - zo zie je, ha, dat roken toch heel nuttig kan zijn - een Gauloise, natúúrlijk zeg..."

Een artistieke sigaret.

"Een artistieke sigaret, precies. Voor minder deed je het niet. Dat prachtige blauw van dat pakje. Daar zitten nu allemaal stickers op. Zonde! Het moest verboden worden, design zo te verpesten..." Een Wolkeriaanse uitweiding.

"Ik kreeg de sigaret niet aan, dat is me nooit goed gelukt in de buitenlucht want het waait altijd. Opeens kwam daar een hand met een vlammetje. Dat was Jan. Hij vroeg wat ik las. Ik had Winnie the Pooh in mijn tas. En David Copperfield.

"Daar spraken we over. Hij zei: 'Je moet eens op mijn atelier komen.' Zo is het langzaam aan geraakt. Een jaar later trok ik bij hem in, met Pasen. Kun je nagaan hoe aardig mijn ouders waren. Die stonden natuurlijk niet te trappelen om een schoonzoon van 20 jaar ouder."

Je was zelf 16. Op die leeftijd vind je een man van tegen de 40 ook echt oud.

"Helemaal niet. Helemaal niet! Dat komt ook omdat Jan dat jongensachtige altijd heeft gehouden, tot zijn 80ste. En ik viel niet op jongens van mijn eigen leeftijd - ik had altijd al oudere vriendjes van boven de 20. Ik heb nooit het gevoel gehad dat hij veel ouder was."

Ook niet door zijn kijk op de wereld? Hij was natuurlijk een stuk volwassener.

"Nou, volwassen, daar heb ik het niet over. Hij had een hekel aan het woord 'volwassen'. Dat betekende het inleveren van een heleboel.

"Mij boeide juist wat hij had meegemaakt, wat hij te vertellen had, wat hij wist. Het was bijna een leraar-leerlingverhouding. Hij leerde je zien. Hij leerde je kijken. Zoals Jan Nederland leerde kijken. In die natuurprogramma's, met aandacht voor zo'n heel klein beestje en hoe mooi dat in elkaar steekt."

Bleef je omgaan met je vriendinnen? De mensen om je heen?

"Die liet ik achter me. Ik volgde een balletopleiding. Daar ben ik vrij snel mee gestopt toen ik eenmaal bij Jan was ingetrokken. De bijbehorende vriendinnen zag ik ook niet meer.

"Je moet niet vergeten dat Jan een, ik zoek het goede woord, in het Engels is het overpower, een man was die een enorme invloed had op je leven.

"Hij had over alles een uitgesproken mening. Over hoe je eruitzag, welke kleren je goed stonden."

Wat vond hij mooi?

"Wat ik nu aanheb."

Een zwarte elastische wikkeljurk met witte stippeltjes en suède pumps met stevige hakken eronder - dezelfde jurk die ze droeg op de crematie.

"Jan hield van strakke kleding. En van een enigszins volslank figuur. Een beetje het Renoirmodel."

Het lijkt me moeilijk je eigen identiteit te ontwikkelen onder invloed van zo'n overheersende persoonlijkheid.

Weer die ironische lach: "Ja maar ik ben een heel koppig en eigenzinnig iemand. Anders had ik het ook nooit gered."

Waarom stopte je met ballet?

"Ballet is een vak. Daar ben je 's morgens, 's middags en 's avonds mee bezig. Ik vond het veel leuker om bij Jan te zijn. Trouwens: ik had best expressief talent, maar technisch nauwelijks. Zie je die vrouwen bij Het Nationale Ballet? Die hun been zo hoog kunnen optillen? Nou, dat van mij kwam niet verder dan zo (ze legt haar hand op heuphoogte). Dus wat wordt dan je carrière? Naar de opera in Wiesbaden om daar een beetje te gaan staan huppelen. Het is niet zo dat ik voor het balletdansen mijn leven had willen geven. Wel voor die man."

Had je toen nog een eigen leven, naast Jan?

"Ik zat op het avondgymnasium. Later ben ik Frans gaan studeren, Engelse literatuur, kunstgeschiedenis. Jan begreep dat het voor mij noodzakelijk was zelf iets te doen.

