Dinsdag 19/01/2021

'Ik wil de confrontatie met mezelf aangaan'

Actrice Marijke Pinoy heeft al een behoorlijk tumultueus leven geleid, geeft ze toe. Ze was de dochter van een postbode, maar in haar jonge dagen vooral 'een wilde boerendochter'. Ze kreeg het eerste van vijf kinderen toen ze nog geen achttien was, en besliste om als prille moeder toch te gaan studeren. Dat kon alleen theater zijn, de biotoop waarin ze de voorbije jaren steeds vaker de rol van actrice ruilt voor die van regisseur. Zoals nu voor Yerma vraagt een toefeling, naar een stuk van Federico García Lorca.

Steven Heene

Foto Stephan Vanfleteren

'Ik heb een nogal wilde haag", had ze gezegd, het slotakkoord van een lange routebeschrijving aan de telefoon. Het blijkt te kloppen, al gaat er achter die wilde façade - we bevinden ons in het landelijke Sleidinge - een voluptueuze tuin vol bloemen schuil, een Arcadië dat door de actrice eigenhandig is aangeplant. Pinoy: "Toen ik hier dertien jaar geleden kwam wonen waren er hier alleen weilanden. Ik ben begonnen met wilde bloemen te planten die ik in de bossen vond of aan de rand van de weg. Maar misschien is mijn tuin wel een beetje overvol nu. Wat denk je?"

Verbazend genoeg zegt ze de stad soms te missen, als woonomgeving. "Maar voor mijn kinderen is het hier beter opgroeien. Waar vind je nog zo'n tuin in een stedelijke omgeving?" En na die retorische vraag schenkt ze sterke koffie in. Vraagt of ik een broodje met huisgemaakte frambozengelei wil, en laat me daarbij de keuze tussen margarine en echte boerenboter. We zitten intussen aan de keukentafel, gescheiden van de tuin door grote terrasramen, en terwijl het buiten zachtjes miezert, leg ik haar een lijstje met citaten over moeders voor. Geplukt van het internet, in de verwachting dat het moederschap wel zo'n beetje als een rode draad door het interview zal lopen. Zowel wat Pinoys eigen verhaal betreft - ze heeft maar liefst vijf kinderen, uit verschillende relaties ook - als wat de aanleiding voor ons gesprek betreft: Yerma.

Yerma is het hoofdpersonage in het gelijknamige stuk van Federico García Lorca, een niet echt bekend werk van de beroemde dichter-schrijver, die in onze contreien vooral op affiches prijkt met Bloedbruiloft. Dat toneelstuk ging aan Yerma vooraf, en beide waren ook bedoeld als respectievelijk deel één en twee van een trilogie. Maar terwijl de Spaanse toondichter het in Bloedbruiloft heeft over de spanningen tussen amoureuze passie en het huwelijk gaat hij in het 'tragische gedicht' Yerma nog een stap verder. Hoofdthema in Lorca's stuk uit 1934 is de onvruchtbaarheid, een onderwerp waarmee de auteur zelf al jaren worstelt. Als homoseksueel in het conservatieve Spanje is hij zich pijnlijk bewust van zijn eigen 'onvruchtbaarheid', maar tegelijk neemt hij in zijn stuk het conservatisme op de korrel, met onder andere een sneer naar de katholieken en naar het machismo, de mannencultuur die vrouwen als tweederangs beschouwde. Om die redenen schoot het stuk bij heel wat behoudsgezinden in het verkeerde keelgat.

Het verhaal van Yerma is uiteindelijk vrij eenvoudig. Er is het vrouwelijke hoofdpersonage, een meisje dat verliefd is op een herder genaamd Víctor. Door schaamte en haar materialistische vader moet ze evenwel trouwen met Juan, maar noch het opgedrongen fatsoen, noch de financiële overwegingen zullen het halen in de primitieve wereld van Lorca, bij wie onvruchtbaarheid en gebrek aan hartstocht zowat synoniemen zijn. Dat laatste vertaalt zich in de kinderloze relatie tussen Juan en Yerma, iets dat de Spaanse tot waanzin drijft. Uiteindelijk zal Yerma de 'weg van het bloed' kiezen, als enige uitweg.

