Zondag 05/12/2021

'Ik wil leven, niet poseren'

Volgende week ontvangt hij zijn zoveelste onderscheiding - 'voor zijn veelzijdige talent en ontelbare samenwerkingen met andere Vlaamse artiesten' - maar daar maakt Roland Van Campenhout geen muziek voor. 'De roeping een monument te willen zijn, is mij totaal vreemd.'

Niet eerder ben ik iemand tegengekomen die zo veel heeft met zo weinig, zeg ik. Blues- en folkzanger Roland Van Campenhout (1945) grinnikt bij de opening van een urenlang gesprek. Niet dat hij zich als een bezitloze presenteert, maar de zin van graaien is hem zijn leven lang ontgaan. "Goeie klank is soms genoeg voor een mens." Doe er toch maar die zachte ogen bij, denk ik.

Bij de eerste handdruk wist ik: alles is echt aan Roland. Een aristocratische bastaard, een geniale muzikant, gehuld in een gestileerde wildernis van textiel, met meer tederheid dan anarchie.

Ik kende hem als muzikant en kunstwerk, van zijn heerlijke televisiekop ook, van de onsterfelijke foto van Stephan Vanfleteren, uit kleine jazzkroegen in het Gentse. Nou ja, kennen? Er is maar één mens op de wereld die hem echt kent. "Mijn 28-jarige dochter Emma weet bijna alles van me. Onze gesprekken zijn heel open, we flappen er alles uit. Ze is mijn gevoels- en geheugenkamer. Ze heeft veel talent, is zeer spitsvondig met teksten. Ze is alleen nog iets te schuchter voor een podium.

"Het laatste heb ik natuurlijk ook mijn hele leven gekend, schuchterheid. Ik weet dat het goed komt met haar. Alleen wacht ik nog op het grootvaderschap. Het schijnt dat je dan verandert als man. Dat de rek van je leven een nieuwe bocht neemt. We zullen zien."

Heel even was hij ongerust. Emma had nieuwe schoenen gekocht, met een hak. "Altijd weer breekt haar hieltje af. Dus zag ik haar vannacht op kousen door Gent lopen, terwijl het net begon te vriezen. Het raakt me diep, het beeld van zo'n verloren meisje in de nacht, schoenen in de hand."

De nomade is thuisgekomen, zeg ik. Het is meer een gevoel dan een huis, zegt hij. "Ik sta midden in het leven, maar hoef niet meer iedere dag de deur uit. In mijn bescheiden loft zie ik aan de ene kant de zon opgaan en aan de andere kant de sterren dansen. Daarmee laat ik me graag vollopen. Veel meer hoeft eigenlijk niet. Er zijn dagen dat ik niet eens uit mijn pyjama kom. Eén keer ben ik zelfs in pyjama gaan optreden. De wereld wordt kleiner, de verwondering almaar groter. Misschien eindigen we samen nog in Bokrijk.

"Ik koop alle oude pick-ups op die ik tegenkom. Avondvullende hobby, kan ik je zeggen. En er zijn de boeken die ik nog moet lezen. Ik heb een partner met wie ik zeer gelukkig ben. Ze is geobsedeerd door koken, vooral Indonesisch."

Te veel fantasie

"Belangrijker: op mijn 70ste ben ik begonnen met gitaar leren spelen. Ik kon wel een aardig handje tokkelen, maar eigenlijk was het fröbelen. Nu bestudeer ik spel en gitaar. O ja, ik ben een ijverige student, sta me weinig spijbelen toe. Nu pas proef ik de rijkdom van het ambacht. Dat ruil ik niet meer in voor wild nachtgebraak."

Donderdag 5 februari wordt hij tijdens een feestelijke liveshow in het Kursaal van Oostende ingehuldigd in de Eregalerij voor een 'Leven vol muziek'. Het initiatief van Radio 2 en Sabam is de zoveelste bekroning van Rolands muzikale epos.

