Zaterdag 07/12/2019

'Ik wilde de plaat niet te zwanger maken'

'Jazz moet wat wringen', geloofde Tom Barman nog bij de eerste jazzcompilatie voor Blue Note. Dat idee lijkt afgeschud op de driedubbele verzamelaar die hij voor het jazzlabel Impulse! samenstelde. Living on Impulse! is een warme, uitnodigende nachtplaat geworden, die vlotjes binnenglijdt.

Barman jazzman? Fans kijken er al jaren niet meer verbaasd van op. Doorheen zijn bioscoopfilm Anyway the Wind Blows waaide immers ook al Charlie Parker of Herbie Hancock. En terwijl de frontman van dEUS aan dat scenario werkte, speelde Charles Mingus voortdurend op de achtergrond. Bovendien wil Barman in Portugal ooit een jazzbar openen.

De driedubbele verzamelaar voor Impulse! bleek ook al zes jaar in de steigers te staan, maar pas dit jaar vond de zanger tijd om zich over de immense catalogus te buigen. Het resultaat mag gevierd worden. Wanneer we Tom Barman ontmoeten, blijkt hij zijn achternaam alvast alle eer te hebben aangedaan. "Ik ben gisteren in de cocktailbar blijven plakken", verontschuldigt hij zich bleekjes rond de neus. "Ik geloof dat ik alles heb gedronken, behalve tequila."

Een van de schijfjes op deze driedubbelaar heet toepasselijk 'Have a Drink!'. Al konden alle drie platen onder die noemer vallen, niet?

"Dat klopt ergens wel: het is een perfecte drinkplaat. De retrodrankbar met oranje achterwand, die in het cd-boekje afgebeeld staat, hoort overigens bij mijn eigen meubilair. Aangezien Impulse! hetzelfde oranje heeft als huiskleur, vond ik die foto mooi passen."

Welke dranken zou jij serveren bij je lievelingssongs op deze plaat?

"Bij een nummer als 'Raunchy Rita' van Elvin Jones & Richard Davis is het feestje al in gang gezet. Daar hoort volgens mij een Varekai bij. Die cocktail heb ik gisteren tot scha en schande gedronken. Vodka, zwarte bessen en een rode chilipeper... (trekt grimas) Kunnen we misschien toch over iets anders spreken?"

Living on Impulse! blijft ver weg van arty-farty jazz en avant-garde. De platen klinken bij momenten zelfs onbeschaamd romantisch.

"Dat vind ik ook, al was dat niet bewust. Ruim driehonderd platen passeerden de revue, en daar koos ik gewoon de meest uitzonderlijke muziekstukken uit. Maar ik ben er heel content mee: ik betrap mezelf erop dat ik deze compilatie voortdurend cadeau doe aan mensen. Dat heb ik zelfs nooit gedaan met een plaat van dEUS. (lacht)"

De Blue Note-compilatie die je zes jaar geleden maakte, deed het behoorlijk goed bij leken en jazzliefhebbers. Kreeg je nu carte blanche?

"Het label heeft geen regels opgelegd: de plaat moest gewoon goed zijn. Wat bij mij dan weer speelde, was dat ik het niet 'te zwanger' wilde maken. Dus niet alleen de meest geflipte jazz bij elkaar gooien. Het was ook belangrijk om te schipperen tussen vaandeldragers als John Coltrane en dark horses zoals Michael White en Gary Saracho - artiesten die ik net ontdekt hebt. En het mocht ook wat luchtig zijn. Zo tref je ook Ray Charles aan, al is 'I'm Gonna Move to the Outskirts of Town' eerder soul met jazzinvloeden."

Hij is hoorbaar de vreemde eend in de bijt op deze compilatie.

"Maar Ray Charles kon toch niet ontbreken? Zijn belang in de geschiedenis van Impulse! is gewoon te groot. Door het succes van Ray Charles kreeg Impulse! al vroeg na de oprichting carte blanche. Eigenlijk is het verhaal van dat label vandaag ondenkbaar. Impulse! pompte veel geld in genres die experimenteel en vernieuwend waren: ze hadden een groot budget en scherp marketinginzicht. Music and muscle: dat is toch Amerika op z'n best?"

Wie mocht voor jou onder geen beding ontbreken?