Een heftig verhaal kortom, en dat is nog altijd zo in de bewerking die auteur Dimitri Verhulst maakte voor Het muziek Lod en Theater Zuidpool. Bij hem heet Juan wel 'Jean' en is de uiterlijke pathos van Lorca vervangen door een meer hedendaags aandoende, innerlijke strijd, zo vertelt Pinoy. Zij regisseert zes veelal jonge acteurs en vier muzikanten in een theatervoorstelling op locatie. Yerma vraagt een toefeling staat, zoals de titel al aangeeft, veel dichter bij onze leefwereld, maar laat de grote vragen niet los, zo blijkt tijdens het gesprek. Daarvoor ligt het oorspronkelijke stuk deze regisseur veel te na aan het hart. Sterker nog: het is haar op het lijf geschreven, en dat is niet zo omdat ze het al jaren meedraagt. Maar eerst moeten we terug in de tijd, naar een klein dorp tegen de Noord-Franse grens.

'Mijn moeder gaf mij geen borstvoeding. Ze zei dat ze alleen goede vrienden wilde zijn.'

(R. Dangerfield)

Pinoy, lachend: "Dat vind ik wel een goeie. Dat doet mij eraan denken dat mijn moeder mij ook geen borstvoeding heeft gegeven. Ze liep nochtans over van de melk. Maar ze is van de generatie van na de Tweede Wereldoorlog, en nadat de Amerikanen hier geweest waren, was het een tijdlang not done om je kinderen borstvoeding te geven. Dat was nergens meer voor nodig. Raar hé, dat zoiets onderhevig kan zijn aan de tijdgeest, of aan de economie van een land? Borstvoeding was toen gewoon ongepast.

"Ik kom uit een gezin met twee kinderen, ik heb nog een jongere broer. We zijn opgegroeid in Geluwe. Dat ligt aan de Franse grens, tussen Wervik en Menen. Een arme streek, maar er viel regelmatig wat te beleven. Er was onder andere een bloeiende hoerenbuurt, waar heel wat mannen uit Frankrijk naartoe kwamen. Daar zaten nogal wat Algerijnen tussen die de grens overstaken om te drinken en te feesten, maar meestal eindigden die zogenaamde verbroederingen met getrokken messen. Er waren regelmatig vechtpartijen, en als jong meisje vond ik dat allemaal zeer opwindend.

"Mijn vader was postbode, voor hij zich na talloze examens opwerkte tot een hoge functie bij De Post. Hij was zeer nieuwsgierig en sociaal, een echte gevoelsmens met bon-vivanttrekjes. Hij deed aan allerlei activiteiten mee: de plaatselijke fanfare, de toneelvereniging, de lokale politiek... En zoals elke vader ten opzichte van zijn opgroeiende dochter was hij bang om me los te laten. Van mijn moeder mocht ik af en toe wel een keer naar een thé dansant gaan, en dat greep ik dan aan om ergens anders naartoe te gaan. Want liegen kon ik als de beste: heel mijn jeugd heb ik niet anders gedaan dan onwaarschijnlijk goed leren liegen. Het was de enige manier om toch heimelijk mijn zin door te drijven.

"Net als in Yerma was het het katholicisme dat in ons dorp de plak zwaaide. Er waren ook socialisten - mijn moeder bijvoorbeeld kwam uit een rood nest - maar in die tijd ging dat nog makkelijk samen. Zo moesten mijn broer en ik toch naar de kerk, ook van mijn moeder. Dat was normaal, toen. Mijn ouders gingen wel niet altijd mee: mijn moeder had een winkel van onder andere charcuterie en die was op zondagvoormiddag open. Na sluitingstijd verdween mijn vader dan naar een van de twee cafés die Geluwe rijk was. Zo ging dat: de venten gingen op zwier, terwijl de vrouwen het huishouden draaiend hielden. Dat was trouwens de reden waarom mijn moeder maar twee kinderen wou, wat uitzonderlijk was voor die tijd: ze wilde niet de slaaf worden van een te grote gezinsroutine. Met een echtgenoot die er vaker niet was dan wel.

