Donderdag 23/01/2020

'Ik wil herinnerd worden als verteller'

Animatiefilmer Raoul Servais wordt morgen tachtig jaar

Ooit werd hij door René Magritte de laan uit gestuurd. Maar jaren later stond hij, samen met Francis Ford Coppola en Volker Schlöndorff, toch mooi als Gouden Palmwinnaar op het podium in Cannes. Beroemde musea zoals het Centre Pompidou in Parijs en het MoMa in New York hebben inmiddels retrospectieven aan hem gewijd. Morgen viert animatiefilmer Raoul Servais zijn tachtigste verjaardag. En ja, hij heeft nog altijd plannen.

door Jan Temmerman

BRUSSEL l Raoul Servais, die op 1 mei 1928 in Oostende geboren werd, was begin deze maand te gast op het Busto Arsizio Film Festival (in de buurt van Varese), waar aan deze "grande maestro del cinema d'animazione" een hommage en retrospectieve werden gewijd. Even later stond Nachtvlinders/Papillons de Nuit, een van zijn recentste werken, op het filmprogramma van het Guggenheim Museum in Bilbao. In de loop van de maand mei volgen opnieuw een hommage en een retrospectieve tijdens de Biennale de Cinéma d'Animation de Pontarlier (in Frankrijk) en later dit jaar wordt hij ook nog eens als jurylid verwacht op het Espinho International Film Festival (in Portugal). Een rustige oude dag lijkt niet zijn eerste bekommernis.

Tijdens zijn lange carrière heeft Raoul Servais een hele reeks mooie en stilistisch erg verscheiden animatiefilms gerealiseerd (zoals Sirene, Goldframe, Operation X-70 en Pegasus). Sinds Harpya, waarvoor hij in mei 1979 in Cannes bekroond werd met de Palme d'Or voor de beste kortfilm, hield hij zich voornamelijk bezig met de verkenning van het grensgebied tussen animatiefilm en schilderkunst enerzijds en live action-film anderzijds. Die exploratie was ook duidelijk aanwezig in Taxandria uit 1994, zijn eerste en enige lange film. En ook in de kortfilm Nachtvlinders uit 1998, waarin hij het universum van de schilder Paul Delvaux tot leven bracht. In 2001 mocht hij zijn nieuwe kortfilm Atraksion in wereldpremière presenteren op het Filmfestival van Venetië, waar hij reeds eerder bekroond werd met de Leeuw van San Marco voor Chromophobia.

In totaal heeft Raoul Servais in binnen- en buitenland ruim vijftig prijzen en onderscheidingen gekregen. Maar toch denkt deze minzame en bescheiden man er nog niet aan om op zijn lauweren te rusten. "Ja, ik heb nog plannen. Maar of ze ooit zullen uitgevoerd worden, is natuurlijk een andere zaak (lacht). Ik heb bijvoorbeeld een project voor een televisieserie. Niet in de vorm van animatiefilm, maar wel trucagefilm. De voorlopige titel is Mythologie 14-18 en het gaat over de Eerste Wereldoorlog."

Aan een vader vraagt men niet welk kind hij het liefst ziet, maar toch: heeft hij een favoriet? "Aangezien ik niet graag mijn films bekijk, zou ik geneigd zijn om te zeggen: de kortste. En dat is Goldframe." En heeft hij ergens spijt van? "Ja, ik heb spijt dat ik Taxandria niet heb kunnen uitvoeren zoals ik het gewenst had. Dat vind ik dus zelf een half geslaagde film."

