Woensdag 02/12/2020

Zeger en Xander van 'Kamp Waes'

‘Ik wist eerlijk gezegd niet dat België over Special Forces beschikte’

Beeld Koen Bauters

Vijfduizend inschrijvingen, vijftien uitverkoren kandidaten en slechts vijf winnaars: dat is de brute eindbalans van Kamp Waes, waarin Tom Waes vol ontzag toekeek hoe onbevreesde kandidaten zich onderwierpen aan de haast onmenselijke Special Forces-opleiding. Naast Debbie, Joni en
David bewezen ook Zeger en Xander dat ze acht dagen lang op een regime van slaapdeprivatie, stress en uitputting kunnen overleven. ‘Onderweg naar huis is mijn vader gestopt aan de McDonald's: daar heb ik me volgepropt.’

Hebben jullie je meteen ingeschreven toen je Tom Waes’ oproep zag?

Zeger van Noten: “Mijn mama had de oproep gezien: 'Zeger, jij moet je daarvoor inschrijven!' Ik vond dat zo'n groot compliment dat ik 't meteen heb gedaan.”

Xander Denys: “Jij hebt drie broers: heeft ze dat dan ook tegen hen gezegd?”

Zeger: “Nee, terwijl het toch ook sportmannen zijn.”

Vier zonen: lukt dat voor je moeder?

Zeger: “Ze krijgt weleens een inzinking. Wanneer we thuiskomen van de sportclub gooien we onze sportzak in de gang. Onze kamer is soms een puinhoop, en we laten overal eten staan. Ze loopt achter ons gat om alles op te ruimen. Mocht ik één week in haar schoenen staan, ik zou gek worden.”

Kun je dan niet wat meer je best doen?

Zeger: “Ik doe mijn best, hè. Maar volgens mij zit dat niet in de aard van een jongen. Ik zie dat bij mijn broers: die zijn krek hetzelfde. We doen één dag ons best, om dan weer twee weken alles te laten rondslingeren.”

Xander: “Ik heb mezelf ingeschreven voor ‘Kamp Waes’. Zodra je bij de laatste 50 bent, moet je allerlei testen ondergaan en kun je ook een gezicht op de anderen plakken: 'Shit, die ziet er keisterk uit, ze gaan zeker hém kiezen!' Toen ik te horen kreeg dat ik bij de laatste vijftien zat, voelde dat aan als een winnend loterijticket in handen krijgen.”

Kenden jullie de Special Forces al?

Zeger: “Ik wist eerlijk gezegd niet dat België over zo'n eenheid beschikte.”

Xander: “Ik ook niet.”

Zeger: “Er zijn maar een paar tientallen Special Forces-operators in België, omdat niemand door de selectieprocedure raakt: veel te zwaar. En je weet dat je acht à tien maanden per jaar op geheime buitenlandse missie moet. Wie wil dat doen als hij een gezin heeft?”

Xander: “Plus: de militairen die bij ons nu al vijf jaar in het straatbeeld lopen, krijgen daar een premie voor. Daardoor ligt hun loon zodanig dicht bij dat van de Special Forces, dat velen denken: ik werk liever in eigen land dan in conflictgebieden.”

Kun je je voorbereiden op ‘Kamp Waes’?

Zeger: “Ik had op internet gelezen dat de Bergham Run de toegangsproef is van de Special Forces: 8 kilometer in 50 minuten afleggen, met een rugzak van 20 kilo om. Ter voorbereiding ben ik maandenlang elke dag met mijn hond gaan wandelen terwijl ik een rugzak van 25 kilo droeg. Ik ben ook dagelijks met die rugzak een rondje in het park gaan lopen, met legerbottines aan. De mensen uit mijn buurt dachten dat ik gek geworden was.”

Xander: “Ik heb de Antwerp 10 Miles gelopen – 16 kilometer – met een rugzak van 13 kilo, en ben daarna nog vaak met een rugzak gaan joggen.”

