Zondag 21/07/2019

'Ik wilde op een andere manier over liefde en seks vertellen'

Sinds het succes van Home. The Story of Everyone Who Ever Lived in Our House, een non-fictieboek waarin ze in de geschiedenis duikt van de bewoners die haar in haar huis zijn voorgegaan, is Julie Myerson (1960) een rijzende ster in het Verenigd Koninkrijk. Maar ze is voor een ander boek in België op bezoek, Ik en de dikke man, een korte, intrigerende roman over vervreemding, seks, identiteit en vooral een bizarre liefdesrelatie.

Julie Myerson

Ik en de dikke man

Oorspronkelijke titel: Me and the Fat Man

Vertaald door C.M.L. Kisling

Archipel, Amsterdam, 200 p., 15,95 euro.

Amy, de hoofdpersoon van Ik en de dikke man, werkt als dienster in een restaurant en is nogal matjes getrouwd met een softwareverkoper wiens naam we nooit te weten komen. Ze is jong, blond en mooi en profiteert daarvan om in haar vrije uren in een parkje heren op te pikken. "Het ging me vooral om de spanning maar ook om het geld - geheim geld, snel geld, geld dat helemaal van mij was. Want mijn gedachten hoeven zich niet op dezelfde plaats als mijn lijf te bevinden. Mijn ziel zit niet in mijn mond - maar heel wat mannen zouden er een smak geld voor over hebben om zich daar wel te bevinden."

Er is iets mis met Amy. Beetje bij beetje wordt duidelijk dat het al heel vroeg fout is gegaan: ze is op een Grieks eiland opgegroeid, met een labiele moeder die zelfmoord heeft gepleegd toen Amy zes was. Dat drama, gevolgd door een niet echt gelukkige jeugd in pleeggezinnen, heeft een trauma achtergelaten. De volwassen Amy gaat emotioneel verdoofd door het leven, niet in staat om zich te binden of liefde te voelen.

"Dat verandert wanneer een zekere Harris opduikt, een oudere man die beweert dat hij Amy en haar moeder in Griekenland heeft gekend. Harris wil koste wat het kost dat Amy zijn protégé ontmoet, een jongeman die Gary heet. 'Gary was een jaar of dertig en je kon er niet omheen, de man was dik. Hij was héél dik - ik bedoel hij had een probleem. Ik zou het zeker geweten hebben als ik hem al eens een beurt had gegeven; ik kan me voorstellen dat je nogal zou moeten graven in al dat vlees om die garnaal van hem te vinden en dat je zou stikken in al die kwabben.' Raar maar waar, de ontmoeting wordt het begin van een grillige driehoeksverhouding met onverwachte afloop."

U hebt Ik en de dikke man in 1998 geschreven, het is dus ouder dan Hier gebeurt nooit wat, dat vorig jaar in vertaling verscheen. Waarom die omgekeerde chronologie?

"Dat moet je aan mijn Nederlandse uitgever vragen. Ik neem aan dat Hier gebeurt nooit wat succes heeft gehad, dat ze toen gekeken hebben wat ik nog allemaal had, en dat het Ik en de dikke man geworden is. Wat een beetje vreemd is, want ik ben net klaar met mijn zevende boek en Ik en de dikke man lijkt lang geleden. Als ik het nu bekijk, denk ik, dat zou ik opnieuw kunnen schrijven en ik zou het beter doen. Ik heb dat wel vaker, dat ik terugkijk naar een boek en me afvraag, waar is dat vandaan gekomen?"

U neemt me de woorden uit de mond. Waar is de inspiratie vandaan gekomen?

"Tja, ik plan mijn boeken nooit vooraf, ik begin gewoon met een kleinigheid. Ik en de dikke man was een klein beetje autobiografisch, in de zin dat ik ooit serveerster ben geweest in een restaurant in Bath. Ken je Bath? Het is een heel claustrofobisch, stijf, burgerlijk stadje. Ik wilde iets doen dat contrasteerde met die burgerlijkheid, vandaar dat Amy zich prostitueert. En daarna werd het vanzelf een liefdesverhaal. Want dat is het echt wel. Ik begin letterlijk met niets en als het emotioneel juist voelt, schrijf ik verder. Doet het dat niet, dan gooi ik het weg. Zo groeit het. Ik ben trouwens niet ontevreden over Ik en de dikke man. Amy's stem klopt helemaal. Daar was het mij om te doen: iemand op papier zetten die zich verbaal niet zo goed uitdrukt maar wel heel oprecht is. Toen ik haar stem eenmaal had gevonden, schreef de rest zichzelf."

