Donderdag 08/12/2022

'Ik wil geen mestkever zijn'

'Er zijn een hoop dingen die ik moet ophelderen als ik niet wil reïncarneren als putdeksel.' Manu Larcenet laat het zijn hoofdpersonage zeggen in De dagelijkse worsteling, maar het zou evenzeer op hemzelf kunnen slaan. Sinds hij er vorig jaar in Angoulême de prijs voor beste album mee won, heeft zijn carrière een opmerkelijke impuls gekregen. Naast de onlangs verschenen twee eerste delen van zijn bekroonde reeks, lanceerde hij met Nic Oumouk Frankrijks eerste allochtone titelpersonage. Een gesprek over angsten, de Franse bidonvilles en het neuken van je moeder. Door Geert De Weyer

Manu Larcenet

De dagelijkse worsteling

Oorspronkelijke titel: Le Combat ordinaire

Vertaald door Pieter van Oudheusden

Oog & Blik, Amsterdam, 54 p., 14,95 euro.

Gezette man, baseballpetje, een plukje haar op zijn kin dat amper de term 'sikje' verdraagt en een zwart XXL-shirt met de tekst 'Bad Religion'. Een spontane, vrolijke Frans, zegt de eerste indruk. Zelf denkt hij daar duidelijk anders over. Manu Larcenet (36) windt er geen doekjes om. "Ik ben wreed, supergevoelig, ontzettend verward en ik hou niet van mezelf. Erger: het is dit jaar mijn obsessie geworden om het wel te zijn, maar... weet je, ik ben zelfs geen goede vader. Echt niet. Ik werk te veel."

Op de vraag hoe autobiografisch zijn bekroonde werk is, antwoordt hij dat de reeks niets met hemzelf van doen heeft. "Waarom denkt u dat?", klinkt het. En: "Dat is allemaal verzonnen, daar moet u verder niets achter zoeken." Dat lijkt gaandeweg, wanneer de plotselinge praatvaar in hem naar adem moet happen, steeds minder aannemelijk.

De dagelijkse worsteling vertelt het verhaal van een fotograaf met angstaanvallen en bindingsangst. Gekweld door wat het leven biedt, stapt hij door wat het leven is. In enkele weken tijd leert hij dat zijn vader aan Alzheimer lijdt, valt hij bijna tegen zijn zin voor de charmes van de dierenarts, smoort hij met zijn broer tot 's morgensvroeg superjoints en raakt hij niet los van een ontmoeting met een oude man in de streek waar hij net, ver van iedereen, naar verhuisde. Ondertussen tracht hij aansluiting te vinden bij de maatschappij. Ondanks de 'aardappelneuzenstijl' slaagt Larcenet erin om een boeiend en eerlijk portret te schetsen van een verwarde jonge dertiger. Het is zonder meer een van de meest integere, meest hartverwarmende en herkenbare strips van het afgelopen jaar.

Larcenet groeide op in de bidonvilles nabij Lyon, fietste als een skinhead door zijn puberteit heen, zat in een harde punkband en heeft zijn "portie shit wel gezien".

"Ik gebruik erg veel details uit mijn eigen leven. (bladert enthousiast door zijn album) Kijk, hier, dat is het huis van mijn moeder. De vrouw is niet mijn moeder, maar haar keuken is wel de keuken zoals ik me die herinner uit mijn jeugd. En hier, om het verhaal zo realistisch mogelijk te maken, heb ik haar tuin waarheidsgetrouw getekend. Alleen... mijn moeder woonde niet aan zee. Dat is erbij gefantaseerd. De scène die ik beschrijf langs waar ik met de auto naar mijn ouderlijk huis moet rijden, is dan weer wel authentiek. Begrijp je? Ik wilde een verhaal schrijven dat schipperde tussen een verzonnen en autobiografische roman. Dat had dit verhaal nodig. Echt autobiografisch werken zou te pijnlijk zijn geweest. Te hard. Te zwaar ook. Ik wil niet fragiel overkomen, maar ik was bang dat zo'n aanpak als een boemerang in mijn gezicht zou terugkeren."

Uw hoofdpersonage heeft voortdurend angstaanvallen. Hij twijfelt aan alles. Zijn seksleven, zijn relatie, zijn carrière...

"Tien jaar geleden ben ik in psychoanalyse gegaan. Daarvoor was mijn leven een hel. Euhm, het begin van die psychoanalyse ook, trouwens (grijnst). Je vindt die angstigheden overal in mijn boeken, ook al is het dan goed gecamoufleerd. Het is mijn kruis dat ik draag, móét dragen."

De manier waarop u de therapiesessies van uw hoofdpersonages omschrijft, heeft zowel iets grappigs als iets tragisch.

"Het heeft lange tijd geduurd voor ik zelf in therapie wilde en durfde gaan. Het heeft me doen realiseren dat het in geen geval helpt om, wat er ook gebeurd is, de schuld van je eigen problemen bij anderen te leggen. Ik sta nog altijd versteld dat zo'n simpele constatering mijn leven veel draaglijker heeft gemaakt. (enthousiast) Ik herinner me hoe ik op een dag, na een zoveelste sessie, met die gedachte buitenkwam en me afvroeg hoe ik al die tijd zo blind had kunnen zijn. Wel, dát is therapie. Soms denk je dat je een ware lul bent, tot je geconfronteerd wordt met een ander soort gedachtegoed, een denkwijze die je altijd al wel kende of zelfs met je meedroeg. Tijdens mijn eerste sessie zei de therapeut dat ik enkel in beeldjes dacht. Ik zag, volgens hem, enkel mezelf in deze stad, in dit huis, in dit keurslijf en in deze job. Verder kijken kon ik niet. Het doel van mijn therapie zou erop gebaseerd zijn te leren hoe ik de hele wereld kon bekijken. Dat was geen vanzelfsprekendheid. Om naar mezelf te kijken moest ik steeds verder achteruit stappen, tot ik mezelf vanop een verre afstand kon bekijken en daardoor de problemen steeds beter leerde analyseren. In het begin is dat vrij beangstigend. Je wilt die vertrouwde plek die je voor jezelf hebt geschapen niet zomaar opgeven. Ik blij dat ik dat heb ingezien. Ik wil geen mestkever zijn, steeds je eigen shit voortrollend."

