Donderdag 01/12/2022

'Ik wil geen reizende jukebox meer zijn'

rock

robert plant ziet meer heil in de toekomst dan in het verleden

Geen enkele seventiesband was zo invloedrijk als Led Zeppelin. Zelfs een kwarteeuw na hun split blijven de Britse hardrock- en metalpioniers waanzinnig populair en daar is de hoge, krijsende stem van Robert Plant zeker niet vreemd aan. Toch weigert de zanger op zijn lauweren te rusten: in afwachting van zijn nieuwe cd verscheen zopas Sixty Six to Timbuktu, een uitgebreide bloemlezing uit zijn pre- en post-Zeppelin-periode. Exclusief gesprek met een levende legende.

Londen

Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Met 35 nummers, gespreid over twee cd's, vat de nieuwe compilatie een carrière samen die inmiddels haast vier decennia omspant. Het eerste deel van het tweeluik bevat evidente hoogtepunten uit Plants acht soloplaten; het tweede neemt de luisteraar mee naar het begin van 's mans artistieke odyssee, wat verrassende haltes oplevert bij sixtiesgroepen als Listen, Band of Joy en Bronco. Later, lang nadat het Loden Luchtschip zijn laatste landing had gemaakt, zou de zanger ook gelegenheidsallianties smeden met Crawling King Snakes en Afro-Celt Sound System en bijdragen tot postume hommages aan Arthur Alexander en Skip Spence. De laatste track van Sixty Six to Timbuktu , afgelopen zomer ingeblikt tijdens een woestijnfestival in Mali, illustreert dan weer Robert Plants passie voor Afrikaanse en Arabische muziek en geeft aan dat er van artistieke stagnatie nog lang geen sprake is.

"Ieder project waar ik aan begin is een logische uitloper van het vorige", vertelt de 55-jarige zanger. "Al mijn platen zijn familie van elkaar en in wat ik nu doe zit nog evenveel rock-'n-roll als in mijn werk uit de sixties. Terwijl ik bezig was materiaal te verzamelen voor een Led Zep-compilatie, stuitte ik op enkele banden uit mijn beginperiode en nadat ik ze opnieuw had beluisterd, dacht ik: 'Goh, dit is best wel goed.' Stilistisch had ik uiteraard mijn draai nog niet gevonden, ik was pas zeventien, maar de drang om iets te maken dat er echt toe deed zat er duidelijk al in. Bovendien belichten die opnamen een aspect van mij dat vrijwel niemand kent. Ze vervolledigen dus mijn zelfportret, haha."

Als je nu 'You'd Better Run' uit 1966 hoort, zou je zweren dat het door een ander wordt gezongen. Wanneer hebt u uw eigen stem ontdekt?

"Omstreeks 1971, denk ik. Na drie jaar bij Led Zeppelin begon ik me eindelijk een beetje ontspannen te voelen en de dingen van een afstand te bekijken. In het begin forceerde ik me om zoveel mogelijk kracht en intensiteit in mijn zang te leggen, maar door mijn geschreeuw dreigde alle nuance en subtiliteit verloren te gaan. Pas ten tijde van Led Zeppelin III ontdekte ik, met 'That's the Way', dat het best bedaarder en dynamischer kon. Ook als groep hebben we altijd geprobeerd in beweging te blijven en nieuwe invloeden in onze muziek te verwerken. Dat we dingen van Muddy Waters zouden jatten, lag voor de hand. Maar toen we klanken begonnen te integreren die we hadden opgepikt in India of Marokko, ging een wereld voor ons open die ongekende mogelijkheden bood."

Wist u als kind al dat muziek uw leven zou gaan bepalen?

"Absoluut. Ik hield er rekening mee dat ik misschien tweedehandswagens zou moeten verkopen om aan de kost te komen, maar besefte tegelijk dat de muziek me nooit meer los zou laten. Al op jonge leeftijd raakte ik geboeid door de expressieve mogelijkheden van de stem. En eigenlijk luister ik nog steeds naar de oude vinylplaten die me als kleine jongen fascineerden: rock-'n-roll en rhythm & blues van obscure, zwarte artiesten."

Was er een specifieke zanger die u het licht deed zien of, beter, de donder deed horen?

"Toen ik voor het eerst aan 'Love Me' van Elvis werd blootgesteld, was ik als door de bliksem getroffen. De stem klonk zwart, al zat er ook iets van Johnny Ray in. Ze eiste resoluut de aandacht op, maar ze had ook iets smekends. Het was... drama. Magie. Ik trachtte me voor te stellen hoe het kon dat een man uit zijn auto stapte, een kamer binnenliep en zoiets uit zijn keel perste. Om vervolgens 'Big Hunk O'Love' te maken: verreweg het wildste dat ik ooit had gehoord. Later ontdekte ik de emotioneel geladen platen van Robert Johnson en Son House. Ook die stonden garant voor kippenvel."