Vooral in de eerste hoofdstukken, wanneer Amy over haar huwelijk en haar werk en haar prostitutiehobby vertelt, is er een sterk gevoel van vervreemding.

"Ik zou het liever emotioneel ontwricht noemen. Ze heeft een moeilijk verleden gehad maar eigenlijk heeft ze zich nog behoorlijk goed gered. Maar om dat te kunnen, heeft ze hele stukken van zichzelf moeten wegstoppen. Ze is emotioneel ontwricht, misschien ook wel vervreemd. Het zit allemaal in die stem. In de allereerste versie had haar echtgenoot een naam, en dat werkte niet. Ik zag hun relatie niet zitten. Pas toen ik op het idee kwam om die man geen naam te geven en haar alleen maar over 'mijn man' te laten praten, klikte het. Toen was haar houding tegenover hem en haar huwelijk perfect gedefinieerd. 'Mijn man'."

Een evidente vraag: waarom laat u Amy verliefd worden op, ik citeer, 'een nogal lelijke moddervette gast'?

"(lacht) Eerlijk gezegd weet ik niet meer waarom. Maar het moest zo gebeuren. Ik schrijf eigenlijk altijd over liefde die uit een onverwachte hoek komt. En ik wilde op een ander manier over liefde en seks vertellen. Het is grappig, mijn Amerikaanse uitgeefster, die mijn eerste twee boeken had gepubliceerd en heel mager is, las Ik en de dikke man en zag het helemaal niet zitten, ze kon niet geloven dat een mooie jonge vrouw zich aangetrokken zou voelen door een dikke man. Ik moest een andere uitgever zoeken. Ik begreep haar reactie niet, ze leek het een obsceen idee te vinden, terwijl toch ongeveer de helft van de bevolking dik is. Wordt niemand dan verliefd op dikke mensen?"

Misschien alleen andere dikke mensen...

"Dat is overduidelijk niet waar. (lacht) Ik wilde niet per se over dikke mensen schrijven. Maar het was een uitdaging. Ik wil iets zeggen over echte liefde en echte seks. Mijn eerste roman ging over een zwangere vrouw die overspel pleegt. Het belangrijke was dat ze ongewenst zwanger was, dat maakte het interessant. Dit boek gaat over een vrouw met een akelige, trieste seksuele ervaring, die verliefd is zonder het willen of te verwachten. Vandaar de dikke man."

In Ik en de dikke man speelt een zwangerschap ook een essentiële rol. In uw andere boeken eveneens. Is dat een rode draad?

"(lacht) Nu je het zegt, ik heb altijd dode baby's in mijn boeken! Toen ik mijn eerste roman begon, tien jaar geleden, was ik net bevallen van mijn tweede kind. Tijdens het schrijven was ik voor de derde keer zwanger. Het was normaal dat ik over zwangerschappen en baby's schreef, het was een deel van mijn leven. Het was gemakkelijk. De kinderen in mijn latere boeken volgen de leeftijd van mijn eigen kinderen. Maar dat is niet autobiografisch, ik gebruik gewoon wat op dat ogenblik in mijn leven belangrijk is. Wat ik wel heb beseft, is dat ik schrijf over de dingen die mij bang maken. Over de donkere kant van het moederschap, de angst je kind te verliezen."

Schrijven als therapie?

"Dat zou saai zijn! (lacht) Maar mensen zeggen me soms dat ze het vreemd vinden dat ik over die duistere dingen schrijf. Fictie is voor mij in het ravijn kijken, in de diepte en het donker. Ik ga daar ver in, ik maak het mezelf niet gemakkelijk en ik probeer zo eerlijk te zijn als ik kan. Maar het helpt me misschien om in het echte leven die angsten te ontlopen. Dat is geen theorie of zo, ik heb het pas achteraf gemerkt."

U schrijft niet alleen duister maar ook heel zintuiglijk. Heel veel geuren - en niet altijd aangename - smaken.

