Zaterdag 10/04/2021

Ik wist al vlug: ik ben een outsider'

Nog even en Caroline Gennez is geen voorzitter meer van sp.a. 'Een rationele beslissing, zonder bitterheid of cynisme', zegt ze zelf. 'Er is geen enkele functie in de politiek waar ik mee getrouwd wil zijn'. Een terugblik.

'Ik begin madam te worden. In de politiek word je algauw aangesproken met 'mevrouw'. Ik denk dan altijd: mevrouw, mevrouw, dat is toch mijn moeder. Ik ben Caroline. Mevrouw Gennez: ik kan niet zeggen dat het went."

Het is geen bestudeerde nonchalance. Zoals ze ook nu weer in het restaurant zit, hand onder de kin, soms schuin hangend, mes en vork bijna in de volle hand denk je niet meteen aan Madame de Pompadour. In ieder geval zit mevrouw Gennez niet opgesloten in een krul van zelfbedachte chichi.

Er mag iets fladderen.

Een nevel van verdriet is er ook niet. Kennelijk is er weinig napijn van de aankondiging dat ze het partijvoorzitterschap voor bekeken houdt. Een beetje moe is ze wel. "Gisteren, na de gemeenteraad, kwamen wel vijftig mensen op me af om te weten hoe ik me nu voelde. Ontroerend, toch? Het is nog laat geworden. Dat wordt het eigenlijk altijd: ik ben een nachtbraker, nooit voor 2 uur tussen de lakens. Het verstoorde bioritme van meisje Gennez. Het heeft ook te maken met het feit dat ik als kind in een café ben opgegroeid - ik moest nooit gaan slapen.

"Mijn besluit om geen kandidaat meer te zijn voor het voorzitterschap is weloverwogen. Er zit bitterheid noch cynisme achter. En ook geen persoonlijke beschadiging, toch niet als mens. Het is een rationele afweging. Er is geen enkele functie in de politiek waar ik mee getrouwd wil zijn. In het echte leven trouwens ook niet. Ik heb er altijd voor gewaakt niet verslonden te worden door de rol die mij aan het hoofd van de partij was toebedeeld. Bij momenten was er iets van pijn, ja. Maar als u mij nu vraagt wat daar dan van blijven hangen is, zeg ik in eer en geweten: helemaal niks. Twijfel was er soms wel. Dat ik mij afvroeg: mag ik misschien nog een beetje eerlijk bezig zijn met mijn mandaat? Of moet ik mij dan ook als opgejaagd wild gaan verduisteren in al dan niet geheime agenda's van anderen? Ik heb altijd een hekel aan spin gehad. Het is mij te vermoeiend. Achter de coulissen iemand verneuken, is ook mijn stijl niet."

Ze kan wel tegen een stootje, zegt ze. "Maar soms leek het in de media toch of de dans der wilden was losgebarsten. Een enkele keer heb ik moeten ervaren dat de media een afschuwelijk monster kunnen zijn. Nee, mijn partijgenoten zijn geen heiligen, maar als je niet weet wie je in de rug schiet, heeft het geen zin om je er druk over te maken. Wat raakt, is als je wordt neergezet als iemand die niet goed genoeg was voor de stiel. Terwijl ik toch niet van blunder naar blunder ben gezwalkt. Ik schaam me niet voor mijn parcours. Anderen zijn minder hard aangepakt dan ik, terwijl ze niet meer in het pakket hadden. Wellicht komt dat ook omdat er niet zoveel tegenmacht meer is tegen het conservatieve, nationalistische eenheidsdenken. Alsnog die tegenmacht zijn, heb ik altijd als een eer beschouwd.

"Van een en ander is een karikatuur gemaakt. Om maar iets te noemen: dat ik een zaagstem heb. Hoe dat komt, deed niet ter zake? Gewoon dus omdat ik een stuk van een stemband mis, met dat manco ben ik geboren. Als kind zei de juffrouw op school bij elke zangles: 'Carolientje, niet meezingen, hoor, ga maar een beetje sjotten op de speelplaats'. Ik kan het ook niet helpen dat ik niet geboren ben met het geluk van La Esterella of van Marianne Faithfull."

