Woensdag 21/04/2021

InterviewBas Pattyn, partner van Xavier Taveirne

‘Ik wilde zo graag voldoen aan het clichébeeld van de vrouw en de Volvo en de hond en de kinderen’

null Beeld Carmen De Vos
Beeld Carmen De Vos

Als in Beveren een man wordt vermoord, mogelijk omwille van zijn geaardheid, schrijft VRT-journalist Xavier Taveirne (39) op Instagram: ‘Ik voel een combinatie van woede en verdriet.’ Zijn vriend Bas Pattyn (38) deed er tien jaar over om te aanvaarden dat hij op mannen valt. Zijn angst om af te wijken van de norm heeft hij vandaag overwonnen, grotendeels dankzij de twaalf jaar met Xavier. ‘Hij is de beste mens die ik ken.’

Vóór we het over de moord in Beveren hebben, wordt er veel en hard gelachen ten huize Taveirne-Pattyn in Brugge. ‘Dat is onze humor: net op – of nee, net óver de grens.’

Bas Pattyn: “De eerste kus met Xavier herinner ik me, euh, vaag (lacht). We zijn gekoppeld door een gemeenschappelijke vriend, Karl. Hij probeerde al twee jaar om ons samen te krijgen. Geen idee waarom eigenlijk. Misschien omdat we allebei West-Vlaming zijn? Enfin, op een dag had Karl afgesproken met Xavier vlak bij mijn huis, en hij blééf maar zeggen dat ik moest komen. En toen moest hij natuurlijk ineens de laatste trein halen (lacht). Xavier en ik hebben zitten praten tot de ochtend. Ik ben niet zo’n vlotte babbelaar, zeker niet met mensen die ik niet ken, dus dat wilde iets zeggen. Maar we wisselden domweg geen nummers uit.

“De vrijdag erop ging ik naar een feestje in de KVS met vrienden en mijn zus, en Karl liet weten dat Xavier ook zou komen. We kwamen elkaar snel tegen. Van de zenuwen zei ik: ‘Hallo, ik moet naar het toilet,’ en wég was ik (lacht). Gelukkig is mijn zus wél een vlotte babbelaar. Ze heeft drie uur met hem staan praten. Tegen die tijd was ik straalbezopen. Ik ben naar Xavier gegaan, heb hem vastgepakt en los binnengedaan. Dat was onze eerste kus.”

Romantisch!

Pattyn (lacht): “Die avond vroeg ik zijn nummer wél. Maar toen ik hem de dag nadien een bericht wilde sturen, bleek ik een nummer van twintig cijfers te hebben opgeslagen. Via Karl raakte ik aan het juiste nummer. We spraken af om elkaar zondagmiddag weer te zien, maar Xavier belde last minute af: hij was opgeroepen om te gaan werken. ‘Nu weet je meteen hoe mijn professionele leven eruitziet’, zei hij. ‘Maar als je daarmee om kunt: ik ben om 22 uur klaar.’ Ik ben naar hem toe gegaan en we zijn nog iets gaan drinken. Vanaf dan waren we echt een koppel.”

Xavier las toen al het nieuws op verschillende radiozenders. Kende je hem?

Pattyn: “Zijn naam deed een belletje rinkelen. Ik ken het medialandschap maar vaag. Xavier vindt dat ontwapenend. Soms komen we een BV tegen en fluister ik: ‘Schat, wie is dat?’ (lacht)

Zijn werkritme schrikte je niet af?

Pattyn: “Helemaal niet. Mijn ma zei vaak: ‘Als je een man vindt die zijn werk graag én goed doet, prijs je dan maar gelukkig.’ Ik vond het net goed dat hij zo gedreven is.”

Hij presenteert de ene week De ochtend op Radio 1, de andere Het journaal laat op Eén. Dat is geen nine to five-job.