"Ik ervaar het leven heel visceraal en ik kan me niet voorstellen dat ik anders zou schrijven. Het eerste wat mij aan een situatie treft, is hoe ze ruikt en voelt en smaakt. In het schrijven is dat zintuiglijke een zoeken naar een nieuwe manier om emoties op papier te zetten. En ik probeer trouw te blijven aan mijn personages. Amy in Ik en de dikke man zal de dingen niet ervaren zoals Tess in Hier gebeurt nooit wat dat doet. Het is geen systeem, geen truc. Als Tess de kleur van de lucht beschrijft, is dat omdat ik vind dat zij dat op dat moment moet doen. Amy zal op een veel banalere manier commentaar geven bij de dingen, omdat haar stem zo is. Ik probeer het zo te doen overkomen dat je als lezer het gevoel krijgt: ik ken dit, het is echt, maar ik heb het nog nooit op die manier verwoord gezien. Ik heb een hekel aan clichés. Ik gebruik er veel, maar ik schrap ze altijd. Het beste proza van de schrijvers die ik bewonder is heel sober en toch verrassend. Dat vind ik knap. Ik hou van simpele taal, niet van ingewikkelde zinnen, van veel woorden als een of twee genoeg zijn."

Uw boeken zijn dan ook compact.

"Dat is zo. Ik lees zelf niet graag lange boeken, misschien komt het daardoor. Een boek moet iets groots heel kort vertellen. Je moet niet alles vertellen, de lezer hoort ook zijn werk te doen en ik reken erop dat hij of zij ook dingen inbrengt. Maar je mag natuurlijk niet lui zijn als schrijver. In mijn eerste boek, Sleepwalking, waren de scènes allemaal heel kort omdat ik nog moest leren. Gesprekken stopten omdat ik niet meer wist wat de personages konden zeggen. Nu is dat niet langer het geval, als ik een korte scène schrijf is dat omdat ik het zo wil. Het mag nooit gaan vervelen. Als dat gebeurt, stop ik."

Uw vierde boek, Something Might Happen is in het Nederlands als 'literaire thriller' verschenen. Vindt u dat niet vreemd?

"Ik ben er niet blij om. Ze hebben de titel trouwens ongelukkig vertaald als Hier gebeurt nooit wat. Er gebeurt wel iets, daar gaat het net om! Toen Something Might Happen in Groot-Brittannië verscheen, werd het ook eerst in de crime-afdeling van de boekhandels gezet, maar daar heeft mijn uitgever een stokje voor gestoken. Het is natuurlijk leuk als je meer verkoopt omdat er 'thriller' op staat, maar dan bedrieg je de lezer. Als je mijn boeken als thrillers koopt, word je onvermijdelijk ontgoocheld en dat is niet de bedoeling."

Maar het blijft wel spannend.

"Ja, je moet blijven lezen. Something Might Happen gaat over de emotionele gevolgen van een misdaad en over de akkoordjes die we met onszelf sluiten om onze angsten te bezweren: vreselijke dingen overkomen anderen, niet ons. Maar soms zijn wij die anderen."

Het boek kwam op de longlist van de Booker Prize maar geraakte niet op de shortlist. Een teleurstelling?

"Dat viel best mee. Ik heb niets tegen prijzen, maar het is geen ambitie. Ik schrijf geen boeken om prijzen te winnen. Het is alleen vervelend als de winnaar een boek is dat ik slecht vind - dat lijkt niet eerlijk. Waarom ik schrijf? Omdat ik het altijd heb gewild en altijd heb geweten dat ik het zou doen. Ik schreef al boekjes toen ik negen was. Ik was dol op het werk van Daphne Du Maurier en ik stuurde haar een stukje dat ik had geschreven. Zij schreef heel vriendelijk een briefje terug en toen ik weer, en dat hebben we een tijdje volgehouden. (lacht) Ik denk dat ik zes of zeven brieven van haar heb, ze was heel inspirerend en bemoedigend. En van die longlist gesproken - toen ik zeventien was, las ik The Rachel Papers van Martin Amis en ik vond dat een geweldig boek. Amis was mijn idool, ik dacht dat ik nooit zou kunnen schrijven als die man. Wel, het jaar dat Something Might Happen op de lijst stond, was Amis er ook, en hij haalde evenmin de shortlist. Toen vond ik het helemaal niet erg dat ik niet won, want ik had op mijn zeventiende nooit durven dromen dat ik op dezelfde lijst als Martin Amis zou staan! (lacht) Wat niet betekent dat ik vies ben van een prijs. Laat maar komen!"

Bart Holsters

'Het eerste wat mij aan een situatie treft, is hoe ze ruikt en voelt en smaakt. In het schrijven is dat zintuiglijke een zoeken naar een nieuwe manier om emoties op papier te zetten'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden