Vrijdag 15/11/2019

'Ik wil de schoonheid doorgeven'

Drie jaar geleden nam José van Dam afscheid van de opera. Nu staat de wereldvermaarde bas-bariton met zijn concerten en liederenrecitals op het podium, en debuteert hij als acteur. 'Ik wil de schoonheid van tekst en muziek met het publiek delen. In die interactie schuilt de echte magie.'

Het typeert José van Dam helemaal. Na het interview staat hij erop mee te wandelen tot aan het station, Brussel Centraal - "Het is donker, en u moet niet alleen over straat." Niet toevallig kiest hij de weg via de Koninginnegalerij "omdat een mens zichzelf dat cadeau moet doen, zo'n prachtige galerij." Subtiel zorgt hij ervoor dat hij aan de buitenkant van het trottoir loopt. "Ja, inderdaad, ik doe dat bewust. Zo hoort het volgens de etiquette; de vrouw loopt aan de binnenkant, tegen de huizenrij aan."

Van Dam hecht belang aan etiquette, en niet vanuit een zucht naar de tijd van vroeger. "Voor mij is etiquette een uiting van beschaving en cultuur. De toepassing ervan maakt het leven en de wereld mooier. Ik hou van een galante wereld. Maar men leert kinderen vandaag helaas niet meer wat galanterie en verfijnde omgangsvormen zijn. Er is, thuis of op school, geen tijd en aandacht meer voor. Dat is heel jammer. Want hoe je het ook wendt of keert: er is sprake van verlies. Dat verlies zit 'm niet uitsluitend in het niet langer toepassen van die etiquette; dat zou een keuze kunnen zijn. Het schuilt veel meer in de onwetendheid. Men weet niet meer weet wat hoffelijkheid is, er is een hele, door verfijning en traditie gekenmerkte omgangscultuur verloren gegaan. Er gaat dus humaniteit verloren."

Het onderwerp raakt duidelijk een gevoelige snaar bij Van Dam: "Het spijt me, excusez-moi, maar ik zal het grof stellen. Met etiquette kun je geen geld verdienen, en alles waar geen geld mee te verdienen valt, lijkt in de huidige maatschappij van ondergeschikt belang.

"Ik zeg wel eens dat ik in malchance geloof. Malchance, in de zin van: mensen krijgen de tijd en de kans niet langer om te achterhalen waar hun specifieke, unieke talenten juist liggen. Kijk naar het onderwijs. Dat beknibbelt op alle lessen die 'niet meteen nut hebben'. Muziek. Lichamelijke opvoeding. Plastische opvoeding. Literatuur. Maar hoe kan een kind, bij afwezigheid van al die prikkels, nog ontdekken wat er in alle laagjes van zijn persoonlijkheid te ontplooien valt? Hoe kan een tiener vandaag nog weten, leren, uitvinden dat hij zangtalent heeft? Hoe weet een kind dat het aanleg voor tekenen of voor sport vertoont?

"Ik ben ervan overtuigd dat er, door het belang van artistieke vakken te banaliseren en/of te negeren, veel talent verloren gaat. Soms denk ik: wat wil onze maatschappij? Allemaal robots creëren? Want dat is het gevaar van deze 'non-cultuur'. Dat we onwetenden creëren. Mensen die, door afwezigheid van prikkeling, zelfs niet kunnen ontdekken dat ze over bepaalde talenten beschikken. Die dus ook hun eigen geluk, hun grootste voldoening, niet zullen vinden. Een individueel verlies, zeker. Maar vooral: wat een enorm maatschappelijk verlies."

Heeft u chance gehad? U wist al vanaf uw elfde dat u voor het zingen was weggelegd.

"Ik heb in elk geval geen malchance gehad. Ik heb veel aan mijn vader te danken. Dat begreep ik als kind niet. Dat inzicht is pas later gekomen.

