Zaterdag 19/06/2021

'Ik wil een nieuwe geest creëren'

Samen de beste formule kiezen. Dat is voor minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne (PRL) de gedachte achter de onderhandelingen over de politiehervorming. Ze vangen aan begin september, onder het motto 'een nieuwe regering, een nieuwe wind'. De verbondenheid van boerenzoon Duquesne met de natuur blijkt ook uit zijn motivering voor het verschuiven van de invoering van de nieuwe politiestructuur van januari naar april 2001. 'Voor nieuw leven is de lente beter dan de winter.'

Caspar Naber

Een minister van Binnenlandse Zaken is nooit echt met vakantie," zucht Antoine Duquesne. De tien vrije dagen0 die hem resten brengt hij weliswaar thuis door, maar niet in afzondering. Via de gsm aan zijn broekriem houdt hij vanuit de provincie Luxemburg voortdurend contact met Brussel. Wat de bewindsman doet zolang er geen dringende zaken zijn? "Onder andere uw taal leren," klinkt het in redelijk Nederlands. De Luikenaar krijgt driemaal per week les bij de Nederlandse Academie. Oefenen doet hij vooral in de auto. "Ik heb twee cassettes die ik onderweg beluister en waarvan ik de tekst herhaal." De vijftiger zal zich daarnaast bezighouden met het geschreven woord. Hij nam flink wat leesvoer mee naar huis. Geen boeken maar dossiers. Een ervan gaat over de politiehervorming. De minister nam zich voor het helemaal te lezen. "Ik wil weten wat er precies op papier staat." Zijn partij ondertekende in mei 1998 weliswaar mee het Octopus-akkoord maar zat destijds in de oppositie. "Toen hadden we geen verantwoordelijkheid, nu wel".

Voor Duquesne staat het buiten kijf dat de geest van het akkoord moet worden nageleefd. Hetzelfde geldt voor de van december vorig jaar daterende wet op de geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus. Toch is hij van plan om binnen de grenzen van beide regelingen een en ander te veranderen. "Ik wil de oude structuren die inherent zijn aan België overboord gooien. Mijn bedoeling is een nieuwe geest te creëren, zowel bij de onderhandelaars als bij de politiemensen." Vandaar dat hij begin september aan de onderhandelingstafel de draad niet zal oppakken waar zijn voorganger Luc van den Bossche (SP) hem liet liggen. "Ik wil ook zaken bespreken die al tevoren werden besproken." De minister beseft dat dit tijd kost. Die denkt hij te vinden door de invoering van de politiehervorming met drie maanden uit te stellen. Het regeerakkoord biedt die mogelijkheid. Streefdatum wordt niet 1 januari, zoals voor de regering-Dehaene, maar 1 april 2001.

Welke zaken wil u opnieuw ter tafel brengen?

"Ik zou willen beginnen met een vijftal die ik beschouw als zeer dringend. Allereerst het financiële en het administratieve statuut voor de politiemensen. Mijn streven is een regeling waarin iedereen zich kan terugvinden. Nu weet ik wel dat je onmogelijk elke politieman en -vrouw tevreden kunt stellen, maar ik streef naar een statuut dat acceptabel is voor een zo groot mogelijke groep. Ik ben iemand van de gulden middenweg.

"Als tweede prioriteit zie ik de structuur van het nieuwe korps: een politiedienst op twee niveaus (federaal en lokaal, nvdr), met daartussen een louter functionele band. Dit uitgangspunt dient absoluut gerespecteerd te worden. Ik accepteer dus niet dat de lokale politie aanklopt bij de federale onder het mom van 'kunnen jullie eens helpen'. De regel is: ieder houdt zijn eigen bevoegdheid. Werd tot nu toe vooral gesproken over de federale politie, de lokale is minstens even belangrijk. Ze zal bestaan uit de gemeentepolitie, aangevuld met de mensen van de lokale rijkswachtbrigades. Samen gaan ze ongeveer tachtig procent van alle dossiers behandelen. Die gaan van handhaving van de openbare orde tot begeleiding van de geldtransporten. De federale politie mag zich er alleen mee bemoeien als dat wordt gevraagd. Bijvoorbeeld waneer een probleem de bevoegdheid van de lokale politie overstijgt.

"Derde punt dat ik bij voorrang wil bespreken is de basispolitiezorg en de efficiëntie van de (inter)politiezones. Ik heb nog niemand horen spreken over hoe de lokale politie gaat functioneren. Tot nu toe ging het enkel over budgetten. Dat verbaast me. Hoe kun je nu spreken over geld als je niet weet hoeveel manschappen, chefs, operationele middelen etcetera er moeten zijn? Vooruitlopend op de bespreking van dit punt heb ik de APSD (Algemene Politie Steundienst, nvdr) gevraagd een overzicht te maken van de huidige politiezones. Ik heb me laten vertellen dat er vijf types zijn. We zullen ze een voor een bespreken.

