Woensdag 25/11/2020

'Ik wil geen pamfletten schrijven'

Zonder compromissen én op eigen tempo. Zo kreeg Elvis Peeters na dik twintig jaar schrijverschap eindelijk de renommee die hij verdient. Met zijn nieuwe, beklemmende roman 'Dinsdag'wil Peeters de lezer een spiegel voorhouden. Dirk Leyman

ls een afgetrainde meerkamper bedrijft Elvis Peeters diverse literaire disciplines. Rocker, performer, dichter, theaterauteur, scenarist en romancier: niets is hem te licht of te zwaar. Nog opmerkelijker is dat zich achter de naam Elvis Peeters eigenlijk een schrijversduo schuilhoudt. Zijn kortverhalen en romans fabriceert Peeters telkens samen met zijn echtgenote Nicole van Bael, die het liefst in de schaduw opereert.

Sinds de Librisnominatie voor het post-apocalyptische vluchtelingenverhaal De ontelbaren, rees de ster van Peeters. Met het navrante Wij brak hij definitief door. Het nietsontziende portret van een generatie jongeren die zich uitsluitend overleverde aan seksueel genot, zorgde voor hevige controverse.

Met Dinsdag schreef de firma Peeters opnieuw een roman vol onverwachte mokerslagen. Een 76-jarige man blikt op een banale dinsdag zonder scrupules terug op zijn leven en schuwt daarbij de minder fraaie kantjes niet. Op een bedaarde toon worden verkrachtingen, diefstallen en andere duistere affaires opgedist. Het gaat crescendo met de wreedheid in Dinsdag. Peeters wil op zijn manier de mensen een geweten schoppen. In de Volkskrant leverde het hem een vijfsterrrenrecensie op waarvan zijn oren nog steeds tuiten. Veertien dagen na verschijning beleeftDinsdag al een tweede druk. Peeters blijft er nuchter bij. Maar toch: "Ik geef toe dat ik niet zomaar van deze aardkloot wil verdwijnen zonder een spoor te hebben nagelaten."

In de jaren tachtig verwierf je naam en faam als rockzanger en songschrijver bij punkgroep Aroma di Amore. Hoe kwam je uiteindelijk bij de literatuur terecht?

"Een collega bij Aroma di Amore verzocht mij ooit om een muziektheaterstuk. Samen met mijn vrouw ben ik - begin jaren negentig - de uitdaging aangegaan. Het resultaat was Gras aan de horizon. Later schreven we voor de Monty de monoloog Het uur van de aap. Dat leverde ons een eervolle vermelding voor de Taalunie Toneelschrijfprijs op. Talloze uitgeverijen kwamen meteen aankloppen met de vraag of we nog werk in portefeuille hadden. Daarna hebben we ons toegespitst op kortverhalen, die dicht aanleunden bij theatermonologen. We moesten het nog in de vingers krijgen om iets van langere adem te schrijven. Spa was pas in 1998 onze eerste roman."

Je bent lang een literaire backbencher gebleven, het typevoorbeeld van de net 'niet-doorgebroken auteur'. Ironisch dat net een Nederlandse jury jullie boven het maaiveld uittilde?

"Die Librisnominatie in 2006 bracht inderdaad nogal wat teweeg. Het betekende een omslagpunt en een nieuwe start. De ontelbaren was ons eerste boek dat in coproductie met Nederlandse uitgever Podium is verschenen. Als totaalfresco verschilde De ontelbaren inhoudelijk volkomen van ons vroegere werk. Voor het eerst haalden we een tweede druk."

Met Wij, jullie roman over een losgeslagen groep jongeren en hun seksuele excessen, ging het plots razendsnel. Niemand had dit extreme boek uit je pen verwacht.

"Met Wij raakten we een open zenuw. We verkochten van het boek meer dan 10.000 exemplaren, zonder een enkele prijs of nominatie. Dat is meer dan het dubbele van De ontelbaren. Er ontstond nogal wat commotie over Wij:

NRC-Handelsblad vond het porno, HP/De Tijd noemde het ranzig en de Volkskrant gaf het dan weer vijf sterren. We mochten het zelfs gaan uitleggen in De wereld draait door. Wij wou iets vertellen over onze tijd, over jongeren die hun eigen lichaam als handelswaar beschouwen, op een Markies de Sade-achtige manier. Zodra we dat uitgangspunt beet hadden, hoefden we de input voor de roman maar uit de media te plukken."

