Vrijdag 27/11/2020

'Ik wil weten waarom België ons in de steek liet'

Op 11 april 1994 laten Belgische blauwhelmen op een school in Kigali ruim 2.000 Rwandese vluchtelingen aan hun lot over. Enkele uren later worden zij door milities gedood. Florida Mukeshimana overleefde het drama. Koen Vidal / Foto's Tim Dirven

Florida woont in een bescheiden maar kraaknet appartement in Schaarbeek. Haar begroeting is hartelijk, de koffie is net klaar.

We zagen elkaar zeventien jaar geleden voor het laatst. Toen vertelde ze me voor het eerst wat zich op Don Bosco had afgespeeld. Sindsdien is ze niet veranderd; de ouderdom lijkt geen vat te hebben op deze mooie, trotse vrouw.

Net als toen is ze gekleed in een fraaie Afrikaanse jurk. "Maar vanbinnen voelde ik me in die periode helemaal niet zo goed. De eerste jaren na de genocide waren moeilijk. Er was het verdriet om mijn man. Het besef dat ik hem nooit meer zou terugzien en dat ik er met de vier kinderen alleen voor stond. En er was die verschrikkelijke volkenmoord die niet te vatten was. We moesten leren leven met de haat die over ons was gekomen. Die ongekende, onbegrijpelijke haat."

***

Donderdag 7 april 1994. Amper enkele uren nadat het vliegtuig van de Rwandese president Juvénal Habyarimana is neergehaald, wordt duidelijk dat het regeringsleger en gewapende milities een klopjacht op Tutsi's en Hutu-opposanten zijn begonnen. Een van de meest geviseerde personen is Boniface Ngulinzira, voormalig minister van Buitenlandse Zaken en een van de architecten van de door de extremisten verguisde vredes-akkoorden van Arusha.

Op het moment dat de moordpartijen beginnen, is de ex-minister met zijn vrouw Florida Mukeshimana en hun vier kinderen thuis. Het gezin woont in de populaire wijk Kicukiro.

Florida: "Via de telefoon vernamen we dat ze zowat alle oppositieleden aan het uitmoorden waren. Ook in onze wijk hoorden we schoten. De Belgische blauwhelmen die ons bewaakten, zeiden dat het te gevaarlijk was om thuis te blijven en drongen erop aan ons te evacueren. We stemden toe en klommen in hun vrachtwagen. Ze bedekten ons met een zeil. Na een korte rit merkten we dat ze ons naar de campus van de Don Bosco-school hadden gebracht."

Kalmte in de hel

De Ecole Technique Officielle Don Bosco, eigendom van de Belgische salesianen, is in april 1994 het grootste kantonnement van de Belgische blauwhelmen. Een honderdtal para's is er gelegerd. Florida: "De vluchtelingen die er al waren, verwelkomden ons enthousiast. Ze dachten dat wij al dood waren. De hele dag stroomden er mensen toe. Allemaal met hetzelfde verhaal: Kigali was veranderd in een hel."

In de dagen die volgen, zullen meer dan 2.000 mensen hun toevlucht zoeken in de Don Bosco-school. Meer dan de helft zijn kinderen. Onder de vluchtelingen bevinden zich ook zeventig expats: vooral Belgen, Fran- sen en Italianen. Buiten wordt de school door milities omsingeld. Om de moordende bendes op afstand te houden plaatsen de Belgen een mitrailleur; rondom het terrein heeft zich elke dertig meter een zwaar bewapende blauwhelm ingegraven.

In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt, heerst er op de campus geen chaos. De vluchtelingen richten comités voor veiligheid en hygiëne op en er worden mensen aangesteld om voedsel te zoeken.

Toch wordt al snel duidelijk dat de Belgische blauwhelmen op elk moment het bevel kunnen krijgen om zich naar de luchthaven terug te trekken. In Brussel heeft de regering van Jean-Luc Dehaene al op 7 april beslist om alle Belgische troepen uit Rwanda te evacueren. Die dag waren tien Belgische blauwhelmen vermoord en voor Brussel was dat het bewijs dat de vredesmissie mislukt was en dat de troepen zo snel mogelijk naar huis moesten terugkeren.