De gitarist en blueszanger, jarenlang bloedbroeder van Wannes Van de Velde, Walter De Buck en een rits internationale muzikanten, is nooit op decoratie uit geweest. Eigenlijk is hij al even verlegen als zijn dochter Emma. Achter zijn wildgroei van baard en haard en zijn diepe, soms rochelende stem gaat een prachtig regenwoud schuil, gerimpeld naar De kleine Johannes van Frederik van Eeden.

"De roeping een monument te willen zijn, is mij totaal vreemd. Ik ben een dienaar, in muziek en vriendschap. Je vais servir.... Lang geleden stond ik boven op een berg in India. Een soort oranje goeroe nam mijn hand en zei binnen de halve minuut: 'U geeft alles en krijgt weinig terug'. Dat soort uitspraken leent zich niet voor discussie, maar ik heb wel gedacht: wat jij nu zegt, motherfucker, is wel juist."

Roland heeft een hoofd voor wel tien existentiële Vlaamse films. "Die kop is via foto's en magazines de halve wereld rondgegaan, maar daar doe ik het niet voor, ademen. Ik heb me nooit de stand-in van Lee Marvin of Jean Gabin gevoeld, terwijl de early fifties me dierbaar zijn. Ik wil leven, niet poseren.

"Ik prijs me gelukkig dat ik nog de tijd heb meegemaakt dat mensen op een ijskoude winteravond op de hoek van de straat naar Schipper naast Mathilde stonden te kijken. Er waren nog maar weinig huizen die een televisie hadden. Diezelfde mensen schoven in de zomer de keukenstoelen tegen de gevel aan om te buurten. De verhalen die je dan hoorde, namen je als kind mee naar de uithoeken van je verbeelding. Ik had trouwens al vroeg last van te veel fantasie, althans, dat schreef de leraar Nederlands op mijn rapport.

"Ik was als kind gek van boeken, wou ze zelf schrijven. Schrijver worden was de ultieme droom. Op mijn zolderkamertje zat ik elke avond over woorden en zinnen te piekeren. Mijn stiefvader mocht niet zien dat het licht brandde. Ik zat daar dus met een lampje onder een dekentje."

Healing force

Als muzikant speelde Roland alle stijlen: skiffle, folk, blues, country, rock-'n-roll... Hij trok jaren op met de Ierse gitarist Rory Gallagher, langs dorpspleinen en cafés, tot in Singapore. Later zou hij een artistiek huwelijk aangaan met Arno en Raymond en Pieter-Jan De Smet. Idolaat was hij van de Amerikaanse blueslegende John Lee Hooker. "Ik ben hem ooit gaan interviewen."

Altijd weer veranderde hij van muzikaal genre, tot aan het zingen van kinderliedjes toe.

Roland werd cult.

"Ik heb er nooit naar gestreefd, het is mij overkomen. Ik heb een verheven, bijna gewijde opvatting over muziek. Van riedeltjes word ik ziek. De kracht om tot vandaag de dag altijd mezelf te blijven, is genetisch: ik kom uit een familie van ongelooflijke koppige ezels. Ik heb geen twee noten gespeeld om geld te verdienen. Ik heb geen geld, ik geef het uit. Toen blues echt in de mode kwam, begon ik iets anders. Een beetje Jimi Hendrix achterna. Muziek spelen is een sociale gave, een muzikant in hart en nieren zoekt de cultstatus niet. Cult is nietszeggend.

"Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat muziek spelen het hart moet raken. Je kunt als blueszanger en gitarist niet langs het leven heen scheren. Ik heb een functie in de maatschappij als healing force. Muziek heeft een genezende werking. Elk podium was voor mij een privilege. Ook vroeger, toen ik alleen in een hoekje van het café wat stond te toeteren. Puur voor geld spelen is een nekslag toedienen aan Billie Holiday. Daar begin ik niet aan."

Ik vraag hem of we een toast zullen uitbrengen op De oude man en de zee van Hemingway. Want daar doet hij me ineens aan denken in het restaurant aan zee. In ruige levenservaring scheelt het niet veel met de briljante schrijver-soldaat. In genot van spijs en drank ook weinig. Het is een godsgeschenk om Roland voorzichtig aan zijn visje te zien peuzelen. Bij hem wordt zowat alles sacraal.