Mijn vader was een schrijnwerker. Hij werkte buitenshuis, maar als hij 's avonds thuiskwam, maakte hij vaak meubels voor vrienden. Ik keek dan graag toe. Hoe hij, met een buitengewone toewijding, meubels kon politoeren. Hoe hij hout schaafde. Traag, zelfzeker, met liefde.

"Mijn vader was een ambachtsman. Ambachtslui en kunstenaars hebben dezelfde wortels. Ze werken vanuit dezelfde overtuiging, met dezelfde toewijding en met hetzelfde gevoel van verbondenheid met hun werk. Zoals ik mijn stem heb geschaafd, zo heeft mijn vader zijn meubels geschaafd. C'est en forgeant qu'on devient forgeron, hoe zegt men dat in het Nederlands? Ja, oefening baart kunst. En oefenen, blijven oefenen, is een vorm van nederigheid. Ik pleit voor nederigheid.

"Mijn vader had een nobele kant. Hij kon streng én grootmoedig zijn. Vanaf het moment dat hij inzag dat ik en mijn stem samen een toekomst wilden, heeft hij gezegd: 'Ga je gang. Maar zorg ervoor dat je uitblinkt. En doe je uiterste best.' Ik was nog geen vijftien toen. Maar zo was hij. Genereus en veeleisend tezelfdertijd. Het is de beste combinatie.

"Ik heb naar zijn woorden gehandeld. Ik, een Brussels ketje dat thuis Frans sprak maar met ouders die onderling in het Vlaams communiceerden, ben meteen dictielessen gaan volgen. Ik schreef me in voor de zanglessen van Frédéric Anspach. Hij is mijn enige zangleraar geweest en hij is me zijn hele leven lang blijven volgen en blijven stimuleren. Notenleer en piano volgde ik bij twee leraressen: Elza Calonne en Annie Erhat. Madame Erhat is onlangs, op haar 96ste gestorven. Ook deze leraressen zijn me altijd blijven bijstaan. In feite rust mijn muzikale carrière, en mijn dankbaarheid is groot, op deze drie menselijke pijlers.

"Het jammere is dat mijn vader gestorven is in het jaar dat ik me, als achttienjarige, aan het muziekconservatorium inschreef. Een paar maanden na zijn dood won ik mijn eerste prijs. Ik had gewenst dat hij van dat veelbelovende begin op de hoogte was geweest. Ik had hem graag getoond hoezeer ik van de schoonheid van muziek profiteer, en hoe graag ik die schoonheid aan anderen doorgeef. De opera maakt me blij. En vrij."

Toch zijn vele opera's op zeer ernstige tot zwaarmoedige verhalen geïnspireerd.

"Ja, en omdat ik de rollen van bas en bariton interpreteer, ben ik ook nog vaak de slechterik. Het publiek heeft de neiging om tenoren en sopranen in bescherming te nemen. Basbaritons krijgen dat voordeel niet.

"Bepaalde rollen heb ik nooit aanvaard, omdat ik geen enkele verbondenheid met het personage voelde. De acteursrol is zeer belangrijk in een opera. Als je een rol goed wilt interpreteren, als je tot een eenheid van tekst, muziek en personage wilt komen, moet je je goed in het karakter kunnen inleven. Om die redenen heb ik aan de rol van Wotan, in de Ring des Nibelungen van Wagner, verzaakt.

"Toch is opera hoe dan ook een fantasiewereld. En opera is spektakel. Mensen komen voor het spektakel, om de dagelijkse realiteit even te vergeten, om zich te vermaken. Mensen gaan ook 'kijken' naar een opera. Je hoort nooit iemand zeggen, ik ben naar Carmen gaan 'luisteren'. Men luistert naar liederenrecitals, naar concerten. Niet naar een opera."

In de Muntschouwburg werd zopas een eigentijdse bewerking van La traviata, Verdi's klassieker gebracht. Het trouwe publiek is boos op regisseuse Andrea Breth. De harde wijze waarop zij het publiek confronteert met de vrouwenhandel en prostitutie uit dit verhaal, zou voor meerdere toeschouwers schokkend zijn.

