Zaterdag 03/12/2022

'Ik wil mensen helpen bij het leven'

Over ons innerlijke leven leren we in onze opvoeding doorgaans niets, zegt de Franse filosoof Frédéric Lenoir. Daarom schreef hij er een boek over. Een boek 'dat niets anders doet dan mensen helpen bij het leven. Dat is bij uitstek de taak van de moderne filosoof'.

De oorspronkelijke titel van Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed van Frédéric Lenoir luidt Petit traité de vie intérieure: kleine verhandeling over het innerlijke leven. Het is een bescheiden titel, zegt Lenoir. Hij is ook een bescheiden man, niet verpest door de bestsellers die hij inmiddels op zijn naam heeft staan. Een paar ervan zijn in het Nederlands vertaald, zoals Socrates, Jezus, Boeddha uit 2010.

"Mijn Petit traité is een toegankelijk boekje", zegt Lenoir, "gemakkelijk geschreven en niet al te dik. Ik leg niet uit hoe je op álle terreinen moet leven, ik beperk me tot het innerlijke leven. Want daarover leren we doorgaans niets, terwijl ons over de rest voortdurend van alles wordt verteld. Op school leren we lezen en rekenen, vervolgens bekwamen we ons in een vak, in de familiekring krijgen we bepaalde waarden bijgebracht; maar als het gaat om ons innerlijke leven, moeten we het zelf maar uitzoeken."

Maar Frankrijk staat bekend als een filosofenparadijs! Waar kinderen al op hun zesde Nietzsche lezen en over Sartre discussiëren.

Frédéric Lenoir: "Was het maar waar. In het laatste schooljaar wordt er iets over filosofie verteld, maar je zou met kinderen van 10, 11 jaar moeten praten over angst, vreugde, over droefheid en over woede. Je kunt jonge kinderen prima leren waarom sommige dingen aangenaam zijn en andere onaangenaam. Dat emoties niet negatief of positief zijn, maar neutraal; ze zíjn er en je moet er maar mee leren leven. Je kunt een kind vertellen dat het zijn woede kan uiten, maar dat het die ook kan leren beheersen. Dat het beter is verdriet met open armen tegemoet te treden en uit te zoeken waar het vandaan komt, dan erin te blijven hangen. Maar dat leren we kinderen niet. Als een kind verdrietig is, komen we niet verder dan 'stil maar, niet huilen'. Dat beeld van Frankrijk als filosofenparadijs klopt niet."

Filosofie over levenskunst is populair. De Britse schrijver-filosoof Alain de Botton is er rijk mee geworden.

"Ik weet dat Alain de Botton over dezelfde dingen schrijft als ik, zijn boeken zijn in het Frans vertaald, maar ik heb eerlijk gezegd niets van hem gelezen. Hij is jonger dan ik, hij is niet iemand die mij heeft gevormd, om het zo te zeggen. Maar het is een interessante ontwikkeling dat je nu steeds meer jonge filosofen ziet die filosofie weer verbinden aan het leven van alledag. De Botton is daar een voorbeeld van. En in Duitsland heb je Richard David Precht die over het leven schrijft, over de liefde, over passie; over alles wat mensen interesseert."

Jullie springen in het gat dat de opvoeders laten vallen.

"Ik ben bijna 50, dat is een leeftijd waarop je anderen iets wilt bijbrengen. In mijn geval gaat het dan niet zozeer om theoretische kennis, maar om kennis die je helpt te leven. In de boeken die ik hiervoor had geschreven - voornamelijk romans - zaten veel kleine beschouwingen over het leven. Lezers mailden me vaak dat die beschouwingen hen geholpen hadden, zaken voor hen hadden verhelderd.

"Toen heb ik besloten een boek te schrijven dat niets anders deed dan dat: mensen helpen bij het leven. Alles waar ik me zelf mee heb gevoed, op het gebied van de psychologie, de filosofie en de spiritualiteit - dat zijn de drie grote terreinen die ik onderzoek -, moest daarin samenkomen. Al die dingen die me hebben geholpen te ontdekken wie ik ben, wat menselijk is, hoe je mislukkingen het hoofd moet bieden, hoe je je gelukkig kunt blijven voelen als de ellende op je afkomt, hoe je je staande houdt, kortom, hoe je moet leven."