Ook markant: iedereen die binnenkomt wordt door hem met een prudent knikje begroet. Hoffelijkheid is zijn tweede natuur. "Ik zal altijd opstaan voor een vrouw. Het stoort me zeer dat de jeugd die elementaire beleefdheid heeft losgelaten. Het wonder van een vrouw, man, weet je wel wat dat is?"

Zijn huis barst van de albums en langspeelplaten. Uit een plastic zak grist hij nu twee elpees en het singeltje 'Last letter home'. Eigen werk. "Een cadeautje", zegt hij stil. "Je hebt thuis toch nog een pick-up, mag ik hopen?"

Zwarte Assepoester

Bij vlagen is hij afstandelijk, maar niet afwezig. Kiezeltje in de keel. Vooral als de vragen persoonlijk worden. Den schakelt hij over op hermetische jazz, terwijl zijn muzikale gemoed er wel een is van overvloed en welbehagen. Een hoekje prikkeldraad hoort er ook bij.

"Mijn vader was jazzspeler in de jaren na de bevrijding: Glenn Miller, Benny Goodman.... Ik heb al die platen nog, ook die van Charlie, Monk, Rollins, Webster. Mijn muzikale opleiding was de jukebox. Als veertienjarige zat ik al in het café en kwamen dames mij halen om te jiven. Zelf was ik te verlegen om het ze te vragen. Op alles werd gedanst, op 'I'm sorry' van Brenda Lee en de nummers van Ray Charles.

"Op een dag had mijn vriend, zoon van een begrafenisondernemer, de lijkwagen gestolen. Dat waren in die tijd nog limousines met grote paarse pluimen. Wij naar het optreden van Ray Charles in het Paleis voor Schone Kunsten. De wagen mocht pal voor de ingang worden geparkeerd. We zaten op de eerste rij. Ik heb zelfs vlak naast Ray Charles gestaan. Op dat moment ging er een siddering door me heen. Ineens wist ik: ik word muzikant."

Toen hij vijf was, stierf zijn vader. Van de foto's weet hij dat het een trotse man was, altijd tot in de puntjes gekleed, altijd gladgeschoren. Maar verder? "Ik weet nog dat hij één keer per jaar aan de keukentafel zijn saxofoon helemaal uit elkaar haalde om hem te poetsen. Niemand mocht dan de keuken in.

"Nadat mijn moeder was hertrouwd met mijn stiefvader, veranderde alles. Ik werd de zwarte Assepoester. Op café noemden ze me 'die van het zaad van een ander'. Ik was bezeten van klassieke muziek, ging stiekem naar de opera, kende alle symfonieën van Beethoven uit het hoofd, was altijd in het zwart gekleed.

"Mijn stiefvader, die een echte nazi was, kon het niet hebben. Dus ben ik het huis uitgegaan. Nu denk ik dat mijn moeder daar wel veel verdriet om heeft gehad. Zij was een gesloten vrouw. Misschien heb ik het toch nog goedgemaakt. Twee keer in mijn leven heb ik een lijk in de armen genomen. En heel lang. Het lijk van mijn moeder en dat van Wannes Van de Velde. Ik heb nog met hen gesproken toen ze al overleden waren."

Eens het huis uit werd de veertienjarige Roland versneld volwassen. "Ik woonde in een caravan met twee wielen. Je hing dus de hele tijd schuin. Ik sliep in een kartonnen doos. Enig zelfmedelijden heb ik me nooit gegund. Mijn caravan stond tussen twee hoerenkoten en de dames brachten me iedere ochtend koffie en croissants. Voor de melkwinkel haalde ik 's avonds de lege melkflessen weg en bracht ze 's morgens terug voor statiegeld. Op de groentemarkt schraapte ik een soepje van selder en prei bij elkaar.

"Een keer heb ik een uurtje plaatsgenomen achter de vitrine van een hoerenkot langs de baan naar Kortrijk. Pruik op, lippen gestift. Tot er een beestenkoopman binnenkwam, ik had wel door de muren kunnen lopen om weg te komen. Ach, courtisanes, groot respect."

De maestro slaapt nog steeds op de grond, nu dan in zijn aangename loft. "Ik slaap op een tapijtje met een dekentje. Heerlijk basic. Simon Vinkenoog kwam eens bij mij logeren en die wou ook op de grond slapen. Wel naast een stapel boeken. Overal ter wereld hebben mensen alleen maar een vloer om op te slapen.

"Je mange de l'eau, zeggen ze in Afrika. De arrogante westerse cultuur kent het deficit niet meer, heeft alle tradities losgelaten. Ook daarom zie je alleen nog mensen die compleet zijn dichtgeslibd. We gapen elkaar toe als stenen in de rivier."

Drie grote liefdes

Zeg mij waar het warm is Roland, waar de kilte wordt doorbroken? Eerst een sigaretje. Een kwartier later, opgefrist door de buitenlucht, hoor ik hem voor het eerst met een brok in de keel. "Warmte... kilte... Wat kun je daar nog over zeggen in deze ijskoude tijden waar mensen zich alleen nog van schots naar schots bewegen? Ken jij nog iemand die een ander vastpakt? Die een innig gesprek met een vreemdeling aangaat?

"Listen my friend, sommige liedjes zijn warmte. De tientallen gitaren die thuis aan de muur hangen, hebben allen hun eigen warmte. Met de juiste mensen op het podium mogen spelen, is van een onvergelijkbare warmte. Ik hoef geen Sportpaleis te laten vollopen om helemaal on mind te zijn met mijn creatieve broers. Juist niet. De kilte komt doordat we onbewust leven.

"Ik heb maar twee grote vijanden: de wapenindustrie en de farmaceutische industrie: doden en genezen aan marktprijs, hoe cynisch wil je het hebben? Hoor je daar een regering over? Of heftige cafégesprekken? Ik zie nergens een vlam van verontwaardiging. Dan is de conclusie simpel: wij in het rijke westen zijn helemaal de weg kwijt. Vervreemd, onbewust, doodgeslagen door consumptie."

Na de ode aan zijn dochter volgt de ode aan zijn vrouw. Andermaal wil hij gezegd hebben dat hij zeer gelukkig is met zijn huidige partner. "Ze heeft lang in Indonesië gewoond, kent de waarde van tradities. Wij zijn alles van vroeger vergeten, maar de mensen daar weten nog dat als je bij volle maan een tak van een bepaalde boom afrukt, je een exclusief medicijn in handen kunt hebben. Wij pretentieuze leeghoofden lachen daar mee.

"Mijn vriendin weigert haar gsm te gebruiken. Zij zegt: als we elkaar moeten ontmoeten zullen we elkaar ontmoeten, op eender welke hoek van de straat. Telepathie werkt, maar je moet erin geloven. Mijn vrouw wil het liefst 24 uur op 24 koken, en het klopt altijd. Op het podium weet ik ook niet wat ik precies ga doen, maar eens de snaren aangespannen klopt het weer.

"Ik heb zelf lang in Singapore gewoond. Iedereen vindt dat een klotestad, maar kom je in het hotel dan waait de vriendschap je toe. Ik was geroerd dat alle hotelkamers de namen van schrijvers droegen. De hele literatuurgeschiedenis zie je langs de hotelkamers schuiven."

A romantic guy, hij spreekt het niet tegen. "Als ik met iemand ben, wil ik een puber zijn. Dat heeft niets met lichamelijkheid te maken, het is een attitude. Ik heb in mijn leven drie grote liefdes gekend, onvoorwaardelijke liefdes. Dat maak je niet veel mee. Ik heb geen talent voor machogedrag, anders dan vele popartiesten die ik heb gekend.

"Aan lef ontbrak het niet. Toen ik ging werken bij De Vos-Lemmens heb ik de reclame voor een pot mayonaise op poten gezet. Altijd creatief willen zijn, is mijn drive. Op vakantie in Bredene met het socialistische ziekenfonds was ik altijd degene die de jongens entertainde met fabuleren. Vergeet niet, ik kom uit een familie met een grootvader die door de Rijkswacht is neergeknald in de strijd voor het stakingsrecht.