"Ik heb de voorstelling niet gezien, dus ik ga er geen uitspraken over doen. Maar ik weet , onder meer van algemeen directeur Peter De Caluwe, dat er al abonnementen opgezegd zijn naar aanleiding van deze uitvoering. Dat is sowieso een slechte zaak.

"Ik wil me wel graag uitspreken over mijn ervaringen met verschillende regisseurs. Ik heb vijftig jaar in de opera gezongen, in de grootste huizen ter wereld, van New York tot Berlijn, van Londen tot Chicago en Tokio. Dat ik drie jaar geleden heb besloten om niet langer operarollen op me te nemen en me vooral aan liederenrecitals te wijden, heeft zeker met de evolutie van de regisseurs te maken. Er hangt een sterrenstatus rond operaregisseurs, en dat is nefast en het maakt me droevig. Meer en meer regisseurs vinden het fantastisch om met hun uitvoering internationale podia te beklimmen en om, op korte termijn, wereldwijd de media te halen.

"Helaas weet ik uit ervaring dat ze van de opera's die ze hebben geregisseerd, geen kaas hebben gegeten. Ze kennen het werk niet. Ze willen koste wat het kost modern zijn en experimenteren met de kunst om hun eigen ego in de kijker te plaatsen. Die attitude, waar inlevingsvermogen en verbondenheid amper aan te pas komen, maakt de opera kapot. Ik ben bang dat het publiek van de opera door deze evolutie geleidelijk aan zal uitsterven. Want wanneer lijdt opera? Als zijn publiek lijdt."

De huidige regisseurs weten niet wat nederigheid is?

"Als in recensies uitsluitend de mise-en-scène van een uitvoering wordt besproken, weet je dat de verhoudingen niet kloppen. Giorgio Strehler regisseerde Le nozze di Figaro, waarin ik de rol van Figaro op me nam. We hebben twee jaar over de regie van die voorstelling gediscussieerd. Of neem Herbert von Karajan, meer dan twintig jaar heb ik met deze grootse dirigent samengewerkt. Hij bereidde twee opera's per jaar voor, en zelfs twee was veel. Grondigheid staat geen snelheid toe. En dan moet u weten dat jonge operadirigenten vandaag vijf tot zes opera's per jaar leiden.

"Ik onderschat de moeilijkheidsgraad van een hedendaagse operaregisseur niet. Het is bijzonder moeilijk om zowel klassiek als vernieuwend te zijn, zeker als het om de bewerking van klassiekers gaat. Alleen de grootsten weten traditie en moderniteit tot een eenheid te brengen. Giorgio Strehler was zo iemand, de Amerikaan Peter Sellars slaagt daarin, net zoals Fransman Jean-Pierre Ponnelle. De Don Giovanni, door het regisseursechtpaar Ursel en Karl-Ernst Herrmann was ook zeer geslaagd. Deze regisseurs zijn groot en zijn ongelooflijk belangrijk.

We zijn niets zonder publiek. Dus moeten we dat publiek met respect behandelen. Niet choqueren. En al evenmin betuttelen."

Breth is een regisseuse. Er zijn amper vrouwen die een cruciale rol spelen in het operawezen. Als directeur noch als dirigent.

"Over dat vraagstuk heb ik al vaak met collega's gediscussieerd. Het operawezen is overwegend mannelijk, al begint daarin, gelukkig, geleidelijk aan verandering te komen. Ook orkestdirigenten blijven zo goed als uitsluitend mannelijk. Dat heeft natuurlijk met dominantie te maken. Je moet niet onderschatten hoe moeilijk het is om een orkest leiding te geven, en om het werkelijk te domineren. Vrouwen ontberen dat dominante trekje al bij voorbaat. Ze zouden met alle muzikanten gaan communiceren. Dat werkt niet, daarvoor is zo'n orkest te groot, en spelen er te veel ego's.