Pattyn (lacht): “Nee. Zijn werk bepaalt onze agenda. Elke week is anders en de plannen veranderen voortdurend. Maar dat hoort erbij, ik heb daar geen moeite mee. Ik ben al eens graag alleen, we zijn geen koppel dat altijd alles samen wil doen. We gaan geregeld apart weg. Dat kan en mag: er is geen jaloezie tussen ons. Daar is geen reden toe.”

Pas jij je aan: de ene week laat naar bed, de andere vroeg uit de veren?

Pattyn: “Nee, zeg (lachje). Slapen is voor ons sowieso een moeilijk thema. Ik ben een heel lichte slaper, Xavier is een goede maar een – hoe zal ik dit zeggen? – lúíde slaper. Daarom slapen we meestal apart. We hebben twee volwaardige slaapkamers. Anders doe ik geen oog dicht.

“Ons ritme is ook helemaal tegengesteld: ik ben een ochtendmens, Xavier een avondmens.”

Ai, dan moet De ochtend pijn doen.

Pattyn: “Die week staat hij op om halfvier. Dat lukt hem goed: het is zodanig vroeg dat het geen ochtend is, maar nacht. Elke dag om zeven uur opstaan zou hem veel zwaarder vallen.”

Jij weet ook wat hard werken is: je hebt een eigen zaak als grafisch vormgever en ontwerper.

Pattyn: “Op mijn 18de twijfelde ik heel hard tussen grafische vormgeving en architectuur. Uiteindelijk werd het vormgeving: ik vreesde dat de wiskunde in architectuur te zwaar zou zijn. Zes jaar geleden ben ik aan de opleiding interieur en meubelontwerp begonnen in open hoger onderwijs, dat je kunt volgen naast een voltijdse job. Het was pittig, we woonden toen al in Brugge, de lessen waren in Mechelen, en van afstandsonderwijs was nog geen sprake. Maar ik ben nu wel blij dat ik heb doorgezet.

“Op dit moment werk ik voltijds als vormgever, en daarnaast ben ik bezig met kunst en design. Ik maak werken voor aan de muur en meubelstukken. Ik zou daar graag meer tijd aan kunnen spenderen, maar het is niet makkelijk om in de branche naam te krijgen. Zeker nu niet: alle beurzen liggen stil. Ik zou mijn stoute schoenen moeten aantrekken, de galerijen langslopen en vragen of ze interesse hebben, maar daar ben ik niet goed in. Ook mezelf verkopen via sociale media is niet aan mij besteed.”

Je werk is heel subtiel: er staan vaak maar een paar lijnen op.

Pattyn: “Ik werk heel minimalistisch. Met die paar lijnen probeer ik een boeiend schouwspel te creëren. Ik zoek graag de grens op tussen kunst en design. Voor mijn werkruimte maakte ik een abstract kunstwerk dat ook een kapstok is. Op het terras staat een sculptuur die ook een tafel is. Die dualiteit boeit me.”

Waar haal je je inspiratie?

Pattyn: “Overal, eigenlijk. Ik ben heel visueel ingesteld. Als ik naar iemand kijk, let ik op de vorm van het gezicht, of van de juwelen. Als ik door Brussel rij, zie ik geen gebouwen maar een lijnenspel. Ik kijk en denk in vormen. Grote conceptuele ideeën zijn niet aan mij besteed, er zit geen mysterieus verhaal achter mijn ontwerpen. Ik maak gewoon wat ik mooi vind.”

Zat die creativiteit er als kind al in?

Pattyn: “Voor een stuk wel. Ik heb die van thuis meegekregen. Mijn vader was landschapsarchitect, mama was voortdurend bezig met de inrichting van ons huis. Waren we naar de Provence geweest, dan schilderde ze alle muren in terracotta. Vijf maanden later was ze dat beu en werd alles weer wit. Ik zat in mijn kamer ook voortdurend met de meubels te schuiven.

“In het middelbaar volgde ik wiskunde-wetenschappen. Voor mijn eindwerk na het zesde middelbaar deed ik onderzoek naar de kwaliteit van het zeewater. Ik kreeg vooral lovende commentaar op de lay-out van mijn werk. Ik had zelfs een complete maquette gemaakt van het strand en de zee: dat vond ik veel leuker dan het onderzoek op zich. Ik ben nooit naar de tekenacademie geweest, maar het creatieve zat er dus wel in.”