Net als in je voorgaande romans valt ook in Dinsdag op hoe uitgepuurd de stijl is. En hoe maximaal het effect daardoor is.

"We werken keihard aan de suggestieve kracht van ons proza. We vertrekken niet van de psychologie van de personages. Ik heb niet de pretentie om me zomaar in het hoofd van iemand te verplaatsen. We laten meer handelingen of intenties voor zich spreken en zijn zuinig met gedachtenspinsels. Pakkende details of voorwerpen kunnen soms volstaan om de contouren van een figuur te vatten."

Hoe gaat dat duoschrijven in zijn werk?

"Aanvankelijk hebben we geen plot, we weten nooit waar we uitkomen. Spontane creativiteit is erg belangrijk. We kijken niet over elkaars schouder en werken onafhankelijk van elkaar. Maar elke paragraaf en elk hoofdstuk gaat wél door vier handen en door twee hoofden. Ik vermoed dat ik 60 procent van het tekstcorpus lever en Nicole de resterende 40 procent. En dat leggen we dan bij elkaar. Wekelijks debatteren we in een koffiehuis over wat we tot nog toe hebben. Zo blijven de spanningen niet in de woonkamer hangen."

Overleef je dat 'samen schrijven' zonder bitsige echtelijke ruzies?

"Soms hebben we er allebei wel eens de buik van vol. Maar omdat er een basisvertrouwen tussen ons heerst, vinden we uiteindelijk over elke roman een consensus. Je moet elkaar wel de waarheid in het gezicht durven te slingeren, hard zijn voor elkaars teksten. Je vecht immers voor het hogere doel van de literatuur. Dan mag je geen mededogen tonen."

Nicole van Bael blijft wel in de schaduw, ondanks haar grote aandeel. Waarom?

"Nicole is graag bezig met het creatieve proces, maar zij mijdt het om in the picture te staan. Ze houdt niet van interviews of fotosessies. Ze is tevreden als ik de honneurs waarneem. Haar auteursnaam stond eerst zelfs niet vermeld op onze boeken, maar nu is dat toch al prominenter."

Wat was het vertrekpunt van Dinsdag?

"Vaak ontspringt een roman vanuit één sterke zin. Eerst wilden we een boek schrijven over de voorafgaande generatie van de jongeren uit Wij, over hun ouders en grootouders dus. Zij hebben die kinderen uiteindelijk opgevoed. Na een tijdje hadden we vier à vijf aanzetten. Maar het werkte niet. Stilaan kwam er toch één personage bovendrijven: een oudere man die terugblikt op zijn leven, Zo kun je stilaan organisch zijn verleden invullen. "

Het 76-jarige naamloze hoofdpersonage is een soort 'man zonder eigenschappen', een opportunist en een collaborateur. Een man die zich in elke situatie kan redden.

"Het sleutelpunt is dat dit personage elke verantwoordelijkheid uit de weg gaat. Standpunten neemt hij niet in. Zijn ijkpunt is simpel: wat is goed voor mij, in deze omstandigheden? En als ik ook goed kan zijn voor iemand anders, dan is dat meegenomen. Zoals in zijn beide langere relaties, eerst met Erna en later met Simone."

Volgens De Groene Amsterdammer past dit personage in 'de opmars van de zwijgzame man, het ruwe-bolster-blanke-pit-personage, dat een hele berg emotionele bagage met zich mee torst, maar daar zo min mogelijk woorden aan vuil maakt'. Zoals bij Jan Van Mersbergen en Gerbrand Bakker. Herken je je daarin?

"Totaal niet. Een 76-jarige man kijkt zonder spijt op zijn leven terug en heeft een en ander op zijn kerfstok. Is dat een zwijgzame man? Het is een willekeurige dag uit het leven van een mens die niemand meer ontmoet, dat wel. Hij zegt niet zoveel meer, akkoord. Maar zo zwijgzaam was hij niet. 'Ik wilde niet de richting van de geschiedenis bepalen, maar wel die van de kogels', zo ordonneert hij. Hij heeft het gewoonweg niet nodig om het van de daken te schreeuwen."