"En verder had ik de gewone dingen. Het huishouden. Opruimen. Jan schiep vanuit de chaos. Maar hij maakte wel chaos. Ik moest onthouden waar alle briefjes en papiertjes met afspraken lagen. Want anders kon je drie uur gaan lopen zoeken. 'Er zou toch iemand komen vandaag? Ik heb het opgeschreven. En het briefje lag daar!' Maar goed."

Dan was je toch weer voor hem bezig.

"Ja, natuurlijk. Ik heb dat nooit zo gescheiden gezien, eigenlijk. Die man had een beroep en dat moest hij kunnen uitoefenen. Ik zorgde dat hij kon werken. Zonder zijn werk kon hij niet functioneren in het leven. Zo was het. Maar als mensen denken dat ik een dienende functie had: dat is niet zo. Ik functioneerde in een tandem.

"Ik hield de agenda bij. Als er een lezing was, pakte ik zijn tasje in. Ik belde met de organisatoren om te regelen dat er een lessenaar en fatsoenlijk licht zou zijn.

"Alles wat hij schreef las ik als eerste. Alle vertalingen keek ik na. En aan de kennis die ik heb opgedaan tijdens mijn studies heeft hij in de loop der jaren verschrikkelijk veel gehad. Jan was na drie maanden mulo ('meer uitgebreid lager onderwijs', een vroeger schooltype dat volgde op het lager onderwijs, red.) van school afgegooid, ik kon hem tijdens onze wandelingen door het Amsterdamse Bos de geschiedenis vanaf de Franse Revolutie vertellen."

Had hij het alleen gekund?

Zonder aarzeling: "Dan was er wel iemand anders geweest die dat gedaan had, hé. Jan was nou niet de persoon om alleen door het leven te gaan."

Ik zoek naar jouw rol. Het was altijd: Jan Wolkers. En daarnaast had je Karina, de vrouw op de achtergrond. Ik denk dat jouw rol weleens is onderschat.

Hard lachend: "Nou, niemand heeft er ooit naar gevraagd."

Het draaide voornamelijk om hem.

"Ja, maar dat is ook logisch. En ik vond het ontzettend prettig om in de coulissen te staan. Om te kijken hoe hij het deed. En later te zeggen: nou, dit had wel een beetje zus of zo gekund."

Hij luisterde goed naar je.

"Dat denk ik... jaha. Absoluut."

Lichte verwondering in haar aangename, lage stem: "Ja, dat was eigenlijk vanzelfsprekend, dat hij naar mij luisterde."

Maar je paste je wel aan.

"Ja, ik deed wel mee. Ik had ook kunnen zeggen: ja, sorry hoor, maar ik word balletdanseres."

Of ik ga wijde truien dragen.

"Ja, daar kon hij dus niet tegen. Dat kon hij niet hebben. Ik had ook nooit kunnen zeggen: ik ga twintig kilo afvallen, want ik wil op Twiggy lijken."

Dat had niet gekund?

"Nee. Want mijn rol was natuurlijk ook die van muze. Daarmee kun je eigenlijk alles samenvatten."

Wat is dat precies in jouw ogen, een muze?

"Wat is nou een muze? Het is niet de-vrouw-van. Niet de-echtgenote-van."

Stilte.

Nadenkend: "Iemand die een illusie werkelijkheid kan maken. Dat is de juiste formulering."

Hoe deed je dat?

Ongeduldig: "Dat doe je niet. Dat komt van dáár."

Ze zwaait met haar hand naar ergens ver weg.

Wel mooi, om een muze te zijn.

"Ja... een muze is mooi. Maar je kunt er niet voor studeren. Het is toeval."

Je wás het al - vanaf je geboorte.

"Je hebt iets wat bij anderen een illusie opwekt. Wat anderen enthousiasmeert. Ik had als kind al een spontaniteit die jongetjes heel aantrekkelijk vonden. Een meeslependheid die ik nooit heb gemanipuleerd, maar waarvan ik nu wel weet dat ik 'm bezit."