Vanwaar dan de keuze voor wiskunde-wetenschappen?

Pattyn: “Ik ben opgegroeid in Oostduinkerke en ging naar school in Nieuwpoort. Daar was één school, waar je enkel moderne of wetenschappen kon volgen. Ik begon met moderne, maar dat lag me niet. Zo belandde ik in wiskunde-wetenschappen. Ik heb er geen spijt van: onderzoeken doen, de chemie van dingen, ik vind dat nog steeds leuk. Het voelt niet als een gemiste kans.”

Was je een goeie student?

Pattyn: “Nee (lachje). Ik deed niks voor school. Na het vierde middelbaar had ik drie vakantietaken. Ik zei er thuis niets over, en maakte ze ook niet. Tot de school belde: ‘Waar blijven de taken van uw zoon?’ Ik kreeg twee dagen uitstel, mijn ouders en mijn zus hebben ieder een taak gemaakt. Niet met hun volle goesting, maar alleen kreeg ik het niet meer rond, en ik zou anders mijn jaar moeten overdoen. Het zesde middelbaar héb ik gedubbeld: ik had een herexamen voor wiskunde, waar ik wéér niet voor gestudeerd had. Ik besefte het belang van studeren niet. Dat kwam pas later, op de hogeschool in Brussel.

“Opgroeien aan zee heeft voordelen: in de zomer zat ik elke dag met vrienden op het strand. Maar verder is er niets. Als puber had ik drie cafés om naartoe te gaan. Dat is niet veel, hè? Op kot gaan in Brussel was een openbaring: al die nationaliteiten en culturen, zoveel te zien en te doen en te beleven. Studenten rookten op de speelplaats, docenten dronken wijn in de leraarskamer. Ik keek mijn ogen uit en vond het zalig. Ik ben er na mijn studies lang blijven plakken, Xavier en ik hebben er onze eerste woonst samen gekocht. Een geweldige tijd.”

Toch zijn jullie teruggekeerd naar West-Vlaanderen.

Pattyn: “Na heel lang twijfelen. Maar een mens wordt ouder, na een tijdje hoef je niet meer per se drie keer per week op café te gaan. En dan komen er frustraties: de mobiliteit in Brussel is een ramp, de straten zijn vuil, er heerst een groot je-m’en-foutisme. Brusselaars zijn niet fier op hun stad zoals Bruggelingen of Antwerpenaars dat zijn. Dat vind ik jammer.

“Wat ook meespeelde, was het overlijden van mijn vader in 2011. Mijn moeder kwam alleen te staan, verkocht ons ouderlijke huis en kwam in Brugge wonen. Ik wilde bij haar in de buurt zijn. Xavier is ook van hier, zijn ouders en zus en onze petekindjes wonen in de buurt. Dat is fijn.

“Ik heb door de jaren een haat-liefdeverhouding met Brussel ontwikkeld. We hebben er onze studio nog – Xavier slaapt er soms als hij laat moet werken, ik ga erheen om uit te gaan met vrienden. Ik vind het altijd heerlijk om er te zijn, maar ik ben toch ook altijd blij als ik terug thuis ben, in de rust. Dat is oud worden, zeker?”

Je vader is jong gestorven.

Pattyn (knikt): “Hij was pas 55. Hij had een auto-ongeluk gehad en kwam er ongedeerd uit, maar toen ontdekten ze dat de oorzaak een epilepsieaanval was geweest. Na meer onderzoek bleek die epilepsie het gevolg te zijn van een hersentumor. Het was een schok, niemand van ons was daarop voorbereid. Als je zulk nieuws krijgt, weet je dat er weinig hoop is. Artsen hebben alles geprobeerd. Hij is enkele keren geopereerd, maar snijden in hersenen is heel delicaat. De laatste drie jaren was hij erg ziek.”

Heeft dat jou veranderd?