Veel Britse muzikanten uit de sixties beten zich vast in de Amerikaanse bluestraditie, terwijl de echte pioniers uit de VS zich tot de obscuriteit veroordeeld zagen.

"Dat dáchten we, maar het bleek niet helemaal waar. Want dankzij artiesten als Spider John Koerner, Stefan Grossman en Bob Hite van Canned Heat leefde die muziek rond de universiteitscampussen en speelde Skip James zelfs op het Newport Folkfestival. In mijn favoriete radioprogramma, Little Steven's Underground Garage, hoor ik vaak opmerkelijke maar obscuur gebleven platen van toen die de weg effenden voor een groep als The Stones.

"Weet je, de Britse muzikanten uit de jaren zestig bewaarden de essentie van de blues, maar gaven er een sexy verpakking aan. Niet bewust, hoor: we probeerden gewoon krampachtig als Sonny Boy Williamson te klinken. Maar door onze Angelsaksische achtergrond maakten we er iets nieuws van. De track 'Operator', die ik in 1968 opnam met Alexis Korner, klinkt zó manisch: een jonge versie van Screaming Jay Hawkins, zeg maar. Als ik er nu naar luister, denk ik meteen: 'Doe toch niet zo overspannen, joh.'" (lacht)

Blues ontstond op de Amerikaanse katoenvelden en was een uitloper van de slavernij. Wat maakte die muziek voor jonge blanke Britten zo aantrekkelijk?

"Ze verschilde totaal van al wat tijdens de vroege sixties in Engeland populair was. Zo'n Cliff Richard kwam rechtstreeks uit de zondagsschool, maar blues was vurig, exotisch, totaal on-Brits. We begrepen er niet veel van, voelden alleen de dreiging die ervan uitging. 'If I Had Possession over Judgment Day' van Robert Johnson: zoiets hadden we nog nooit gehoord en het bezorgde ons een schok. Skiffleartiesten als Lonnie Donegan hadden wel de fakkel van Leadbelly overgenomen, maar al bij al bleven het brave jongens. Blues daarentegen was big, bad music. Niets klonk in die dagen zo intimiderend."

Te oordelen naar de veelzijdigheid van het materiaal op Timbuktu bent u een muzikale alleseter. Hadden de songs van Arthur Alexander, The Drifters en Buffalo Springfield iets gemeen?

"Wel, ze waren van een onwereldse schoonheid en lieten je, zodra je ze eenmaal had gehoord, nooit meer los. Ik ben blij dat ik enkele van de artiesten die me al jaren intrigeren - Bonnie Dobson, Jesse Colin Young, Moby Grape, Big Brother & The Holding Company - inmiddels persoonlijk heb leren kennen. Ze hebben fantastische dingen gemaakt en doen nog altijd waar ze zin in hebben, zonder toegevingen aan de popcultuur. Een zeer gezonde houding."

U was pas negentien toen u bij Led Zeppelin terechtkwam. Wat voor effect hebben het succes en de daarmee verbonden levensstijl op u gehad?

"Het was ongelooflijk verwarrend en overweldigend. Beweren dat het me makkelijk afging, zou dus een grove leugen zijn. Het leek alsof ik werd meegesleurd door een allesvernietigende windhoos. Maar de muziek maakte veel goed. Want hoewel er perioden zijn geweest waarin we aanstellerig en geforceerd klonken, gloeiden we ook vaak op in de duisternis. We vormden een eenheid, beseften dat we op weg waren naar een Bijzondere Plek.

"Ik weet wel dat er allerlei sterke verhalen circuleren over de excessen waaraan we ons zouden hebben bezondigd, maar ze zijn wat ze zijn: waanzinnige sprookjes. Het heeft geen zin wat dan ook te ontkennen. Alleen: mochten we ons echt hebben gedragen zoals sommigen beweren, dan zouden we het nooit hebben overleefd."

Led Zep behoort ongetwijfeld tot de belangrijkste bands uit de rockgeschiedenis. Sneu dat alles wat u ooit nog zult doen er steeds aan zal worden afgewogen.