Zeger: “Op navigeren met kaart en kompas kon je je ook voorbereiden. Er zijn verenigingen in Vlaanderen die wekelijks oriëntatielopen organiseren. Ik heb een vijftal keer deelgenomen, maar had ik geweten hoe zwaar ‘Kamp Waes’ zou zijn, dan had ik er aan twintig meegedaan.”

‘Van andere kandidaten heb ik gehoord dat ze weken na het programma nog naast hun bed wakker werden en op de grond lagen te sluipen’Beeld Koen Bauters

Uit die droppings bleek vooral dat niemand nog kan kaartlezen. Komt dat door apps als Google Maps en Waze?

Zeger: “Wellicht. Toen we vroeger met het gezin op reis gingen naar Oostenrijk, reed mijn papa en zat mijn mama naast hem met de wegenkaart op schoot (lacht). Dat kun je je nu niet meer voorstellen.”

Xander: “Nu, de schaal van de kaarten die wij kregen, was 1 op 50.000 - normaal is dat 1 op 20.000. En ze dateerden uit 1993, waardoor veel nieuwe wegen er gewoon niet op stonden.

“Ik heb me trouwens ook nog op een andere manier voorbereid, via de Wim Hof-methode: een combinatie van ademhalingstechnieken en koudetraining. Tien dagen voor ‘Kamp Waes’ ben ik nog in een bad vol ijsblokjes gaan zitten. Dat bevordert je recuperatievermogen, maar het werkt ook mentaal: als je weet dat je een ijsbad aankunt, kun je heel veel aan.

“Ik ben na ‘Kamp Waes’ vennoot geworden bij Built For Endurance, een bedrijfje dat workshops geeft. We helpen mensen uit vastgeroeste gewoontes los te komen en hun eigen grenzen te verleggen. Zo'n ijsbad komt daarbij ook aan bod.”

Zeger: “Ik heb al eens meegedaan aan zo'n workshop: een fantastische ervaring. Heel gek: doordat je bloed naar je vitale organen stroomt, krijg je na 40 seconden in zo'n ijsbad een heel warm gevoel. Als je eruit stapt, voel je je zo stoned als een garnaal. Blijkbaar komt er na 40 seconden in een ijsbad evenveel dopamine vrij als na een paar uur joggen. Ik neem sindsdien elke ochtend een ijskoude douche.”

Jullie zijn vrienden geworden?

Xander (knikt): “Ik ben beginnen te kickboksen in dezelfde club als Zeger.”

Zeger: “We komen goed overeen: we zien elkaar een paar keer per week.”

Xander, jij eindigde in 2013 als 47ste in de Marathon des Sables. Ter vergelijking: toen Tom Waes in 2010 die 250km door de woestijn liep voor ‘Tomtesterom’, strandde hij op de 495ste plaats.

Xander: “Tom was op dat moment met tien projecten tegelijk bezig. Ik heb mij anderhalf jaar kunnen voorbereiden. Het is trouwens door ‘Tomtesterom’ dat ik me heb ingeschreven.”

Zeger: “Als het geen 3.000 euro zou kosten, zou ik het ook meteen doen.”

Xander: “Ik werd gesponsord door een bedrijf dat zich inzet voor goede doelen. Zo heb ik zelfs 2,5 keer m'n startgeld kunnen doneren aan een organisatie die weeskinderen in de sloppenwijken van Pretoria naar school laat gaan.”

Xander & Zeger. ‘We zijn de enige twee die ons niet hebben gewassen tijdens 'Kamp Waes': de weinige vrije tijd die we hadden, wilden we slapen.’Beeld Koen Bauters

GESTOTTER

‘Kamp Waes’ wordt bij de start van elke aflevering omschreven als 'het avontuur van een
leven'. Was dat ook zo?

Xander en Zeger (in koor): “Ja.”