"Spreek me niet over het socialisme. Ik zie geen ideologen meer, ik zie alleen nog janetten. De hypocrisie en het schaamteloze liegen van de hedendaagse politiek staan me tegen. Zag je al die staats- en regeringsleiders op de eerste rij in hun toneelstukje voor Charlie Hebdo? Daar stonden mannen tussen die thuis opposanten laten afknallen. Mannen met het gruwelijkste bloedbad in jaren op hun geweten: Gaza. We kunnen het alleen constateren.

Zoals wij hier nu zitten, zijn wij ook gepredestineerd. Jij bent geen Wittgenstein, ik geen Schopenhauer. Daarom kijk ik 's avonds liever naar de sterren dan op tv te komen. Toen de motor, de auto, het vliegtuig werd uitgevonden, kon je nog zeggen dat de beschaving erop vooruit was gegaan. Vandaag is er alleen stilstand. De rebellie in mij is intact, maar ik ben nu een dienaar. In de liefde, in de muziek.

"Ik wil nog een paar soloplaten maken. In Indonesië wacht mij een hypermoderne studio met alles erop en eraan, ik moet geen cent betalen. Gek genoeg kost het me steeds meer moeite om het huis uit te gaan. Pas op, ik wil nog spelen, hè. Gemiddeld een keer in de week, soms drie dagen na elkaar. Als ik een tijd niet gespeeld heb, word ik onrustig."

Roerloze surplace

We lopen samen het strand op. Hij heeft zijn kleurige pet opgezet en de amusante winterjas hoog dichtgeknoopt. Er komt kleur op zijn wangen. Hier in de wind aan het strand zie je goed dat Van Campenhout een oerflandrien is. Van jazz en blues, maar ook van het leven tout court. Trouw aan zijn muziekvrienden van het eerste uur en aan de legendes met wie hij gespeeld heeft. Dicht tegen de golven van de zee krijgt zijn hoofd een kosmische uitstraling. "Er zit iets van mystiek in mij, ja, dat zie je goed."

Hij heeft zich zeker niets te kort gedaan. Drank en stuff waren vroeger meer dan nu het sociale weefsel van de jazzscene. "Het is nooit zo geweest dat ik met twee taxi's naar huis moest, een voor mezelf en een voor mijn lever. Ik heb me redelijk in de hand gehouden, maar een geheelonthouder ben ik natuurlijk niet.

"Als veertienjarige, weg van huis en haard, dompelde ik me onder in het volkscafé, meer voor de ambiance dan voor de drank. Voor de muziek vooral. Allicht heb ik verdriet gekend. Als ik thuis tussen mijn platen 's nachts alleen ben, draai ik mijn good oldies. Ik zing en speel dan mee, in het luchtledige. Iedere kreet van Billie snijdt door mijn hart, iedere zucht van Ben Webster doet mijn adem stokken."

Het einde wil hij voorlopig niet onder ogen zien. "Daar ga ik geen uren over zitten piekeren. Ik heb tientallen gitaren thuis en ik wil ze een voor een nog bespelen. Desnoods met een gespalkte houten vinger. Ik speel de dood van me weg, vriend."

Hij laat zich niet meer dribbelen door het onbekende, zegt hij nu lichtjes provocatief. "Ik wil nog alles meemaken, maar ik weet intussen wel wat het leven met een mens doet. Eerst was ik rotverwend als kind, tot mijn vader stierf. Vervolgens werd ik het huis uitgetreiterd door een stiefvader die de saxofoon van mijn vader in een café voor vijftig frank had verkocht. Als mijn moeder mij tot 's avonds laat buiten liet spelen, werd ze het ziekenhuis in geslagen.

"Ik ga u nu iets raars vertellen. Als ik de vrolijkste van de bende was, kon je er gif op innemen dat ik intens verdrietig was. Hoe plezanter hoe droeviger. Dat heb ik nooit goed van mezelf begrepen. Ik heb nachten in mijn eentje gedanst op Charlie, Sonny, Coltrane, Billie en de anderen. Zoals primitieve mensen doen. Alleen bij een opstoot van verdriet lukte dat niet. Dan bleef ik de hele nacht neergehurkt in een roerloze surplace."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234