Hij belandde na een verkrachting in Congo, waar hij zijn opportunisme verder kan botvieren. Plaats je je met deze roman in de traditie van de Vlaamse Congoroman à la Jef Geeraerts?

"Daar waren we geen seconde mee bezig. Het boek begon op die kleine zolderkamer en is geleidelijk aan ver uitgewaaierd. Tenslotte was er destijds in elk dorp wel iemand die zijn heil in Congo zocht, dat is nu eenmaal een deel van onze geschiedenis. Het was dankbaar voor de roman om hem daar te droppen. Misschien blijft de indruk van een Congoroman net zo hangen omdat dáár de gruwelijkste scènes, zoals de verkrachtingen van de nonnen, plaatsvinden."

Je roman is zelfs al dè tegenhanger van David Van Reybroucks Congo genoemd.

"Eerlijk, ik heb Congo nog niet eens gelezen. Al weet ik natuurlijk dat er ten tijde van Leopold II meer zwarten zijn omgekomen dan joden onder Hitler. Dankzij het toneelstuk van Hugo Claus nog wel, want op school is dat koloniale verleden verdonkeremaand."

Dus je had niet de bedoeling om een tijdsbeeld te schetsen?

"Nee. We wilden een portret beitelen van een man die vlak voor de Tweede Wereldoorlog is geboren en plots van de vrijheid proeft, de onafhankelijkheidsstrijd in Congo meemaakt en net op tijd terug in Europa is om de vrije seksuele moraal te beleven. Een levensproject à la Sartre of een ideaal heeft hij niet. Hij was geen racist, maar had het ook niet voor de blanken. Hij kiest geen kant, noch voor Tsjombe noch voor Union Minière, noch voor de Simba's. En als hij meedoet aan een groepsverkrachting, heeft hij het gevoel de meeloper te zijn. Over de dood is hij even fatalistisch als over het leven. Want hij heeft zélf in een oogwenk meermaals over leven en dood beslist."

Vanwaar jouw fascinatie voor zo'n

rücksichtsloze personages, jij als nochtans geëngageerd auteur?Je reikt geen

verklaring aan voor zijn gedrag.

"Ik ga ervan uit dat we aan de lezer voldoende meegeven zodat hij zelf zijn conclusies kan trekken. Ik wil absoluut geen pamflet schrijven. Een roman is niet bedoeld om de les te spellen. Ik wil wél een spiegel voorhouden."

Maar wat moet er precies blijven nazinderen bij de lezer?

"Als romanschrijver ben je een manipulator. Je werkt toe naar pakkende scènes en geeft bepaalde hints. Daarbij willen we wel iets zeggen over verantwoordelijkheid. Het hoofdpersonage denkt alleen aan zichzelf. Maar hij is wel een emanatie van het idee dat alles tegenwoordig in termen van economie en rendabiliteit wordt geplaatst. Terwijl je ook andere criteria kunt laten gelden. Een stom voorbeeld: als je een nieuwe kast nodig hebt, ligt het voor de hand dat je die bij IKEA gaat halen. Maar je moet wel nadenken over hoe die wordt geproduceerd. Hoe kan het dat die zo goedkoop is? Want als ik een kast bij de schrijnwerker in mijn dorp bestel, kost me dat een fortuin. IKEA kan maar een goedkope kast maken omdat mensen eraan werken voor een appel en een ei."

In de Volkskrant werd je gebombardeerd tot een van de nieuwe Grote Vlaamse Drie, samen met Erwin Mortier en David van Reybrouck. Hoe meet u zich af tegenover collega-schrijvers?

"Aan positionering doen wij amper. Wij zijn tevreden met de literaire status die we hebben bereikt. We kunnen het leven leiden dat we willen. Ik heb het wel nodig om regelmatig op een podium te staan. Die directe confrontatie met het publiek geeft me energie, voedt me met verse impulsen. Ik schrijf en ik treed op, ik geef lezingen en werk daarnaast in de groentetuin, terwijl Nicole een halftimebaan heeft. Bovendien zijn we geen BV's en kunnen we rustig in de anonimiteit ons ding doen. Dat wil ik het liefst zo houden."

Elvis Peeters (ism Nicole van Bael) Dinsdag

Podium, 176 p., 17,5 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234