Andere kandidaten schreven zich in omdat ze 'op zoek waren naar een nieuwe uitdaging' of omdat ze 'hun grenzen wilden aftasten'. Wat was jullie motivatie?

Xander: “Ik streef er voortdurend naar om een betere versie van mezelf te worden. Ik ben bijvoorbeeld altijd een langeafstandsloper geweest die bang was voor vechtsport. Maar ik heb me over die angst heen kunnen zetten, en ondertussen ben ik ook kickbokser.”

Zeger: “Bij mij is mijn gestotter een grote drijfveer geweest. Ik wilde laten zien dat het me niet zou beperken om op tv te komen. Vroeger had ik er een groot complex over: ‘Niemand hoeft te weten dat ik stotter, anders gaan ze me uitlachen.’ Tot ik inzag dat je over zoiets juist open moet zijn.”

Ben je er vroeger mee uitgelachen?

Zeger: “Nee, ik heb gelukkig altijd goede vrienden gehad. ‘Het is niet erg dat je even blijft hangen, Zeger, doe maar rustig!’ zeiden ze dan. Maar ík vond dat wel erg. Het heeft tot mijn 20ste geduurd eer ik er openlijk over kon praten. Ik weet nog dat ik eens met mijn ouders en mijn broers naar tv aan het kijken was, toen er plots een ‘Telefacts’-documentaire over stotteren begon: ik ben weggegaan, omdat ik er niet naar kón kijken. Ik wilde niet onder ogen zien dat ik een probleem had. Mijn moeder heeft me een paar keer aangeraden om hulp te zoeken, maar ik wuifde dat altijd weg. Je moet eerst kunnen toegeven dat je een probleem hebt, voor je er iets aan kunt doen.

“Ik heb nooit een vriendin gehad in mijn tienerjaren. Omdat ik liever verborgen hield dat ik stotterde, kon ik niemand toelaten in mijn leven. Tegen het einde van mijn puberteit wilde ik dat compenseren. Ik wilde de sociale erkenning krijgen dat ik een stoere bink was, dus ging ik elk weekend pinten drinken. In het begin hielp dat ook: je wordt spontaner en losser als je drinkt. Ik was gespierd omdat ik aan powertraining deed, maar ik was totaal niet sportief: ik kon nog geen 100 meter joggen. Ik wilde vooral cool overkomen, zodat mijn stotteren naar de achtergrond zou verdwijnen, maar ik pakte het probleem niet aan bij de bron.

“Na twee jaar elk weekend uit te gaan, begon ik in te zien dat het m'n stotteren niet zou doen vergeten. Ik werd er ook ongelukkig van. Dus zocht ik iets dat mij eender wanneer kon helpen: joggen, zwemmen, fietsen, kickboksen. Als ik sportte, kon ik alles even vergeten, en ik hoefde me er achteraf niet schuldig over te voelen — in tegenstelling tot dat drinken. Sindsdien sport ik elke dag.”

Een vriend van mij stottert bij de ‘m’, en bestelde als kind bij de frituur altijd stoofvleessaus op zijn frieten, terwijl hij liever mayonaise wou. Herkenbaar?

Zeger: “Ja. Sommigen vermijden bepaalde klanken, anderen mijden sociale interacties. Dat kan ver gaan: je kunt zelfs je studiekeuze laten afhangen van je drang om moeilijke situaties te vermijden. Ik heb gekozen voor marketing, maar eigenlijk zie ik daar geen toekomst in voor mezelf. Ik wilde iets met sport doen, maar ik dacht: dan zal ik stage moeten lopen en mensen moeten aanspreken. Achteraf gezien een domme redenering, want als marketeer moet ik keiveel presentaties in verschillende talen geven. Ik ben bijna afgestudeerd, maar ik voel dat ik geboren ben om iets met sport te doen. Als ik een hele dag achter een pc moet doorbrengen, zou ik mijn leven haten. Ik ben gestart met een opleiding personal coaching. Ik wil mensen persoonlijk begeleiden bij het sporten.”