Kortom: de therapie heeft de chaos in uw hoofd een plaats gegeven?

"Ik hou van de chaos. Er kunnen interessante dingen uit de chaos voortspruiten. Einstein was een chaoot. Picasso ook. Die mensen waren complex, maar desalniettemin erg interessant. Weet je, ik ben verbaasd over hoeveel mensen met die angstaanvallen leven. Dat heb ik me nooit gerealiseerd. Als kind dacht ik dat ik zot was, en als ik dat nog was op een mijn twintigste, zou het mijn leven kapotmaken."

In hoeverre is de held uit uw nieuwe reeks, Nic Oumouk, die opgroeit in de suburbs, gebaseerd op uzelf?

"Buiten het feit dat Nic jong is en geen vader maar wel geldproblemen heeft, bedoel je? (grijnst) Weet je, mijn vader stierf in de periode dat ik Nic Oumouk schreef. Dat heeft... iets nagelaten. In het begin had Oumouk wel degelijk een vader, maar toen de mijne stierf, heb ik hem die ontnomen. Dat moest. Wat mijn jeugd in de bidonvilles betreft, ik heb er geleefd vanaf mijn geboorte tot mijn twintig. Er is sindsdien veel veranderd. Vroeger waren arbeiders trotse mensen, ook al leefden ze in lelijke appartementen en was hun loon erg mager. Dat is voorbij. De Franse suburbs staan bij de publieke opinie bekend als oorden van armoede en agressie. Nu ben ik er niet één keer in elkaar geslagen. Het is er echt niet allemaal kommer en kwel. Je komt er ook in contact met andere culturen. Als ik er nooit was geweest, zou ik bang zijn van de verhalen die ik er nu over hoor. Ik zou bang zijn van Arabieren. Maar dat is gelukkig niet zo. Ik leefde met hen, en dat wil ik tonen. Ik ben het beu dat de suburbs altijd worden geassocieerd met geweld. (zijn gezicht klaart op) Weet je dat het de eerste Franse titelreeks is met een Arabier op de cover? Een beetje vreemd dat nog niemand dat is opgevallen. (met pretoogjes) Begrijp je overigens de titel?"

Euhm... neen.

"(brede grijns) Als je Nic Oumouk in ons straattaaltje snel achter elkaar zegt, betekent het 'nique ta mère': neuk je moeder."

Ik wil de pret niet bederven, maar gaat de Arabische gemeenschap zich daar niet door aangevallen voelen?

"Nee joh. In de suburbs is het de taal van elke dag. Het is zeker geen belediging. Ik heb er in ieder geval nog geen opmerkingen over gekregen. (met fijne oogjes) Ik zou wel graag gelezen worden door Arabieren. Hm, toch ben ik niet zo hoopvol dat zij een strippubliek vormen. Maar we zien wel."

Jullie Fransen zijn wel erg beslagen geworden in het produceren van (semi)autobiografieën of auteursromans. Elk onderwerp vindt de laatste jaren zijn weg in jullie strips.

"Iemand als Edmond Baudoin (bekroonde auteur van onder meer De reis en Pierro, GDW) maakte twintig jaar geleden al zulke auteursstrips, maar het klopt dat het genre pas de laatste jaren opgang maakt. Joann Sfar, Lewis Trondheim, David B.,... zijn mensen die een nieuw geluid hebben laten horen door moeilijkere strips aan een breder publiek te slijten. Strips voor volwassenen - zonder seks, wel te verstaan - werden plots succesvol. Een nieuw publiek vond zijn weg naar de strip. Fantastisch. We zijn gegroeid, staren ons niet langer blind op papieren vrouwen met grote borsten, monsters en onoverwinnelijke helden. Het moet ook niet langer voorspelbaar zijn."

Is dat niet vooral te danken aan het koppige uitgavenbeleid van de vroeger erg kleine uitgeverij L'Association, die zowel met Baudoin als Marjane Satrapi zijn gestart toen niemand ze wilde?

"Hm, ik heb moeite met L'Association. Sommige van hun uitgaven zijn erg interessant, maar de jongste jaren richten ze zich nog enkel tot de zogenaamde intellectueel, met soms onleesbare boeken als gevolg die enkel een zeer kleine gemeenschap aanspreken. Dat neigt naar fascisme. In het begin toonden ze nieuwe dingen, nu nog enkel artistieke, maar saaie, onleesbare en oninteressante werken. Het is mijn taal ook niet. Ik tracht als auteur te spreken met de codes van de Frans-Belgische strips die over de hele wereld bekend zijn. Fijn voor diegenen die nieuwe codes willen uitvinden, maar op het moment dat het de leesbaarheid tegenwerkt, haak ik af. Tien jaar geleden was dat soort auteurs vernieuwend, nu drijven ze verder op onleesbare werken met het idee dat ze stripkunst aan het maken zijn. Ze relativeren zichzelf niet meer."

'Ik leefde met Arabieren, en dat wil ik tonen. Ik ben het beu dat de suburbs altijd worden geassocieerd met geweld'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234