Pattyn: “Ja. Niet per se het verlies van mijn vader, wel de ervaring van verlies in het algemeen. Ik werd een stukje terughoudender. Ik was lang bang om nieuwe contacten te leggen, omdat ik dacht: het eindigt tóch. Ik wilde niet wéér iemand verliezen.

“Xavier was toen al in mijn leven. Ik leerde hem kennen toen mijn vader al ziek was. Ik heb veel aan hem gehad.”

Was hij je eerste grote liefde?

Pattyn (knikt): “Vóór hem waren er een paar losse flirts, maar die stelden niet veel voor. We zijn intussen bijna twaalf jaar samen. Ik vind dat een haast bizarre gedachte: dat er al zo lang iemand is op wie ik kan steunen, die ik door en door vertrouw en die er voor me is. Ongelooflijk.”

'Mensen met een uitgesproken afkeer van homoseksualiteit zijn soms zélf homo, maar durven er nog niet voor uitkomen.' Beeld Carmen De Vos
'Mensen met een uitgesproken afkeer van homoseksualiteit zijn soms zélf homo, maar durven er nog niet voor uitkomen.'Beeld Carmen De Vos

KUSSEN IN DE METRO

Wist je al vroeg dat je op mannen viel?

Pattyn: “Eigenlijk wel. Ik had relaties met meisjes, ook fysiek: dat was geen probleem. Maar ik merkte wel dat ik jongens mooier vond, en gaandeweg ook dat ik me meer tot hen aangetrokken voelde. Ik vond dat vreselijk. Ik wílde dat niet. Ik wilde niet afwijken van de norm. Ik had geen idee wat ik moest doen. Nu praten bekende mensen over hun geaardheid, maar toen waren er weinig rolmodellen. Negen jaar heb ik geworsteld, me anders voorgedaan dan ik was. Ik had een heel goeie vriend – dat is hij nog steeds – die toen al uit de kast was gekomen, en zelfs tegen hém kreeg ik het niet gezegd. Ik denk dat ik te veel met het clichébeeld in mijn hoofd zat van de vrouw en de Volvo en de hond en de kinderen. Daar wilde ik zo graag aan voldoen.

“Pas op mijn 24ste ben ik uit de kast gekomen. Grotendeels omdat mijn moeder aandrong. Ze zag dat er iets was: ze smeekte me bijna om haar te vertellen wát. Ze reageerde heel positief. Mijn vader ook. Ik heb tot op vandaag maar van één iemand een negatieve reactie gekregen. Achteraf gezien is het dom dat ik zo lang met dat geheim heb rondgelopen. Ik heb een groot deel van mijn jeugd niet op een goeie manier kunnen beleven. Ik draag dat nog steeds mee: ik steek mezelf heel makkelijk weg.”

Maar je geaardheid heb je aanvaard?

Pattyn: “Dat wel. Was ik liever hetero geweest? Misschien, al was het maar om dat hele proces van aanvaarding niet te moeten doormaken. Maar ik zit goed in mijn vel. Ik ben blij met wie ik vandaag ben, en ik ben superblij met Xavier. Ik schaam me niet voor mijn geaardheid. Waarom zou ik ook? Het is geen keuze.”

En toch gebeuren er af en toe gruwelijke dingen. Onlangs werd de 42-jarige David door drie tieners in de val gelokt en vermoord. Misschien alleen omdat hij homo was.

Pattyn: “Dat is intriest. Intriest. Die man is afgestraft om zijn eigenheid, moedwillig in de val gelokt. En dat door jongeren van 16, 17 jaar. (Stil) Daar zijn geen woorden voor.”

Waar komt die afkeer vandaan? Is het angst voor wat afwijkt van de norm?

Pattyn: “Ik weet het niet. Ik heb al gemerkt dat mensen met een uitgesproken afkeer van homoseksualiteit soms zélf homo zijn, maar er nog niet voor durven uitkomen. Maar dit gaat veel verder. Dit is haat. Komt dat door de opvoeding, de omgeving waarin iemand opgroeit? Ik weet dat echt niet.