In ‘Kamp Waes’ zei je dat je hoopt een voorbeeld te kunnen zijn voor andere stotteraars. Heb jij zo'n voorbeeld?

Zeger: “Joe Biden stottert ook: ik zou het cool vinden als hij president van Amerika wordt.”

KOMISCH DUO

Een tactiek om jullie tijdens ‘Kamp Waes’ mentaal en fysiek onder druk te zetten, was slaapdeprivatie. Zeger, tijdens de observatie lag je gezellig te snurken, waarop je achteraf zei dat je last hebt van narcolepsie.

Zeger: “Vroeger op school viel ik vaak in slaap in het midden van de les. Eerst maakten de leerkrachten mij nog wakker, maar omdat het zo vaak gebeurde, lieten ze mij op den duur uren liggen. Mijn bloed is onderzocht, maar dat bracht niks aan het licht. Het is gewoon zo dat ik makkelijk in slaap val als ik niet getriggerd word.

“Nu, het is ook niet zo raar dat ik tijdens die test indommelde. Ik heb nog nooit zo weinig geslapen als tijdens ‘Kamp Waes’. (Denkt na) Tenzij misschien vroeger, toen ik een paar dagen na elkaar uitging (lacht).”

Xander: “Zeger was vaak met geen stokken wakker te krijgen (lacht). We zijn de enige twee die ons niet hebben gewassen tijdens ‘Kamp Waes’: de weinige vrije tijd die we hadden, wilden we slapen.”

Zeger: “We zijn gewoon met onze kleren aan in bed gekropen: fuck it. Het voordeel daarvan was dat we enkel nog onze schoenen moesten aandoen wanneer we weer eens wakker gemaakt werden.”

Was dat slaaptekort het zwaarste aan ‘Kamp Waes’?

Xander: “Ik vond de voortdurende onwetendheid het zwaarst: wat staat er ons allemaal nog te wachten? En dat ze je als persoon in twijfel trekken, was mentaal ook zwaar. Toen ik na de eerste nachtdropping op tijd terug in het kamp was, maar geen punten had gevonden, verweet operator Fly me egoïstisch te zijn, omdat hij dacht dat ik het zo gepland had om meer te kunnen slapen. Maar dat was helemaal niet zo: bij de allereerste oriëntatieproef was ik 5 minuten te laat, en was Fly superkwaad: ‘Orde en stiptheid zijn heel belangrijk!’ Dus had ik mezelf ingeprent: ‘Wat er ook gebeurt, ik moet altijd op tijd arriveren in het kamp.’”

Xander: 'Mocht ik jonger zijn, dan zou ik overwegen om bij de Special Forces te gaan.' Zeger: 'Ik heb het goed thuis, waarom zou ik dan conflict­gebieden gaan opzoeken?'Beeld Koen Bauters

Vond jij het egoïstisch, Zeger?

Zeger: “Ik was op dat moment zodanig met mezelf bezig, dat ik me daar geen fluit van aangetrokken heb. Toen hij achteraf als straf 15 kilo extra moest meesleuren, zag hij zo wit als een lijk. Ik ben toen een paar keer gaan vragen: ‘Xander, alles goed?’ Hij antwoordde zelfs niet. Hij was óp. Ik dacht dat dag twee voor hem het einde zou zijn. Maar op één of andere wonderbaarlijke manier heeft hij zich er doorheen weten te spartelen.

“De vierde dag van ‘Kamp Waes’ was wellicht de zwaarste dag van mijn leven, met eerst driloefeningen en daarna die verrekte Devil Run (waarbij de deelnemers alle voorwerpen die ze onderweg tegenkwamen, moesten oprapen en meedragen, red.). Tot driemaal toe dachten we dat de opdracht erop zat, maar die blééf maar duren. Toen dacht ik: als 't nu nóg eens opnieuw begint, trek ik mijn badge af en geef ik op.