De lange eettafel, uitkijkend op de weilanden en de grote vijver in de achtertuin, is gedekt voor een gulle lunch, in de traditie van het gastvrije echtpaar Wolkers. Zalmsandwiches met citroen en dillesaus, driehoekjes casinobrood met blauwe en belegen kaas, verse ananas met gezoete crème fraîche, gebakjes gevuld met hazelnootmousse en kokos.

Zonen Tom en Bob en vriendin Leonie eten mee - de tweeling, die in Tilburg woont, logeert deze weken bij zijn moeder. "Kijk", wijst Bob, naar een klein wild konijn, scharrelend in de tuin, "daar zit het konijntje weer." Na het eten gaan ze samen wandelen in het bos, de 26-jarige zoons uit Jan Wolkers' derde huwelijk. "Dag lieverdjes", zegt Karina.

Jan Wolkers en zijn vrouw verhuisden in 1980 vanuit Amsterdam naar Texel, nadat Karina zwanger was geraakt, op haar 34ste. Toch nog.

"Ik zei altijd: ik wil geen kinderen. Veels te lastig."

Jan durfde er niet aan te denken. Hij had al twee zoons uit zijn eerste, rampzalige huwelijk, met apothekersassistente Maria de Roo. Jongens die erg hadden geleden onder het ongeluk van hun ouders, vertelt Karina, voorzichtig.

"Jan kon er niet nog eens een baby bij een andere vrouw bij hebben. Hij zou daar ernstig van in de war zijn geraakt."

In hun Amsterdamse huis hing die nauwelijks te bevatten herinnering, waarover Jan Wolkers schreef in Een roos van vlees. Hier kwam zijn 2-jarige dochtertje Eva om, ook geboren in het huwelijk met zijn eerste vrouw.

Karina vertelt, zacht: "Hij heeft het zichzelf nooit vergeven. Hij zei altijd: in een slecht huwelijk kunnen zulke dingen gebeuren. Waar wederzijdse irritatie en herrie is, kan het kind het slachtoffer worden van een moment van vergeten."

Nog zachter, in korte zinnen: "Het kindje was achtergelaten in de wastafel. De moeder was weggelopen. Beneden ontstond ruzie. Het kindje draaide de hete kraan open en is verbrand. Te gruwelijk voor woorden."

Uit Een roos van vlees: "Ze heeft het meisje uit de wastafel met heet water getild en hier in een teil met koud water in de douche gezet. Toen ze met het kindje in een deken gewikkeld met de ziekenauto vertrokken was vond ik op de vloer van de douche het vel van haar handje."

Kon je hem erbij helpen?

"Wat kun je erover zeggen? Niks. Het is een levenslang drama. Zolang hij leefde, heeft hij er elke dag aan gedacht. Net zoals aan de dood van zijn oudere broer, die in de oorlog stierf aan difterie. Die twee tragedies zijn voor hem op den duur samengesmolten."

Het werd ook niet minder in de loop der jaren?

"Jan zei dat het sterker werd."

De tijd heelt niet alle wonden.

"De tijd heelt niets. De tijd maakt het alleen maar duidelijker. Hij had zulke grote schuldgevoelens. Zo'n diepe angst en bezorgdheid om zijn andere kinderen. Altijd bang dat ze iets zou overkomen. Tot op de dag van zijn dood."

Je leest van die lieve details, over hoe hij met Bob en Tom omging toen ze nog klein waren. Eerst 's ochtends de yoghurt uit de koelkast halen omdat die anders te koud zou zijn.

Glimlach: "Ja... Hij was bang dat ze anders pijn aan hun maagjes zouden krijgen."

Karina wilde wel kinderen, realiseerde ze zich toen ze ouder werd. En Jan durfde het ook aan nadat zijn jongste zoon het huis van zijn ex-vrouw had verlaten.

Waarom gingen jullie naar Texel?

"Zijn oude huis was natuurlijk wel belast door de dood van dat kind."

Hij wilde voor zijn kinderen met jou een nieuw huis?

"Ik denk het wel, realiseer ik me nu. Hij was dol op dat atelier, we hadden het idee dat we er nooit meer weg zouden gaan en opeens konden we zo vertrekken."

Het was een rottijd, de tijd voor ze naar Texel verhuisden, de jaren tussen 1977 en 1980, vertelt Karina. "In ieder huwelijk zijn wel mindere perioden - dit was er een."

