Dinsdag 17/05/2022

Ik wil de grootste hebben

De Vlaamse regering wil de Vlaamse belforten laten opnemen op de Unesco-lijst van wereldmonumenten. De middeleeuwse torens zijn uniek, omdat ze nagenoeg uitsluitend in Vlaanderen en Henegouwen werden gebouwd. Eigenlijk hebben ze geen of weinig praktisch nut. Het zijn symbolen van stedelijke macht, demonstraties van het zelfbewustzijn van de jonge steden. En ze wilden allemaal de grootste hebben.

Alhoewel ons land al sinds 1972 lid is van de Unesco, tekende Vlaanderen pas in 1996 de conventie voor de bescherming van het natuurlijk en cultureel werelderfgoed. Die conventie voorziet een lijst waarop monumenten staan die van belang zijn voor de hele mensheid, zoals bijvoorbeeld het Egyptische tempelcomplex van Karnak. In totaal zijn er zo'n 380 culturele sites opgenomen. En geen enkele Vlaamse. De Vlaamse regering heeft daarom getracht bouwkundig erfgoed op de lijst te krijgen dat specifiek Vlaams is. Een eerste dossier, de Vlaamse begijnhoven, is reeds ingediend en dit jaar wil Vlaanderen het nog eens proberen met de belforten. Opgenomen worden op de Unesco-wereldlijst heeft geen echte voordelen. Het gaat voornamelijk om een prestigezaak.

In het middeleeuwse Europa vormden Vlaanderen, waaronder ook het huidige Noord-Frankrijk, en Henegouwen het kerngebied van de belforten. In het hertogdom Brabant of het prinsbisdom Luik kwamen er geen belforten voor. In Vlaanderen zijn ze te vinden in Brugge, Gent, Ieper, Kortrijk, Dendermonde, Oudenaarde, Veurne, Doornik en Aalst. Belforten zijn niet meer, maar ook niet minder dan symbolen van stedelijk zelfbewustzijn, macht en zelfstandigheid. In Europa waren de Vlaamse steden machtige economische bolwerken met een bloeiende lakennijverheid. Net zoals vandaag de steden hun zelfbewustzijn etaleren met de bouw van culturele centra, musea of sportstadions, pronkten de Vlaamse steden met hun belfort.

Belforten zijn torens die gebouwd werden in het centrum van de stad en er vaak ook het kloppend hart van vormden. Blijde intochten van vorsten passeerden langs het belfort, stoeten en stedelijke rituelen, zoals het Ieperse kattengooien, vonden plaats aan en op de toren. "Zelfs nu nog wordt het belfort als een sterk symbool ervaren", zegt dr. Marc Boone, historicus aan de Gentse universiteit. "Het eerste stedelijke referendum van Vlaanderen ging over... de Belfortparking van Gent."

Het is nog steeds onduidelijk wat de precieze betekenis van het woord 'belfort' is. Sommige historici herkennen er 'bel' in, de stadsklok of banklok die in de toren werd gehangen. Een banklok is een machtssymbool dat ooit aan de vorst toebehoorde en waarmee hij de wetten kon gebieden. Toen de steden hun vrijheden kregen, werd hen ook toegestaan zo'n banklok te plaatsen. "Maar taalkundigen geloven dat 'belfort' uit de Germaanse taal afkomstig is", zegt professor Raymond van Uytven, historicus aan de universiteit van Antwerpen. De bel zou geen klok zijn, maar verwijzen naar het werkwoord 'bergen' of 'opbergen', en het 'fort' zou verwijzen naar het Germaanse woord 'fried': 'vrede', in de betekenis van veiligheid. Het belfort is de plek waar de veiligheid of de beveiliging van de stad symbolisch opgeborgen zit. En jawel, in de meeste belforten bewaarde de stad de oorkonden of documenten waarin de stedelijke vrijheden of privileges neergeschreven waren. De toren werd soms nog gebruikt als gevangenis of als uitkijktoren voor de stedelijke brandwacht. De klok in de toren kon dan ook dienst doen als noodklok bij onheil. Er wordt wel eens beweerd dat de toren ook dienst deed als militaire uitkijkpost om een eventuele naderende vijand te bespieden, "maar dat lijkt een romantische interpretatie", zegt dr. Boone. "Vijanden kon men beter zien naderen van op de stadswallen." Nochtans heeft het robuuste karakter van veel belforttorens een militaire uitstraling, alweer een symbool van macht. In de belforten werden vaak de stadsbeiaards geplaatst, zodat de torens ook de bijnaam 'zingende torens' kregen.