“Er is ook veel dat je niet ziet op tv. Die rugzak van 20 kilo schuurde bijvoorbeeld heel hard over onze rug, met open wonden tot gevolg. En als je die rugzak continu draagt, kunnen die wondes niet genezen — integendeel, ze worden steeds erger. Onze rug zat helemaal onder het bloed, van boven tot onder. Ik heb daar littekens aan overgehouden.”

Telkens wanneer iemand als straf extra gewicht in zijn of haar rugzak moest meesleuren — de gevreesde poids moral — hielpen jullie elkaar om dat extra gewicht aan de rugzak te bevestigen. Vonden jullie veel steun bij elkaar?

Zeger: “Er heerste geen competitie, de bedoeling van ‘Kamp Waes’ was om met zo veel mogelijk kandidaten het einde te halen. Dus help je elkaar. We hebben elke keer voor het slapengaan allemaal heel hard zitten lachen in de tent. Dat was fantastisch.”

Xander: “Wij waren één team, en dat was zalig.”

Zeger: “Samen afzien schept een band.”

Was er soms ook plaats voor leedvermaak? Toen Ousmane een boomstronk achter zich aan moest sleuren omdat hij Fly had tegengesproken, kon ik als kijker een glimlach niet onderdrukken.

Zeger: “Ik heb me toen kapotgelachen. Het bloed stroomde uit zijn neus omdat er een tak in zijn gezicht gezwiept was, en dan moest hij samen met David - een 44-jarige die normaal aan een bureau zit – een boomstronk meesleuren: het leek wel een komisch duo.”

Fly zei na de Devil Run: ‘De kandidaten zitten op hun tandvlees, vanavond eten ze elkaar op.’ Heeft het slaaptekort ruzie veroorzaakt?

Xander: “Op dag zeven had ik een meningsverschil met Aaron. Ik was teamleider van de missie, hij was adjunct. Hij vond dat we alle taken met iedereen moesten bespreken, maar daar hadden we de tijd niet voor. Dat is een verschil in managementstijl, maar dat werkte op mijn humeur. Enfin, we hebben dat toen uitgepraat, hoor. En na zeven dagen slaaptekort is dat ook niet abnormaal.”

Het evaluatieverslag van de Special Forces over Aaron was niet zo positief: hij werd arrogant bevonden.

Zeger: “Aaron is een Duracell-konijn en is daardoor nogal aanwezig. Maar ik vond hem een plezante gast. Hij is soms opportunistisch, maar hij kan er niet aan doen dat hij anderen soms tegen de borst stoot: hij ís gewoon zo en bedoelt dat niet slecht. Nu, dat botst natuurlijk met iemand als David, die in het dagelijkse leven een leidinggevende functie heeft.

“Tijdens mijn evaluatiegesprek zei operator Stijn dat hij gelukkig wordt als hij mij ziet. Dat was leuk om te horen, want ik entertain graag. Hoe bang ik vroeger op school ook was om een presentatie te geven, toch genoot ik ervan wanneer ik de klas aan het lachen kreeg.”

Xander, jij kreeg te horen dat je een ‘grijze muis’ bent, die ‘ver onder zijn potentieel zit’. Blijft zoiets hangen?

Xander: “Ik dacht: fuck, die hebben mij hier al goed geanalyseerd. Zo’n oordeel doet je twijfelen aan jezelf. Ook toen Fly zei dat ik een egoïst was. Toen had ik het ei zo na opgegeven: ik kon wel door de grond zakken van schaamte. Maar daarna heb ik een knop in m'n hoofd omgedraaid.”

Beeld Koen Bauters

Aaron zei eens: ‘Ik zou graag hebben dat ik eens een paar uur met rust gelaten word, desnoods in een bos.’ Hadden jullie ook nood aan tijd voor jezelf?