De Belgische luitenant Luc Lemaire, die op de Don Bosco-campus het bevel voert, vraagt zijn oversten meermaals wat hij in geval van aftocht met al die vluchtelingen moet doen. Zijn hogere officieren, kolonel Jo Dewez en kolonel Luc Marchal, laten hem in het ongewisse.

Spullen inladen

Op 11 april is het zo ver. Luitenant Lemaire krijgt te horen dat de terugtrekking niet meer uitgesteld kan worden. De Belgische militairen laden hun spullen in. Enkel de expats krijgen een lift naar de luchthaven.

Florida: "Wij konden onze ogen niet geloven. De militairen plaatsten hun voertuigen achter elkaar en stapten in. Op dat moment raakten wij in paniek. Mijn dochter rende naar haar vader. 'Papa, de blauwhelmen gaan ons verlaten', riep ze aldoor. Iedereen schreeuwde dat de soldaten niet mochten vertrekken. Mensen wierpen zich voor de voertuigen. Meisjes die zich in een vrachtwagen hadden verstopt, werden eruit gesmeten. Iedereen liep achter en naast de vrachtwagens. Een soldaat schoot in de lucht om ons op afstand te houden."

Enkele minuten later zijn de Belgen vertrokken. Het geronk van de vrachtwagens maakt plaats voor het gefluit en geschreeuw van de militieleden die hun machetes tegen elkaar slaan. Florida: "'We moeten weg', zei mijn man. 'Ik ga niet wachten tot ze me hier komen vermoorden.' Maar waar moesten we in godsnaam naartoe? De milities stonden ons aan de ingang op te wachten. Wij staken het schoolterrein over, maakten een gat in de draad en zijn in de richting van de wijk Kagarama gaan stappen, weg van de stad. Maar al snel botsten we op militieleden die geld, horloges en armbanden afnamen. Ze brachten ons naar een huis en een uur later zijn leden van de presidentiële garde mijn man daar komen halen. Ik heb hem nooit meer teruggezien. Nog steeds weet ik niet hoe of waar ze hem hebben vermoord."

Het merendeel van de andere Don Bosco-vluchtelingen wordt eveneens op 11 april vermoord, amper enkele uren nadat de Belgische blauwhelmen hen hadden achtergelaten. Militie- leden drijven hen samen op een open vlakte en nemen de groep met een mitrailleur onder vuur. De weinigen die de salvo's overleven, worden met machetes afgemaakt.

Florida en haar drie kinderen slagen erin om de Congolese stad Goma te bereiken, waarna ze door het Franse leger via Bangui naar Europa worden geëvacueerd. Sindsdien woont het gezin in België.

Florida vertelt haar verhaal met een even zachte stem en met even veel details als zeventien jaar geleden. Iets waarover ze toen niet wilde praten, was dat ze bijna kapot ging van verdriet en zorgen. "Weet je nog dat ik toen niet op de foto wou? Pas question. Ik voelde me verschrikkelijk. Mentaal, materieel en financieel zaten we aan de grond. Ik had hulp nodig voor alles: de zoektocht naar een woning, meubelen. En er waren van die onverwachte obstakels. Mijn kinderen hadden natuurlijk hun getuigschriften van het lager onderwijs niet meegenomen, waardoor het erg moeilijk was om ze in een Belgische school in te schrijven. Gecombineerd met ons verdriet en onze ontreddering namen zulke problemen enorme proporties aan.

"Maar tegelijk waren er zaken die me overeind hielden. Aller- eerst mijn kinderen. In tegenstelling tot vele andere slachtoffers had ik het geluk dat zij de tragedie overleefden. Voor hen moest ik me sterk houden. Maar weet je wat me ook recht hield? De liefde en de trots voor mijn man. Want ook al werd hij vermoord, hij heeft er alles aan gedaan om de vrede in ons land te bewaren. In wat hij toen wilde bewerkstelligen, ligt nog steeds de essentie van Rwanda's toekomstdroom vervat: een land waar iedereen harmonieus samenleeft, ongeacht de verschillen. Ik ben nog altijd ongelooflijk trots op hem. Ook de kinderen praten nog veel over hun vader."