In de wereld van de animatiefilm heeft Servais inmiddels een bijna legendarische status verworven. Dat is des te opmerkelijker omdat hij in essentie een autodidact is. Zelf is hij het Felix the Catverhaal wellicht moe verteld of gehoord, maar de manier waarop de kleine Raoul voor het eerst met het (teken)filmmedium in contact kwam, blijft hoe dan ook een mooie anekdote. In het begin van de jaren dertig was vader Servais de trotse eigenaar van een 9,5 mm-filmprojector. Snel bleek dat zijn zoontje meer geboeid werd door de tekenfilms van Felix the Cat dan door de komische exploten van Charlie Chaplin of Harold Lloyd. Wat hem fascineerde, was het feit dat 'tekeningen' plots tot leven konden komen. Geïntrigeerd bestudeerde hij de filmpjes van dichtbij en stelde vast dat die honderden tekeningen stuk voor stuk een héél klein beetje van elkaar verschilden. Maar wat was het geheim van hun beweging? Voor hem was dat pure tovenarij en dus wilde hij ook tovenaar worden.

Makkelijk ging dat natuurlijk niet, want hier bestonden toen nog geen opleidingen voor animatiefilm. Servais herinnert zich hoe hij als zestienjarige met een geleende camera voorbij een aantal zelf gemaakte tekeningen wandelde en daarbij hoopte dat het zou volstaan om het knopje ingedrukt te houden opdat alles op de film zou gaan bewegen. Sindsdien heeft Servais vaak herhaald hoe absurd het eigenlijk was dat hij, bijna een halve eeuw na het ontstaan van de animatiefilm, alles opnieuw moest gaan uitvinden. In 1963 zou Servais aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) in Gent de afdeling Animatiefilm oprichten, de eerste school van die aard op het Europese vasteland. Sindsdien kregen filmstudenten in pakweg enkele maanden evenveel kennis mee als hij toen in zoveel jaren moeizaam had weten te vergaren.

Toen Servais zich na de Tweede Wereldoorlog zelf als student had ingeschreven aan de KASK, koos hij voor de afdeling Sierkunsten "omdat je daar een beetje van alles kon doen". Die opleiding tot grafisch kunstenaar zou hem in de jaren vijftig in staat stellen te overleven via het ontwerpen van affiches en boekillustraties, het tekenen van stripverhalen, wat schilderwerk enzovoort. Toch bleef hij tijdens die studentenjaren luidop dromen over animatiefilm. In die mate zelfs dat een van zijn leraars speciaal voor hem een primitieve 9,5 mm-camera in elkaar knutselde met een sigarendoos, wat meccanostukken en de lens van een oud fototoestel. Daarmee zou Servais zijn allereerste animatiefilmpje Spokenhistorie maken. Toen de ontwikkelde film uit het labo kwam, zat daar een briefje bij met de aanbeveling voor een grondige reinigingsbeurt van de camera.

Enerzijds heeft Raoul Servais als kunstenaar een uniek parcours afgelegd, anderzijds heeft hij als pionier en leraar verschillende generaties animatiefilmers de weg gewezen. Hoe zou hij zelf het liefst herinnerd worden? Het antwoord laat niet op zich wachten: "Ik zou het liefst herinnerd worden als een verteller. Een getuige van onze eeuw."

Maar hoe zat dat nu eigenlijk met dat ontslag door René Magritte? In het begin van de jaren vijftig had de beroemde surrealistische schilder van het Casino van Knokke opdracht gekregen een panoramisch fresco te maken voor de monumentale 'Salle du Lustre'. Dat werd Le domaine enchanté, met als ondertitel Panorama surréaliste. Samen met enkele anderen mocht de pas afgestudeerde Raoul Servais de grootmeester assisteren. Tot het moment dat hij het in zijn hoofd haalde om de grootmeester enkele suggesties aan de hand te doen in verband met het kleurgebruik. Magritte was not amused.

Binnenkort verschijnt het boek Tovenaar van Oostende, een eerbetoon van Johan Swinnen en Luc Deneulin aan de tachtigjarige pionier van de Belgische animatiefilm.

Raoul Servais:

Mijn favoriete film? Aangezien ik niet graag mijn films bekijk, zou ik geneigd zijn om te zeggen: de kortste. En dat is 'Goldframe'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234