Zondag 25/07/2021
null

Lust & liefde

‘Ik wilde alles weten wat ze had meegemaakt, tot in de gruwelijkste details‘

Beeld Shutterstock

Kan je iemand zo graag zien dat je diens verdriet en kwetsuren ook lijfelijk ondervindt? Het antwoord is ja, zegt André (31). Hij kwam de liefde van zijn leven tegen, zwaar gehavend door het verleden. Samen overwonnen ze de pijn en wandelen nu een zonnige toekomst tegemoet.

Mijn vrouw is in een vorige relatie langdurig mishandeld en misbruikt, ze heeft een angststoornis en PTSS waarvan ze nog steeds last heeft. We zijn nu drie jaar samen. Vooral de eerste jaren was het of we op een dubbel spoor zaten. Aan de ene kant was er die overweldigende liefde die razendsnel nieuwe loten kreeg, verrassende inzichten ­meebracht en vooral heel veel plezier en ­lichtheid. Aan de andere kant was er het verdriet dat er zomaar voor kon zorgen dat ze terug­getrokken werd en angstig. Een pakketbezorger aan de deur was soms al reden voor een acute paniekaanval.

“Aanvankelijk haakte ze na onze allereerste date af. Om een paar weken later aarzelend weer contact op te nemen: ‘Ok, als je dan zeker weet dat je me leuk vindt, weet dan wel waar je aan begint.’

“Vanaf dat moment hebben we eindeloos gepraat. Ik stelde de ene vraag na de andere. Ik wilde alles weten wat ze had meegemaakt, tot in de gruwelijkste details – in de veronderstelling dat als ik maar lang genoeg doorvroeg, er een moment zou komen dat ik alles wist. En als ik de bodem zou zien van haar verdriet, zou dat het ideale vertrekpunt zijn voor ons leven samen. Ik was als het ware bezig met zekerheden te creëren voor iets wat helemaal niet te bevatten viel. Want hoe meer ik vroeg, hoe gruwelijker haar ervaringen bleken. Telkens was er weer iets gebeurd wat nog erger was dan ik me kon voorstellen. Dan bedacht ik nog maar een vraag en nog een, want op een keer moest er toch het antwoord komen: ‘Nee, wat je nu vraagt, zo ver ging het niet’.

“Ze was zo leuk, we konden onbedaarlijk lachen, ontwikkelden snel eigen woorden en grapjes. Maar dat tweede spoor moest ik me net zo eigen maken als dat andere, vond ik, anders hield ik niet echt van haar. Ik moest die gruwelijke diepte in.

Paniekaanvallen

“En toen gebeurde er iets raars. In mijn diepe wens haar pijn te doorgronden, ontwikkelde ik een wat ‘secundair posttraumatisch stress­syndroom’ blijkt te heten. De beelden van wat haar was overkomen lieten me niet meer los. Ik zag ze steeds voor me, aangevuld met beelden van wat haar had kunnen overkomen, dwang­gedachten, grenzeloos in hun wreedheid. Ik kreeg last van slapeloosheid en paniekaanvallen. Een liedje uit die periode van haar leven was, zonder een directe aanleiding, al genoeg om me totaal in de war te brengen. In het begin had ik niet meteen door dat mijn stress met die van haar te maken had. Maar door het vele praten, door de intense en atypische start van onze relatie zag zij ­onmiddellijk wat er scheelde.

“Ze herkende haar eigen paniek in die van mij, en stuurde me niet alleen naar een psycholoog, maar ving me ook op. Als ik midden in de nacht de akelige beelden niet van me kon afzetten, en dingen wilde weten waar ze zelf niet eens meer antwoord op had, zei ze: ‘Kom, we gaan naar ­buiten, trek je schoenen aan, even eruit.’ Dan ­liepen we hand in hand door de nacht over straat, net zo lang tot de gewoonheid van de dingen het won van de verbeelding. Gedurende die nachten spraken we niet over wat ons dwars zat, maar over kleine gebeurtenissen – op dat andere, gelukkige spoor, die ons ook bezighielden of over helemaal niks.

Ons bos

“Het was eng hoe ik zo steeds verder wegdreef van mezelf. Het kwam mij voor dat ik tegelijk met dat stresssyndroom een gekke jaloezie aan het ontwikkelen was. Dan besefte ik dat het geluk wat ik haar in een heel leven zou kunnen geven, in hevigheid nooit die twee jaar ellende zou kunnen overtreffen. Voor twee mensen die elkaar zo kort kennen en alleen maar blij willen zijn, hebben we het onvoorstelbaar zwaar gehad. Zij voelde zich schuldig omdat ze mij opzadelde met haar lijden, en ik omdat ik me zo vereenzelvigde met dat ­lijden door steeds vragen te blijven stellen. We hebben heel veel wandelingen gemaakt in wat we al snel ‘ons bos’ begonnen te noemen, om onze hoofden op te schudden.

“Langzaam ging het beter. Eerst met mij en nu ook met haar. Vorig jaar zijn we getrouwd. Haar trauma en mijn afgeleide trauma waren een derde persoon in onze relatie die extreme lelijkheid en extreme schoonheid met elkaar verbond. Zonder die lelijkheid waren we een ander koppel geweest. Als die iets positiefs opgeleverd heeft, dan is het dat we met nog meer mededogen en openheid naar elkaar kijken. Er zijn geen nevelen in deze relatie. Als er iets niet goed is, zie ik dat onmiddellijk in haar ogen en zij aan de mijne.

“Laatst lagen we in bed toen er ineens iets ongemakkelijks in onze omhelzing sloop. Het leek of we allebei elders waren met onze gedachten. In vorige ­relaties zou ik het erbij hebben laten zitten. Want hoe gaat dat, je bent moe, wilt slapen, aarzelt of je elkaars afwezigheid wel juist interpreteert. Misschien zegt de ander wel, nee, hoezo afwezig, en dan ben je nog verder van huis. Maar nu vroeg ik wat er aan de hand was. Er ontstond een kort gesprekje, dat we het druk hadden allebei en die avond besloten we voortaan wat rustiger aan te doen en nog maar één afspraak in het weekend te maken, en daarnaast elke maand een weekend vrij voor ons samen. De pijn heeft ons alerter gemaakt, niet gelukkiger, maar wel veel meer betrokken. En betrokkenheid is misschien wel de belangrijkste factor voor een gelukkige toekomst.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234