De belforten doken voor het eerst op vanaf de elfde eeuw. In die vroege periode waren het meestal verbouwingen van oudere torens, de zogenaamde donjons van machthebbers. In vele Vlaamse steden hadden de oude patriciërsfamilies in de twaalfde eeuw elk hun eigen torentje. Toen hun macht afnam, en de burgerij en de gilden gingen deelnemen aan het bestuur van de steden, werden de oude symbolen van de patriciërs en heersers behouden, maar uitgebouwd tot één centraal en collectief symbool. Het Vlaamse belfort heeft zich waarschijnlijk verder ontwikkeld door nabootsing. De ene stad bootste de torenstructuur van de andere na en waren daarbij niet vies van enige competitiviteit. "Als een stad zich belangrijker achtte dan een concurrerend handelscentrum, moest en zou hun toren hoger zijn", zegt professor Van Uytven. De steden waren er op gebrand om hun belfort indrukwekkender te maken dan die van de andere Vlaamse steden. "Soms werden er 'spionnen' uitgestuurd naar andere steden om uit te vissen hoe het belfort daar opgesmukt was", zegt Van Uytven. De opsmuk van de concurrentie werd schaamteloos gekopieerd.

Niemand weet waarom vooral Vlaanderen en Henegouwen belforten hebben gebouwd. Andere steden spreidden hun macht tentoon met de bouw van indrukwekkende stadhuizen of machtige kathedralen. In Antwerpen, destijds een Brabantse stad, was het de toren van de kathedraal waarin een aantal 'belfortfuncties' opgenomen werden, zoals de stadsbeiaard, de brandwacht, de stads- en triomfklokken. In Brabant komen volgens professor Van Uytven geen belforten voor, alhoewel het Vlaamse dossier voor Unesco wel spreekt over Mechelen. "Daar is men met de bouw van een belfort begonnen onder bevoegdheid van de graaf van Vlaanderen", zegt Van Uytven, "dus zelfs daar zit de Vlaamse invloed. Ook Lier prijkt op de lijst. "In Lier staat er wel een toren, maar die werd pas vanaf de negentiende eeuw belfort genoemd", zegt Van Uytven. Met de opkomst van de Vlaamse beweging in de negentiende eeuw werd het belfort ook een teken van Vlaamse zelfstandigheid. "Overal waar er torens stonden, zag men er een belfort in." Het is ook in die periode dat de roemruchte en bombastische belfortliederen ontstonden. "Boven Gent rijst, eenzaam en grijs, 't oud belfort, zinnenbeeld van ons verleden..." zingen de Gentenaars nog graag. En zelfs in deze eeuw nog zijn er belforten gebouwd. In 1925 laat Roeselare nog een splinternieuwe belforttoren bouwen als herinnering aan het oude belfort dat er ooit heeft gestaan, en opnieuw als symbool van de wedergeboorte van de stad na WO I.

Momenteel is het de Vlaamse regering die het belfortdossier zal indienen bij de Unesco. Omdat er ook belforten te vinden zijn in Zeeuws-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen, hoopt men in de toekomst tot een grensoverschrijdend beschermingsdossier te komen, waarbij alle belforten uit de oude Vlaamse regio als wereldmonument zullen erkend worden.

Jan de Zutter

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234