Donderdag 23/01/2020

'Ik wist niet wat te doen met die rugzak'

Brahim Farisi (28) hield de tweede bommenrugzak van 22 maart in zijn handen en besloot die in een container met oude kleren te droppen. 'Ik ben niet zo'n kampeerder.' Hij wordt nog steeds beticht van terreuractiviteiten, maar na zeven maanden tussen de zwaarst geradicaliseerden in Vorst is Brahim weer vrij.

Het is nog vroeg in de namiddag, maar als hij in het volkscafeetje in Anderlecht een rode wijn bestelt, is dat schijnbaar onderdeel van een statement: "Ja, ik drink alcohol. Ik heet Brahim, maar ik drink alcohol. Te veel, soms. (lacht) Het is allemaal één gigantisch misverstand."

Hij stelde zijn ondervragers ook voor om tijdens een verhoor ter plekke te demonstreren dat hij alcohol zeer weet te waarderen, maar kreeg uiteindelijk toch alleen maar water. Op de foto wil hij niet. "Ik wil het achter mij laten, ik wil er niet de hele tijd op aangesproken worden."

Brahim Farisi is taxichauffeur. Hij is de jongere broer van Smaïl Farisi (31), de huurder van het kleine flatje in de Kazernelaan in Etterbeek waar de kamikazes van Zaventem en Maalbeek zich schuilhielden tot net voor ze op 22 maart toesloegen. Smaïl is een jeugdvriend van Khalid El Bakraoui. "Smaïl heeft zich laten misbruiken", zegt Brahim. "Hij wist hier écht niks van af, dat weet ik helemaal zeker."

Smaïl woonde nog halvelings in bij zijn ouders in Anderlecht, maar meende iets geniaals te hebben bedacht. Hij huurde het flatje voor 650 euro in de maand, ging zich vervolgens in Etterbeek inschrijven om daar bij het OCMW maandelijks een leefloon van 750 euro te vangen. Tel uit je winst. Plus een geheim adresje waar hij in het weekend met zijn liefje kon crashen of dat hij af en toe in ruil voor wat cash kon onderverhuren.

"Smaïl en Khalid El Bakraoui hebben samen op school gezeten", zegt Brahim. "Ze waren jeugdvrienden. Wij wisten dat allemaal niet, dat zijn broer Ibrahim in de zomer in Turkije was opgepakt en op een vliegtuig naar Schiphol gezet. Voor Smaïl was Khalid gewoon een vroegere maat die op zoek was naar een tijdelijk dak boven zijn hoofd. Khalid is ergens in de maand oktober in dat flatje ingetrokken. Smaïl gebruikte het zelf nauwelijks nog. Ik heb er in september nog tien dagen gelogeerd. Je kunt je niet voorstellen hoe klein het daar is. Veertien vierkante meter. Toen we daar met de speurders een wedersamenstelling moesten gaan houden, lukte dat niet. Te weinig ruimte voor al die mensen."

Het was de bedoeling dat Khalid El Bakraoui maar een paar dagen zou blijven. Dagen werden weken en weken maanden. Volgens zijn broer kreeg Smaïl problemen met de huisbaas, die de sleutel terugeiste.

Een apart geval

Helaas: El Bakraoui, inmiddels internationaal opgespoord vanwege zijn betrokkenheid bij de aanslagen in Parijs, kwam telkens met een nieuwe smoes waarom hij nog niet was vertrokken. En intussen moest Smaïl vaststellen dat ook Ibrahim, de andere El Bakraoui, in de flat was komen wonen en ook een Zweed met een baard, bijna het archetype van een IS-strijder.

"Het is niet te geloven dat ze daar met z'n drieën hebben gewoond", merkt Brahim op. "Waarom mijn broer dit tot in maart heeft getolereerd? Goh, Smaïl is een apart geval. Hij leeft van uitgaan, il aime rigoler. Hij heeft in zijn hele leven nog geen dag gewerkt. Hij heeft ooit vijf jaar lang op straat geleefd. Dat flatje maakte deel uit van zijn grote plan om eindelijk eens zijn leven in handen te nemen. Ik bedoel: Smaïl is niet zo iemand van strikte afspraken. Hij kreeg van Khalid wat geld, als huur, maar hij wou in de eerste plaats dat die kerels opkrasten. Drie dagen voor 22 maart heeft hij zich kwaad gemaakt: nu moeten jullie echt wegwezen."