“Het is zo vreselijk triest. Net als je denkt dat homoseksualiteit meer aanvaard wordt, gebeurt zoiets. Het is niet te begrijpen.”

Houdt het jullie bezig? Niels Cremers, de man van Xaviers collega Riadh Bahri, zei in Humo dat ze in hun woonplaats Molenbeek elkaars hand niet durven vast te houden uit angst om nageroepen te worden.

Pattyn: “Ik herken dat. Onze studio ligt in Molenbeek. We hebben daar gewoond, we gingen er naar de winkel – de mensen zullen wel vermoed hebben dat we een koppel waren. Maar wij liepen er ook niet met onze geaardheid te koop. Dat gaat niet over schaamte. Homoseksualiteit is – zoals helaas alweer is gebleken – nog steeds niet algemeen aanvaard. Dan is het simpelweg niet slim om hand in hand over straat te lopen of te staan kussen in het metrostation. Ik ben niet het type dat op de barricaden gaat staan.”

En Xavier? Hij maakte drie jaar geleden de documentaire Voor de mannen. Wilde hij het onderwerp bespreekbaar maken?

Pattyn: “Ik denk niet dat hij per se een grotere boodschap wilde brengen. Het was een goed format en er werkte een sterke ploeg aan mee – dat sprak hem aan. Het is natuurlijk een thema dat hem nauw aan het hart ligt, maar Xavier is ook geen voorvechter, geen roeper. Wij blijven eerder op de achtergrond.

“Ik vond Voor de mannen een heel sterk programma, vooral door de verschillende generaties die aan het woord kwamen. Kijkers zagen dat homoseksualiteit al langer dan vandaag een topic is, en dat je outen, het brengen van ‘de boodschap’, nog steeds een moeilijk moment is, ook in deze tijden.”

Jullie zijn niet getrouwd, toch?

Pattyn: “Nee. Xavier wilde dat graag, maar ik zie er geen meerwaarde in. We hebben al zoveel meegemaakt samen. Onze eerste jaren waren meteen heel emotioneel, door de ziekte en het overlijden van mijn vader. We hebben samen een huis in Brugge en een studio in Brussel, we hebben leningen… Wat kan die ring daar nog aan toevoegen? Plus: ik haat het om in de belangstelling te staan. De hele dag mensen die naar me kijken: mijn trouwdag zou voor mij de hel zijn.”

Willen jullie kinderen?

Pattyn: “We praten daar al jaren over. We overwegen pleegzorg. Dat is voor ons de beste optie. Genetisch gezien zullen we nooit een kind van ons twee hebben, en de procedure voor adoptie is lang en gecompliceerd.

“Mijn zus heeft sinds een jaar een pleegkind, dus we weten min of meer hoe dat eraan toegaat. En toch aarzelen we. Wellicht denken we er te veel over na. Je sluit bijna letterlijk een contract af, dat is meer beladen dan: we laten de natuur haar gang gaan en zien wel wat er komt. Maar ik denk oprecht dat Xavier en ik het goed zouden doen. Xaviers zus werkt in de voedingssector, haar man in het ziekenhuis. Tijdens de eerste lockdown moesten ze allebei blijven werken, en kwam hun dochter van 9 heel vaak bij ons – mijn werk lag toch stil. Dat was superfijn. We hebben die periode echt een goede band gekregen. Toen ze nadien terug naar school ging, zei haar juf: ‘Je bent mondiger geworden bij je nonkels’ (lacht).”

Welke waarden zou je een kind willen meegeven?

Pattyn: “Liefde. Openheid. Je passie durven volgen. En ook: niks voor niks. Wat Xavier en ik hebben bereikt, komt alleen door hard te werken. We blijven West-Vlamingen, hè.”

Werken is het hoogste goed?