Zeger: “Ja, maar die hebben we dankzij die nachtelijke droppings ook gekregen. Op den duur begon dat iets spiritueels te krijgen. Als je acht uur aan het stappen bent in een donker bos, tussen de everzwijnen, dan begin je daarvan te genieten. Urenlang geen cameraploeg of Special Forces rond je, alleen complete stilte: zalig.”

Matthieu vertelde over de inzichten die hij kreeg tijdens die solitaire boswandelingen.

Xander (knikt): “Het is heel krachtig om een connectie met de natuur te voelen. Vóór ‘Kamp Waes’ had ik dat gevoel helemaal verloren, na de opnames heb ik een paar keer overnacht in een natuurpark, omdat ik daar nood aan had. Mensen die in de stad wonen, hebben die connectie niet meer.”

Zeger: “Hoeveel mensen zijn niet bang om ’s nachts in het stadspark te gaan joggen? Terwijl wij aan de top van de voedselpiramide staan! In zo’n Ardens bos merk je na een paar uren stappen: ík ben hier de baas. Ondertussen geniet ik ervan om ’s nachts in het Rivierenhof te gaan joggen. In je eentje in een bos gedropt worden: ik kan het iedereen aanraden.”

HUILEN

Toen je een videoboodschap mocht opnemen voor je lief, zei je dat jullie niet veel te eten
kregen, Zeger.

Zeger: “We kregen dagelijks een voedingspakket van 3.000 calorieën.”

Xander: “Een soort noodrantsoen van het leger, genre witte bonen in tomatensaus. Maar soms kregen we ook een ontbijt of een echte maaltijd.”

Zeger: “Tom Waes dacht dat het leuk zou zijn om ons op de zesde ochtend te verrassen met spek met eieren. Maar dat was buiten Fly gerekend: toen hij Tom ’s ochtends vroeg eieren zag bakken, zei hij: ‘Dat zal niet doorgaan!’ Fly heeft de eieren zelf opgegeten (lacht). Onze calorieën waren nauwgezet afgemeten, zodat we te weinig voedingsstoffen binnenkregen en makkelijker zouden breken.”

Kunnen jullie goed om met gezag? David zei: ‘Zo’n autoritaire manier van werken is niet meer van deze tijd, dat is de reden waarom de Special Forces met een tekort aan mensen kampen.’

Zeger: “De Special Forces staan er net voor bekend om niet mee te gaan in die commandeercultuur. Ze laten je niet pompen tot je erbij neervalt. Onze opdrachten hadden een doel. Er wordt soms kordaat opgetreden, maar dat dwingt wel respect af.”

Xander: “Fly is het perfecte voorbeeld van een natuurlijke leider: streng maar rechtvaardig. Alles wat hij zegt, klopt. Aaron en ik hebben een zwaar evaluatiegesprek gehad, maar dat was niet om ons te breken: alleen als we ons gedrag veranderden, konden we het einde halen.”

Blijf je in de loop van die week beseffen dat het ‘maar’ een tv-programma is?

Xander: “Goh, door zoveel slaapdeprivatie begin je soms raar te denken. De eerste acht uur van die hardhandige ondervraging vielen nog mee, maar zodra David was flauwgevallen, kwam ik een wazige zone terecht.”

Na die ondervraging ben je puur van ontlading beginnen te huilen.

Xander: “De eerste drie uur moesten we op onze knieën op de grond zitten: dan breekt je rug bijna. En ze zitten continu op een centimeter van je hoofd te roepen: na een tijd begin je door te draaien.”

Zeger: “Op den duur weet je niet meer wat echt is en wat niet. Ik had echt zin een paar van die gasten aan te pakken achteraf. Ze gingen iets té veel op in hun job.”