"Dringend is ook het punt van de beschikbare middelen. Als ik als minister van Binnenlandse Zaken rijk was, zou alles veel gemakkelijker zijn. Aangezien dat niet zo is, moeten we zorgvuldig te werk gaan. Allereerst is er de agenda. Op 1 april 2001 moet de nieuwe structuur in werking treden. Tot die tijd moet de oude draaiende worden gehouden. Om de overgang te vergemakkelijken dient dit laatste te gebeuren in de geest van de nieuwe structuur. Geen gemakkelijke klus, dat besef ik. Toch moet het. Saboteren kan gemakkelijk. De uitvoering valt en staat met de medewerking van de politieagenten, rijkswachters en GP'ers te velde. Toch ben ik er van overtuigd dat het gaat lukken. De meerderheid van de politiemannen en -vrouwen is naar mijn mening van goede wil.

"Het laatste punt waarover ik bij voorrang wens te spreken is het prijskaartje dat aan de hele operatie hangt. Tot nu toe werd gesproken over vijf tot zeven miljard frank (123 tot 173 miljoen euro). Als ik de cijfers zie, vraag ik me af op grond waarvan ze zijn gebaseerd. Ze zijn naar mijn mening onvoldoende gespecificeerd. Ik ben wat dat betreft een boer, geen technocraat. Ik wil weten waarom iets zoveel kost. Niemand heeft me dat tot nu toe kunnen vertellen. Vandaar dat ik op zoek ben naar een financieel expert. Als u iemand weet..."

Waarover wilt u tijdens de onderhandelingen met de politiediensten en -bonden nog meer spreken?

"Buiten de vijf voornoemde problemen zie ik nog zeven andere knelpunten. Zo is er het organogram van de federale politie. Hoeveel directies gaat ze tellen? Voor sommigen kunnen het er niet genoeg zijn. Ik zal u één ding zeggen: ik houd niet van Mexicaanse legers met een loodzware top. In het verlengde hiervan moet worden beslist wie in welke directie komt. De indeling gebeurt op basis van de expertise van de mensen. Het is niet mijn bedoeling etages te creëren die de ene keer louter bevolkt zijn door gewezen rijkswachters, de andere door ex-leden van de gerechtelijke politie. Daarnaast moet er gesproken worden over de transfers van manschappen. Enerzijds van GP en BOB naar de federale recherche, anderzijds van het federale naar het lokale niveau. Omdat dit niet van de ene dag op de andere te realiseren valt, voorzie ik een overgangsfase. In die periode moeten we kijken wie naar waar wil. Sleutelwoord zal zijn 'mobiliteit'. Politiemensen moeten kunnen veranderen van functie. Iemand die nu bij de gemeentepolitie werkt maar graag naar het federale korps wil moet kunnen overstappen. Dit dient natuurlijk wel steeds van geval tot geval te worden bekeken. Andere knelpunten die besproken moeten worden zijn de infrastructuur en de logistiek van de nieuwe korpsen, de nationale en de lokale veiligheid, de kledij en het materiaal, de aanwerving en selectie, de oprichting van instellingen die zijn opgenomen in de hervormingswet en de controle op de federale en de lokale politie."

U spreekt over transfers en samenwerking alsof er op dat vlak geen enkel probleem bestaat. Bent u de onvrede bij gerechtelijke politie en BOB vergeten?

"Nee hoor. Ik stel alleen vast dat die onwil tot samenwerking vooral bestaat in de hogere regionen. De speurders aan de basis zijn zonder meer bereid tot samenwerking. Niet waar, Bernard? (Duquesne kijkt naar Bernard Ista, zijn adviseur inzake de politiehervorming. De veertiger, die instemmend knikt, is afkomstig van de GP waar hij algemeen secretaris was van het autonoom syndicaat en hierdoor weet wat er leeft aan de basis. - nvdr) Die samenwerking kan alleen succesvol zijn op bepaalde voorwaarden. Dat daar onvrede over bestaat weet ik. Het kan natuurlijk niet dat mensen die hetzelfde werk doen verschillend betaald worden. We zullen een praktische oplossing moeten vinden. Hetzelfde geldt voor de verschillen in graad en opleiding tussen de GP'ers en de BOB'ers. Ik denk niet dat we er ooit uitgeraken als we blijven kijken naar de diploma's en naar het aantal mensen dat die diensten onder zich hadden. Ik zal luisteren naar hun argumenten maar stel voorop dat het niet opgaat te denken in de geest van 'in de oude structuur deed ik dat en hetzelfde wil ik blijven doen in de nieuwe'. Stel u voor: het dorp waar ik woon telt twee politieagenten. Ze gaan straks op in een korps van zeventig man. De ene was chef van zichzelf. Hij kan over twee jaar toch geen zonechef worden? We zullen een redelijke oplossing moeten vinden. Toch wil ik niemand verontrusten. Als minister zou ik natuurlijk gek zijn als ik een slechte hervorming zou doorvoeren. Wat voor mij telt is dat iedereen zich goed moet voelen in de nieuwe structuur, uitzonderingen daargelaten. Dit geldt zowel voor de politiemensen als voor de burgers. Die burgers moeten beter bediend worden wat betreft de veiligheid. Alleen op die manier kun je de ongerustheid wegnemen."