"Frustrerend, ja. Maar het belet me niet nieuwe uitdagingen op te zoeken. Want ik maak alleen nog muziek om mezelf te plezieren. Ik ben niemand iets verplicht en toch heb ik dit jaar enorm hard gewerkt. Peter Gabriel, met wie ik regelmatig tennis speel, formuleert het zo: het gaat er niet om de kudde achterna te hollen; het gaat erom te geloven in wat je doet."

Blijkbaar loopt u niet hoog op met een platenindustrie die experimenten eerder afraadt dan stimuleert.

"Klopt. Een fan van Cliff Richard of Johnny Halliday weet vooraf altijd precies wat hij zal krijgen. Maar gelukkig zijn er ook mensen die verrast willen worden door iets moois, iets dat hun bloed sneller doet stromen. Muziek mag geen alternatief voor valium worden, hè?"

Wat was de laatste cd waar u opgewonden van raakte?

"Laatst tikte ik een fantastische bootleg van Bob Dylan op de kop, met 'Mixed Up Confusion', een outtake uit 1963. Verder ben ik zeer te spreken over Feast of Wire van Calexico en het debuut van Kings of Leon, een band die ik binnenkort zeker live ga bekijken. In Engeland hebben we een generatie shoegazers gehad, kereltjes die de hele tijd naar hun schoenpunten stonden te staren en klagerige, psychedelische muziek maakten. Daarnaast had je de volgelingen van Elton John: lieden met bezwaard gemoed aan de piano. Mogen we dus nu weer even lol hebben alstublieft?

"Gisteren hoorde ik mijn kleinzoon op zijn speelgoedgitaar de baslijn spelen uit een nummer van The White Stripes en dat deed me veel plezier. Alles is nog niet verloren." (lacht)

Led Zeppelin was een van de eerste rockbands die etnische klanken in hun songs verwerkten. En ook vandaag blijft u geboeid door de muziek van woestijnvolkeren als de toearegs en de gnawa.

"Voor mij maken al die dingen deel uit van één universele taal. De trancemuziek die vandaag in Mali wordt gemaakt, lijkt bijvoorbeeld als twee druppels water op die uit de Mississippidelta van 1929. Ali Farka Touré en John Lee Hooker zijn allebei minimalisten die vaak slechts één akkoord gebruiken, maar ze grijpen de luisteraar wel naar de keel."

Vorig jaar coverde u op Dreamland nogal wat songs die nauw verbonden waren met de tegencultuur van de sixties. Ziet u parallellen met het huidige sociaal-politieke klimaat, waarin mensen massaal protesteren tegen Bush, Blair en de oorlog in Irak?

"Tijdens de jaren zestig was de maatschappij volop in beweging: je had Martin Luther King, het protest tegen de oorlog in Vietnam, de seksuele revolutie, en muziek fungeerde daarbij als katalysator. Vandaag zie ik zoiets helaas niet gebeuren."

Bestaat de kans dat u ooit nog muziek zult maken met de twee andere overblijvende leden van Led Zeppelin? "Ik sluit niet uit dat ik met Jimmy Page en John Paul Jones nog nieuwe songs schrijf. Maar zou ik een Zep-reünie overwegen? Pfff... Ik hecht te veel belang aan de dingen die ik nu doe om weer een reizende jukebox te worden. Zo'n Mick Jagger die een nieuwe plaat maakt en vervolgens op tournee uitsluitend oude nummers speelt, dat slaat toch nergens op? The Stones mogen momenteel dan hopen geld verdienen, ik benijd hen allerminst. Zelf heb ik mijn muziek liever spannend en fris.

"In mijn kleine digitale studio van 500 dollar leg ik momenteel de laatste hand aan veertien nieuwe tracks die ik heb opgenomen met mijn huidige band, Strange Sensation. Ze zijn geïnspireerd door mijn trips in de woestijn en mijn ontmoetingen met opmerkelijke mensen en ik kan me echt geen project voorstellen dat ik aanlokkelijker vind.

"De muzikanten met wie ik werk hebben hun sporen verdiend bij Massive Attack, Portishead, Roni Size, Dr John en The Cure. Het zijn fantastische mensen met een rijke verbeelding die elkaar voeden en stimuleren. Onlangs nog werd ik opgetrommeld door de Afro-Celts, Transglobal Underground en The Dhol Foundation, allemaal bands die de jongste jaren baanbrekende platen hebben gemaakt. Ik hou dus nog steeds van muziek die prikkelt en waar een scherp randje aan zit. Waarom zou ik dan proberen het verleden te doen herleven?"

De dubbel-cd Sixty Six to Timbuktu van Robert Plant is uit bij Mercury.

'Muziek mag nooit een alternatief voor valium worden'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234