"Soms werd ik ook mee gestuurd op ronde, met mijn vader. Plezierig was het wel: hij was overal graag gezien en moest overal een glas drinken, tot hij soms niet meer op zijn benen kon staan. Ik zie hem nog staan, waggelend in de sneeuw op een winterdag vlak na nieuwjaar. Mijn moeder hoopte dan dat ik een oogje in het zeil zou houden, maar veel haalde dat niet uit. Sommige boeren hielden echt café in hun living, hé. Maar de mensen waren altijd erg vriendelijk voor mijn vader. Een glas weigeren zou om die reden dan ook als onbeleefd zijn beschouwd, zeker na nieuwjaarsdag.

"Mijn moeder was altijd de meest praktische van de twee. Zij had een groter realiteitsgehalte, terwijl mijn vader altijd weer nieuwe plannen smeedde en andere mensen daarvan probeerde te overtuigen. Mijn fel karakter heb ik zonder twijfel van hem meegekregen. Die dorst naar avontuur, naar nieuwe dingen... Tussen die twee polen ben ik opgegroeid, met enerzijds het beschermde, bezorgde en verzorgende waar mijn moeder voor stond en anderzijds: het avontuur, het aftasten van je eigen kunnen, de nieuwsgierigheid naar mensen... Kortom, alles waar mijn, zeer emotionele, vader voor stond."

'Wij zijn de mensen voor wie onze moeders ons waarschuwden.'

(Iers gezegde)

"Bij ons thuis kon je niet echt spreken van een sereen huishouden. Maar dat werd zoveel mogelijk stilgehouden, want anders zouden de buren wel eens kunnen roddelen. Het is die mentaliteit waar ik al heel snel een gloeiende hekel aan kreeg. Dat fluistertoontje van mijn moeder en haar boezemvriendin, telkens als er iets gezegd werd dat niet voor de oren van anderen bestemd was... Alsof de buren door de muren konden luisteren! Nu ja, intussen bekijk ik die zogenaamde 'kleine' mentaliteit evengoed met veel tederheid, hoor. Want uiteindelijk is het allemaal erg dubbel: er was inderdaad een grote sociale controle, maar er werd ook meer voor elkaar gezorgd. Iedereen zorgde voor iedereen, punt.

"Dat gezegd zijnde: om als jonge puber in Geluwe enige privacy te vinden, kon je bijna niet anders dan je in de bosjes of struiken te verschuilen. Op zondag loog ik altijd door te zeggen dat ik naar de mis ging, maar in werkelijkheid ging ik dan naar de oude boerenkar die achter het gemeentelijk zwembad stond, omdat ik daar met mijn liefje had afgesproken. Op een keer ben ik achtervolgd en betrapt door mijn vader en toen bleek achteraf dat iemand ons eerder had gezien en dat had doorverteld. Tja, iedereen kende mij, als dochter van facteur Roger en van Nelly van de Flandrex-winkel. En geloof me, als je dertien of veertien bent, gaat dat behoorlijk irriteren, die enge dorpsmentaliteit. Daardoor werd ik ook steeds roekelozer in mijn opstandigheid. Het kon mij op den duur echt niet meer schelen wat de mensen in het dorp zeiden, want op een bepaalde leeftijd ben je al blij dat je iets teweeg kunt brengen, gewoon om te weten dat je bestaat. Zo was dat met mij ook als puber: ik wilde me vooral manifesteren.