Xander: “Ik was echt bang. Plots komen ze met een baksteen naast je staan: je weet wel dat ze die niet op je hoofd gaan slaan, maar toch. En water over je rug gegoten krijgen in een bunker waar het slechts 5 graden is, was ook keizwaar.”

Heb jij ooit gehuild tijdens ‘Kamp Waes’, Zeger?

Zeger: “Toen ik m'n vader en een paar van m'n broers op de laatste dag tevoorschijn zag komen, had ik wel glazige ogen. Maar zoals Xander gebleit als een klein kind? Nee, dat niet.”

Xander (lacht luid)

Zeger: ‘Nadat we urenlang waren ondervraagd, had ik zin om een paar van die Special Forces aan te pakken. Die gasten gingen iets té veel op in hun job.’Beeld Koen Bauters

In De Standaard verscheen een stukje waarin jullie omschreven werden als ‘gevoelloze, wandelende lijken met doffe ogen’. Schrokken jullie toen je jezelf zo zag op tv?

Zeger: “Ik vond dat ik er altijd piekfijn uitzag.”

Xander: “Het is wel opmerkelijk hoe je in een overlevingsmodus raakt. Het enige wat je wilt, is de volgende uitdaging tot een goed einde brengen. Op den duur heb je geen emoties meer. Wanneer iemand naar huis gestuurd werd, dacht ik direct: oké, wat is het volgende dat we moeten doen?”

Ousmane had blijkbaar waanvoorstellingen.

Zeger: “Iederéén had daar last van. Tijdens de nachtdroppings zag ik plots overal soldaten lopen. Maar achteraf hebben ze ons gezegd dat dat normaal is, omdat je fysiek en mentaal volledig uitgeput bent.

“Van andere kandidaten heb ik gehoord dat ze weken later nog naast hun bed wakker werden en op de grond lagen te sluipen.”

Xander: “Ik schoot de eerste weken na ‘Kamp Waes’ ook vaak in het midden van de nacht wakker om dan snel in mijn kleren te schieten: fuck, ik ga te laat zijn!”

Dat is toch een beetje eng? Het doet mij denken aan indoctrinatie.

Zeger: “Wie dat wilde, kon psychologische bijstand krijgen. Ik heb daar geen gebruik van gemaakt, maar ze hebben ons daar achteraf wel nog voor gebeld, om te checken of alles goed ging met ons.

“Je hersenen willen je lichaam beschermen, maar als je pijn voelt, kun je volgens mij nog dubbel zo ver gaan. Je lichaam is gemaakt om te overleven, hè.”

Xander: “Ik ben wat dat betreft geschrokken van mijn eigen kunnen. Had je mij op voorhand gezegd: ‘Dit zal je allemaal moeten doen’, dan had ik vriendelijk bedankt.”

Lotte en Debbie zeiden eerder: ‘In onze maatschappij laten te veel mensen zich gaan. Ze geven toe aan hun genot, aan emoties en aan de overtuiging van anderen.’

Zeger: “Ik wil op het einde van elke dag een betere versie van mezelf zijn: ofwel door te sporten, of door te studeren. Ik kan me dus wel in die uitspraak vinden.

“Ik heb soms compassie gehad met Lotte, toen ik haar zag zeulen met die zware rugzak. Ze is supersportief, maar wel tenger. Dan is zo'n rugzak van 20 kilo geen cadeau. Debbie daarentegen zag ik als één van ons: ze is fysiek waarschijnlijk zelfs sterker dan veel mannelijke kandidaten. Ik was er vrij zeker van dat ze het einde ging halen.”

Jullie moesten twee weken vrijhouden, onder het mom: ‘Hoe minder de kandidaten weten, hoe beter.’ Maar ‘Kamp Waes’ zat er al na een week op. Waren jullie blij of net teleurgesteld?

Xander: “Ik dacht echt dat het twee weken zou duren. Ik was er ook klaar voor om nog een week te knallen. Pas toen iedereen in een erehaag ging staan, had ik door dat het echt voorbij was. Ik was triest toen ik de lege tent zag, maar gelukkig hebben we ons uniform mogen houden.”