Pattyn: “Zolang je het graag doet. Xavier en ik werken hard, maar niet voor het geld. We leven eenvoudig. Het liefst zijn we gewoon samen thuis. We brengen vaak tijd buitenshuis of apart door, en als we dan allebei hier zijn, kunnen we daar echt van genieten. Samen voor tv hangen, een romantische film kijken waarbij je al van de eerste seconde weet hoe hij gaat eindigen: heerlijk! In het weekend genieten we van onze brunch. Dan staat de hele tafel vol: koffiekoeken, vers fruitsap, eitjes, beleg, stokbrood… Eten is iets waar we echt van genieten.”

Xavier komt dan ook uit een horecafamilie.

Pattyn: “Ja, maar ironisch genoeg heeft hij daar niet op een goeie manier leren eten. Bij hen was dat puur functioneel: snel wat binnensteken voor de service begint. Bij mij thuis was eten een familiemoment. Xavier eet ’s morgens een boterham aan het aanrecht, ik zit minstens een half uur aan tafel. Met een boek erbij, de radio op. Ik maak van het ontbijt een moment.”

‘Na de aanslagen in Brussel kwam Xavier kapot thuis. Ik zei: ‘Laat ons ons verstand op nul zetten en een romantische film kijken.’’ Beeld Carmen De Vos
‘Na de aanslagen in Brussel kwam Xavier kapot thuis. Ik zei: ‘Laat ons ons verstand op nul zetten en een romantische film kijken.’’Beeld Carmen De Vos

BAGGER IN DE NACHT

De VRT maakte onlangs een filmpje waarin schermgezichten klachten over zichzelf voorlezen. Ook Xavier kreeg ervan langs. Een kijker schreef: ‘Haal die lelijkerd van het scherm.’

Pattyn: “Hij krijgt gigantisch veel bagger over zich heen. En vaak is die heel persoonlijk: over zijn kapsel, zijn tanden, het feit dat hij homo is. Soms verstuurd om drie uur ’s nachts, wellicht door iemand die naar een herhaling van Het journaal zit te kijken. Mensen hebben over alles een mening, en met de sociale media is er ook een forum om die te uiten. Hij kan er al beter mee om dan vroeger, maar ik weet dat het hem toch nog raakt. Dat kan haast niet anders. Gelukkig komen er ook positieve berichten: ‘Je schoenen zijn keimooi, vanwaar komen die?’ (lacht)

Mag hij als nieuwsanker dragen wat hij wil?

Pattyn: “De styliste van de VRT beslist mee. Ze zijn met hem ook wel bewust voor verjonging gegaan, dus hij mag sneakers en jeans dragen. Ze weten dat een pak met das zijn stijl niet is, en daar houden ze rekening mee. Ik denk ook niet dat hij zoiets zou dragen: Xavier is heel authentiek.”

Kijk je naar al zijn presentaties?

Pattyn: “Eerlijk? Ik kijk zelden naar Het journaal. Ik luister naar het nieuws op de radio. Het dan ook nog eens op tv zien, hoeft voor mij niet.

“Het is soms grappig: mensen die weten dat Xavier en ik samen zijn, gaan er vaak van uit dat ik net zoveel weet als hij. Dan vragen ze me iets over een bepaalde minister, en heb ik geen idéé over wie ze het hebben. Dat maakt het ook fijn om af en toe eens apart uit te gaan. Zijn vrienden praten de hele avond over de actualiteit. Ik heb daar niet altijd zin in, ik hoor dat thuis al genoeg (lacht).”

Jullie lijken in veel opzichten complementair.

Pattyn: “Dat is echt zo. Op veel gebieden ben ik de rust, Xavier de onrust. Als hij thuiskomt, moet ik mentaal schakelen: ik zit de hele dag rustig te werken met Klara op de achtergrond, en dan komt hier zo’n wervelwind binnen (lacht). Maar het werkt voor ons. We houden elkaar in balans: ik wat naar boven, hij wat naar beneden.”

Heeft hij kleine kantjes?

Pattyn: “Hij kan écht niet tegen zijn verlies. Hier zijn al enkele Wii-controllers gesneuveld (lacht). Maar voor de rest? Dat hij een zenuwpees is, misschien. Hij is constant in beweging – zijn handen, zijn voeten, ik word er soms zelf zenuwachtig van – maar dat is niet echt een klein kantje.