"Aanvankelijk was ik nog erg gelovig - ik herinner me de sensatie van mijn eerste hostie nog - maar die overgave verdween al snel. In de plaats kwam een wilde boerendochter die zat te schuiven op haar stoel in de kerk en rare geluiden zat te maken om meneer pastoor te irriteren. De pastoor werd gaandeweg het mikpunt van alle spot, toch voor het groepje alternatievelingen bij wie ik aansluiting vond. Ik begon, op mijn manier, dingen te doen voor de Partij van de Arbeid. Dan deelde ik pamfletten uit in het Sint-Jorisinstituut, een nonnenschool. Ik liep af en toe ook weg van school, met mijn blauwe schort nog aan, om elders te gaan 'flyeren'. En af en toe waren er zogenaamd 'gesloten bijeenkomsten'. Dat klonk allemaal behoorlijk spannend maar dat was het, eerlijk gezegd, helemaal niet. Maar soit.

"Hoe feller en opstandiger ik werd, hoe radicaler de straffen waren - áls ik betrapt werd. Mijn vader kon me bijvoorbeeld twee maanden huisarrest geven en voor mij stond dat gelijk aan een gevangenisleven. Alleen maar buiten om naar school te gaan en daarna recht naar huis. Ik dacht dat ik gek werd. En het ging van kwaad naar erger. Om even uit de kinderpsychologie te citeren: als een kind geen aandacht krijgt, gaat het negatieve aandacht opeisen, en als het daarin bevestigd wordt, zal het daarin doorgaan. Een beetje kort samengevat, maar daar komt het wel op neer, en zo ging het bij mij. Ik ben in Geluwe erg bevestigd in het feit dat, als ik raar deed er over mij gesproken werd. Op zijn minst. En dat was best wel een fijn gevoel. Want vroeg of laat komt in de puberteit die vraag bovendrijven: wat wil ik met mijn leven aanvangen? Ik wist in ieder geval dat ik mijn eigenheid zelf wilde ontdekken en dat ik bijgevolg niet wilde aannemen wat er voor mij door anderen was uitgestippeld.

"Om een lang verhaal kort te maken: toen ik zeventien en een half was, werd ik zwanger. En eigenlijk was ook dat begonnen met een straf door mijn vader. Het is te zeggen: ik was weer een keer niet op tijd thuisgekomen en mijn vader legde me opnieuw een langdurig huisarrest op. Mijn antwoord daarop was dat ik stiekem en systematisch 's nachts op pad ben gegaan. Niet tijdens de weekends, dat was te moeilijk, maar op weekavonden. Daarvoor had ik een hele route uitgestippeld, met een fiets die ik ergens op voorhand klaar had gezet. Ik reed dan naar mijn nieuw lief in Dadizele, zowat 8 kilometer verder. Ik reed dus 's nachts, met een jas boven mijn nachtpon aan en mijn bottines. Het straffe is: de ouders van mijn toenmalige lief wisten ervan, dat ik daar bleef slapen. Maar die trokken zich daar ogenschijnlijk niks van aan. Hun zoon was hun enige kind en al op zijn veertiende van school gegaan om in een weversfabriek te werken. Dat zal er wel mee te maken gehad hebben dat ze hem nogal volwassen behandelden. Enfin, bij die jongen heb ik de fysieke liefde leren kennen, maar wat me misschien zelfs nog meer is bijgebleven van die nachtelijke escapades is de rit er naartoe. Dat gevoel van oneindige vrijheid! Niemand, behalve mijn lief en zijn ouders, wisten waar ik was of waar ik naartoe ging. Een onwaarschijnlijke ervaring. En toen ben ik dus voor het eerst zwanger geworden."