Hebt u inzake de controle op de lokale en de federale politie al nagedacht over hoe die er uit moet zien?

"We hebben als Octopus-partners bewust gekozen voor een geïntegreerde politie op twee niveaus in plaats van voor één eenheidspolitie zoals Johan Vande Lanotte wilde. Een eenheidspolitie vormt immers een gevaar voor de democratie. De politie moet worden gecontroleerd door de democratisch verkozenen. De huidige controleorganen zullen dan ook worden gereorganiseerd. Daarbij staan twee begrippen centraal: efficiëntie en het respecteren van bevoegdheden. De controleurs zijn verantwoording verschuldigd. Op lokaal niveau is wat dat betreft een belangrijke taak weggelegd voor de burgemeesters, op federaal niveau voor het parlement. Dit sluit aan bij de nationale veiligheid. Conform de regeringsverklaring zullen Justitie en Binnenlandse Zaken een allesomvattend concept uitwerken."

In welke vorm zullen de onderhandelingen plaatsvinden?

"In september begin ik gespreksrondes met mensen die daadwerkelijk iets te zeggen hebben, mensen die redelijke argumenten aandragen. In hoeverre daar iets mee wordt gedaan, dat zal moeten blijken. Ik wil de onderhandelingen laten plaatsvinden in een positieve sfeer. Geen gelobby dus. Ik sta niet automatisch achter de rijkswacht omdat zij onder de verantwoordelijkheid van Binnenlandse Zaken valt. Evenmin heb ik iets met de gerechtelijke politie omdat mijn adviseur toevallig afkomstig is uit dat korps. Ik ben een onafhankelijk man die open kaart wil spelen. Vanuit die gedachte heb ik een taskforce samengesteld die de politiehervorming voorbereidt. De werkgroep bestaat onder meer uit vertegenwoordigers van de politiediensten. Geen leidinggevenden maar mensen op het niveau van de manschappen. De verantwoordelijken van rijkswacht, gemeentelijke en gerechtelijke politie zijn wel betrokken bij de onderhandelingen maar louter als deskundigen. De taskforce telt ook een parketmagistrate. Zij moet waken over de rechten van de burgers. Een aangelegenheid waarin ik als minister van Binnenlandse Zaken bijzonder geïnteresseerd ben. Met meer politie op straat pak je misschien meer criminelen maar beperk je tegelijk de vrijheid van de bevolking. Die wil meer veiligheid maar ook haar vrijheid. Daarin zijn alle Belgen hetzelfde."

U verklaarde in het begin van het interview dat u een nieuwe geest wil scheppen in de politiewereld. Hoe denkt u dat te doen?

"Door middel van een campagne. Die staat in het teken van positief denken. Veel politiemensen vinden het vandaag de dag geen pretje meer om politieman te zijn. De zaak-Dutroux en de onderzoekscommissie hebben een doemdenkerig klimaat geschapen. Mensen zijn bang om verantwoordelijkheden op zich te nemen uit angst fouten te begaan waarvoor ze later gestraft zullen worden. Dat is verkeerd. Al blijft het natuurlijk een risicovolle job, die moet worden gedaan met plezier. Via de campagne hoop ik de politiemannen en -vrouwen duidelijk te maken dat ik op ze reken. België heeft behoefte aan goede en gemotiveerde politiemensen. Alleen de besten zullen worden gekozen. Mijn streven is een elitekorps met een eerlijk statuut, in overeenstemming met de functie".

Impliceert dat het ontslag van politiemensen die niet goed functioneren?

"Toch niet. Een kind dat iets verkeerd doet zet je immers ook niet op straat. Fouten zijn er om verbeterd te worden.

Denkt u dat zo'n campagne volstaat?

"Ze wordt gekoppeld aan verbetering van de communicatie. De ongerustheid bij de politiemensen vloeit voort uit onwetendheid. Ze ontberen de noodzakelijke informatie. Die zullen ze krijgen via een nieuw instituut dat opereert naast het call center, waar men al terecht kon met vragen."

'Ik ben een onafhankelijk man die open kaart wil spelen'

'Mijn streven is een elitekorps met een eerlijk statuut'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234