“We zijn gewoon goed samen. Na de aanslagen in Brussel bijvoorbeeld kwam hij kapot thuis. Ik zei: ‘Laat ons ons verstand op nul zetten en een romantische film kijken.’ Op zo’n moment heeft hij geen nood aan iemand die net als hij alles op de voet volgt en de gebeurtenissen nóg eens wil analyseren. Omgekeerd vind ik bij hem veel geborgenheid. Xavier is een teddybeer, een warm dekentje dat ik altijd om me heen kan trekken. Hij is de beste mens die ik ken, echt waar.”

In Winteruur, het programma van Wim Helsen, zei hij dat hij soms te veel voor anderen wil zorgen. Dat hij, als vrienden een keer een woord gebruiken dat ze normaal gezien niet gebruiken, de dag nadien al aan de telefoon hangt: ‘Is alles wel goed met je?’

Pattyn: “Dat klopt 100 procent. Xavier is een gever pur sang, soms ten koste van zichzelf. Ik probeer dat voor hem ook te zijn, maar ik zal nooit zijn niveau van geven bereiken. Ook daarin zijn we complementair: ik ben rationeel, hij is emotioneel.”

‘Ik wilde zo graag voldoen aan het clichébeeld van de vrouw en de Volvo en de hond en de kinderen.’ Beeld Carmen De Vos
‘Ik wilde zo graag voldoen aan het clichébeeld van de vrouw en de Volvo en de hond en de kinderen.’Beeld Carmen De Vos

Hij zei toen ook dat hij lange tijd dood was vanbinnen, en dat hij zijn emoties pas de laatste jaren heeft ontwikkeld.

Pattyn: “Zijn ouders waren typische hardwerkende West-Vlamingen. Hun motto was: voortdoen. Er was geen ruimte voor diepe emoties. Xavier en ik hebben elkaar daarin voor een stuk gevonden – bij mij thuis werd ook niet over gevoelens gepraat. Ik schermde mezelf bovendien heel hard af, omdat ik in de knoop zat met mijn geaardheid.”

Jullie worden allebei 40. Xavier dit jaar, jij volgend jaar. Lastig?

Pattyn: “Voor Xavier meer dan voor mij. Hij is beginnen trainen en op zijn voeding letten, en is intussen heel wat afgevallen. Ik ben gezegend met een goed metabolisme, maar ik let ook wel op wat ik eet. Ik koop geen snoep, drink overdag enkel water en we drinken thuis nooit alcohol, tenzij er vrienden op bezoek zijn. Sporten doe ik af en toe: soms ga ik een aantal weken lopen, dan val ik weer stil. Ik beweeg wel: ik heb tijdens de lockdown mijn auto verkocht, ik doe nu alles met de fiets.

“Ik zie in 40 worden vooral een professionele uitdaging. Ik zou tegen dan graag verder staan op creatief vlak: wat meer naam hebben gemaakt, of meer exposities hebben gedaan.”

Daar dwarsboomt corona je nu wellicht.

Pattyn: “Voor een stuk, maar ik wil dat niet als uitvlucht gebruiken. Ik weet dat ik vooral zélf meer stappen moet zetten.

“Mijn grote droom is om iets samen met Xavier te doen – zonder dat hij de VRT ervoor moet opgeven, natuurlijk. Misschien kunnen we een kleine boerderij kopen, en die inrichten met een atelier, een paar stiltekamers en een opnamestudio: ruimtes die we kunnen verhuren of zelf gebruiken voor onze jobs. We hebben allebei ondernemersbloed, het zou leuk zijn om op die manier onze twee sectoren samen te brengen. Het is toekomstmuziek – we hebben er op dit moment het budget niet voor. Maar het is mooi om er nu al over te dromen. We zien wel waar de tijd ons brengt.”

Het journaal laat, Eén, maandag tot zondag

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234