'Het geduld van een moeder is als tandpasta. Hoeveel je er ook van gebruikt, er is altijd nog een beetje over.' (J. Saores)

"Ik was zodanig impulsief als tiener dat ik er niet eens bij had stilgestaan dat ik wel eens zwanger kon geraken. Ik was echt heel naïef op dat vlak. Maar ja, seksuele voorlichting was ook onbestaande, hé. Het enige wat ik me in die richting herinner was een uitspraak van mijn vader. 'Ze moet niet met een voiture naar huis komen.' Maar voor de rest? Idem voor maandstonden. Die eerste keer wist ik niet wat me overkwam, ik riep en tierde als een gewond beest. En mijn moeder meteen naar ons vader bellen: 'Papa, Marijke is een jong meisje geworden!' Maar ik kon me daar lange tijd niet mee verzoenen. Ik herinner me zelfs de eerste ochtend nog dat ik met een maandverband naar school moest. Ik liep echt wijdbeens de voordeur uit, alsof er iets groots tussen mijn benen hing. Tot mijn moeder mij achterna riep: 'Marijke, loop ne keer normaal! Ge zijt niet ziek!' (lacht) Maar ik vond het dus verschrikkelijk, als jonge puber. Al heb ik later mijn vrouwelijkheid heel erg weten te appreciëren, dat kan ik je verzekeren.

"Maar goed, ik was dus zwanger. Mijn vader had al zoiets vermoed, omdat ik 's nachts een paar keer moest opstaan om over te geven. Ik heb het eerst aan mijn moeder verteld, en zij dacht dat papa het niet ging overleven. Zij heeft het hem dan ook verteld - ik vermoed dat hij erg heeft afgezien van dat nieuws. Hij dacht nog altijd dat zijn - niet zo onintelligente - dochter eerst zou studeren in plaats van direct aan kindjes te beginnen. Voor hem was de keuze in ieder geval duidelijk: ik moest trouwen en samen met mijn lief het kind opvoeden. Maar ik kende die jongen nog maar een paar maanden en we waren allebei, op zeventien en een half, zelf nog kinderen...

"Van pure zenuwen over de trouwplannen heb ik de slappe lach gekregen, die eerste dag. Maar de dag vóór mijn huwelijk weende ik bittere tranen. Ik hoopte zó dat een prins op een wit paard me weg zou komen halen. Mijn moeder vertelde aan iedereen op de trouwdag dat mijn ogen betraand waren omdat ik mijn kapsel niet mooi vond. Typisch.

"Opvallend detail trouwens: hoewel ik me dus zeer eenzaam en verloren voelde op mijn trouwdag weet ik wel nog dat er in de kerk een zigeunerorkestje aan het spelen was - iets in de trant zoals nu tijdens de voorstelling. Grappig, toch? Alleen voelde dat die dag helemaal zo niet aan. En volk dat er was in de kerk! Iedereen kwam kijken naar de dochter van Nelly en Roger. Voor die gelegenheid zag ik er natuurlijk ook totaal anders uit. In plaats van een superstrakke jeans met smalle pijpen droeg ik een witte jurk met een bloem op mijn buik. Om de kleine verdikking van mijn buik al wat weg te moffelen. En in mijn haren zaten allemaal krullen. 'Net een prinsesje', hoorde ik iemand zeggen bij het verlaten van de kerk. (zucht) Maar het was meer een scène voor in een tragikomische film.

"Mijn kersverse echtgenoot was dus ook nog maar amper achttien en we gingen op huwelijksreis naar Blankenberge. Dat was in die extreem warme zomer van 1976. Ik had mijn haar vaak in vlechten, zag er nog jonger uit dan ik was en je zag veel mensen zich aan mij, of toch aan mijn dikke buik, vergapen. Zo'n jong kind en al in verwachting? Maar ik was fier op mijn buik en paradeerde ermee op het strand. Want het feit op zich dat ik een kindje kreeg, vond ik spannend en een bron van blijdschap. Ik was ook een heel plichtbewuste moeder: geen sigaretjes meer, laat staan een joint. Maar ik was veel minder overtuigd dat ik wel met die jongen had moeten trouwen.