Niet zwijgen

Florida vertelt hoe de liefde voor haar man en de verontwaardiging over het massale geweld haar een nieuwe levensmissie brachten. "Ik kon niet aanvaarden dat zij die vermoord waren, vergeten zouden worden. Nog voor ik in België aankwam, had ik beslist dat ik op alle mogelijke manieren moest aanklagen wat er in Rwanda fout was gelopen. 'Als ik hier levend uit raak', zei ik tegen mezelf, 'zal ik niet zwijgen.' Ik wou praten, getuigen, aanklagen, om de wereld te verbeteren, dat werd mijn levensdoel."

De afgelopen twintig jaar getuigde Florida voor alle mogelijke rechtbanken. Ze verscheen voor de Rwandacommissie in de Belgische Senaat en reisde naar de Tanzaniaanse stad Arusha, waar een VN-tribunaal de hoofdverantwoordelijken voor de genocide berecht. "In Arusha had ik het bijzonder moeilijk. Sommige advocaten zijn echte haaien. Ze hebben kwade bedoelingen en proberen elke getuige te vernietigen. 'Jouw man is helemaal niet door de toenmalige regering vermoord', riep een van hen. 'Jij hebt zelf niks gezien. Je hebt het ook maar achteraf in een boek gelezen. Als getuige stel je niets voor!' Maar liefst vijf keer wierp hij me in het gezicht. Ik moest al mijn kracht aanwenden om niet in tranen uit te barsten. Ik was woest. Ik heb daar zeer bittere herinneringen aan."

De film

Onder meer dankzij Florida's getuigenissen dringt het verhaal van de Don Bosco-slachting ook door tot de filmindustrie. In 2005 maakte de Schotse regisseur Michael Caton-Jones de film Shooting Dogs, over een jonge leraar die op het moment dat de genocide uitbreekt lesgeeft op de Don Bosco-school. Hij belooft zijn leerlingen om hen niet in de steek te laten, maar uiteindelijk kiest hij voor zijn eigen leven en laat hij zich evacueren. Florida: "Ik heb die film drie keer gezien. De eerste keer, de avant-première, was bijna ondraaglijk. Alsof ik terug in april 1994 op Don Bosco was. Alles kwam terug: de angst, de woede, het verdriet. Ik heb gehuild van begin tot einde. Ik vind het een goede film die de realiteit respecteert. Er waren slechts enkele details waarmee ik problemen had."

Ze houdt even op met praten, dan een glimlach. "De acteur die de rol van mijn man speelt is gedrongen, nogal dik en niet zo knap. Mijn man was slank, rijzig, knap. Daar hadden ze wel wat meer op mogen letten. Zo'n film is natuurlijk ook een vorm van therapie: een erkenning van de tragedie en het verdriet dat er- mee gepaard ging. De informatie over Don Bosco is op die manier bij een breed publiek bekend geraakt. Dat is zeer belangrijk."

Op de vraag of ze de Belgen die haar twintig jaar geleden in de steek lieten, heeft kunnen vergeven, geeft Florida geen direct antwoord. "Laat me hierover het volgende zeggen: als je zo'n drama hebt beleefd, moet je ondanks alles verder met het leven. Je concentreert je op de positieve zaken en in die zin heeft België mij veel gegeven. Toen ik hier ontredderd aankwam, hebben Belgische families me erg warm ontvangen. Mijn kinderen gingen hier naar school, ze zijn naar de universiteit kunnen gaan en hebben alle vier een prima job. Dat geeft een gevoel van vervulling. Ik durfde opnieuw naar de toekomst te kijken zonder al te veel in het verleden te hervallen.

Geen rancune

"Weet je, dit is het land waar ik veiligheid vond en waar ik be- sefte wat vrede echt betekent. België heeft structuren opgezet voor mensen die het lastig hebben. Voor mij is dat een constructie van vrede. Vrede is niet dat grote woord dat je te pas en te onpas in discussies kunt gebruiken. Het is iets wat je dag na dag opbouwt en waarmee je honger, armoede en uiteindelijk ook oorlog vermijdt. Vrede is geen groot discours maar bestaat uit heel veel kleine dingen."