Verwend kreng

"Enig kind: ik heb het er altijd moeilijk mee gehad. Als je niet van straatarme komaf bent, krijg je ook nog het vooroordeel mee van een verwend kreng. Ik groeide op tussen mannen in een sportclub met café. Ik had een park, tennisvelden en een zwembad om me heen. En altijd volk. Alles wat ik niet wou zijn, was een meisje en enig kind zijn. Ik heb altijd een jongen willen zijn. Mijn moeder maakte graag staartjes. Ik vond het afschuwelijk, knipte ze ook zelf af.

"Ik stond graag achter de toog - reken maar dat ik een pint kan tappen. Koffie maken ging me moeilijker af. Ik was in mijn jonge jaren gefocust op tennis. Wij zaten met de tennisracket geregeld op een vliegtuig om in den vreemde toernooien te spelen. Ik was vaak het enige meisje dat mee op reis ging. Ik heb ongekend veel blessures doorstaan, had altijd een pijnlijk lijf. Op mijn veertiende liep ik schuin van de pijn. Door een hernia heb ik het tennis moeten opgeven. Weg uit de tennisschool van Wilrijk, terug naar Sint-Truiden. Je zou het mijn eerste carrièrebreuk kunnen noemen. Er zit veel tragiek in gemiste sportcarrières, kan ik u zeggen. Als het niet lukt, ontstaat veel leed. Onbenoembaar leed."

Tennis is niet het beste milieu voor een groepsmens. Maar Caroline Gennez bestaat ook uit paradoxen. "Op school nam ik het altijd op voor gepeste kinderen en voor die paar allochtonen. Moeder Teresa in de dop, zo was het wel. Toen ik een jaar of zeventien was, had ik vrienden op overschot met wie ik graag op stap ging. Kortom, ik was een vrolijk meisje. Maar er was de andere kant: ik kon ook heel bedrukt zijn bij de gedachte aan alle ellende in de wereld. Hongersnood, arme kinderen, ik kon het niet aanzien. Als ik het nieuws zag, begon ik te huilen. Mijn moeder begreep dat niet en zei dan: 'Maar Caroline, je hebt het toch zo goed, kind'. De gedachte dat ik misschien een zondagskind was, is altijd ondraaglijk geweest. Anderzijds, de enige plek waar ik onuitstaanbaar was, was op het tennisveld. Ik stond daar altijd als een tweede McEnroe, tien keer erger dan Malisse. Afschuwe-lijk. Daarom heb ik ook niets met Wimbledon. Het is mij te gelikt, te stijf. Roland Garros, dat is pas melancholie en drama. Leve gravel.

"Mij pa voetbalde bij STVV. Ik wou altijd mee naar de wedstrijd, maar dat mocht niet. Mijn moeder zei tegen mijn vader: 'Ze is zo al raar genoeg, daar beginnen we niet aan'. Op een dag mocht ik toch mee. Die sfeer in het stadion, op de trappen kunnen zitten: geweldig! Het was liefde op het eerste gezicht. Later werd me duidelijk dat je bij STVV altijd wankelend uit het café komt: iedereen kent iedereen. Nee, daar passen geen leuke jurkjes en hoge hakken bij. Tot vandaag moet ik mij daar nog steeds toe dwingen. De eerste jaren van mijn politieke leven werd ik gezien als het meisje met de eeuwige jeansbroek. Dat heeft me niet echt geholpen, natuurlijk. Er werd alleen maar gezaagd over mijn kleding. Inmiddels heb ik me wel wat aangepast."

Via het vrijwilligerswerk in vluchthuizen en asielcentra is ze definitief socialist geworden. "Ik voelde dat kleinschalig erbarmen niet volstond. Het systeem moest veranderd worden. Ik dacht: als ik later oud ben, heb ik nog tijd genoeg om dit kleine, schone werk te doen. Het was ook de tijd dat ik veel met filosofie in de weer was. Zware discussies op café over Nietzsche en Heidegger. Vooral met toenmalig sportjournalist Alain Coninx, die een fan van Schopenhauer was. Hij was het die op een dag Steve Stevaert meldde dat hij een raar geval kende dat graag op café ging, maar wel iets te vertellen had. Juist in die tijd was Steve naarstig op zoek naar vrouwen. We zijn in Luik een pizza gaan eten.