"Ik herinner me ook spanningen 's nachts in onze hotelkamer. Door de hitte waren er veel muggen, en ik stond een keer op het bed om ze dood te meppen, tot mijn kersverse echtgenoot plots schreeuwde dat het gedaan moest zijn met dat gedoe. Ik begon te schreien en dacht: 'Het kan niet dat ik met die jongen getrouwd ben.' 's Namiddags, om in de koelte te blijven, ging ik op mijn eentje zo vaak mogelijk naar de cinema, daar was de temperatuur draaglijk. Alleen: het waren bijna allemaal Dracula-films, of zoiets. Stel je voor. En ik zat daar: net getrouwd, met een ronde buik.

"Op de middelbare school hebben de nonnen het nooit echt geweten dat ik zwanger was. Toch niet met zekerheid, want ze zullen wel een vermoeden gehad hebben. Maar ik ben dus net op tijd van school gegaan. Mijn moeder had knopen aan mijn jeans genaaid en daarboven droeg ik wijde hippiebloesjes en zo. En uiteindelijk ben ik, een beetje met de hakken over de sloot, uit het middelbaar geraakt.

"Na school zijn we als koppel gaan samenwonen, maar dat heeft niet lang geduurd. Ik woonde al snel weer alleen en na de bevalling van ons tweede kind heb ik beslist dat ik in Gent wilde wonen. En dat ik toneel wilde studeren aan het conservatorium. Waarom toneel? Dat had met diverse dingen te maken: de sfeer in het liefhebberstoneel van mijn vader, bijvoorbeeld. De operettes waar we soms op zondag naartoe gingen, in Kortrijk. En zeker ook een voorstelling van Tone Brulin, een theatermaker wiens associatieve stijl bij mij vensters en deuren openzette. Ik ontwikkelde een grote honger naar theater.

"Dankzij de steun van mijn ouders, en van een vrouw bij het OCMW in Gent, ben ik er uiteindelijk in geslaagd om ouderschap en studies te combineren. En eerlijk waar, mijn ouders hebben me toen fantastisch geholpen. Mijn vader bijvoorbeeld wist dat ik niet alleen maar huismoeder kon zijn, dat zou een ramp geweest zijn. En mijn moeder zag dat ook in, alleen gingen er in de gemeente nogal venijnige stemmen op die me egocentrisme verweten, omdat ik naast kinderen opvoeden ook iets anders wou. Zo af en toe ving ik dan nog een echo van een opmerking op, genre: 'Ze kan nu in Gent platliggen.' Had ik in die fase de grote emotionele intelligentie van mijn ouders niet aan mijn kant gehad... Echt."

'Een gram moeder is een ton priester waard.' (Spaans spreekwoord)

"Het klopte dat ik, naast mijn schatten van kindjes, ook nog iets anders nodig had in dit leven. Sommige mensen wisten dat of hebben dat intuïtief aangevoeld, en dat heeft me erdoor geholpen in de eerste fase. Ook organisatorisch. Anders had ik nooit een diploma behaald en dat was toch wel noodzakelijk.

"De eerste keer dat ik Yerma gelezen heb, of toch een stuk eruit, was tijdens een voorbereidend jaar op het conservatorium. Ik ging toen elke week één uurtje naar de toneelacademie in Roeselare, bij Guido Cafmeyer. Ik heb dat jaar trouwens niet afgemaakt, want toen was ik in verwachting van mijn tweede. Je ziet: aan de hand van mijn zwangerschappen kan ik mijn hele leven reconstrueren. Enfin, op de academie speelden we een fragment uit Lorca's stuk. Op het eerste gezicht vond ik die tekst nogal ouderwets, ik begreep er ook niet zoveel van. Maar op het conservatorium in Gent ben ik heel het stuk beginnen te lezen. En net zoals bij Platonov van Tsjechov, of bij Penthisilea van Von Kleist kreeg ik een slag in mijn gezicht. Ik wist: ooit wil ik dit spelen. Ha ja, toen wou ik zelf nog Yerma spelen, natuurlijk. Zo'n tragisch hoofdpersonage. Zo herkenbaar. Sinds dat moment is dat stuk nooit ver uit mijn buurt geweest. En zowat drie jaar geleden ontstond het idee om het Yerma-project eindelijk aan te vatten. Alleen bleef ik lang haperen aan de vraag hoe ik die toch wel verouderde wereld van Lorca wat hedendaagser kon maken. Uiteindelijk ben ik, via Hans Bruneel van Het muziek Lod, bij Dimitri Verhulst uitgekomen, en ook die ontmoeting was direct boem patat. Maar dan in omgekeerde zin.