"John Coltrane. Anders had ik de compilatie niet eens willen maken. Alleen vormde net zijn werk het grootste probleem. The Coltrane Foundation leeft al jaren in onmin met het moederhuis Universal, en daarom wilden ze eerst niet buigen. Maar na heel wat heen-en-weerverkeer kreeg ik toch mijn zin. Ze gaven de rechten vrij voor 'Alabama' - een van de schoonste muziekstukken ooit - en voor 'Song of Praise'. Alleen 'Tunji' kreeg ik niet. Maar twee op de drie: daar kan ik mee leven."

Michael Borremans liet zich voor het kunstwerk Rainpillow inspireren door John Coltrane. Tot welke beelden inspireert deze verzamelaar jou?

"Dat is te moeilijk om een antwoord op te geven, al heb ik het lang geprobeerd. Op Blue Note combineerde ik muziek met verhalen van schilders, en dit keer wilde ik hetzelfde proberen met filmregisseurs. De platen van Impulse! zijn dan ook meer cinematoscoop. Alleen klinkt de uitleg van regisseurs vaak heel technisch, terwijl schilders filosofischer uit de hoek kwamen over hun werk. Ik zocht ook even m'n heil in de popart, maar ook dat werkte niet helemaal. Ik denk dat het boek The House That Trane Built, over de geschiedenis van Impulse!, me nog het meest geholpen heeft om een beeld te vormen."

Borremans vindt dat Coltranes muziek 'een spirituele dimensie'

aanboort.

"Alle goede muziek heeft een spirituele dimensie. Maar zo denk ik niet per se over Coltrane. Sommige muziek is nauwelijks te penetreren. En daarmee bedoel ik: niet om aan te horen. Die composities vielen overboord. Op deze platen zullen er ongetwijfeld momenten zijn dat je moet werken, maar dat is normaal. Popmuziek komt naar jou toe, maar jij moet zelf in de richting van jazz wandelen. En dan is het goed om een gids te hebben, in de vorm van een compilatie. Dit is voor mij eigenlijk hetzelfde als de mixtapes die je vroeger op cassette maakte voor een meisje waar je verliefd op was. Dezelfde richtlijn hield ik in mijn achterhoofd: 'Ik wil dat die ene speciale persoon dit of dat hoort'."

Wie had je in gedachten?

"Dat gaat u niets aan. (lacht)"

Je bent fan van schrijver Michael Foley, ook een grote jazzfan. Hij beweert dat hij zo aan zichzelf probeert te ontsnappen. Herkenbaar?

"Ik wilde hem als jazzfan het voorwoord laten schrijven op deze plaat. Dat is er helaas niet van gekomen. Ik kan hem wel volgen in zijn theorie: popmuziek geeft je een wereld op drie minuten, die je in het beste geval doet dansen of meezingen. Jazz wil dat meestal niet: het is veel vrijer. Abstracter, en introspectiever. Dromeriger ook. Op deze plaat had Michael White dat effect op mij: elke keer droomde ik na een paar minuten weg op zijn muziek. Dat frustreerde me eerst, maar toen dacht ik: hoe geweldig is dat."

Je beluisterde zo'n driehonderd

platen. Het kan niet alleen goud

zijn dat blonk.

"Klopt. Afschuwelijke dingen heb ik horen passeren. Het ergste vond ik Gabor Szabo (componist die Hongaarse folk mixt met jazz, GVA) en Loretta Alexandra die verschrikkelijke gezongen jazz bracht. Ook Charles Mingus haalde het uiteindelijk niet. Ik ben fan van hem, maar zijn drie platen bij Impulse! horen gewoon niet bij zijn beste werk."

Zie jij jezelf ooit een jazzplaat maken?

"Zeker. Het moet een plaat met de energie van de Pixies worden. Ik kijk zelfs al rond wie er in die groep zou kunnen spelen. Maar neen, namen krijg je niet."

Ik herinner me dat dEUS in de Antwerpse Cartoon's ooit proefdraaide als...

"...het Royal Wallonian Jazz Research Institute. Die naam was een idee van de Craig (Ward - ex-dEUS-gitarist, GVA)."

De legende wil dat jullie Ben Crabbé flink in de zeik hebben genomen.

"(gniffelt) Op de affiche stond 'Zijn dit de opvolgers van Ben Crabbés voorprogramma?', kwestie van het publiek warm te maken. Of net niet. Raad drie keer wie die avond kwam opdagen? Maar toen Crabbé zag dat wij het waren, heeft hij rechtsomkeer gemaakt."

Living on Impulse! - Compiled by Tom Barman is net verschenen bij Impulse!/Universal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234