"Niemand durfde ten tijden van Louis Tobback nog voorzitter worden van de jongsocialisten. Hij deed niet anders dan de jongeren uitschelden, zoals hij vandaag nog steeds doet. Ik dacht: wat denkt die man wel, en ben voorzitter van de jongsocialisten geworden.

"De kabinetschef van Johan Vande Lanotte, Jannie Haek, vroeg me vervolgens als adjunct voor de sociale zekerheid, Jannie en Johan: houwdegens van het machismo natuurlijk, die hun imago dringend wat vrouwvriendelijker moesten opkrikken. Dat had ik wel door. Ik vond het aanbod interessant, maar heb toch nee gezegd. Ik was nauwelijks 21. Het ging mij allemaal iets te snel. Later ben ik toch voor Vande Lanotte gaan werken om een nieuw asielbeleid mee uit te tekenen. Ik durf te zeggen dat het goed beleid was, ver van populistische kretologie."

Ze werd nagewezen als het 'springpoppeke' van Stevaert, zoals ze het nu zelf benoemt. Geparachuteerde gunsteling? "Bullshit. Het socialisme zit in mij, het komt helemaal uit mezelf. Ik heb het niet van mijn ouders of leraren. Niet van eender welke omstander. Ik ben een rationeel mens, maar ook geweldig impulsief. Toen mij gevraagd werd in Mechelen de strijd voor het socialisme aan te binden, vond ik dat heroïsch. De partij dienen in het roodste bastion ever, ook nog in het aartsbisdom Mechelen waar we na vijftig jaar voor het eerst in de oppositie waren verzeild door interne clantwisten - mooier kon een uitdaging niet zijn. Ik heb het me niet beklaagd.

"Ik ben met plezier schepen van de stad en hoop dat nog een tijd te blijven. Ik heb de stad zien veranderen. Er is leven in gekomen. Nu ik dat zeg, moet ik weer even aan Karel Van Miert denken: aimabele man. Hij zei me eens: 'Caroline, je moet als socialist niet te vaak zeggen dat je naar het theater gaat. Je bent eigenlijk een culturo en dat ligt wat moeilijk in de partij'. Na een televisieoptreden stuurde hij me een kaartje met de volgende zin: 'Jij bent een echte sociaaldemocraat voor de 21ste eeuw'. De eeuw is nog maar pas begonnen en ik ben al voorzitter af."

Ze heeft veel meegemaakt als voorzitter, goede en slechte dagen. Incidenten en rancune. Een enkele keer bijna lijf-aan-lijfgevechten. Soms leek ze slachtoffer te worden van een hetze. Maar ze toonde ook karakter en een eigen overtuiging. Durfde de partij open te gooien en te herstructureren. Maakte eigenzinnige keuzes in de aflossing van de wacht. En dat ook nog in tijden dat het socialisme zowat overal in Europa in de verdomhoek zat. Caroline Gennez gaat niet weg zonder enige signatuur. "Ik vertrek met opgeheven hoofd", zegt ze zelf.

Twee jaar geleden op de ledendag van de partij in de Antwerpse zoo schoot ze helemaal vol. "Ik huil niet zo gauw, maar die dag zat ik diep. Justine Henin kan mij aan het huilen brengen, als ze met die beker van Roland Garros in de handen staat. Tranen met tuiten, zelfs. Maar verder houd ik het meestal droog. Alleen, die dag in de zoo stonden tienduizend mensen in rijen dik bij 30 graden. Het was alsof de hele wereld aanwezig was. Zo voelde dat. Ik hoorde een gepensioneerde zonder tanden in een rolstoel zeggen: 'Het is de eerste keer dat ik nog eens uit mijn huis ben gekomen; ze zijn mij komen halen. De verbondenheid, het groepsgevoel raakte me zeer. Het gevoel ook dat je weer graag gezien wordt. Ik zie de mensen ook graag, dat meen ik echt.