"Dimitri zette in ons eerste gesprek meteen de toon: door onomwonden te stellen dat hij kinderen háát. Heel ostentatief. Ik dacht meteen: waarom zit ik godsnaam met deze man te praten? Maar intussen zijn er heel veel dingen doorgepraat en zijn we op een tekstversie uitgekomen die enerzijds het origineel nog respecteert en die anderzijds evengoed nieuwe elementen bevat. Ik heb op een bepaald moment wel veel moeten schrappen, en zeker het cynisme van Dimitri's eerste versie moest eruit. Wegens te negatief. Ik wou, of beter: wil, veel interpretaties toelaten. Er is ook een aantal toevoegingen gebeurd. De nadruk komt nu veel meer te liggen op het duo Jean en Yerma en op hun innerlijke emotionele strijd.

"Ik vermoed dat dat ook een reden is waarom Bloedbruiloft zo populair is en Yerma zo weinig: omdat die innerlijke strijd moeilijk op een scène te plaatsen zijn. Maar áls het werkt, is het een klein mirakel.

"Over een innerlijke strijd gesproken. Mijn oudste dochter is intussen ook actrice. Toen zij op de toneelschool in Antwerpen zat, heeft ze het eventjes serieus moeilijk gehad. Ze ging zelfs zover mij te verwijten dat ik haar nooit een schuldgevoel of iets dergelijks had gegeven. Ze zei: 'Mama, gij hebt makkelijk praten. Gij hebt tegen alles moeten vechten, en ge hebt mij nooit een schuldgevoel gegeven. En nu moet ik voor school diep in mezelf kijken en...' (lacht) Dat was even de omgekeerde wereld, ja. Maar kijk, ze is er uiteindelijk door geraakt. En ze heeft ook haar strijd geleverd.

"Mijn oudste zoon staat mee op de planken in Yerma. Hij heeft meer het felle temperament dat ik van mijn vader heb gekregen. Hij is soms gewoon een wild geval, in die mate dat hij me onlangs op de locatie bijna van mijn sokken heeft gereden met een camionette. Ik figureer namelijk zelf ook in Yerma, voor iets kleins waarbij er volgens de tekst een 'oude heidense vrouw' moet opduiken. Je begrijpt: ik heb het woord 'oude' al geschrapt uit de omschrijving. (lacht) Maar heidens zijn is geen probleem..."

'Grootmoeders zijn misschien meteen oud, maar worden beslist nooit ouder.' (C.P. Seton)

Pinoy wordt binnen enkele maanden voor het eerst grootmoeder, zo blijkt. De cirkel is rond, bij wijze van spreken. Pinoy: "Ik ga een jonge grootmoeder zijn en dat vind ik heel intens. Het is ergens ook raar: ik ben al die jaren echt op zoek moeten gaan naar een juist evenwicht tussen mijn heftige ambities om dingen uit te zoeken en tegelijk mijn kindjes te bemoederen. Als ik dan denk aan de omstandigheden waarin mijn dochter nu aan een gezin begint: ze is al 28, woont al jaren samen met een leuke vriend, ze hebben een appartement gekocht. Bij mij was dat echt totaal anders. Waarmee ik helemaal geen waardeoordeel wil uitspreken, hoor. Ik ben juist heel fier op hoe ze de dingen aanpakt."