Zeger: “Ik was eigenlijk wel blij dat het er na een week bleek op te zitten. Omdat je constant adrenaline aanmaakt, was het zó’n intense week, dat ik me bij thuiskomst zelfs wat depressief voelde. Ik heb de eerste twee weken níks gedaan. Maar het was wel een zalig avontuur. Op de laatste dag mochten we op missie met de échte Special Forces: een onbetaalbare ervaring. Niemand zal dat ooit opnieuw kunnen doen. Tenzij er een tweede seizoen komt (lacht).”

Zou een leven als Special Forces-operator iets voor jullie zijn?

Xander: “Mocht ik jonger zijn, dan zou ik het zeker overwegen – je moet eerst al een paar jaar bij Defensie werken voor je aan die opleiding mag beginnen. Terwijl ik nu toch liever aan een gezinsleven wil beginnen.”

Zeger: “Ik heb een vriendin en woon nog bij mijn ouders: ik heb het supergoed, dus ik zie niet in waarom ik gevaarlijke oorden zou gaan opzoeken.”

Wat is het eerste dat jullie gedaan hebben na ‘Kamp Waes’?

Xander: “Slapen!”

Zeger: “Onderweg naar huis is mijn vader gestopt aan de McDonald’s in Eupen: daar heb ik me volgepropt (lacht). Verder heb ik twee dagen aan een stuk geslapen en heb ik wekenlang plat gelegen door enkele kwetsuren.”

Hebben jullie nog contact met de andere kandidaten?

Xander: “We hebben twee WhatsApp-groepen: één met alle 15 kandidaten, en één met de 5 die het einde haalden. Met die laatste groep gaan we samen de Mont Blanc beklimmen. De band met hen is net iets sterker, omdat we meer hebben meegemaakt.”

Zeger: “We zijn onlangs met de mensen van de Special Forces op restaurant geweest. Supertof!”

Begin januari verbrak Tom Waes zijn eigen kijkcijferrecord: bijna 2 miljoen mensen keken toen naar ‘Kamp Waes’. Worden jullie herkend op straat?

Xander: “Voorlopig werd ik nog maar één keer herkend.”

Zeger: “Bij mij is het waanzinnig. Ik ga tegenwoordig niet meer zonder muts naar buiten. De eerste week denk je: aandacht, leuk! Maar nu? Ik heb al op honderden selfies moeten poseren. Al die mensen die elkaar aanstoten als ze mij zien: heel raar.”

Lotte had moeite met het normale leven na ‘Kamp Waes’: ‘Is dit nu wel echt wat ik wil, die dagelijkse sleur? Het is geen boeiend leven, vergeleken met die mannen die elke dag de meest intense momenten beleven.’

Zeger: “De eerste weken moest ik afkicken van de adrenaline, maar ik heb mijn leven ondertussen weer opgepakt, en er staan me veel uitdagingen te wachten. Ik werd gevraagd om op Het Gala van de Gouden K's (de Ketnet-awards, red.) een award uit te reiken in het Sportpaleis. Voor 16.000 man! Voor mij als stotteraar is dat een veel grotere uitdaging dan een Bergham Run. En ik mag ook een MIA uitreiken. Ik hoop dat mijn tekst er vlot zal uitrollen. En zoniet, dan heb ik het op z’n minst geprobeerd.”

Of om het met een Special Forces-slogan te zeggen: who dares, wins! Veel succes, allebei.

Kamp Waes - compilatieaflevering - Eén, zondag 9 februari, 20.00

Xander: 'Het programma is ook op mentaal vlak zwaar. Toen Fly zei dat ik een egoïst was, had ik ei zo na opgegeven. Ik kon wel door de grond zakken van schaamte.'Beeld VRT

© Humo 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234