Jans zwaar gereformeerde vader overleed, eind 1976. "Zijn vader was voor hem altijd een soort afscherming van de dood geweest - die zat hem nu ineens in zijn nek. In die familie heeft altijd een diep doodsbesef gezeten. Zijn vader kon geen rouwkrans tegen een schuurtje zien hangen of hij zei: kijk vrouw, dat is het leven, dat uitloopt op de dood. Dat besef zat er bij Jan van jongs af aan erg in. Kunstenaars hebben misschien ook een grotere doodsangst dan wij, gewone stervelingen. De angst om te overlijden voordat eruit is gekomen wat erin zit."

En Jan nam afscheid van zijn eerste gezin. Karina vertelt er aarzelend over. "Hij heeft er nooit in het openbaar over gepraat. Het was ontzettend pijnlijk voor hem."

Zijn andere zoons woonden toch bij hun moeder?

"Jan ging daar elke dag op bezoek. Hij haalde zijn jongste zoontje van school en bracht het naar zijn moeder toe - de oudste was al het huis uit. Elke dag dronk hij daar thee... Dat weet niemand. Jan bemoeide zich dagelijks met zijn andere kinderen. Die periode is heel..." Ze mompelt iets over Jans machteloosheid, dat hij niet voor zijn oudste zoons kon zorgen, dat hij niet bij hen was. "Biologisch vaderschap is niets", zei hij altijd, "sociaal vaderschap is alles."

Dat moet voor jou ook moeilijk zijn geweest.

"Jan was een gevoelig mens. Iemand die diep voelde."

Hij was nog erg bezig met het stukgelopen huwelijk?

"Ja. Nou ja. Je kunt je wel voorstellen dat ik sommige dingen niet vertel. Het is te erg. Een slecht huwelijk is vreselijk. Mensen vreten elkaar op. Ze maken elkaar kapot. Terwijl: na de scheiding, toen ze niet meer samen in een huis hoefden te wonen, in een bed hoefden te slapen, konden Jan en Maria heel goed met elkaar opschieten."

Dan: "Hij zei weleens iets tegen mij dat veel harder aankwam dan de bedoeling was. Dat eigenlijk voor iemand anders was bestemd, van lang geleden. Dat leer je onderscheiden, in de loop der jaren. Je moet jezelf een beetje harden.

"Jan was niet altijd even vrolijk. Dan kun je twee dingen doen. Vragen: wat is er met jou? En dan zegt hij niets, of loopt de deur uit. Of je denkt: laat maar gaan, ik heb mijn eigen werk. Je moet het talent hebben iemand met rust te laten - ik denk dat dat in een gewoon huwelijk ook zo is.

"Toen ik jong was, leed ik daar wel onder. Ik dacht dat ik hem boos had gemaakt. Later leer je dat het niets met jou te maken heeft. Een van de drijfveren van zijn schrijverschap was het vormgeven aan dingen die waren misgegaan in zijn leven. Daarvoor moest hij gruwelijke beelden oproepen uit zijn verleden. Dat je op een zondagochtend in de woonkamer staat, je hebt herrie met je vrouw - en dan komt het water door het plafond naar beneden. 'O God, het kind zit...' Om dat allemaal weer naar je toe te halen, plus wat volgde...

"Toen het gebeurde, was hij even oud als Tom en Bob nu. Een jongen. En dan nog zo'n heel gevoelige jongen, behept met een gereformeerd schuldbesef."

"Pok!", klinkt het hard tegen het raam. "O jezus", zegt Karina terwijl ze opstaat, "oei! Dat ziet er niet goed uit." In de tuin dwarrelt een wolk veertjes. Het valt mee, blijkt buiten. Van de vogel is nog maar een stipje te zien, weer boven in de lucht. "Een duif", zegt Karina als ze het neergedwarrelde dons inspecteert. "Die zijn robuust."

Kun je je hierna nog een leven voorstellen met een andere man?

Meteen: "Ah neeeee. Bah."

Hij was twintig jaar ouder - heb je altijd geleefd in het besef dat hij eerder zou sterven?