"Ik ben niet altijd eerlijk behandeld door een deel van de partij en van de pers. Op een moment dat je afspreekt dat moderne sociaaldemocraten niet zoals vroeger uit een werkmansbroek geschud moeten worden of aan de criteria van de oude SP moeten beantwoorden, kun je niet zeggen dat Bert Anciaux niet welkom is. Of dat een naamsverandering van de partij heiligschennis is. Wie voor openheid kiest, moet er ook naar leven. Als je dan op de radio hoort dat je dom en lomp bent (citaat van Louis Tobback, HC) doet dat pijn. Ofwel zijn we meedogenloos, ofwel zijn we meedogend. Ik ben meedogend en ben soms meedogenloos behandeld.

"Ik ben geen zuilcreatuur. Ik zeg altijd mijn mening, en dan niet achter de rug van iemand. Niet achterbaks. Ik weet nog hoe Stevaert het partijbureau leidde. Hij sprak twee uur aan een stuk en niemand zei iets. Ik zei altijd wel wat ik vond. Bij de vorming van de Vlaamse regering heb ik voor een personele omslag binnen de partij geknokt. Met open vizier. Het dispuut met Frank Vandenbroucke is wat het is. Hij heeft zich een eerste keer gerehabiliteerd, zich vervolgens weer buitenspel gezet met zijn mails en is nu weer gerehabiliteerd. Wat is er mis om tegen iemand die tien jaar minister en zeven jaar partijvoorzitter is geweest te zeggen: Frank, jij moet de Europese lijst trekken. We hebben niemand anders om tegen Verhofstadt en Dehaene op te boksen. Ik heb helemaal niets tegen de persoon Vandenbroucke. Sterker nog, ik heb destijds als fractieleider alles gedaan om hem als minister te laten schitteren.

Met boze ogen nu. "Had ik Bruno Tuybens moeten afknallen omdat hij in een vorig leven als bankier een bonus heeft opgestreken? In het geval van Vandenbroucke werd ik bestempeld als te arrogant en nu in het geval van Tuybens als te zwak. In die vier jaar heb ik wel een paar keer gedacht: wie het beter weet, mag het overnemen. Maar een echte vluchtroute heb ik niet in mijn hoofd gehad. Ik ben geen wegloper. Toen ik ooit op een partijcongres over Agusta als enige de vraag stelde hoe het toch zo ver was kunnen komen, werd het muisstil. Vanaf dat moment wist ik dat ik een outsider was."

Altijd goedlachs, wie niet beter weet zou denken: roomse blijheid. Diep in haar is er swing. Maar zeg niet dat ze een dansmarieke is - dan ontstaat gekwetste eigenwaarde. Caroline Gennez is misschien niet zo bedreven in Latijnse citaten, maar ze leeft wel in een verticale denkwereld. Er ligt iets onder de huid.

"Eigenlijk maken we nu pas de millenniumbug mee. Vier jaar stilstaan en daar ook nog luchtig over doen: dan zit je wel in een fin de regne. Iedereen toetert maar dat Europa een Avondland is. Hoezo? Zever. Het is nog altijd de beste plek om te leven. Op een vergadering van socialistische leiders zag ik onlangs de Griekse premier Papandreou met tranen in de ogen staan. Ik ken hem: every inch a gentleman. Hij zei ook: de essentie van Europa is onze sociale zekerheid. En het lijkt er nu op dat we dat met zijn allen aan gruzelementen willen slaan. Ook nog onder de zweepslag van ratingbureaus die niet willen dat we ons leven beteren. Griekenland staat nu onder Angola - pure waanzin. De politiek hoort over de samenleving te gaan, niet over ratingbureaus.

"Waar is de tegenmacht tegen het eenheidsdenken van de rechterzijde, in Europa, in Vlaanderen, in België? Hier worden alle agenda's afgestemd op De Wever. Op één mens. Wat voor een arme, oninteressante samenleving ben je dan? De politiek, de media, zelfs spelprogramma's: één grote brei rond één vlag, rond één figuur. U zegt het: een vorm van sluipende dictatuur. Ik ben een absoluut voorstander van compromissen, maar dan wel als uitvloeisel van sterke meningen. Wat we nu hebben is één mening die de laatste tijd weliswaar voortdurend wordt bijgesteld, maar die binnen hetzelfde frame blijft. Daarnaast: socialisten zijn de bron van alle kwaad. Als je dan ook nog een vrouw bent die niet de hele tijd achter de Grote Leider aanloopt, word je al helemaal weggezet als Fremdkörper.