"Ik denk dat de mannelijke dominantie binnen de opera nog een tijd zal duren. Dat betreur ik enigszins. Ik ben een feminist. Ik vind vrouwen op meerdere vlakken superieure wezens. Ik zou willen dat meer vrouwen sterker aan de teugels van het politieke leven trokken. Hun manier van werken en zijn boezemt me meer vertrouwen in dan die van mannen."

U had een Vlaamse moeder. U bent Franstalig. U woont in Brussel. U werkte jarenlang in de Munt. Bent u een van de echte Belgen?

"Absolument, un vrai Belge. Ik kan niet begrijpen dat men dit land wil splitsen. Ik denk: laat ons toch juist profiteren van deze diversiteit die ons zo speciaal en zo rijk maakt.

"Ik heb overal ter wereld gewerkt. Van de twaalf maanden per jaar, bracht ik er gemiddeld negen door in het buitenland. Uit al die reizen heb ik zeker deze kennis opgedaan: een muzikant is een wereldburger. Muziek is een taal die geen grenzen kent. Opera wordt begrepen door mensen over de hele wereld. Tot en met Japan, waar we op handen worden gedragen.

"Ik heb als Belg ook van talrijke linguïstische voordelen geprofiteerd. Wij zijn echt een volk apart. Ik sprak en verstond makkelijk Italiaans, dankzij mijn Franse achtergrond. En ik, die jarenlang in de Opera van Berlijn heb opgetreden, voelde me al gauw thuis in het Duits, dankzij mijn Vlaamse wortels.

"Liefst van alles zing ik in het Duits. Duits is een taal die met de voeten in de aarde staat. En de Duitse teksten zijn ernstiger. Een Franse componist als Poulenc gebruikte humor in zijn werken. Bij de Duitse componisten tref je amper humor aan. Hun taal en hun verhaal hebben meer gewicht. Neem de Kindertotenlieder, van Gustav Mahler, op basis van gedichten van Friedrich Rückert. Ik ken geen Frans of Italiaans equivalent van deze orkestliederen. Zeker, je vindt zwaarte bij Baudelaire en Verlaine. Maar niet van het gehalte waarvan Duitse dichters blijk geven.

"Het Franse repertoire is me zeer genegen; maar de Franse taal is sowieso luchtiger, frivoler dan de Duitse. Je t'aime heeft niet hetzelfde gewicht als Ich liebe dich. En zeker niet als je Ich liebe dich uitspreekt zoals het hoort: met de klemtonen op de medeklinkers. Wat een kracht.

"Ik heb ook in het Russisch gezongen. Een prachtige taal om te zingen. Het nadeel van een rol in een Russische opera was dat ik niet alleen mijn eigen rol moest instuderen, maar ook die van de andere rollen. Want ik kan niet zingen zonder te begrijpen. Sommige operazangers zingen puur fonetisch. Dat kan en wil ik niet. Ik moet weten waar woorden voor staan."

Is de taal ook de literatuur?

"Natuurlijk. Ik wil niet alleen het libretto kennen. Ik wil niet alleen de muziek kennen. Ik wil snappen wat er wordt gezegd, en waarom, en ook wil ik begrijpen waarom de componist daar een forte of een piano heeft ingevoerd. Waarom moet die noot zo, en niet anders. Wat is tekstinterpretatie anders dan je inleven in zoveel mogelijk facetten? Kent u Don Carlos, het treurspel van de dichter Schiller? Verdi bewerkte het tot een opera, in het Frans, en in het Italiaans. Het speelt zich af tijdens de Spaanse inquisitie. Ik zong de rol van koning Felipe II (Filips de tweede) , de vader van Carlos. Felipe zegt, in een vriendschapsduet, drie keer na elkaar tegen de Markies van Paso dat hij moet oppassen voor de grote inquisiteur, ti guarda dal grande inquisitor. Pas na het lezen van Schiller heb ik begrepen dat hij hier ook op de protestanten doelde.

Of een ander voorbeeld: Pelléas et Mélisande, naar een theaterstuk van Maurice Maeterlinck. Claude Debussy bewerkte het stuk tot een opera - voor mij is dat trouwens de mooiste opera die er bestaat.