Is dat de taak van de moderne filosoof?

"Dat is bij uitstek de taak van de moderne filosoof: de mens helpen zichzelf te kennen. We gaan gewoon terug naar de oudheid, toen deed filosofie niet anders. De praktische filosofie is lange tijd in diskrediet gebracht. Filosofen waren meer geïnteresseerd in concepten, theorieën, grote ideeën. Dat is begonnen met de grote Duitse filosofen, Hegel, Kant.

"Pas in de loop van de jaren negentig van de vorige eeuw is daar verandering in gekomen. In Frankrijk was Pierre Hadot de pionier. Hij was de leermeester van Foucault, hij heeft in de jaren zestig en zeventig een hele serie boeken geschreven over de wijsheid van de Grieken en bracht daarmee de interesse voor de filosofie uit de oudheid terug. Leerlingen van hem - André Comte-Sponville, Luc Ferry, Michel Onfray - zijn daarna ook over geluk en over wijsheid gaan schrijven.

"Naar mijn mening is de hedendaagse filosoof een coach. Op twee niveaus: hij moet de samenleving helpen beter te begrijpen waarom mensen leven zoals ze leven, wat ingewikkeld is, omdat we non-stop worden gemanipuleerd door allerlei ideologieën - reflectie zonder emotie op bijvoorbeeld het multiculturalisme is van wezenlijk belang. En op het tweede niveau kan de filosoof ons als individu helpen orde op zaken te stellen in ons privéleven."

Waarmee hij een soort psycholoog wordt.

"Ja, dat is hij ook. Alleen is de filosoof er niet om het persoonlijke verhaal naar boven te halen van de persoon die tegenover hem zit. Als iemand met me praat, hoeven we het niet over zijn vroegste jeugd te hebben. Ik kan hem wel een aantal principes meegeven, richtsnoeren zo u wilt, die hij zich vervolgens in alle eenzaamheid eigen maakt en waar hij geheel op eigen houtje het zijne mee doet. Een psycholoog houdt de ander gezelschap en begeleidt hem tijdens een bepaalde periode in zijn leven; een filosoof geeft alleen bouwstenen die de mensen kunnen helpen op hun weg."

Dat de filosofie die taak weer op zich neemt, wat zegt dat over onze samenleving?

"Dat zegt vooral dat we dat type filosofie hard nodig hebben. Vergeet niet dat het Westen lange tijd religieus en dogmatisch is geweest, dat we eeuwen hebben gekend waarin er voor de niet-christelijke filosofie nauwelijks ruimte bestond; theologie had die rol overgenomen. De emancipatie van de filosofie is in de renaissance begonnen met mensen als Montaigne en Spinoza, die met hun handreikingen voor het dagelijkse leven teruggrepen op de oude Griekse tradities. Daarna is de filosofie gevlucht in reflectie op de wetenschap en vooral de grote politieke ideeën.

"De ineenstorting van het communisme was een belangrijk keerpunt. Daarna is het besef doorgedrongen dat politiek nooit meer de lading van vroeger zou terugkrijgen, met haar grote ideologische tegenstellingen en conflicten. Dus eerst kwamen er scheuren in de geloofwaardigheid van theologie, daarna in die van de politiek; en nu komt daar de ineenstorting van het geloof in de economie bovenop. Dat brengt het individu ertoe te verzuchten: wat geeft nog betekenis aan een mensenleven?

"Op dat punt verschijnt de praktische filosofie weer ten tonele en keren we terug naar het punt waar de Grieken al waren, en Spinoza en Montaigne: filosofie gaat niet meer uitsluitend over de grote ideeën, maar spitst zich toe op het individuele leven. Opnieuw is er het inzicht dat je de wereld niet zult veranderen door grootse politieke hervormingen, maar door veranderingen in de manier waarop je zelf tegen die wereld aankijkt. Als het individu erin slaagt zichzelf te verbeteren, zal uiteindelijk de wereld verbeteren."