"Ik erken moeiteloos dat De Wever en Verhofstadt verbaal en strategisch mijn meerdere zijn, maar er is ook nog zoiets als een authentieke overtuiging. Iets als compassie en mededogen. Als men de hele tijd roept dat je geen verhaal hebt, dan mag je nog met honderd verhalen komen, uiteindelijk wordt niet één verhaal gehoord. Mijn gehechtheid aan vrede en sociale zekerheid is absoluut. Maar ze lijkt in steen gehouwen en is dus niet interessant. Alles moet nu identitair vertaald worden, en daar bedank ik voor."

Ze kan nog steeds juichen over de genesis van Paars. "Er was een project en er was enthousiasme. De cabinetards onder elkaar onderhielden inspirerende relaties, in het teken van een vooruitgangsgeloof. Stoffige relikwieën werden afgevoerd. Er zat tenminste vlees aan de politiek.

"Herman Van Rompuy is voorzitter van de Europese Raad geworden. Mooi, maar zijn rustige vastheid heeft in België niet veel opgeleverd. Het was maar een intermezzo in de absolute standstill. Ik blijf het raar en onwezenlijk vinden dat sommige mensen die niets doen toch een imago kunnen opbouwen. Terwijl anderen juist door wel iets te doen het hunne verspelen."

Toch, wanhopig is ze niet. "Aan de hoogmis Bart De Wever komt binnenkort een einde. Wat zo gepersonaliseerd en luchtig is, blijft niet duren. Ineens is het weg. Zo is het ook met Steve Stevaert gegaan: ineens was hij niet meer hip. Van de ene dag op de andere, bijna. Je voelde het met je ellebogen aankomen. Zeker, De Wever is een slimme jongen. Hij kent de Romeinen en weet iets af van strategie. Maar zijn geluk is toch vooral dat andere partijen nog niet voldoende zelfvertrouwen hebben gekweekt voor een eigen koers. De Wever heeft een dubbele agenda: CD&V op zijn communautaire lijn krijgen en vervolgens Open Vld en MR binnen zijn sociaal-economische blauwdruk laten aanschuiven. Als die in zijn fuik zitten, heeft hij de sleutel in handen. Dan heeft hij ze in de val gelokt. CD&V en Open Vld hebben de keuze: of zich uit het juk bevrijden of opgevreten worden.

"Ik heb tegen Elio Di Rupo gezegd: 'Richt je niet op het sociaal-economische programma van sp.a of ACW'. Ik zou dat wel willen, maar je moet je richten op het programma van Open Vld. Anders blijven de liberalen hangen in het nonverhaal van de N-VA. Zoals ik hem ook gezegd heb dat hij zich niet moet laten inkapselen door de nota Vande Lanotte, maar des te meer door de nota-Beke, die overigens niemand kent. Als hij daarmee aan de slag gaat, kan hij bakens verzetten. Dan kan er iets werkbaars ontstaan. Nu is het alleen maar: we komen niet onderhandelen zonder dat we op voorhand gelijk krijgen. Die zotternij is toch de antithese van alle politiek? Ik begrijp daar echt helemaal niets van."

In de politieke analyse wordt ze steeds enthousiaster. Alsof ze opgelucht is dat persoonlijke vragen even achterwege blijven. De oester Caroline Gennez mag nu open. "Verkiezingen? Dan heb je toch de negatie van je eigen beroep. Schaf dan de democratie helemaal af. Ik heb tegen sommige collega's al eens gezegd: we kunnen desnoods ook zonder Di Rupo en De Wever. Als zij zich misdragen tot het einde der tijden moeten we daar dan nog achteraan lopen?

"Hulde aan Marianne Thyssen, ja. Zij was toch iets minder hanerig. Ik hield eigenlijk wel van die vrouw. Al weet ik niet of dat ook wederzijds was. Marianne had wel gezag, dat voelde je aan alles."