"Ik speelde Golaud in deze opera, de man die moet verdragen dat zijn geliefde Mélisande in het geheim een relatie met zijn halfbroer heeft. Ik kon me goed inleven in Golaud, maar na het lezen van de theatertekst van Maeterlinck kon ik het nog beter. Maeterlincks Golaud onderneemt namelijk, uit puur liefdesverdriet, een zelfmoordpoging. Debussy heeft deze passage niet in de opera opgenomen. Dat verwijt ik de componist van deze schitterende opera. Want juist die daad maakt Golaud nog dieper menselijk.

"Om een rol goed neer te zetten, moet je inzicht krijgen in de mens die je op het podium bent. Als ik zing, ben ik geen José van Dam meer. Dan ben ik het personage dat ik interpreteer. Ik ben dat in elke porie van mijn lijf."

De opera wordt bestempeld als een elitaire muziekvorm. In clichétermen uitgedrukt klinkt het: de opera is niet meer van deze tijd, kost handenvol geld, en behaagt slechts een handjevol toeschouwers die dan ook nog eens uit de betere klasse komen.

"De opera is niet elitair. De opera is een kunstvorm die angst aanjaagt. En die angst wordt al bij de opvoeding gecreëerd. Als het onderwijs de rijkdom van opera, van verhalen, van klassieke muziek, van cultuur in het algemeen, ... aan kinderen zou overbrengen, zouden, bij wijze van spreken, de kinderen naar ons toekomen. Opera wordt als een moeilijke kunstvorm beschouwd. Maar moeilijk is geen synoniem voor elitair, dat zou toch verschrikkelijk zijn.

"Volgens mij wordt het elitarisme op de omgekeerde manier geuit. Het publiek - te beginnen met het onderwijs - keert zich van ons af, wij niet van het publiek."

U wordt de mooiste bas-bariton van de wereld genoemd. Nu speelt u theater. U zingt liederenrecitals en u geeft concerten. Mist u de opera? Is opera voor u de hoogste kunstvorm, en ervaart u in het publiek een vorm van hiërarchie?

"Opera is voor mij zeker de meest volwaardige kunstvorm. Op voorwaarde dat deze kunstvorm door alle betrokken partijen wordt gerespecteerd. Maar ik ben geen man die achteruit kijkt. U moet weten: ik heb in mijn leven meer dan tweehonderd verschillende cd's opgenomen. Van al die opnames vind ik er zelf hooguit vijf goed. Eentje zal ik noemen: de opera Oedipe, van de Roemeense componist George Enescu. Dat is een buitengewoon prachtige cd, een meesterwerk.

"Ik luister zelden of nooit naar mezelf. Als ik mezelf hoor, luister ik erg kritisch. Zelfkritiek staat genot in de weg. Thuis leg ik jazzmuziek op. Of ik luister naar tango; ik ben dol op tangomuziek. Zo ziet u maar. Verschillende kunstvormen kunnen perfect naast elkaar bestaan. Je moet ze alleen weten te vinden. En je moet in die zoektocht geholpen worden."

Danst u de tango?

"Laat mij hem maar zingen."

Le maître des illusions met José van Dam speelt nog in het Théâtre du Parc op

31 december. De voorstelling is in het Frans. www.theatreduparc.be of

02 505 30 30

Op 19 december zingt Jose van Dam in het Koninklijk Paleis het Kerstconcert samen met het Nationaal Orkest van België. De liveopnames van dit concert worden tussen Kerstmis en Nieuwjaar uitgezonden op de VRT en de RTBF.

Operaliefhebbers kunnen José van Dam in DieZauberflöte beleven eind maart in het Festspeilhaus van Baden-Baden. De regie is van Robert Carsen, Van Dam speelt de rol van Der Sprecher. www.festspielhaus.de

Bas-bariton José van Dam staat op het podium met liederenrecitals en als acteur

'Ik wil de schoonheid doorgeven'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234