"Je hebt altijd geweten dat hij eerder zou doodgaan, zeggen mensen dan. Welnee. Zo werkt dat absoluut niet. Totale ontkenning tot het moment dat de boodschap kwam: nu is het echt afgelopen. Trouwens, je kunt altijd zelf nog van het keukentrapje vallen."

Jullie waren een erg fysiek stel. Was het lastig dat jullie lichamelijk uit elkaar groeiden naarmate hij zwakker werd?

"Ach, je libido verandert ook als je ouder wordt. Doordat ik hem zo verzorgde, kwam ik juist lichamelijk veel dichter bij hem te staan. Intiemer dan wanneer je lekker een potje neukt en daarna weer uit elkaar gaat. Maar er was geen seks meer met orgasmen en dat gedoe, nee."

Ik vraag het omdat het een belangrijk aspect in jullie verhouding was.

"En omdat hij altijd zeer bereid was dat eens even te vertellen!"

Uitgelaten lach.

Dat vond hij leuk?

"Natuurlijk vond-ie dat leuk. Vond-ie énig."

En jij?

"Ik zag dat helemaal niet als iets bijzonders. Iedereen dacht: o jee, ze zal zich wel schamen. Ik dacht: hij zegt het. Het zal wel."

Was het niet vervelend dat er van alles over je privéleven naar buiten kwam?

"Helemaal niet. Want dat was de truc natuurlijk: het ging helemaal niet over mijn privéleven. Het ging nóóit over zijn privéleven. Alleen een heel slim iemand had nog weleens ergens iets uit kunnen afleiden. Het waren allemaal uitvergrotingen. Journalisten vinden het fijn zo'n verhaal te krijgen."

Het waren prachtige verhalen.

"Ja, natuurlijk. Wat dacht je? Ik ben mijn hele leven nieuwsgierig geweest naar wat er nu weer kwam. Het was altijd onverwacht. Hij maakte alles opnieuw. Hij gaf nooit geijkte antwoorden.

"Als je in het oog van de orkaan zit, is het ontzettend stil. Al die tijd besefte ik nauwelijks wat voor invloed Jan had op de buitenwereld, omdat hij er zelf helemaal niet mee bezig was. Ik ken niemand die zo goed tegen roem kon, tegen verering, heiligenverering bijna, aan het einde van zijn leven. Terwijl veel anderen die maar even succes hebben meteen hun kop kwijtraken, niet meer kunnen schrijven, verkeerde auto's gaan kopen. Jan heeft zich er nooit iets van aangetrokken."

Was het adoratie, wat je voor hem voelde?

"Nee... het was ontzag en respect. En intense liefde natuurlijk."

Ze zegt: "Het klinkt geforceerd om in de verleden tijd te spreken want er is geen verleden tijd. De tijd gaat gewoon door. Dat heeft hij ook weleens gezegd: 'Als Karina plotseling overlijdt, weet ik zeker dat alles doorgaat. Dan ga ik toch weer naar mijn atelier en doe ik alle dingen die ik altijd deed.' Ja, dacht ik toen wel: wie moet dan de belastingopgaven doen? De rekeningen betalen? De post beantwoorden? Maar goed."

Karina lacht, en ineens klinkt de echo van de lach van Jan Wolkers.

Het is langzaam donker geworden in de kamer - buiten schijnt een schijfje maan, een Turkse maan.

Het valt me op dat je jezelf zo weinig noemt - telkens breng je het gesprek terug op hem.

"Waarom zou ik mezelf noemen? We zijn één."

Ja?

"Ik hoor bij hem. Hij hoort bij mij."

Hij zit in jou?

"Hij zit in mij. En ik in hem. Hij is niet dood."

Ze knipt de lampen aan.

Wat is nou een muze? Het is niet de-vrouw-van. Niet de-echtgenote-van. Het is iemand die een illusie werkelijkheid kan maken. Die iets heeft wat bij anderen een illusie opwekt. Wat anderen enthousiasmeertDat hij er niet meer is, dat gevoel heb ik nu nog niet. Nu is hij er gewoon. Hij is aanwezig. Als ik alleen ben, hoor ik hemJan en ik zijn één. Ik hoor bij hem. Hij hoort bij mij. Hij zit in mij. En ik in hem. Hij is niet dood

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234