Het was het moment waarop Khalid, de latere kamikaze van Maalbeek, de gevleugelde woorden uitsprak: "Maak je geen zorgen, tegen dinsdag zijn we weg." Brahim zucht. "Ja, en ze waren echt weg."

Prioriteit 1: de huisbaas

En nu komt het kritieke punt voor de broers Farisi. Het is niet aannemelijk dat zij na 22 maart niet onmiddellijk zelf de link legden. Het is in de ogen van de speurders totaal onaannemelijk dat Smaïl als kennis van El Bakraoui niet zelf snapte dat hem bij de eerste beelden van de drie mannen achter hun trolleys in Zaventem slechts één ding te doen stond: de politie verwittigen over dat flatje, zodat daar aan sporenonderzoek kon worden gedaan.

"Ik denk soms dat het voor Smaïl te groot was om het te beseffen", probeert zijn broer een verklaring te bedenken. "Dat het te groot was om de gedachte toe te laten. Ik heb Smaïl intussen al negen maanden niet meer gesproken.

We werden na onze arrestaties van elkaar afgezonderd. Ik heb enkel een paar van zijn verhoorteksten mogen lezen. Het enige wat ik zeker weet, is dat hij niets, totaal niets, met de aanslagen te maken heeft.

"Op woensdag 23 maart, de dag na de aanslagen dus, heeft hij mij gevraagd of ik hem kon helpen wat spullen te verhuizen. Het was dringend, zei hij. Vanwege de huisbaas die maar bleef bellen. Hij stond onder druk, wachtte al zo lang op het moment dat hij eindelijk dat flatje kon leegmaken. Hij was volgens mij alleen daarmee bezig. Meer met die sleutel dan met de aanslagen."

Poetsen

Hij bestelt nog een wijntje, zegt dat hij het best wel kan begrijpen dat het een lastig te vertellen verhaal is, zeker aan de politie.

"Maar als wij echt iets te verbergen hadden, dan waren we tijdens die verhuizing toch niet perfect herkenbaar voorbij een bewakingscamera gelopen? Dan had mijn broer zijn naam toch niet op de bel gezet? En dan zouden ze mij toch niet hebben vrijgelaten?"

Brahim en zijn broer worden nog steeds beticht van 'deelname aan de activiteiten van een terroristische groep, terroristische moorden en pogingen tot terroristische moorden, als dader, mededader of medeplichtige'. Omdat ze al poetsend en ruimend cruciaal bewijsmateriaal hebben doen verdwijnen.

"We hebben gepoetst zoals elke huurder dat doet aan het eind van de huur", zegt Brahim. "De flat lag vol spullen die die gasten daar hadden achtergelaten: een flatscreen, een PlayStation, een matras, kleren... Ja, als ik toen had geweten dat die dingen iets te maken hadden met 22 maart, dan had ik ze natuurlijk nooit aangeraakt."

En dan was er ook nog de rugzak. Op camerabeelden was te zien hoe Osama Krayem die ochtend in metrostation Pétillon in Etterbeek afscheid nam van Khalid El Bakraoui met een identieke rugzak op zijn rug. Maar anders dan El Bakraoui stapte de Zweed op de roltrap en ging terug naar het flatje in de Kazernelaan. Hij spoelde alle TATP-explosieven weg in het toilet.

"Wat moet je daarvan denken? Oké, fijn dat hij zich niet heeft opgeblazen en er niet nog meer slachtoffers zijn gevallen, maar hij maakte wel deel uit van het moordcommando. Hij wist wat er te gebeuren stond. Als hij er dan toch uit wilde stappen, waarom is hij dan niet een dag voor de aanslagen naar de politie gestapt? Hij had meer dan dertig levens kunnen redden. Nu, ik ben de Zweed ergens dankbaar. In zijn verklaringen bevestigt hij dat Smaïl en ik nergens van afwisten."