Florida zegt dat ze geen rancune meer heeft jegens België. Toch begon ze in 2010 een proces tegen officieren als Luc Marchal, Jo Dewez en Luc Lemaire dat nog steeds lopende is. "Omdat ik vind dat ik recht heb op schadevergoeding. Ik heb veel verloren en niet het leven kunnen leiden dat ik had willen leiden. Dat smartegeld is echter niet het belangrijkste. Ik wil eindelijk antwoord op de vraag waarom de Belgen ons toen in de steek lieten.

"En er is nog een andere vraag die ik op dat proces beantwoord wil zien: wat is de waarde van vriendschap tussen landen? België was een land dat heel dicht bij Rwanda stond, een land dat ons hielp met ontwikkelingshulp, waar duizenden Rwande- zen gingen studeren. En van de ene dag op de andere liet die vriend ons in de steek. Mijn man is een van de vele slachtoffers van die gebroken vriendschap. Eerst steunde de internationale ge- meenschap hem en moedigde hem aan aan om de Arusha-akkoorden tot stand te brengen. Hij werd bewonderd en bejubeld. Maar wanneer diezelfde man zich enkele maanden later als gevolg van zijn engagement in levensgevaar bevond, had niemand nog aandacht voor hem."

De afgelopen jaren keerden Florida en haar kinderen regelmatig terug naar Rwanda. "Hoe dat voelt? Hoe moet ik dat uitleggen? Terugkeren naar je vaderland is sowieso al emotioneel. Je ziet de personen terug met wie je opgroeide. Maar in je hoofd keren ook de personen terug die er niet meer zijn. In Kigali zijn er zoveel plaatsen die me aan mijn man doen terugdenken, ook al is de stad enorm veranderd."

Hoge prijs

Over die drastische veranderingen in Kigali en de huidige politieke situatie praat Florida liever niet praten. "Politiek heb ik opzijgelegd. Weet u wat voor mij wél heel belangrijk is? De vraag waarom zulke drama's als in Rwanda zich blijven herhalen: Syrië, Irak, Afghanistan, de Centraal-Afrikaanse Republiek. En de vraag waarom ze steeds op de hoofden van onschuldige mensen neerkomen.

"In die zin twijfel ik soms of het wel de moeite loont om je, zoals mijn man destijds, in de frontlinie van de politiek te wagen. Als je dat engagement met de dood moet bekopen, is de prijs wel erg hoog. Maar het is de keuze die wij toen gemaakt hebben en ik heb mijn man daarin altijd gesteund. En zoals ik al zei: ik ben nog altijd trots op hem. Soms echter vraag ik me af: waren we niet al te idealistisch? Naïef? Utopisch? Misschien ben ik nu meer iemand die onderhuids werkt. Mij zul je niet met grote woorden over oorlog en vrede horen vertellen. Ik werk liever met kleine zaadjes die dan later kunnen groeien. Het menselijke, dat is belangrijk.

"Wat ik precies bedoel? Ik geef al enkele jaren taallessen in een Brussels integratiecentrum en heb er veel contact met vluchtelingen uit oorlogsgebieden. Mijn ervaring is dat je hen niet helpt met grote theorieën over oorlog. Veel belangrijker is het om hen met warmte te ontvangen en hen te helpen met hun integratie. Hen laten voelen dat je er voor hen bent. Kleine dingen geven: een grapje, een compliment. Attent zijn voor hun kleine noden. Zodat ze zien dat er iets anders op de wereld is dan geweld. Soms is het beter om niet te veel te praten. De woorden komen later wel."

Deze reeks kwam tot stand in samenwerking met de ngo Echos Communication, die jaarlijks de Harubuntu-prijzen uitreikt aan Afrikanen die zich inzetten voor positieve verandering en daarmee bijdragen tot de verbetering van de levensomstandigheden van hun gemeenschap. echoscommunication.org

Maandag in deel 2 Radiofenomeen Jolly Kamuntu is de schrik van vele politici

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234