Het voorbije jaar was een ontegensprekelijke piek in het parcours van Pinoy, met onder andere de voorstelling Achter 't eten van Eric De Volder, die in Nederland de Grote Theaterfestival won, met haar rol in Maria eeuwigdurende bijstand van Arne Sierens, dat in juli naar het prestigieuze theaterfestival in Avignon gaat. En nu dus Yerma, waarvoor de verwachtingen hooggespannen zijn. Waarom regisseert ze eigenlijk niet wat vaker, na het unanieme succes ook van Colette (Mouchette), naar een alweer zeer fysiek en broeierig stuk van Sierens? Pinoy knikt, wikt haar woorden: "Ik wil dat al langer en dat zal er ook van komen. Maar ik heb nooit iets willen forceren. Het is zoals het is, en zo is het goed. De voorbije jaren heb ik enkel theaterproducties gedaan waar ik als actrice volkomen achter stond. En voor dit project was het voor mij cruciaal dat ik de confrontatie met mezelf eens aanging. Want regisseren en een project 'leiden' is veel en veel eenzamer dan acteren. Het vergt veel meer energie en dat voelen mijn kinderen op het thuisfront ook. Maar ik ben wél blij dat ik het heb gedaan. Ik zit in een fase waarin ik een aantal zaken voor mezelf moet aanpakken. Ik wil echt de confrontatie met mezelf aangaan. Al is dat best wel angstaanjagend, soms.

"Een aantal jaar geleden is mijn vader overleden. Hij lag op een bed in de woonkamer en is in mijn armen gestorven. Ik, die zo bang ben voor de dood dat ik het zelfs vertik om te parkeren voor een winkel van een begrafenisondernemer. Terwijl ik mijn vader juist rust kon meegeven, op dat ultieme moment. Ik kon ook mijn moeder niet erbij roepen, want ik was bang dat mijn vader te veel zou schrikken. Maar het feit dat hij in mijn armen is gestorven beschouw ik als een geschenk. Van hem aan mij. En ergens heeft dat allemaal verband met elkaar: het feit dat ik mij nu wil manifesteren met een groepje mensen dat ik zelf heb samengesteld. Het feit dat het met Yerma is, na zoveel jaren. Ik voel aan alles dat ik mezelf wil verplichten om nieuwe standpunten in te nemen. Dat klinkt een beetje griezelig, maar evengoed is het spannend. De tijd is er rijp voor, ik voel het. Het moet nu gebeuren."

Yerma vraagt een toefeling, van 8 tot 25 juni op locatie: Lumco, Zeeschipstraat 107, 9000 Gent. Reserveren op 09/267.28.28 (Vooruit). In augustus te zien in Antwerpen (Zomer van A'pen). Meer info op www.hetmuzieklod.be, www.zuidpool.be, www.vooruit.be

l Geboren in

Geluwe in 1958

l Moeder van Lotte, Arend, Gilles, Titus en Cesar

l Studeerde toneel aan het Gents conservatorium, afgestudeerd in 1984-'85

Geeft daar sindsdien regelmatig les.

l Speelde in het theater bij onder meer NTG, Ceremonia, DAStheater, Het muziek Lod, en maakt sinds begin jaren negentig vast deel uit van Theater Zuidpool

Is regelmatig ook op televisie te zien, met gastrollen in bijvoorbeeld Flikken, Heterdaad, Recht op recht, Witze, Vidange perdue, een van de

films uit de reeks faits divers.

l Regisseert af en toe, onder meer Colette (Mouchette), Warm en koud van Crommelinck, Yerma.

l Won de Velincksprijs voor monoloog Bouche be van Almodóvar

l Won vorig jaar de Grote Theaterfestivalprijs 2004 voor de productie Achter 't eten, samen met Ineke Nijssen en Eric De Volder.

l Speelt volgend seizoen tournees in België en Frankrijk met Maria eeuwigdurende bijstand, Yerma en werkt mee aan een nieuwe productie van DAS, Trouwfeesten en processen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234