Zelf naar de politie

In de dagen na 22 maart bleven speurders wanhopig zoeken naar de tweede rugzak. Er werd gevreesd dat de man met de baard nog eens zou toeslaan. In werkelijkheid waren het Brahim en zijn broer die ermee op stap waren. Brahim vertelt er achteloos over, alsof hij ook nu de link nog niet kan of wil leggen met de aanslagen van 22 maart.

"We hebben een grote taxi gebeld en de spullen verdeeld onder de mensen die er nog wat mee konden. De matras hebben we in Anderlecht naast een container van Spullenhulp achtergelaten. Met wat overbleef van de kleren zijn we naar een liefdadigheidscentrum in de Ulensstraat in Molenbeek gereden (Islamic Relief Belgium, dat geld en spullen inzamelt voor de vluchtelingen in het door IS gecontroleerde Mosul, DDC). Daar is ook zo'n container. Smaïl vroeg me of ik de rugzak wilde houden. Ik wist niet wat ik ermee moest, ik ben niet zo'n kampeerder. Dus ging ook de rugzak de container in. Ik kan begrijpen dat de speurders het allemaal heel raar vonden, dat het leek alsof wij een rol hadden in de aanslagen, door sporen te wissen. Maar als dat zo was, dan ga je jezelf toch niet aangeven bij de politie?"

Want dat hebben de broers uiteindelijk toch gedaan, op 8 april.

"Smaïl had telefoon gekregen van de huisbaas, dat de politie er de boel was komen doorzoeken en verzegelen. Wij samen daarnaartoe. De politie was al weg, maar er stonden nog wat camerawagens en we vroegen aan iemand van VTM wat er aan de hand was. Die legde het ons uit.

"We zijn dan met z'n tweeën naar de lokale politie in Etterbeek gelopen, daar vlakbij. Eerst deed iedereen heel gewoon, maar opeens moesten we op onze knieën gaan zitten en trokken alle agenten hun wapens: 'Niet bewegen of we schieten.'

"De politiemensen die je begeleiden, worden niet verondersteld te weten wie je bent. Voor hen draag jij een stempel: terrorist. Dan leef je de hele tijd met die dwanggedachte: wat is er op mijn hoofd komen vallen? Je spreekt jezelf moed in, je zegt tegen jezelf dat elke dag je een dag dichter bij je vrijheid brengt. Ik ben in Vorst één keer uit mijn dak gegaan. Lap, vier dagen cachot. Vier dagen in een totaal isolement."

Ook in de gevangenis werd geen onderscheid gemaakt. Brahim kwam terecht op de aparte vleugel in Vorst, met uitsluitend terreurverdachten.

"Zeven maanden is lang. Het was er akelig stil, doods. Je zit er vierentwintig uur per dag op cel, je hebt zelfs geen recht op een wandeling. Er zijn in totaal zo'n vijftien gedetineerden, maar je hebt nauwelijks contact. Dus je zit daar maar, te hopen dat de tijd wat sneller voorbijgaat. Op een dag zuchtte ik, tegen niemand in het bijzonder, dat ik zo'n zin had in een pintje. Vanuit de cel naast de mijne riep iemand: 'Mécreant!' Ongelovige. Zo is de sfeer daar.

"De procureur die ons dossier beheert, heb ik vaak nog in mijn taxi gehad. We herkenden elkaar direct. Je voelt wel dat veel van die mensen, ook onderzoeksrechter Berta Bernardo-Mendez, binnenin wel wisten dat ze in een iets te brede kring mensen hadden opgepakt. Zo gaat dat nu eenmaal bij terreuraanslagen.

"Wij gaan ervan uit dat ook Smaïl binnenkort vrijkomt en dat we ooit op het proces over de aanslagen onze uitleg kunnen doen. We hebben iets stoms gedaan, dat klopt. Maar we wisten niet beter."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234