Nog een keer: "Waarom moet ik kwaad zijn op deze of gene? Ik vergeet altijd waarom ik op iemand ooit kwaad ben geweest. Nee, dat is geen pose, dat is mijn karakterstructuur. U zegt de hele tijd dat ik mij achter een harnas verberg, maar ik heb nooit een harnas gekend. Vroeger niet en nu niet. Ik begrijp dat sommige mensen zich liever wegsteken achter de hoofdverantwoordelijke, maar zelf ben ik nooit zo geweest.

"U zegt nu dat ik mij als mens geblutst moet voelen. Waarom dan? Ik voel me misschien geblutst als publieke figuur, maar niet als mens. Wat ik altijd vervelend heb gevonden is dat elke uitspraak wordt uitvergroot. Alsof je alleen nog als een robot mag verschijnen. Ook politici hebben recht op het 'verborgene'.

'Jeunesse, jeunesse', roep ik. Ze lacht. "Als je 35 bent en niet geheel oninteressant en je hebt toch geen lief, dan ligt dat natuurlijk ook aan jezelf. Misschien voel ik mij wel op mijn gemak in mijn cocon. En misschien is het zelfs in 2011 niet zo handig een vrouw te hebben die in de spotlights staat en ook nog een inhoudelijk verhaal heeft dat dwars tegen de tijdgeest ingaat. Macht erotiseert bij mannen, maar bij vrouwen is men er kennelijk bang voor.

Geen medicijn

"Nee, ik heb geen medicijn tegen verlatenheid. Je begint altijd opnieuw, zeg ik dan maar. Mijn ambitie blijft: een goed mens zijn. Ach, de liefde. Ik denk: als het komt, komt het vanzelf. Ik sta er voor open, maar kan niet geforceerd inbreken in een zogenaamde liefde, om niet alleen te zijn. En wat ik intussen ook heb geleerd: de vrouwenemancipatie staat eigenlijk nog nergens. Daar was ik mij, eerlijk gezegd, niet van bewust."

Wat nu? is de vraag. Een verscheurend dilemma lijkt het niet te zijn. "Als schepen van Mechelen voel ik mij happy. Om het aangedikt te zeggen: aan een schepenhand verandert de stad toch een beetje. Dat geeft voldoening. En als ik geen schepen meer mag zijn, zou het zomaar kunnen dat ik ergens aan de andere kant van de wereld zit. In hulpverlening of toch iets internationaals. Wat ook zou kunnen: ergens leiding geven in sport- en cultuurorganisaties. Nee, niet als voorzitter van STVV - daar heb ik ook het geld niet voor.

"Mijn oud-collega in Nederland, Felix Rottenberg, kon als partijvoorzitter zomaar overstappen in de rol van presentator op televisie. Ik denk dat Vlaanderen daar nog te besmuikt voor is. Hier ben je rood voor het leven. Eens socialist, altijd socialist. Iedere illusie van onafhankelijkheid word je bijna bij voorbaat ontzegd."

Ze richt zich nog even op met ongekende felheid. "Nationalisme is niet in het belang van de mensen. Dus: dat blijft niet duren. Wat zouden Vlamingen meer hebben met Polen en Tsjechen dan met Walen en Brusselaars? Waar gaat dit nog over? Grenzen vallen weg, mensen breken uit ideologische getto's. Er komt sowieso een partijpolitieke hergroepering in deze eeuw. Alle partijen zijn aan het einde van hun Latijn. De traditie moet behouden blijven, maar de structuren moeten verdwijnen. Hoe meer versnipperd de partijen hoe treuriger de stilstand.

"Spijt? Nee. Mijn bomma zei altijd: spijt staat in een hoekje van de kamer. Het moet ook iets hebben, maar het is geen item. Schaamte? Ook niet zoveel. Er moet veel kunnen in de samenleving. Ook daarom zou ik nog weleens een denktank willen leiden die de klassieke democratie een nieuw elan geeft. En dan niet als spuugfabriek van statistieken."

Eigenlijk, zegt ze aarzelend, is ze een verlegen meisje. "Er is een barricade tussen mij en de buitenwacht. Als ik sommige beelden terugzie, herken ik die verlegenheid meteen. Met een groot boeket op het podium in de handen gedrukt, word ik eerder kleiner dan groter. Toegejuicht worden, kost me meer moeite dan een scheldpartij over me heen laten gaan. Precies: bij leven en welzijn, noch bloemen, noch kransen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234