Het verschil tussen u en andere filosofen is dat u lessen uit de filosofie moeiteloos mixt met die uit het christendom en het boeddhisme, en het geheel overgiet met een psychologische saus. Is het eclecticisme de religie van de toekomst?

"Het is niet nieuw. In het Romeinse rijk in de eerste eeuw na Christus zag je het stoïcisme, epicurisme, judaïsme, zoroastrisme en nog veel meer -ismes naast elkaar bestaan. Maar ik denk inderdaad dat het eclecticisme de religie van de toekomst is. De grote ideologieën, daar zijn we wel klaar mee; en ik verwacht ook niet dat ons nog een nieuwe religie geopenbaard zal worden door een profeet die het licht heeft gezien. De westerse mens is zijn illusies kwijt. Maar des te beter! Hij maakt nu kennis met het echte leven. Met de echte wereld. En met zichzelf."

Niet iedereen heeft de mogelijkheid zich in filosofie, psychologie en in wat religies te verdiepen.

"Nee, het is elitair. Het is veel gemakkelijker om je leven in te richten volgens de wetten van het christendom of de islam. Persoonlijk ben ik niet één religie toegedaan, maar ik denk dat religie een grote groep mensen nog steeds veel te zeggen heeft. Godsdienst geeft houvast, met overzichtelijke regels en rituelen en ik koester er geen enkele minachting voor. Maar mensen worden steeds beter opgeleid, en hoe beter mensen zijn opgeleid, hoe beter ze zijn toegerust om hun keuzes te maken. Alles begint met kennis."

Uw boek is ook een gids voor geluk.

"Nee, ik lever hooguit een bijdrage. Ik kom niet met een kant-en-klare gebruiksaanwijzing voor geluk. Het geluk is voor mij overigens ook niet het ultieme doel van het leven. De wijsheid overstijgt voor mij het geluk. Wijsheid en daarmee de waarheid.

"Je komt in je leven altijd een aantal keren in situaties terecht waarin je iets moet doen dat je wellicht ongelukkig maakt, maar dat toch wijs is. Een vrouw wordt voor je ogen verkracht en jij staat voor de keuze: wegrennen of te hulp schieten. Je weet dat je een groot risico loopt door te hulp te schieten, maar je weet ook dat je het wel moet doen. Omdat dat het juiste is. Geluk, dat is niet het hoogste. Wijsheid is het hoogste. Waarheid, liefde, rechtvaardigheid, dat zijn waarden waar het om gaat."

De deugden van Aristoteles: nog altijd actueel.

"Ongelooflijk toch? De wereld is de afgelopen 2.000 jaar enorm veranderd, maar de individuele mens loopt tegen precies dezelfde problemen aan als Socrates, Plato en Aristoteles. Hij heeft nog altijd dezelfde behoeftes en verlangens, dezelfde angsten en onzekerheden. Hij wil gekend worden en zich geliefd weten en raakt van slag als dat niet het geval is. De mens blijft zoals hij is."

BIO

Frédéric Lenoir, Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed, Uitgeverij Ten Have, 192 p., 19,95 euro, Vertaling: Vanno Jobse

Frédéric Lenoir werd op 3 juni 1962 geboren in Madagascar.

Hij is filosoof, godsdiensthistoricus en socioloog.

Hij was redacteur van de Encyclopédie des religions.

Sinds 2004 is hij hoofdredacteur van het tijdschrift Le monde des religions.

Lenoir werkt als onderzoeker aan de École des Hautes Études en Sciences Sociales in Parijs, waar hij deels woont.

Hij heeft ook een huis in de Provence.

In het Nederlands verschenen van hem onder meer Socrates, Jezus, Boeddha (2010), Hoe Jezus God werd (2011) en zopas Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed (2012).

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234